Politiek

Ingrid Coenradie (JA21) over rookverbod: 'Uitkijken dat je niet gaat betuttelen'

In de uitzending van WNL werd aan JA21-Kamerlid Ingrid Coenradie gevraagd of het een goeie zaak is als de minimumleeftijd voor tabak naar 21 zou gaan. Coenradie stemde in, maar is kritisch op een breder verbod naar Brits voorbeeld.

Freerk Weening Leestijd 1 minuut
JA21
Ingrid Coenradie in de Tweede Kamer
Ingrid Coenradie in de Tweede Kamer

Het voorstel in het coalitieakkoord om de leeftijdsgrens voor tabak te verhogen naar 21 jaar heeft een fundamentele discussie blootgelegd. Op het eerste gezicht is het een maatregel voor de volksgezondheid, maar de kern van het debat raakt aan een veel dieper, ideologisch vraagstuk: waar eindigt de zorgplicht van de overheid en waar begint de persoonlijke verantwoordelijkheid van de burger? Deze vraag transformeert het beleidsvoornemen van een praktische ingreep naar een principiële strijd over de reikwijdte van de staat.

Vanuit de politiek klinkt de waarschuwing dat we moeten waken voor overmatige betutteling. Zoals JA21-Kamerlid Ingrid Coenradie aangeeft, is er een grens aan wat de overheid kan opleggen. De redenering roept een klassiek 'hellend vlak'-argument op: 'Als we dit zeggen over tabak, wat is dan de volgende stap?' Door Coenradie wordt de vraag gesteld of dit een precedent schept voor regulering op het gebied van alcohol, suikerconsumptie of zelfs de hoeveelheid vlees die men koopt. Critici vrezen een toekomst waarin de overheid steeds meer domeinen van het privéleven betreedt onder het mom van volksgezondheid.

Het Verenigd Koninkrijk biedt een vooruitblik op een nog radicalere aanpak. De recent aangenomen wet die tabaksverkoop permanent onmogelijk maakt voor iedereen geboren na 2008, is een rigoureuze maatregel. Hoewel bedoeld om een 'rookvrije generatie' te forceren, wordt dit gezien als een extreem voorbeeld van staatsingrijpen. Bovendien worden er serieuze vraagtekens gezet bij de handhaafbaarheid. Een dergelijk verbod kan onbedoeld leiden tot de opkomst van een omvangrijke illegale markt, waardoor het toezicht en de controle op de verkoop juist afnemen.

Effectiviteit versus autonomie

De centrale afweging is die tussen de beoogde effectiviteit van de maatregel en de aantasting van de individuele autonomie. Een hogere leeftijdsgrens kan de instroom van jonge rokers potentieel vertragen, maar het ondermijnt tegelijkertijd het principe van 'eigen verantwoordelijkheid' en 'zelfredzaamheid'.

Door burgers van 18 tot 21 jaar tabak te verbieden, creëert de overheid een paradox: men is volwassen genoeg voor het stemrecht en het strafrecht, maar niet voor de keuze om al dan niet een sigaret op te steken.