Een tuintje op het zuiden, een gezellig buurtje en voldoende woonoppervlakte. Maar ook een metertje of tien boven NAP, en liefst níét pal naast een brandgevoelig bos. Steeds meer huizenkopers houden rekening met de dreiging van klimaatrampen. ‘Als de boel straks overstroomt, hoef ik alleen maar een emmertje naar beneden te laten zakken.’
Liset Meddens verhuisde zes jaar geleden van de Randstad naar een van de hoogste heuvels van Nederland. ‘We hebben letterlijk de kaart van Nederland erbij gepakt en gedacht: waar ligt het eigenlijk een beetje hoog? Dat klinkt misschien een beetje absurd, maar zo is het wel gegaan. Mijn man begon ermee. Gewoon kijken: waar zitten de hogere stukken van Nederland? Niet in een rivierbedding, niet diep onder NAP. We hadden Funda openstaan, daarnaast de kaart. Dan puzzel je een beetje. Waar staan huizen te koop, waar ligt het hoger, waar is het nog een beetje betaalbaar? Mijn schoonvader woont in Friesland, mijn moeder in Limburg, dus we zochten ergens daartussen. Maar vooral langs de oostgrens. Uiteindelijk kwamen we hier terecht, in Montferland. We kenden het gebied en de mensen hier totaal niet. Maar het bleek een prachtige plek om te wonen.
‘Ik ben heel lang met klimaat bezig geweest. Tijdens mijn studie begon dat al. Ik ging in 2004 studeren en dacht eigenlijk: geweldige wereld, wat een mooie toekomst. En toen kwam de klap. Ik ontdekte hoe slecht het eigenlijk gaat met het klimaat en met de aarde. Dat was echt een shock. Hoe kan het dat ik dit niet wist? Dat gevoel had ik heel sterk. Na mijn studie ging ik aan de slag als VN-jongerenvertegenwoordiger, om de stem van de toekomst bij de klimaattoppen te brengen. Dan denk je: hier wordt de klimaatcrisis opgelost. Hier zitten de wereldleiders, hier gaan ze dit probleem aanpakken. Maar daar ontdekte ik eigenlijk het tegenovergestelde. Dat het allemaal veel te langzaam gaat. Dat er een enorm probleem aankomt en dat de mensen die het zouden moeten oplossen dat niet doen, of in ieder geval veel te traag. Dan ga je vanzelf nadenken: wat betekent dat voor mij? Voor mijn leven? Voor mijn kinderen? En als je dan toch gaat verhuizen omdat je gezin groeit, dan neem je dat automatisch mee.
‘Ik denk niet dat Amsterdam morgen onder water staat. Zo dramatisch is het niet. Maar als je erover nadenkt, is het wel een kwetsbare stad’
‘We woonden zes jaar in Amsterdam. Een prachtig appartement aan de Bilderdijkkade. Voor Amsterdam best ruim ook, maar nog steeds een appartement. Eén kind ging nog wel, maar er kwam een tweede aan. Dan wil je toch ruimte. Dat is eigenlijk het standaardverhaal van jonge ouders: je trekt de stad uit. Alleen eindigen veel mensen dan in Hilversum of Amersfoort. Wij dachten: als we toch gaan verhuizen, laten we dan ook meteen kijken naar een plek die een beetje toekomstbestendig is. Mijn man kwam met dat idee. Zo zaten we in de wedstrijd: niet in een rivierbedding, niet onder NAP. Gewoon: hoe hoger, hoe beter. Uiteindelijk kwamen we hier uit, in Montferland. Een huis op een stuwwal, vlak bij de Duitse grens. Eigenlijk op een soort berg. We moesten er zelf een beetje om lachen.
‘Ik denk niet dat Amsterdam morgen onder water staat. Zo dramatisch is het niet. Maar als je erover nadenkt, is het wel een kwetsbare stad. Al die huizen staan op houten palen. Als het grondwater zakt, gaan die palen rotten. Dat weet bijna niemand. Of mensen kunnen het zich gewoon niet voorstellen.
‘We hebben als mens ook een soort kuddegevoel. Als iedereen ergens zit, voelt het veilig. Maar als je er echt over nadenkt, is dat niet altijd zo. De vraag is uiteindelijk: hoeveel geld ga je investeren om een plek te beschermen? Ik ben geen expert, maar als je ziet wat het kost om funderingen te herstellen, dijken te versterken, water buiten te houden... Dan ga je je toch afvragen: blijven we dat altijd doen? Of verschuift Nederland op een gegeven moment gewoon een stukje? Dus ja, toen we een huis vonden op een heuvel aan de grens met Duitsland, moesten we er ook wel een beetje om lachen. Vluchtklaar op een berg, grapten we. Maar ergens zat er ook een kern van waarheid in.
‘Het was trouwens perfecte timing. Onze oudste was drie en zat nog op de opvang. Dus we konden makkelijk verhuizen voordat de basisschool begon. En we hadden allebei niet zo’n sterke binding met onze geboorteplaatsen. Hij komt uit Friesland, ik uit Limburg, maar we voelden ons nergens echt geworteld. Dus we konden eigenlijk vrij kiezen. Wat voor mij ook meespeelde: ik wilde een plek waar je kunt wortelen, waar je thuis kunt komen. In Amsterdam vond ik dat lastiger. Ik stond in een speeltuin en had een praatje met iemand. De volgende keer stond daar weer iemand anders. Hier heb je meer een gemeenschap.
‘Het grappige is dat we verhuisden in het weekend dat de oorlog in Oekraïne uitbrak. Dat was puur toeval, maar het gaf wel een gevoel van: oké, we gaan nu de stad uit. Dat voelt ergens toch veiliger. In een grote stad ben je kwetsbaarder. Veel mensen op weinig ruimte, afhankelijk van voedselvoorzieningen vanbuiten.
‘Toen we hier net kwamen wonen, voelde het bijna als een stiltemeditatie. Je loopt je huis uit en het is gewoon stil. In Amsterdam stapte je de drukte in. Hier loop ik het bos in. Natuurlijk geef je ook dingen op. Theater, restaurants, spontane avonden in de stad: mijn hele activistische netwerk zat in Amsterdam. Ik heb meer dan tien jaar gewerkt aan de fossielvrijbeweging. Dat was echt mijn leven.
‘Maar toen we hierheen verhuisden, werd het lastig om dat werk te blijven doen. Uiteindelijk heb ik besloten ermee te stoppen. Meer dan tien jaar activisme, dat is ook een heel leven. Nu werk ik bij het Klimaatverbond, met gemeenten en lokale overheden. En ik ben hier klimaatburgemeester geworden. Dat betekent dat ik de focus een beetje heb verlegd. Van systeemverandering op wereldniveau naar kleine stappen dichtbij huis.
‘Dat was best een omschakeling. Ik kwam uit een links-activistische bubbel in Amsterdam en ineens zat ik in de Achterhoek. Hier stemmen mensen massaal PVV. In het begin moest ik daar echt aan wennen. Als ik ergens een FvD-sticker zag, dacht ik: oei. Maar juist dat vind ik ook interessant. Uit je bubbel stappen. Niet alleen maar met mensen praten die hetzelfde denken. Vorig jaar ben ik een feministencafé gestart in Doetinchem. Dat begon klein, we dachten dat er misschien twintig mensen zouden komen, maar hier is zoiets meteen een ding. We stonden meteen in de krant.
‘We hebben nu al meer weersextremen, meer overstromingen, meer hitte. En we zitten nog steeds midden in het probleem. De CO₂ die we nu uitstoten, blijft nog tientallen jaren in de atmosfeer hangen. Dus zelfs als we morgen stoppen, gaan we de effecten nog decennia voelen. Maar wat mij het meeste zorgen baart, is niet eens het klimaat zelf. Het is dat mensen mentaal totaal niet voorbereid zijn. We zijn opgegroeid met het idee dat alles altijd werkt. Water uit de kraan, volle supermarkten, treinen die rijden. Maar dat is helemaal niet vanzelfsprekend. Als ik vroeger zei: stel dat de supermarkten leeg zijn, dan lachten mensen me uit. Dat kan toch niet? Maar mijn grootouders wisten dat nog. Die hebben de oorlog meegemaakt.
‘Het gaat mij er niet om dat iedereen moet verhuizen, dat is helemaal niet nodig. Maar ik denk wel dat mensen zich moeten realiseren dat honderd procent veiligheid niet bestaat. Lees je in. Denk na over wat belangrijk is voor jou. Kleine stappen zijn ook stappen. En realiseer je vooral: niemand gaat dit probleem voor je oplossen. Niet de overheid, niet de wereldleiders. Uiteindelijk moeten we het zelf doen.’
Zutphen in plaats van Amsterdam
Christel Don verruilde Amsterdam voor Zutphen: ‘‘Klimaatverhuizer’. Ik moet altijd een beetje lachen om die term. Klinkt meteen alsof het een bijzonder fenomeen is. Terwijl ik denk: als je een huis koopt, denk je toch sowieso na over risico’s? Je laat een bouwkundige keuring doen, je kijkt naar verborgen gebreken, je vraagt je af of de buurt veilig is. Dan is het heel logisch dat je ook nadenkt over klimaatrisico’s. Maar omdat het nu een label krijgt, lijkt het alsof het iets uitzonderlijks is. Ik pleit er juist voor dat het iets normaals wordt. Dat mensen het standaard meenemen als ze een huis zoeken.
‘Wij woonden zes jaar in Amsterdam, in een fijn appartement aan het IJ. Er liepen veel mensen in en uit, veel expats, veel tijdelijke bewoners. De sociale cohesie was er niet zo groot. Dat begon steeds meer te knagen. We kregen een zoon en dachten: waar willen we eigenlijk dat hij opgroeit? Ondertussen werd het klimaatverhaal steeds concreter. Niet door één moment, maar door een opeenstapeling van rapporten over biodiversiteit, verhalen over zeespiegelstijging, discussies over vliegen. Het wordt steeds alarmerender. Tijdens corona pakten wij de kaart van Nederland erbij, om te kijken: waar willen we wonen? Welke steden liggen boven de zeespiegel? Want dat was wel een criterium. Niet uit angst, eerder uit logica.
‘Mensen denken soms dat onze beslissing vanuit een soort doemscenario komt. Dat we bang zijn dat morgen de halve Randstad onder water staat. Zo is het helemaal niet. Het is meer een logische afweging. Als je weet dat klimaatverandering risico’s met zich meebrengt, waarom zou je daar dan geen rekening mee houden? Dus we keken naar het NAP. Zutphen ligt daar zo’n 9 meter boven. Niet spectaculair hoog, maar wel hoger dan Amsterdam, dat 2 meter onder NAP ligt.
‘We zochten niet alleen een huis op een hogere plek, maar ook een plek met sociale cohesie’
‘Wat ons aan Zutphen meteen opviel, was hoe vriendelijk mensen hier met elkaar omgaan. Het tempo ligt hier lager. Mensen maken een praatje in de winkel, groeten elkaar op straat. Het voelt echt anders dan in de Randstad. Dat was voor ons minstens zo belangrijk als dat NAP-verhaal. Want uiteindelijk gaat het niet alleen over water of hitte. Het gaat ook over hoe je met elkaar samenleeft. Als je kijkt naar plekken in de wereld waar rampen gebeuren, zie je steeds hetzelfde: gemeenschappen met sterke sociale banden komen er beter doorheen. Dus we zochten niet alleen een huis op een hogere plek, maar ook een plek met sociale cohesie. En toen kwam dit huis op ons pad. Het staat in een woongemeenschap van ongeveer vijftig huizen. Alle tuinen zijn met elkaar verbonden door een schelpenpad. In het midden ligt een groot gezamenlijk stuk groen en een gemeenschapshuis.
‘Het was wel even wennen. In Amsterdam kon je elkaar makkelijk ontwijken, hier kom je elkaar voortdurend tegen. In het begin was ik hier op een ochtend aan het stoeien met mijn zoontje, in mijn pyjama, toen ineens een buurman via de achterdeur binnenkwam. Dat was wel even wennen. Toch ben ik intussen ook gehecht geraakt aan dat ‘naoberschap’. Voor onze zoon is het fantastisch. Hij is zeven en hij kan hier de hele dag buitenspelen. Hij bouwt dammen bij de waterpomp en klimt in de hoogste bomen. Er zijn buurkinderen van allerlei leeftijden. Vaak is hij uren buiten, maar ik hoef mij nooit zorgen te maken. Iedereen kent hem. Dat is toch iets wat je in de stad minder snel hebt.
‘Als journalist ben ik regelmatig met het klimaat bezig. Voor mijn boek, Klimaatgetto’s, sprak ik slachtoffers van klimaatschade. Mensen in Limburg die hun huis zagen overstromen. Huiseigenaren met funderingsproblemen. Bewoners van wijken die steeds vaker blank staan. Wat me daarbij vooral opviel, was hoe ongelijk de gevolgen zijn. Fascinerend is het verhaal van Fairbourne, een kustdorpje in Wales. De overheid besloot in 2012 dat de zeedijken daar op termijn niet meer worden onderhouden. Te duur, te moeilijk. De zeespiegelstijging zal het uiteindelijk toch gaan winnen, zo luidde het oordeel. Wat gebeurde er? De lokale woningmarkt stortte vrijwel direct in: huizen verloren tot ongeveer 40 procent van hun waarde en hypotheken en verzekeringen werden moeilijk te krijgen. Veel bewoners kwamen financieel klem te zitten: verkopen lukt nauwelijks, maar blijven voelt onzeker omdat hun dorp op lange termijn kan verdwijnen in de zee. Dat is een fascinerend en ook ongemakkelijk experiment. Want wat gebeurt er als de overheid zegt: we beschermen deze plek niet meer? Huizen worden onverkoopbaar. Mensen raken hun spaargeld kwijt. En uiteindelijk blijven vaak de mensen achter die geen geld hebben om te vertrekken. In Limburg: zelfde verhaal. Na de overstromingen van 2021 wilden sommige mensen hun huis verkopen, maar dat lukte niet. Of alleen met enorme verliezen. Dus ja, ook de waarde van een huis speelt mee. Dit soort situaties laten zien dat klimaatverandering niet alleen vraagt om technische en financiële oplossingen. Het is ook een sociaal vraagstuk.
‘Er hoeft niet altijd een klimaatramp te gebeuren om een gebied minder aantrekkelijk te maken. Soms is het al genoeg dat mensen beseffen dat een plek kwetsbaar is. Maar verhuizen is natuurlijk niet voor iedereen een optie. Wij konden dat doen omdat ons werk flexibel is. Dat is een privilege. Veel mensen hebben geen keuze. Of wonen in een corporatiehuis. Of hebben geen geld om hun huis klimaatbestendig te maken. Daarom is mijn boek niet alleen bedoeld als wake-upcall om mensen bewust te maken van risico’s. Het is ook een actiegids die je laat zien hoe je anders naar je huis kunt kijken. Wat je zelf en samen kunt doen om overlast door water, hitte, droogte en natuurbranden te voorkomen.
‘Wij wonen relatief dicht bij een natuurgebied. Als daar een natuurbrand uitbreekt en de wind staat verkeerd, kan het vuur ook onze woonwijk bereiken. Wat doen we dan? Wat nemen we mee? Waar gaan we heen? Wat als mijn zoon op dat moment op school zit? Voor dat soort scenario’s bestaan vaak nog geen plannen. Terwijl natuurbranden een enorm onderschat risico in Nederland zijn. Experts waarschuwen er al jaren voor. Die zeggen: een natuurbrand met tien tot honderd doden is ‘zeer waarschijnlijk’ vóór 2028. Zelfs een gebied als de Utrechtse Heuvelrug kan volledig afbranden. Toch weten maar weinig mensen wat ze moeten doen als dat gebeurt.
‘Dit soort kwesties bespreek ik ook binnen onze woongemeenschap. We zijn net met een serie avonden gestart over hoe we samen weerbaarder worden. Vanavond gaat het bijvoorbeeld over wat doen we als de stroom een week uitvalt. We gaan in groepjes nadenken over voedsel, energie, communicatie en hulp voor kwetsbare bewoners. Het basisprincipe is simpel: we hebben allemaal een noodpakket voor de eerste 72 uur, maar wat organiseren we verder samen en hoe? Als je al een plannetje hebt liggen, wordt alles makkelijker. Dan weet je wie bij wie langsgaat. Wie een campinggasstel heeft. Wie bij de wijkregisseur langsfietst.
‘Het is mijn wens dat er in Nederland duizenden van dit soort kleine ‘klimaatschappen’ ontstaan. Lokale groepen mensen die zich voorbereiden op wat er kan komen. Net zoals vroeger de waterschappen, die ook ooit begonnen als lokale initiatieven. Misschien gebeurt dat pas als mensen pijn voelen, als er echt iets misgaat, maar eigenlijk is het nodig dat we er nu meteen mee beginnen. Niet uit angst, maar omdat we beseffen dat we kwetsbaar zijn. En dat we elkaar nodig hebben.’
Senang op de zevende verdieping
Survival-expert en prepper-coach Merno Raiger voelt zich senang op de zevende verdieping van een flat in Zutphen. ‘Ik geef de televisieshow Doomsday Preppers de schuld van mijn prepper mindset. Ik was negentien toen ik dat zag. Heel overdreven allemaal, maar het zette wel een gedachte aan. Wat als er hier iets gebeurt? Niet morgen, niet volgende week, maar ooit. Ik raakte geobsedeerd door die gedachte, zacht uitgedrukt. Ik ging alles opzoeken wat ik kon vinden. Forums, Facebookgroepen, artikelen. Vooral Engelstalige informatie, want in Nederland was het toen nog vrij klein. Smeet er veel geld tegenaan. Kocht allemaal bullshitspullen op slechte websites. Tip: scoor je survivalmes niet op Ali Express.
‘Mijn eerste vraag was eigenlijk heel praktisch: hoe bescherm ik mezelf in mijn eigen huis? En dan kom je al snel uit bij overstromingen, een reële dreiging in Nederland. Als dat misgaat, valt alles tegelijk uit: elektriciteit, gas, toiletten, winkels. Daar begon ik dus over na te denken. Hoe blijf je zo lang mogelijk veilig in je woning? ‘Maar toen liep ik tegen een probleem aan: ik was student en had geen geld om een huis helemaal aan te passen. Geen dijkjes bouwen of dat soort dingen. Dus ging ik anders redeneren: waar kun je wonen zodat je automatisch veiliger zit? Het antwoord was vrij simpel: in een flat.
Een paar jaar later ben ik daarom vanuit een rijtjeshuis in Enschede naar Zutphen verhuisd. Mijn minimum was eigenlijk de derde verdieping. Uiteindelijk kreeg ik deze woning, op de zevende. Heel blij mee. Als hier ooit een grote overstroming komt, moeten de IJssel en de Berkel eerst meters stijgen voordat het gevaarlijk wordt voor mij. Dat geeft rust. Maar niet alleen vanwege het water, ook vanwege overzicht en veiligheid. Als je hoog zit, heb je minder kans dat iemand zomaar binnenkomt. Want ja, ik verwacht plunderingen bij grote rampen. Dat is menselijk gedrag. Als winkels straks leeg raken, verandert de sfeer snel.
‘Voor mij gaat preppen eigenlijk over één simpele vraag: hoe red je jezelf als systemen tijdelijk wegvallen? Ik heb daarom altijd een aantal basisdingen in huis. Een tas met spullen, een waterfilter, kookstel, dekens, eten. Niet overdreven veel. Ik noem mezelf een minimalistische prepper. Je ziet hier geen kasten vol noodvoorraden, dat acht ik niet nodig. Dat soort dingen test ik ook. Ik heb een tijd internationaal transport gedaan en dan ging ik onderweg gewoon een weekend het bos in. Water filteren, koken zonder elektriciteit, dat soort dingen. Spullen waar je ooit op moet vertrouwen, moet je eerst zelf hebben gebruikt. Ik kan hier met mijn gezin drie tot vier maanden vooruit. Vooral met maaltijdvervangers en basisproducten. Water is geen probleem. Als de boel straks overstroomt, hoef ik alleen maar een emmertje naar beneden te laten zakken. Mijn waterfilter doet de rest.
‘Als de boel straks overstroomt, hoef ik alleen maar een emmertje naar beneden te laten zakken. Mijn waterfilter doet de rest’
‘Mijn leven is om preppen heen gebouwd. Het is niet alleen spullen verzamelen, het is een manier van denken. En ik denk er dagelijks over na. Ik lees veel over geopolitiek, conflicten en religie. Niet omdat ik oorlog verwacht, maar omdat ik wil begrijpen hoe dingen werken. Als je begrijpt hoe systemen functioneren, kun je beter inschatten wat er mis kan gaan. Maar uiteindelijk draait het voor mij niet om rampenscenario’s, het draait om mijn gezin. Ik heb een dochter van drie, dan kijk je automatisch verder vooruit. Wat kan ik nu doen zodat zij later veiliger zit? Dat zijn vaak simpele dingen, die iedereen kan doen. Nee: moet doen. Preppen is geen paranoia. Het is gewoon voorbereid zijn.’
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct