Mens & Maatschappij

Journalist Bert Lanting over Tsjernobyl: 'Het enige wat ik voelde, was chaos'

Tien jaar na de kernramp ontdekte journalist Bert Lanting in Tsjernobyl een wereld van ontkenning, plunderingen en onthutsende nuchterheid.

Freerk Weening Leestijd 2 minuten
Tsjernobyl
Tsjernobyl (inzet: Bert Lanting)

Dit artikel is gebaseerd op een artikel 'Veertig jaar na de grootste kernramp ooit: Tsjernobyl als Disneyland,' uit Nieuwe Revu 17. Vanaf woensdag 22 april verkrijgbaar in de schappen of hier online te bestellen.

Tien jaar na de kernramp die de wereld op zijn grondvesten deed schudden, betrad journalist Bert Lanting de verboden zone van Tsjernobyl. Wat de correspondent voor de Volkskrant aantrof, was geen hermetisch afgesloten rampgebied, maar een chaotische microkosmos die de fundamentele zwaktes van de Sovjet-Unie pijnlijk blootlegde. De onzichtbare dreiging van straling, gecombineerd met de tastbare chaos, maakte de ervaring diep verontrustend.

Het officiële verbod op toegang bleek in de praktijk een farce. Lanting beschrijft hoe de strenge stralingscontroles van de eerste dag al snel verwaterden tot een onverschillig gebaar. Ondertussen draaiden twee van de vier reactoren nog op volle toeren, alsof de grootste kernramp uit de geschiedenis slechts een 'klein technisch ongemak' was. Deze sfeer van ontkenning en geheimhouding, een erfenis van het Sovjet-systeem, was overal voelbaar.

De afwezigheid van autoriteit creëerde een vacuüm dat direct werd opgevuld door wetteloosheid. Lanting was getuige van de plunderingen van 'nucleaire kerkhoven', waar besmette voertuigen die bij de ramp waren ingezet, open en bloot werden gestript voor waardevolle onderdelen. Zelfs de verlaten stad Pripjat, werd systematisch leeggeroofd, een symbool van een haastige evacuatie.

De onvergetelijke doodskisten in de stal

Misschien wel de meest indringende ontmoetingen had Bert Lanting met de samosely, de bewoners die vrijwillig waren teruggekeerd naar hun dorpen in de besmette zone. Hij herinnert zich een bejaard echtpaar dat hem, op slechts enkele kilometers van de ontplofte reactor, hartelijk ontving met voedsel uit hun eigen tuin. Hun nuchterheid was even ontwapenend als confronterend.

Ze lachten om de angst van buitenstaanders en accepteerden hun lot met een stalen kalmte: 'Voor ons maakt het allemaal niet meer uit, wij zijn al dichtbij de dood.' Het meest beklijvende beeld was de ontdekking van twee zelfgetimmerde doodskisten, die al klaarstonden in hun stal. Een stille, maar krachtige getuigenis van een leven dat zich had verzoend met de onzichtbare vijand.

Nieuwe Revu 17 NL Beeld / Abaca Press, ANP