‘Amai, iedere dag zijn we dichterbij de volgende pandemie. Dus: waarschijnlijk wel, maar we kunnen er geen datum aan vastknopen. Dát er een nieuwe pandemie komt, is zeker. En ik kan je nog één ding garanderen: zodra het gebeurt, wordt het opnieuw een totale ontwrichting. Ik merk dat mensen nu massaal de neiging hebben om te denken: we hebben nu geoefend met covid, dus de volgende keer managen we dat wel even. Misplaatst optimisme. Dat gaat echt niet gebeuren.’
‘Tot op zekere hoogte, maar je loopt altijd achter de feiten aan. Dat is nu eenmaal de dynamiek van een epidemie. Je kunt het elke keer professioneler doen, zeker. Je kunt sneller schakelen, je kunt sneller opschalen. Maar een pandemie wegmanagen alsof het een pr-crisis is, dat bestaat niet.’
‘Altijd marginaal. Je leert bij. Je leert hoe belangrijk surveillance is – en vooral dat je die surveillance vaak niet goed genoeg op orde hebt. Je leert ook wat zo’n crisis doet met kwetsbare groepen en met ouderenzorg. Kijk, mensen eenzaam laten sterven... Ik hoop echt dat we dat nooit meer op die manier zullen doen. Dat móét anders.’
‘Ja. Omdat je in het begin bijna altijd hetzelfde probleem hebt: je hebt een besmettelijk virus dat van mens op mens gaat. En je hebt nog geen antivirale middelen, nog geen vaccins. Dan blijft de enige manier om de transmissie te remmen: zorgen dat mensen elkaar minder zien. Die zin zullen mensen inmiddels wel kennen.’
‘Noem het hoe je wilt. Ik vond het in Nederland nog wel geestig dat jullie dat op een gegeven moment ‘een slimme lockdown’ gingen noemen. Maar in de kern is het steeds hetzelfde: minder contactmomenten. En dat is per definitie niet plezant.’
‘Zodra de ziekte terug is en mensen zien weer overal sterfte en ellende, dan staat iedereen weer keurig in de rij’
‘Je kunt het leven draaglijker maken. Door internet, door thuis te kunnen werken, thuis les te geven. Door beter te organiseren. Maar het basismechanisme zal niet veranderen. Minder interactie betekent: minder virus. Je moet altijd kritisch analyseren, maar je moet ook realistisch zijn: veel dingen die we toen deden, zouden we opnieuw doen. Op ongeveer dezelfde manier. Niet omdat het leuk is, maar omdat je anders nog grotere schade krijgt.’
‘Onzin. Niemand kan wennen aan zo’n manier van leven. Net zoals we op dit moment ook niet continu bang moeten zijn voor de volgende uitbraak. Het idee dat we nu in een soort permanente pandemische werkelijkheid leven, zoals die ‘nieuwe realiteit’ er momenteel dan zou uitzien, is achterhaald. Ik meen dat er momenteel genoeg in de wereld speelt om je niet al te druk te maken over de volgende virusuitbraak. Op dit moment moeten vooral virologen zich daar druk over maken, de rest van de wereld vooral niet.’ Na een korte stilte: ‘Tegelijkertijd zijn er wél dingen die je preventief in de samenleving kunt inbouwen, zonder dat je dagelijks in paniek rondloopt. Ventilatie is daar een goed voorbeeld van. Architecturaal kun je veel doen, op de achtergrond. Maar je hoeft nu ook weer niet te verwachten dat iedereen bij binnenkomst in een kamer meteen denkt: hoe is het hier geventileerd? Dat doet niemand. Je hoopt dat er verantwoordelijken zijn die dat regelen.’
‘Vogelgriep. Met name H5N1. Na covid, een beetje onder de radar, zie je dat dat virus zich steeds meer aanpast aan zoogdieren. Vroeger was dat vooral bij vogels en heel soms een zoogdier. Nu zie je echte uitbraken bij zoogdieren en steeds vaker. Dat gaat met verbluffende snelheid. En virologen maken zich daar zorgen over. Zoals het hoort.’
‘Ja, dat gebeurt. We zien menselijke infecties. En we zien het bij zoogdieren. Het feit dat het virus ook bij runderen is opgedoken, heeft mensen wakker geschud. Het is een signaal: let op. Er wordt op gemonitord, maar het is wisselend. Ik vind het bemoedigend dat in Nederland signalen snel worden opgepikt en onderzocht. Maar je ziet ook dat politieke keuzes surveillance en respons kunnen verzwakken.’
‘Ja, daar liep de boel in 2024 natuurlijk helemaal in de soep. Die uitbraak van vogelgriep bij melkvee, dat hadden we nog niet eerder op die schaal gezien. Normaal gesproken heb je dan een heel systeem dat in werking treedt: mensen die testen, data verzamelen, kijken waar het virus zit en hoe het zich verspreidt. Maar dan komt Trump, en zie zegt: “Ik ga de capaciteit afbouwen, mensen ontslaan en diensten uitkleden.” Ja, dan verlies je natuurlijk overzicht. En dat is het laatste wat je wil bij een virus. Dan ga je van: we weten ongeveer wat er gebeurt naar: we hebben eigenlijk geen idee meer. En dat is gevaarlijk, want hoe minder zicht je hebt, hoe later je kan ingrijpen.’
‘Kijk, als je een minister van Volksgezondheid hebt die antivaccinatiegedachten legitimeert, dan gaat dat doorwerken in de samenleving. Het effect zie je snel bij ziektes waar je een hoge vaccinatiegraad nodig hebt. Mazelen is daar het schoolvoorbeeld van. In de VS staat die eliminatiestatus onder zware druk. Als de vaccinatiegraad zakt, dan krijg je uitbraken. Dat is geen mening, dat is epidemiologie. En dan zie je hetzelfde patroon als altijd: eerst ‘vrijheid’, daarna ‘intensive care’.’
‘Daar ga ik niet van uit, nee. In ‘vredestijd’, als er geen epidemie is, kan de bereidheid soms lager lijken. Sociale media maken het makkelijker voor hardnekkige antivaxgroepen om te radicaliseren. Maar ik ben van één ding zeker: zodra de ziekte terug is en mensen zien weer overal sterfte en ellende, dan staat iedereen weer keurig in de rij. Sterker nog: degenen die nu het hardst ‘nee’ roepen, zullen straks woest zijn dat ze niet als eerste aan de beurt zijn.’
‘Spijtig genoeg wel, ja. We hebben geen pokken meer, dus mensen voelen ook niet meer: goddank dat dat uitgeroeid is. Je ziet geen ijzeren longen meer, dus polio verdwijnt uit het hoofd. En dan gaan jonge ouders zich afvragen: waarom moet ik mijn kind eigenlijk vaccineren tegen iets wat ik nooit heb gezien? Dat is een luxeprobleem. Vaccinatie werkt zó goed dat mensen vergeten waarom het bestaat.’
‘Ik begrijp dat mensen bang kunnen zijn, zeker als ze online vooral angstverhalen horen. Medisch gezien vind ik die angst meestal niet terecht, en ik zie hoe groot de voordelen van vaccinatie zijn. Die angst is meestal aangeleerd. En die verdwijnt als sneeuw voor de zon zodra er een dodelijke infectie rondgaat. Antivaxers verspreiden doelbewust gezondheidsgevaarlijke onzin. Dat vind ik maatschappelijk zeer schadelijk en het zou niet normaal mogen zijn dat platforms dat ongefilterd versterken. Doelbewust gezondheidsgevaarlijke onzin verspreiden en dat dan verkopen als ‘ik stel alleen maar vragen’... Dat is niet onschuldig. Daar wordt te weinig tegen opgetreden. Mede omdat talkshows en media soms denken: we zetten twee meningen tegenover elkaar. Maar wetenschappelijke waarheid ligt bijna nooit netjes in het midden. Ik ben allergisch aan dat taalgebruik: “Nou, ik ben het niet helemaal eens met je.” Nee: ik ben het totaal niet eens met je.’
‘Kijk, een deel van die wereld is één grote shitshow. Van allerlei theorieën die elkaar tegenspreken. Voor hun aanhang maakte dat kennelijk geen drol uit. Zij geloven alles, zolang het maar in het frame past van ‘de elite liegt’ en ‘wij zijn wakker’. En ondertussen zie je: er wordt aan donaties gehengeld, er gaan geldstromen rond, er komen rechtszaken. Dat zegt ook iets.’
‘Dat begon eigenlijk al in 2009, toen ik door de overheid een rol kreeg rond pandemiemanagement voor bij de Mexicaanse griep. Vanaf dat moment ben je publiekelijk eigendom. En dan moet je één ding begrijpen: er is geen scenario waarin dat elegant eindigt. Ofwel zijn er heel veel doden en dan zal men zeggen: je hebt het allemaal schromelijk onderschat. Ofwel zijn er minder doden en dan zal men zeggen: je hebt overdreven met je aanpak. Er bestaat geen sweet spot waarbij iedereen achteraf zegt: ja, dat was perfect. Dat is helaas onmogelijk. Daarom is transparantie over onzekerheden en evaluatie achteraf zo belangrijk, zodat we bij een volgende crisis beter zijn voorbereid.’
‘Absoluut. In het begin is er honger naar nieuws, dan vinden mensen de experts nog fantastisch. Dan zouden ze standbeelden oprichten. Dat maakt op mij nul indruk, omdat ik weet: het gaat kantelen. Op het moment dat ze je bewieroken, worden de messen al geslepen.’
‘Dat ging in fases. In het begin van covid lukte het men nog een positieve sfeer te creëren, zo van: we moeten hier samen doorheen. Mensen deden boodschappen voor elkaar, er was solidariteit. En toen zag je ineens hoe gedeelten van het politieke spectrum als bedreigend werden ervaren. Solidariteit is voor sommige partijen en bewegingen... Ja, dat past niet in hun wereldbeeld. Toen kwam de persoonlijke aanval. Ik was niet langer een expert, maar ook een mikpunt. En natuurlijk lang niet de enige.
Bij jullie kreeg Marion Koopmans het voor haar kiezen in Duitsland Christian Drosten, overal gebeurde het. Omdat sommige mensen zo’n complexe situatie niet aankunnen. Ze willen het simpel maken: “Het is de schuld van die ene.” Dat geeft rust. Dan lijkt het alsof je weer grip op je leven hebt.’ Van Ranst laat weer een korte stilte vallen, en vervolgt: ‘Vroeger had je één zatlap aan de toog die je kon negeren. Nu heb je sociale media. Ze vinden altijd publiek. En dan wordt het een soort religie: mensen radicaliseren erin. Ze zijn er jaren later nog elke dag mee bezig.’
‘Zeker. De eerste keer dat iemand je met de kogel of de dood bedreigt, dat komt aan, hoor. Dan denk je: waar komt dit nou weer vandaan? Zóveel haat, dat je iemand actief dood wenst. Die eerste heb ik bij de politie neergelegd. En dat was iemand die in zijn leven geraakt werd, horeca, zaak gesloten. Ik begreep zijn woede, daar niet van. Maar dat hij mij verantwoordelijk maakt voor politieke beslissingen, terwijl ik die macht niet heb, en dat het dan richting ‘ik wil je vermoorden’ gaat, dat is bizar.’
‘Soort van, ja. Die hele periode is voor mij een waas. Het ging allemaal zo snel. Ik had ook eigenlijk helemaal geen tijd voor die dreigementen. Ik móést doorwerken. Bij mij zat vooral mijn familie ermee. Mijn vader – ik noem hem soms de CIA, de FBI en de Mossad in één – die zat alles op te zoeken. Bij hem kwam het allemaal harder binnen dan bij mezelf.’
‘Ja, dáár kon ik heel slecht tegen. Als er roddelbladen of extremistische sites dingen verzinnen waardoor mijn ouders in paniek raken... Dáár word ik kwaad van. Je kunt veel dragen voor jezelf, maar niet wanneer je familie in de stress schiet door bagger.’
‘Om te laten zien dat het echt bestaat. Dat het niet gaat om één boze tweet, maar om een wereld waarin mensen zichzelf verliezen. In dat boek staan fragmenten, niet omdat ik wil dat iedereen die pagina’s leest – liever niet zelfs – maar om inzicht te geven: dit is wat politici en publieke figuren soms dagelijks over zich heen krijgen. Dat boek was trouwens niet eens mijn eigen idee, maar van de uitgever. Ik heb het dan ook vaak uitgesteld, omdat ik er eigenlijk geen zin in had. Totdat ik besefte: nu begin ik dingen te vergeten. Dus: ofwel doe ik het nu, ofwel doe ik het nooit meer.’
‘Nee. Thuis is thuis. Je kunt niet permanent in crisis leven.’
‘Ja, door die ex-militair. Dan moet je familie onderduiken. Dat vind ik vervelend. Niet voor mezelf, wel voor hen.’
In mei 2021 verdwijnt de Belgische militair Jürgen Conings na het stelen van zware wapens uit een legerkazerne. Hij laat een afscheidsbrief achter waarin hij expliciet dreigt met geweld tegen virologen en politici; Marc Van Ranst staat bovenaan zijn lijst. Conings, die bekendstond als geradicaliseerd en gewapend, wordt even later gesignaleerd in de buurt van Van Ransts woning – met onder meer FN SCAR-aanvalsgeweren, een pistool, duizenden patronen munitie, rookgranaten en zelfs meerdere raketwerpers – waarna de dreiging acuut wordt. Van Ranst en diens gezin zijn die dag niet thuis en worden halsoverkop ondergebracht in een safehouse. Daar staan zij wekenlang onder zware beveiliging. Ondertussen groeit Conings online uit tot een soort cultfiguur: duizenden sympathisanten spreken openlijk hun steun uit. Pas na een wekenlange, grootschalige klopjacht, waarbij duizenden agenten en militairen worden ingezet, wordt het lichaam van Conings teruggevonden in een natuurgebied, waar hij zichzelf met een vuurwapen heeft doodgeschoten.
‘Nee.’
‘Je moet het niet dramatiseren, anders blijf je erin hangen. Mensen zitten langer op boorplatforms of in gevangenissen dan dat wij in een safehouse zaten. Tegelijk is het natuurlijk ingrijpend als je gezin onderduikt en je wekenlang onder bescherming leeft. Je leert ermee omgaan.’
‘Het is een beschermingsmechanisme. Als je blijft hangen in ‘wat als’, dan word je gek. De wat-als-scenario’s zijn niet gebeurd. Punt. Volgend probleem.’
‘Tuurlijk. Altijd onder mijn eigen naam.’
‘Niet omdat ik gefascineerd was door die ene man met wapens. Dat kan ik nog wel psychologisch plaatsen. Wat ik niet begreep, en nog steeds: dat er groepen waren met tienduizenden volgers die deze gek een soort Robin Hood vonden. En zijn doel – een viroloog vermoorden – bijna lovenswaardig vonden. Dát probeerde ik te begrijpen.’
‘Dat is het verwarrende. Je ziet een omaatje met drie katten. En dan lees je wat eruit komt. Anonimiteit of semi-anonimiteit haalt het vernis eraf. Als we een groot deel van de bagger van sociale media willen wegnemen, moeten we van die anonieme accounts af.’
‘Vroeger zou ik gezegd hebben: 99,9 procent van de mensen deugt. Na deze ervaring zeg ik: 99 procent deugt. En 1 procent zijn klootzakken. Dat is voor mij een drastische verandering. Je hebt mensen die echt leven van woede en haat. Dat is hard om te zeggen, en het maakt mij verdrietig, maar het is wel wat ik heb gezien.’
‘Ja. Kijk naar taalgebruik. Kijk naar hoe er over tegenstanders wordt gesproken. Dat sijpelt door. Als het normaal wordt om mensen te demoniseren, dan wordt het voor een deel van de bevolking ook normaal om zich zo te gedragen. Maar we doen er allemaal aan mee, door permanent cynisch te zijn over politiek. Wanneer zeggen we nog eens iets aardigs over een politicus die z’n werk goed doet? Die continue negatieve houding jaagt bekwame mensen de politiek uit. Dan hou je op den duur de clowns over. En dan krijg je nóg meer verruwing. Dat is een vicieuze cirkel.’
‘Die continue negatieve houding jaagt bekwame mensen de politiek uit. Dan hou je op den duur de clowns over. En dan krijg je nóg meer verruwing’
‘Nee. Daar was geen tijd voor. Corona voelde gevoelsmatig als zes maanden, maar het duurde tweeënhalf jaar. Geen weekends, geen vakanties. Eén aanhoudende inspanning. Dat was trouwens zo voor veel experts.’
‘Ja, en dat is het boek waar ik echt plezier aan heb. Veel meer dan aan mijn coronaboek. Ik kan ook in dit boek niet om de olifant in de kamer heen, maar het is niet het hoofdstuk waar ik het meest naar uitkijk. Over covid is al zóveel geschreven, ik wil juist laten zien hoe kleinere epidemieën soms grote historische bochten veroorzaken. Die geschiedenis van virussen en bacteriën interesseert mij mateloos. Verhalen over infectieziekten gaan tegelijkertijd over microben én over mensen, over hoe een minuscuul virus of bacterie hele levens, rijken en oorlogen doen kantelen. Ik vind het onweerstaanbaar om die onzichtbare hand in het grote verhaal van de mens in verhalen zichtbaar te maken. Dit boek wordt dan ook 80 procent een geschiedenisboek, 20 procent infectieziekten. Dat is de verhouding waar ik gelukkig van word.’
‘Ik ben nu zestig, dan wordt het niet makkelijker om hele hoge dingen te beklimmen. Maar wandelen in de Alpen vind ik nog steeds geweldig, ja. Het leven wordt daar heel eenvoudig: je moet naar boven, en vooral weer heelhuids naar beneden. Niet vallen. Meer is het niet.’
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct