‘Nee, dat hoeft ook niet. Want tijden veranderen, en leiden tot nieuwe inzichten. Twintig jaar geleden was toerisme in Amsterdam bijvoorbeeld eigenlijk nog geen probleem.’
‘Ja, in navolging van Venetië, waar ze dat al doen. En in Limburg worden ze inmiddels gek van die massale invasie van langsfietsende lycra-outfits. Dus ik dacht: waarom dan geen belasting heffen bij de entree? Bij grote Amerikaanse parken doen ze dat ook, en Zuid-Limburg is kleiner dan Yellowstone.’
‘Nee, die niet. Ik zit zelf vaak ook na het sporten in de kantine. Maar er is natuurlijk een strijd bezig tegen alcoholmisbruik. Als je weet hoe dat op zondag gaat in een sportkantine: voor je het weet, heb je er tien op. En tegenwoordig hebben ze bij ons in de kantine van die pitchers, van die grote kannen dus. Vroeger was je met een team en bestelde iedereen een biertje. Dan had je uiteindelijk dus elf bier op. Als je jong bent, kun je dat best hebben. Op mijn leeftijd niet meer, ik hou dat niet meer vol. Maar als je jong bent wel, dan ga je daarna naar huis, Studio Sport kijken en in slaap vallen. Maar nu kopen ze dus van die pitchers. En het lijkt wel of iedereen van mijn leeftijd bang is om als zuinig te worden gezien.
Als je niet om vijf uur of half zes weg bent, overleef je het eigenlijk niet, dan moet je drie dagen herstellen. Bovendien: toen ik in Engeland woonde als correspondent, gingen mensen na de wedstrijd naar de pub. In Nederland sluiten heel veel cafés en bruine kroegen omdat er te weinig klanten komen. Vroeger gingen voetballers na de wedstrijd met z’n allen naar een café, nu worden alle consumpties verbruikt in de kantine. En dan worden er ook nog hapjes geserveerd, en soms worden er verjaardagsfeestjes gehouden. Die sportkantines zijn daarmee toch wel een valse concurrent geworden van de gewone horeca.’
‘Ja, dat verhaaltje heb ik eens nagerekend. En toen bleek dat de totale inkomsten van sportverenigingen voor 670 miljoen euro per jaar uit contributies en entreegelden komen, voor 120 miljoen uit subsidies, en voor 250 miljoen uit kantines, waarvan de helft uit de verkoop van bier en wijn. Zou je dat verbieden, zoals ik voorstel, dan zou je dat verlies kunnen compenseren met een lichte contributieverhoging. Bovendien hebben steeds meer kantines veel moeite met het bemannen van hun bar met vrijwilligers. En wat gebeurt er dan? Dan wordt er een andere uitbater in gezet, tegen een bepaalde huur, en die krijgt de inkomsten. Dus die zijn dan ook niet meer voor de mensen die zelf in de kantine zitten.’
‘Nou ja, om met dat eerste te beginnen: het leger is natuurlijk ook heel erg veranderd, het is niet meer zo dat iedereen daar moet gaan zandhappen. Veel functies vinden plaats achter een computer. En ook als je je er wél voor moet verplaatsen, dan geldt voor veel mensen na hun 65ste dat ze dan toch niks meer te doen hebben. Of je nou met de caravan naar Estland gaat, met een groep mannen gaat golfen in Spanje, of met een regiment naar de grens met Litouwen gaat.’
‘Nee, ik ben al in dienst geweest. Ik hoef dus niet, ik heb een vrijstelling. Het is alleen voor de mensen die destijds niet in dienst zijn geweest. Het voorkomt ook dat ze na hun pensioen in een zwart gat vallen. En wat betreft mijn voorstel om geweld in voetbalstadions de ruimte te geven: dat is natuurlijk wel een beetje een gek idee. Maar ik vind tegelijk ook wel wat zitten in het gezegde ‘voetbal is een herensport gespeeld door beesten, terwijl rugby een beestensport is gespeeld door heren’. Bij voetbal is er altijd de dreiging van geweld, en dat moeten we dan op allerlei manieren proberen te voorkomen.
Hele politiemachten worden ingezet om spelers of supporters van de stad naar het stadion te brengen. Zoveel gemeenschapsgeld als daar in gaat zitten. Vandaar mijn voorstel om het geweld juist te concentreren ín die stadions. Als je er werkelijk een beestensport voor beesten van maakt, wordt het misschien wat rustiger in de stad tijdens wedstrijden. En historisch klopt het ook wel. De Johan Cruijff Arena heet niet voor niets arena. Zo zijn die plekken ooit begonnen. Als gevechten op leven en dood in Romeinse arena’s.’
‘Terwijl ons huidige systeem zo heilloos is geworden. Zie nu ook die box 3-discussie, en de onmogelijkheid om daar nog een oplossing voor te vinden. Of zie alle problemen bij de Belastingdienst, al jaren, om hun eigen systeem uit te voeren. Een vermogensbelasting zou heel effectief zijn. 20 procent vermogensbelasting: dan kunnen alle andere belastingen weg. Dan hebben we geen btw meer, geen inkomensbelasting. Alleen nog maar vermogensbelasting. Het probleem zit dan natuurlijk bij mensen die het land verlaten, dus daar zul je internationale afspraken over moeten maken. Maar het is precies wat Thomas Piketty enkele jaren geleden schreef: de gemakkelijkste manier om geld te maken, is met geld. Niet met arbeid. Daardoor is de ongelijkheid in de wereld steeds groter geworden.
De uitzondering was de periode na de oorlog, tussen 1945 en 1975. Toen waren er wel hoge vermogensbelastingen, en ook erfbelastingen. In Groot-Brittannië zijn toen bijvoorbeeld alle aristocraten hun landgoederen kwijtgeraakt. Die gingen toen naar de National Trust. Maar Engeland had na de oorlog dat geld nodig om de economie weer op poten te zetten. In Amerika, een heel rechts land, gebeurde om dezelfde reden iets soortgelijks. We denken altijd dat de belastingen daar altijd laag zijn geweest, maar onder Truman en Eisenhower kende het land een inkomstenbelasting tot bijna 90 procent. Pas in de jaren zestig is dat langzamerhand afgebouwd.’
‘Het hele streven naar gelijkheid is verdwenen uit Nederland. Als ik over erfbelasting schrijf, krijg ik een enorme lading mails van mensen, met altijd dezelfde argumenten: ik heb al een keer belasting betaald over dat geld, mijn kinderen hebben er recht op, niet de buitenstaanders. Het komt ook voort uit het feit dat weinig mensen nog geloven dat succes voorkomt uit geluk. Ze vinden allemaal dat het voortkomt uit hun eigen genialiteit.’
‘Ik ga in de supermarkt altijd naar de gewone kassa. Dat doe ik op de eerste plaats om de meneer of mevrouw die daar zit aan het werk te houden. Maar ik vind het ook belangrijk voor de gemeenschapszin dat voorzieningen in stand blijven waar bijvoorbeeld oudere mensen behoefte aan hebben. Dat geldt voor een mens achter een kassa, waar ze een praatje mee kunnen maken en die ze ook helpt als ze iets niet begrijpen, in plaats van een onbemande zelfscankassa waar ze in paniek raken als iets misgaat met het scannen, wat ik weleens heb zien gebeuren. Maar het geldt ook voor bijvoorbeeld de postbode.
Dat moet een nutsvoorziening zijn: er moet iedereen dag een postbode langskomen, met misschien een uitzondering van een maandag als er echt te weinig post is. Maar postbodes houden ook een oogje in het zeil, ze zien het als er een stapel post ligt bij iemand die misschien al weken dood in huis ligt, en kunnen de politie bellen als ze merken dat er geen brief meer door de bus past. Ik ga niet zeggen dat vroeger alles beter was, dat vind ik ook echt onzin, maar een gemeenschap vind ik wel echt belangrijk, en je ziet dat vervagen. Door het wegvallen van voorzieningen, maar ook door schaalvergroting. Op allerlei plekken, tot aan sportverenigingen die fuseren en dan steeds onpersoonlijker worden door die grotere schaal.’
‘Soms moet je gewoon accepteren dat ergens geld bij moet. Neem in het openbaar vervoer de bussen. Dat moet je gewoon door de staat laten doen. Dat geldt ook voor de energiebedrijven – ik ben nooit voor die privatisering geweest. En het geldt ook voor de ziektekostenverzekering. Op de economische voordelen van bijvoorbeeld een keuze uit vele energiebedrijven valt ook nogal wat af te dingen. Nu die bedrijven met elkaar moeten concurreren, maken ze ontzettend veel kosten aan marketing. Dat is hun grootste kostenpost. Al die mensen die de hele dag mensen moeten bellen met de vraag of ze willen overstappen, en om ze te vertellen dat ze een nieuwe aanbieding voor ze hebben. En al die kosten worden ook weer doorgerekend. Bovendien: die mensen die met een telefoonlijst voor zich zoveel mogelijk mensen moeten lastigvallen per uur, houden allemaal mensen van hun werk die opnemen.’
‘Het mag nooit absolute flauwekul zijn wat ik schrijf. Je kan erom lachen, je kan het bekritiseren, maar de argumentatie moet deugen’
‘Argumenten. Het roeptoetergedrag bij Nederlandse talkshows heeft dat verdrongen. Bij Buitenhof mag een gast nog een zin afmaken, maar bij andere talkshows roept al iemand anders aan tafel ‘wat een onzin!’ voor er een halve zin is uitgesproken. De roeptoetertalkshows van bijvoorbeeld Johan Derksen zijn niet bedoeld om de weldenkende mens wijzer te maken, die zijn bedoeld om iets te roepen en dan maar te kijken of het voldoende provocerend was.
Ik probeer alles wat ik schrijf te overdenken en te beargumenteren. Dan hoef je het er nog steeds niet mee eens te zijn, maar ik heb er wel over nagedacht en daar kwam dit standpunt uit. Het komt ook geregeld voor dat ik mijn gedachten op een rij zet en dan mijn eigen aanvankelijke conclusie en ook column moet weggooien, omdat ik mezélf niet heb overtuigd. Het mag nooit absolute flauwekul zijn wat ik schrijf. Je kan er om lachen, je kan het bekritiseren, maar de argumentatie moet deugen.’
‘Omdat het een miniversie van het kapitalisme is. Een select aantal mensen profiteert ervan, en alle anderen zijn er voor, in de hoop dat ze zelf ook tot dat selecte groepje gaan behoren. Maar de mensen die er wél van profiteren, worden er vaak minder gelukkig van. En wie er helemaal niet aan wil meedoen, krijgt te maken met groepsdruk. Als je niet meedoet, ben je soort outcast van je straat, en dan ben je er niet alleen zelf schuldig aan, maar word je ook bijna uitgelachen als de hele straat wint en jij niet.
Ik haal in mijn boek een voorbeeld uit Heemskerk aan, waar mensen tussen de 2,2 en 5,2 miljoen euro wonnen. Sommigen hadden geen idee wat ze met dat geld aan moesten. Ze waren al oud en hadden geen kinderen. Bij een weduwnaar van 86 stond de volgende dag de voetbalvereniging aan de deur omdat ze een nieuwe kantine nodig hadden, en de dag erna een bank die zijn geld wilde beheren. Binnen drie dagen was er een grote explosie in het winnaarsgebied, kennelijk uit frustratie bij anderen. Dat was natuurlijk een uitwas, dat begrijp ik, maar wat ik niet begrijp is waarom die prijzen zulke enorme bedragen moeten zijn, die in de loop der jaren ook alleen nog maar veel hoger zijn geworden. De eurojackpot is 120 miljoen euro! Wat moet je daarmee? En hoe groter de hoofdprijs, hoe kleiner de kans dat je wint, maar het lijkt wel of het daarmee alleen maar aantrekkelijker wordt.
Mensen willen die onbeperkte rijkdom, dat is het ideaal. Terwijl uit allerlei onderzoeken door psychologen blijkt dat een vermogen boven de 300.000 euro niets meer toevoegt aan het geluksgevoel van mensen. Bovendien heb je opeens nieuwe zorgen. Drie auto’s betekent drie keer onderhoud, dat dure schilderij kun je niet ophangen vanwege de kans op inbraak. Maar toch hebben veel mensen bewondering voor de enkeling met zoveel vermogen, omdat ze het associëren met talent. Dat is soms voor een deel waar, maar geluk is volgens mij dus ook een factor, net als nepotisme: als je vader een goede voetballer of acteur of politicus is, krijg je al veel van huis mee. En naar de zoon van Van der Vaart wordt al in beginsel positiever gekeken dan naar de evenzo getalenteerde Pieter Jansen.’
‘In de jaren negentig ging iedereen in opties beleggen. Toen dat geld opleverde, begonnen ze massaal een beleggingsclub. Vervolgens werd in kranten massaal geadverteerd dat babyboomers hun geld moesten steken in winstverdriedubbelaars en beleggingssprinters, dat zou 30 procent rendement per jaar opleveren. En de fiscus betaalde mee. In 2001, toen de beurs in elkaar klapte, bleek dat die mensen eigenlijk veel beter een huis hadden kunnen kopen van dat geld. Toen voelde iedereen zich bedrogen met woekerpolissen, en begonnen we te klagen. Ik denk dat inhaligheid de mens eigen is, maar wat de Nederlander meer doet dan andere volken, is klagen. Amerikanen en Engelsen accepteren makkelijker dat het misgaat, ze kunnen er uiteindelijk om lachen en ontwikkelen er humor omheen, maar Nederlanders blijven klagen. Al die programma’s met klagende consumenten: die zie je op de Engelse tv bijna niet. Daar is het gewoon je eigen schuld.’
‘Amerikanen en Engelsen accepteren makkelijker dat het misgaat, ze kunnen er uiteindelijk om lachen, maar Nederlanders blijven klagen’
‘Blair was de golden boy, de man van de derde weg. Het waren fantastische jaren voor Engeland. Thatcher had van een helemaal vastgeroeste economie een liberale economie gemaakt. Al die onrendabele bedrijven, die oude industrie van kolenmijnen: daar had zij een einde aan gemaakt. Ze heeft van Engeland een diensteneconomie gemaakt. Het land heeft twee enorme voordelen: de taal en de geschiedenis. Iedereen wil ernaar toe. Tony Blair maakte zichzelf erg belangrijk in de internationale pikorde, en nam veel initiatieven. De beurzen gingen heel goed in de jaren negentig, dus er kwam ontzettend veel geld beschikbaar.
Iedereen wilde naar The City, het financiële district van Londen, om het grote geld te verdienen, en dat geld werd ook uitgegeven. De televisiekoks kwamen op – Gordon Ramsay, Jamie Oliver, Nigella Lawson. Britpop was groot, iedere week werd een nieuw museum geopend. Betaalde de overheid het niet, dan wel een particulier. Het kon niet op. Oude industriële panden en havens werden gesloopt en maakten plaats voor nieuwe woonwijken met penthouses.
En natuurlijk was er ook heel veel decadentie, en zijn de verschillen tussen arm en rijk in die periode enorm toegenomen. In arme wijken kwam de pyjamageneratie op. Zo werden de mensen genoemd die werkloos of arbeidsongeschikt waren, en nooit uit hun pyjama kwamen. Zelfs in de supermarkt hielden ze die aan. Blair heeft echt overschat hoe hij de wereld naar zijn hand kon zetten. Hoe hij dictators kon wegwerken, en overal democratieën kon vestigen. De term ‘derde weg’ is een stille dood gestorven, die hoor je nooit meer. Er is een generatie anti-establishmentpolitici opgekomen. En in de diensteneconomie van Engeland werken nauwelijks nog Engelsen.
De twee belangrijkste Britse politici van de 20ste eeuw waren Thatcher en Churchill. Blair hoort daar niet bij. Maar hij heeft wel drie verkiezingen gewonnen, was een fenomeen en had de leiding toen het land zeker in cultureel opzicht sterk opkwam.’
‘De kneuterigheid. Hier had iedereen het toen over Rood van Marco Borsato. Ik had net in een land gewoond waar iedere ster ook meteen een wereldster was. Alles wat in Engeland groot is, is groot in de wereld. Zelfs hun koningshuis.’
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct