Vergeet de PR-praatjes en de opgepompte trailers: op 23 mei in Gizeh wordt de sportieve hiërarchie waarschijnlijk bevestigd door de vuisten van Oleksandr Usyk. Terwijl de massa zich vergaapt aan de fysieke kracht van Rico Verhoeven, kijkt de kenner naar de onoverbrugbare kloof in puur boksvakmanschap. Het probleem is niet dat Rico niet kan vechten, het probleem is dat hij een partij schaak speelt tegen een man die het spel al dertig jaar in het donker beheerst.
We moeten praten over de 'sweet science', de nobele kunst waarin Usyk met een amateur-record van 350 partijen en olympisch goud een bijna buitenaards niveau heeft bereikt. Waar Verhoeven gewend is aan het ritme van kickboksen, waar een low-kick of een knie altijd als ontsnappingsroute dient, stapt hij nu in een kooi waar alleen de jab regeert. 'Ik ga mezelf honderd procent voorbereiden op een gevaarlijke man,' aldus een ijskoude Usyk, die donders goed weet dat Rico's rechtopstaande kickboks-houding een schietschijf is voor zijn linkse directe.
De tactische nachtmerrie schuilt in de southpaw (linkshandige) stijl van de Oekraïner. Voor een bokser die zijn hele leven tegen orthodoxe vechters heeft gestaan is een elite-southpaw al een hel, laat staan voor een kickbokser die pas op zijn 37ste het boks-alfabet opnieuw probeert te leren. Oleksandr Usyk manipuleert de afstand en de kijkhoek met zijn voetenwerk op een manier die we sinds Muhammad Ali niet meer hebben gezien. Terwijl Rico nog nadenkt over zijn hoek, is de Kozak al drie stappen verder en heeft hij zijn combinatie al geplaatst.
King of Kickboxing ontmoet een niet te stoppen kracht
Het fundamentele probleem voor de Nederlander is de volume punching van de kampioen. In de zwaargewichtdivisie slaan de meeste mannen als een trage moker, maar Usyk bokst met de snelheid en de longinhoud van een lichtgewicht. Hij verstikt zijn tegenstanders niet met één klap, maar met een constante regen van precisie-bombardementen die de dekking van Rico systematisch uit elkaar zullen trekken. Verhoeven is gewend aan explosieve uitbarstingen in Glory, maar in twaalf rondes tegen Usyk is er simpelweg geen plek om op adem te komen.
Daar komt de mentale component bij die geen enkele trainingskamp kan simuleren. Usyk vecht met een existentiële woede; elke ronde die hij wint, is een overwinning voor het front in Oekraïne. Hij is een man die (voor zijn rematch tegen Joshua) de dood in de ogen heeft gekeken in de loopgraven van de Territoriale Verdedigingsmacht van Oekraïne, terwijl Rico zich druk maakte over zijn volgende filmrol of proteïneshake. Tussen de piramides gaat techniek gepaard met een bijna religieuze bezetenheid, en dat is een cocktail die voor Rico simpelweg dodelijk zal blijken.