Maurits Chabot.
Maurits Chabot.
Interview

Schrijver Maurits Chabot over Oekraïne: 'Die ervaring aan het front had ik nooit willen missen'

‘De wereld is niet je kamer,’ leerde Maurits Chabot (33) al van zijn vader Bart en dus reisde hij naar Rwanda, Amerika en Oekraïne. Hij schreef het boek Dan zien we dezelfde sterren over dat laatste, door oorlog geteisterde land, waar hij samen met collega-schrijvers Jaap Scholten en Tommy Wieringa levensreddende middelen naartoe brengt. Hij vond er gruwelen, maar ook vriendschap en zag zijn leven voorgoed veranderen. 

Marion Florusse Leestijd 13 minuten
Oorlog Oekraïne
Je bent al zes keer naar Oekraïne gegaan, waarvan vijf keer met een konvooi van Protect Ukraine om legereenheden te voorzien van levensreddende middelen. Waarom doe je dat?

 ‘De eerste keer vertrok ik in mijn eentje naar Kyiv in de hoop de gebroeders Klytsjko te ontmoeten en een boek over ze te schrijven. Vitali en Volodymyr waren ooit beroemde boksers, sinds 2014 is Vitali burgemeester van Kyiv. Het leken me twee symbolen voor het verzet van een land. Maar ik kreeg ze niet te pakken. Wel ontmoette ik andere mensen die me fascineerden.

Geleidelijk realiseerde ik me dat de echte verzetsstrijders misschien niet de politieke iconen zijn, maar de timmerman en de taxichauffeur die vrijwillig naar het front gingen en de oude vrouwen die ’s nachts in museumzalen camouflagenetten weven. Er is in Oekraïne een leger aan vrijwilligers ontstaan. Mensen die vechten, eten koken, gewonden naar huis brengen, thuis aan de keukentafel drones in elkaar zetten. Toen Protect Ukraine me vroeg of ik mee wilde op konvooi, heb ik meteen ja gezegd.’

Je hebt over je ervaringen in Oekraïne het boek Dan zien we dezelfde sterren geschreven, waarin je de oorlog heel indringend in beeld brengt. Wat trof je het meest?

‘De veerkracht en opofferingsgezindheid van de mensen, de manier waarop ze zich hebben aangepast aan de situatie, hoe ze omgaan met hun verliezen en hun verdriet. Ze vechten voor iets groters dat ons allemaal aangaat. Uiteindelijk draait die oorlog om de vraag in wat voor wereld we willen leven. In een wereld waarin de soevereiniteit van een land wordt gerespecteerd of in een wereld waar het draait om het recht van de sterkste? De oorlog is ook dichterbij dan we vaak denken. Vandaar de titel van mijn boek. Toen ik in een bos bij Soemy, het uiterste noordoosten van Oekraïne, met een militair bij het kampvuur stond, drukte hij me op het hart: als jullie daar in Nederland en wij hier vanuit Oekraïne ’s nachts naar boven kijken, dan zien we dezelfde sterren.’

Die konvooien van Protect Ukraine vertrekken uit veiligheidsoverwegingen in het geheim, want de vijand loert. Wordt het steeds gevaarlijker?

‘Het hangt ervan af waar je heen gaat. Oekraïne is een onmetelijk land. Mensen hebben vaak het idee dat je in heel Oekraïne tussen de bommen door moet slalommen, maar het leven gaat op veel plekken gewoon door. In een stad als Lviv kun je in een keurig hotel zitten met een ontbijtbuffet. We gaan niet meer naar Soemy en Charkiv, in het diepe oosten, tegen de grens met Rusland aan. Daar zijn we wel geweest, maar dat is nu te dicht bij de frontlinie. Daar schamp je de oorlog.’

Wat vinden je ouders en broers van je toch niet ongevaarlijke reizen naar oorlogsgebied?

Lacht. ‘Ik heb ze niet steeds van tevoren verteld dat ik erheen ging en dat is me niet altijd in dank afgenomen, maar ik deed het uit bescherming. We zijn een hecht gezin en ouders en broers maken zich nu eenmaal sneller zorgen. Ik bespaar ze liever dat ze nachtenlang wakker liggen. Dat geldt overigens ook voor mijn meeste vrienden, het merendeel vertel ik vooraf niet over de reizen.’

In hoeverre heeft de oorlog in Oekraïne je veranderd?

‘Mijn kijk op de wereld is veranderd. Ik vind een hoop dingen minder belangrijk. En ik ben misschien ook iets van mijn onbevangenheid verloren. Toch ben ik daar niet rouwig om. Nick Cave heeft twee zonen verloren, hij schreef hoe zijn hart is vergroot door hun dood. Omdat hij meer kanten van het mens-zijn heeft gezien. Inzicht krijgen in wat een mens kan doorstaan, geeft ook verdieping. Het verrijkt je in zekere zin. Dat geldt ook als je schrijft over mensen in extreme omstandigheden. Ik heb nooit de wens gehad naar het front te gaan, maar nu ik de frontervaring heb, had ik het nooit willen missen.’ 

‘Oorlog is hier heel abstract, daar wordt het concreet, een vriend, een gezicht’

Je denkt niet: was ik er maar nooit aan begonnen?

‘Integendeel. Als je eenmaal daar bent, voel je je meteen betrokken bij de strijd. Oorlog is voor de meeste Nederlanders heel abstract, maar op zo’n plek wordt het concreet – een geopolitieke oorlog wordt een vriend, een gezicht. Ik heb dingen gezien die ik niet meer kan ontzien, die ik bij me zal blijven dragen. Maar je ziet er ook de mens in zijn meest pure vorm. Mensen laten sneller hun masker vallen, in extremis hoeven ze niets op te houden. Daardoor leer je elkaar heel snel kennen. Ik voel een enorme verwantschap en verbondenheid met de mensen die ik heb ontmoet.’

Maurits Chabot.
Ook met de mensen met wie je op konvooi gaat?

‘Zeker. Het feit dat je samen zoiets onderneemt, schept al een band. Je bent betrokken, niet vies van uren achtereen in de auto zitten, onzekerheid, rap wisselende omstandigheden en lange gesprekken voeren. Het is iets anders dan in een torenkamer jaren aan een boek schaven. Je moet soms om vier uur ’s nachts de schuilkelder in, het is intensief. Veel van de konvooigangers kende ik voor vertrek niet. We vertrokken als onbekenden, we keerden terug als vrienden.’

Je bent inmiddels ook een halve reservist geworden, waar zit dat ’m in?

Lacht: ‘Het is een beetje of je een soort geheimtaal kent. Ik kan geen geweer vasthouden, maar verder ken ik wel wat trucjes. Ik leerde hoe ik in een auto achtervolgers moet spotten en afschudden, hoe ik een auto zo moet parkeren dat je meteen kunt wegrijden, dat je moet zorgen dat je een hotel hebt met een afgesloten parkeerplaats, zodat er geen trackers of bommen in je auto kunnen worden geplaatst en dat je altijd moet zorgen dat je niet opvalt, dat je zachtjes praat, niet laat merken dat je buitenlander bent, want er kunnen ook collaborateurs zijn. Zoals ik nu hier tegenover jou zit, zonder zicht op de uitgang, zo zou ik in Oekraïne niet gaan zitten.’

In je boek schrijf je dat je schrikt van het geluid van een drone als je in Nederland met je vader over de Waalsdorpervlakte wandelt. Je probeert het voor hem te verbergen, maar je ziet dat hij merkt wat er met je gebeurt. Kun je de oorlog nog wel loslaten?

‘Een stukje van de oorlog neem je wel mee, zeker als je net terug bent. Het is een beetje zoals het astronautencomplex, je kunt moeilijk aarden. Het is lastig om mensen te vertellen wat je hebt meegemaakt en gezien. Waar moet je beginnen? Mijn boek was voor mij het beste vehikel om het te vertellen.’

Je schrijft ook over martelpraktijken van de Russen waardoor mannen onder meer blijvend incontinent raken. Je verhaalt van 22-jarige jongens die bij bosjes sneuvelen. Als je mensen ziet treuren om hun gestorven zonen, denk je dan weleens aan je eigen ouders?

‘Nee, zo persoonlijk maak ik het niet, al heb ik – op verzoek van de uitgever – wel meer van mezelf in het boek gelegd. Maar ik keek naar Oekraïne, naar de mensen dáár – niet naar mezelf. Ik heb met veel soldaten gesproken en was benieuwd hoe hun leven was voor de oorlog. Een jongen zong voor de oorlog in een metalband. Nu opereert hij als traumachirurg zo’n vijf mensen per dag. En Ella was kok en besloot op haar achttiende, toen de oorlog uitbrak, te gaan helpen. Zij is nu hospik en brengt gewonde soldaten van vlak achter het front naar veilig gebied. Er zijn ook veel vrijwilligers uit het buitenland, zoals Ice Queen, een geweldige Bulgaars/Nederlandse vrouw met grote groene ogen en lang blond haar. Zij is hospik en heeft geharde oorlogscommando’s onder haar hoede. Ze zorgt dat mensen die gewond raken weer heelhuids uit de oorlog komen, al ziet ze ook veel jongens sterven.’

Er zijn gruwelen waar je bewust niet over schrijft in je boek, omdat je mensen daar niet mee wil belasten. Waarom niet?

‘Het leed en het geweld zitten er uiteraard deels in, maar ik wilde vooral laten zien hoe mensen door omstandigheden kunnen veranderen. Hoe veranderen ze van ideeën, van opvattingen, hoe leeft de mens in extreme omstandigheden? Dat is in feite waar al mijn werk over gaat.’

Voor je vorige boek Over de kloof ging je naar daders en slachtoffers die onwaarschijnlijke vriendschappen zijn aangegaan. In Rwanda sprak je met Hutu Emmanuel, die de baby van Tutsi-vrouw Alice vermoordde, haar hand afhakte en haar voor dood achterliet. Nu zijn ze vrienden.

‘Dat is het meest heftige hoofdstuk uit dat boek. Alice heeft Emmanuel na de oorlog vergeven. Het meest dierbare voorbeeld is voor mij dat van bankovervaller Mark Farnham die politieagent Steven Watt neerschoot en voor dood achterliet. De agent heeft de overvaller vergeven. Later zijn ze vrienden geworden.’ 

Hoe anders waren deze ervaringen in vergelijking met die in Oekraïne?

‘Daar ging het om geweld dat al achter de rug was, situaties waarin mensen hun leven weer moesten gaan opbouwen, zoals in Rwanda. Toen schreef ik naar het geluk toe, dat geldt niet voor Oekraïne waar de oorlog zijn vijfde jaar is ingegaan. Nu ben ik hier en zien mijn ogen andere dingen, zij zijn nog daar.’

Ook als je in Nederland bent, ben je bezig voor Oekraïne, je werkt onder meer mee aan benefietvoorstellingen, hoe zien die eruit?

‘Met Schrijvers voor Oekraïne, onderdeel van de stichting Protect Ukraine, geven we voorstellingen waarin wij – Tommy Wieringa, Jaap Scholten, Olaf Koens – verhalen vertellen over de strijd daar. We werken ook samen met bijvoorbeeld muzikanten als Oleg Lysenko. We gaan daarmee door tot de oorlog voorbij is. Daarna richten we ons allicht op het ruimen van mijnen.’

Vrede klinkt mooi, maar hoe realistisch is dat?

‘Oekraïners die ik heb gesproken, zijn inmiddels wel bereid om concessies te doen. Dat Rusland veroverd gebied teruggeeft, is misschien niet heel reëel. Maar je kunt niet én heel veel levens verliezen én terrein opgeven zonder dat daar veiligheidsgaranties tegenover staan. Dat laatste moet echt gewaarborgd worden.’

Hoe populair is Zelensky nog in eigen land?

‘Hij wordt wel vergeleken met Boris Johnson. Die was in Oekraïne heel populair, omdat hij als een van de eerste wereldleiders naar het land kwam om zijn steun te betuigen, maar in Engeland zelf was hij niet bijster geliefd. Zelensky is in het buitenland gezien, maar in eigen land is er ook kritiek, al blijft hij wel de voorvechter.’

Ze houden in Oekraïne al vier jaar stand. Hoe verklaar jij dat?

‘Ik denk door de Kozakkenmentaliteit. Oekraïne is een land waarin mensen altijd hebben moeten strijden voor hun vrijheid. Ze zijn ondanks de angst, die er ook is, eerder bereid tot verzet. Daarbij vechten ze niet uit haat tegen de Russen, maar uit liefde voor de mensen die achter ze staan. Bij de Russen is het precies andersom, die zijn banger voor hun eigen legerofficieren die achter hen staan dan voor de Oekraïners tegenover hen. Als Russische soldaten dienstweigeren, krijgen ze ter plekke de kogel. Ik probeer oog te houden voor de Rus als mens, maar het systeem van repressie waar ze uit komen, wil het Oekraïense volk vernietigen. Geweld zonder aanzien des persoons, of je vrouw bent, kind, baby of bejaarde. Schrijvers, priesters, docenten, kunstenaars... Ze worden gearresteerd en doodgemarteld. Het is het doelbewust te gronde richten van een cultuur.’ 

Maurits Chabot.
Ondanks dat zijn Oekraïners geen klagers.

‘Nee, ze hebben een enorme veerkracht én gevoel voor humor. Kyiv heeft bijvoorbeeld een groot fileprobleem en op billboards langs de weg zie je nu legeradvertenties. Bij een foto van een tank staat de tekst: “Ben jij de files ook zo zat? Wij geven je een tank.” Bij een foto van een kalende man: “Word je kaal? Wij geven je een helm.”’

Jij was als jongetje al geïnteresseerd in onderzoek, heb je die nieuwsgierigheid van je vader?

‘Dat denk ik wel. Sinds ik jong was, zei mijn vader: “Het avontuur begint zodra je de voordeur achter je dichttrekt. Je moet eropuit. De wereld is niet je kamer.” Dat heb ik altijd gepraktiseerd. Mijn boeken gaan niet over de Amsterdamse grachtengordel of de waan van de dag, maar over conflicten in het buitenland, Rwanda, Palestina, Oekraïne. Ik wil me verdiepen in andere levens en landen. Vragen stellen om echt te begrijpen hoe iets zit.’

Als kind maakte je iconische figuren van nabij mee, je stond in de coulissen van Carré als je vader daar optrad met Jules Deelder en Herman Brood. Wat heb je van die vrije geesten geleerd?

‘Onder meer dat je wars kunt zijn van regels, dat je je niets hoeft te laten opleggen of ontzeggen. En dat je niet per se van negen tot vijf op een kantoor hoeft te zitten, dat je je leven ook anders kunt invullen. Dat je niet te snel over mensen moet oordelen, ook niet als ze hun leven anders inrichten dan jij. Ze lieten me zien wat mogelijk is.’ 

‘Veel jongens die naar Oekraïne komen, hebben daar meer om voor te vechten dan om in hun eigen land voor thuis te blijven’

Het gezin blijft een baken voor je, ook voor je broers, jullie hebben in 2024 samen het Boekenweekgeschenk geschreven, gaan nog elke zomer samen met vakantie. Wat betekent dat nest voor je?

‘Veel. Ik kon in Oekraïne zo goed overeind blijven omdat ik zelf zo’n veilige thuisbasis heb gehad. Veel militairen die naar Oekraïne reisden om te vechten, hebben thuis geen vader gehad, ze kenden weinig liefde. Ze gingen naar Oekraïne om de democratie te bewaken, maar ze hadden daar misschien meer om voor te vechten dan om in hun eigen land voor thuis te blijven. Het warme nest waarin ik ben opgegroeid, heeft ervoor gezorgd dat de onthechting, die ik altijd wel voel als ik net terug ben uit Oekraïne, niet doorslaat naar een soort frontkoorts, het steeds daar willen zijn.’ 

‘Door het warme nest waar ik uitkom, kon ik in Oekraïne zo goed overeind blijven’

Je hebt weleens gedeeld dat jij en je broers bezorgd zijn om je ouders nu ze steeds meer op leeftijd raken. Zijn die zorgen door je ervaringen minder geworden, kun je ze beter relativeren?

‘Nee, het gaat gelukkig goed met mijn ouders, maar hoe ouder ze worden, hoe groter mijn angst om ze te verliezen. Ik ben volwassen en kan op mijn eigen benen staan, maar mijn ouders blijven belangrijke pilaren onder mijn bestaan. Net als mijn vrienden en broers, trouwens, maar ik ga ervan uit dat die er nog wel een tijd zullen zijn.’

Hoe kijk je naar je persoonlijke toekomst? Je broers noemden je in een ludiek filmpje voor tijdschrift Linda eens de charmeur van de familie, is er momenteel iemand in je leven?

Lachend: ‘Ik denk eigenlijk niet dat ik nou zo’n charmeur ben. Op dit moment ben ik in elk geval vrijgezel. Sinds ik naar het front ben geweest, zijn drie relaties stukgelopen. Ik denk dat ik door Oekraïne wel meer onthecht ben geweest dan ik dacht. Het heeft ook te maken met mijn werk. Ik ben veel op reis. Ik ga in oktober naar Amerika waar Over de kloof uitkomt en ik wil dan op bezoek gaan bij Mark Farnham, de bankovervaller die inmiddels zijn gevangenisstraf van 42 jaar heeft uitgezeten en met wie ik voor mijn vorige boek twee jaar lang correspondeerde. Ook wil ik naar de ouders van Nappy, een Amerikaanse jongen die vorig jaar in Oekraïne is omgekomen. Zijn zus heeft een dochter gekregen, dus zijn vader en moeder zijn opa en oma geworden. Ik ben meer met dat soort dingen bezig dan het op de rails krijgen van mijn privéleven.’ 

Geniet je nog een beetje van je leven, doe je ook leuke dingen?

‘O, absoluut. Ik heb vorige maand genoten van het Boekenbal waar ik met mijn familie was. We beginnen zo’n avond met Pornstar Martini’s dus tegen de tijd dat je de rode loper op moet, sta je te tollen op je benen. Na het bal was er nog de afterparty en de volgende ochtend zaten we met zijn allen om halftien aan het ontbijt in het Americain. De rest van het weekeind moet je dan bijkomen. Maar het was geweldig.’

Want je gaat weer naar Oekraïne. Wat zeg je tegen mensen hier die – afgezien van geld doneren – iets willen doen?

‘Hang de Oekraïense vlag uit, daar putten de mensen in Oekraïne heel veel kracht uit, hebben ze me laten weten. Het betekent dat je niet wegkijkt. Naast de spullen die we met de konvooien naar Oekraïne brengen, brengen we ook hoop. Doe iets voor de Oekraïners die in Nederland proberen te aarden, kook voor ze, geef Nederlandse les... Het zijn druppels, maar toch maken ze een verschil. Ook in kleine dingen kan heel veel grootsheid schuilen.’


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct