Beste Joost Eerdmans en Chris Stoffer,
Jullie waren boos. En terecht. Linkse partijen waren eveneens boos. Allemaal op dezelfde man. Namelijk onze nieuwe minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Sjoerd Sjoerdsma, een van de ‘magere mannetjes’ van D66, een vaak herhaalde en dus geslaagde spin vanuit de VVD voor enkele D66-politici die op een gewiekste manier politiek zouden bedrijven.
Sjoerdsma had een viezig trucje uitgehaald. Hij had een meerderheid nodig voor zijn begroting. Van de linkse partijen kreeg hij die niet, omdat dit kabinet de schofterige bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking van het kabinet Schoof-1 niet terugdraait. Dus moest het minderheidskabinet naar rechts kijken. Daar waren partijen wel bereid de begroting te steunen, maar op één voorwaarde: de steun aan VN-hulporganisatie UNRWA moest eruit, want die club is meermalen gelinkt aan Hamas. Dus wat deed Sjoerdsma? Hij gooide die steun aan UNRWA eruit, haalde de meerderheid voor de begroting binnen, en zette de steun aan UNRWA er toen weer in.
Er bestaan vast mensen die dit ‘handig’ noemen. Dat is het niet. Handig zou zijn als zo’n truc lúkt. Nu was iedereen boos. Een mislukte truc is geen handige truc. Bovendien: zeker een minderheidskabinet moet het hebben van afspraken met andere partijen, en afspraken zijn gebaseerd op vertrouwen. Sjoerdsma bleek onbetrouwbaar. Niemand met verstand koopt een tweede keer iets bij een verkoper die je probeerde te naaien. Tenzij die verkoper zijn excuses aanbiedt en beterschap belooft. Dan komt een belangrijk verschil tussen mensen aan het licht: het verschil tussen mensen die geloven in een tweede kans, en mensen die daar niet in geloven. In mijn ervaring is voor die eerste categorie één voorwaarde cruciaal: boetedoening.
Dat had Sjoerdsma zelf ook door. Hij vond zelf ook dat hij het ‘onhandig’ had aangepakt, en hij had bovendien de tijd genomen ‘voor reflectie’. Dan kun je twee dingen doen. Besluiten dat je de excuses aanvaardt en de man een tweede kans geeft, en het hierbij laten. Of besluiten dat je het niet voldoende vindt en hem nog steeds niet vertrouwt. Voor bewindslieden die je als Kamerlid niet vertrouwt, bestaat een wapen: de motie van wantrouwen. De naam zegt het al. Geen vertrouwen meer, dus wat ons betreft wegwezen.
Zo helder is het, en moet het ook zijn. Ja of nee. Vertrouwen of wantrouwen. Blijven of opstappen. Helaas bestaat er ook een wapen dat zo bot is dat het geen wapen mag heten. Een parlementaire nikserigheid zonder consequenties. Dat wapen heet de motie van treurnis. Het is een pruillip op papier. Het zegt niks. Je bent niet boos, maar teleurgesteld, maar ook weer niet teleurgesteld genoeg om er gevolgen aan te verbinden. Die motie dienden jullie in, maar dan wel met de toevoeging dat jullie de boetedoening van Sjoerdsma op prijs stelden. Excuses aanvaard, maar toch een berisping. Dan zijn de excuses dus niét aanvaard.
Weg met de Motie van Treurnis, de losse flodder van ons parlement.