Column

Foute Jongens: 'Je was toen pissig op mij omdat Mark Rutte alleen maar oog had voor míj'

In deze aflevering worden de Foute Jongens overmand door gevoelens van nostalgie, onder het motto: de toekomst wordt kleiner, het verleden groter. Weet iemand trouwens nog wat een telex is?

Column Foute Jongens

Rob: Is het omzien in wrok? Nee. Is het omzien in verwondering? Soms. Is het omzien in melancholie? Steeds vaker. Het vat vol tranen dat ik ben geworden, loopt inmiddels bij de geringste wankeling al over, mijnheer Van Amerongen. Al die jaren wilde ik niet alleen een foute jongen zijn, maar zo nodig ook een stoere jongen. De weggeslikte tranen bleven het reservoir daardoor maar vullen. En nu sijpelen ze eruit.

Als in een of andere B-film de twee hoofdrolspelers elkaar dan eindelijk hebben gevonden, wat nuchter beschouwd reeds na de openingsscène kan worden geconcludeerd omdat de Hollywoodmores nu eenmaal vereist dat films van dat kaliber een happy end hebben, begin ik tegenwoordig al te snikken. Idem dito wanneer op de roeptoeter De vlieger van André Hazes ten gehore wordt gebracht, de ultieme smartlap, waarvan de tekst nota bene met behulp van een rijmwoordenboek werd geschreven, zoals André ooit tot mijn vertedering onthulde.

Hetzelfde gebeurt steeds regelmatiger wanneer ik terugkijk op mijn leven. Naarmate mijn toekomst kleiner wordt, wordt mijn verleden groter. De zwaarmoedigheid krijgt dientengevolge onmiskenbaar vat op mij.

Zouden er nog andere journalisten actief zijn die hun stukken ooit per telex doorseinden? De fax, die daarna volgde, zal nog wel bekend zijn. Maar de telex? Ik herinner mij het WK hockey van 1978 in Buenos Aires en van begin 1982 in Mumbai, toen nog Bombay. Het eerste wat je na aankomst deed, was de telexisten van zo’n evenement omkopen, omdat je je verhalen anders maar heel moeilijk in Amsterdam kon krijgen. Nu drukken de reporters op twee knoppen en staat het artikel aan de andere kant van de wereld al op de desbetreffende pagina. Dat heet vooruitgang, en in dit geval terecht.

Ik denk eraan terug en word overmand door gevoelens van nostalgie. Toen ik in 1972 bij het Noord-Hollands Dagblad in Hoorn begon, werd de krant nog in lood gezet en slingerden de opmakers een stuk lood naar je hoofd als je de kopij in hun ogen te laat inleverde. Kopij heet nu content, brrr.

Oké, één ouwelullen-anekdote dan. Het NHD was toen nog een avondblad, waarin zodra de deadline naderde ook de laatste beursberichten van die ochtend werden geplaatst. Eén zetter moest daar altijd op wachten, terwijl zijn collega’s al lekker gingen schaften. Op een dag zag de hoofdredactie zich gedwongen te berichten dat de beursberichten als gevolg van een storing níét konden worden meegenomen. En wat deed de dienstdoende zetter? Erop rekenend dat de afdeling correctie het zou schrappen, tikte hij ‘en voor mijn part komen ze nooit meer terug’ onder die mededeling. En dááronder stond dus: ‘De hoofdredactie’. Helaas bleek het echter te laat om het stuk eerst nog te laten corrigeren. Dat waren nog eens tijden, mijnheer Van Amerongen!

Deze jongen ziet dus vooral om in melancholie. Omstreeks deze tijd bestaat daar trouwens nog een extra reden voor, maar laat ik de Nieuwe Revu-lezer daar maar niet mee lastig vallen.

Snik.

Arthur: Kan het wellicht zijn dat je melancholie verwart met het syndroom van Korsakov, ouwe? Of waart er een Slavische ziel door je mistige hersenpan? Dat vind ik zo aardig aan Russen. Die zijn best wel zwijgzaam en stoïcijns, maar zodra ze starnakel zijn, raken ze in vervoering en – erger – raken ze geëxalteerd en gaan ze keihard Ochi Chyornye zingen, een Russische smartlap die je wellicht kent als Dark Eyes in de uitvoering van André Rieu & His Johann Strauss Orchestra tijdens het Preuvenemint op jouw geliefde Vrijthof in Maastricht.

‘Zwoarte óge, vuurige óge, hoeveul höb ich uch geliek, hoeveul höb ich gesjoad. In uch bliek laog gelök én gefaar, en ich kós d’r neet aan ontsjnappe.’

Robbie, ik schiet ook regelmatig vol, zeker na het ledigen van een liter biologische aguardiente van de boer. Dan draai ik bijvoorbeeld Gaivota van Amália Rodrigues, Laat me van Ramses Shaffy en De dievenwagen in de uitvoering van Willy Alberti.

Zing effekes mee Hoogland, en geef je krokodillentranen de vrije loop: ‘Lach nooit als je die wagen ziet staan, je kunt hen gerust wel betreuren. Denk maar alleen wat hij heeft gedaan, kan morgen mij ook gebeuren.’

Ik ben natuurlijk niet zo prehistorisch oud als jij, maar ik heb ook nog met de zetduivel te maken gehad. In het eerste jaar van mijn studie Arabisch en Hebreeuws aan de Universiteit van Amsterdam werkte ik voor een uitzendbureau bij Het Financieele Dagblad, dat toen nog zetelde aan de Wibautstraat in 020. Die krant werd nog met de hand gezet en ik kwam elke avond thuis onder de inktvlekken. Bij mijn afscheid kreeg ik een heuse letterbak cadeau en die staat nu op mijn bureau, vol met schattige frutsels, poppetjes en minicactusjes. Dat is het wijf in mij, Hoogland, die truttigheid. Ook daarom huil ik zo makkelijk.

Iets anders: ik kreeg een telefoontje van Danny, onze hoofdredacteur, en die vroeg: ‘Wat trek jij aan ter gelegenheid van meneer Hooglands 50 jaar jubileum bij De Telegraaf?’ Ik was met stomheid geslagen, meneer Hoogland, want ik ben niet uitgenodigd! Je schaamt je voor mij! Je bent bang dat ik de notabelen van De T. ga beledigen, en met name Stan Huygens, jouw huisvriend Valentijn Driessen, de gezelligste man van Nederland, en jouw muze Marianne Zwagerman.

Je was toen wel pissig op mij omdat Mark Rutte alleen maar oog had voor mij en voor mijn frêle jongenslijfje

Ik heb jou nota bene naar de bovenwereld getrokken toen ik als gerespecteerd Volkskrant-columnist jou vroeg om samen de rubriek Foute Jongens te gaan maken. Fair & balanced als ik ben, moet ik ruiterlijk toegeven dat jij toen onze audiëntie bij premier Rutte in het Torentje hebt geregeld om hem het eerste exemplaar van Het Grote Foute Jongens Boek 1 te overhandigen. Je was toen wel pissig op mij omdat Mark alleen maar oog had voor mij en voor mijn frêle jongenslijfje en totaal niet luisterde naar jouw anekdotes over jouw vlegeljaren bij het Noord-Hollands Dagblad in Hoorn. 

En nu flik je me dit. Welnu: ik trek mijn knalroze campingsmoking aan, zuip een fles oude jenever op en kom huilend en krijsend jouw feestje versjteren. Zo gaan wij niet met elkaar om, vriend. Na zdoróv’je, maar niet heus.


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct