Dit artikel is gebaseerd op het interview met Danny Ghosen in Nieuwe Revu 21.
Het moest een kille confrontatie worden met de nalatenschap van een monster. Via schimmige omwegen wist Danny Ghosen de laatste rustplaats van El Mencho, de meedogenloze leider van het Jaliscokartel, te lokaliseren. Wat hij daar aantrof was een bizarre zee van bloemen en protserige kransen. Het had iets lachwekkends, tot de ijzige realiteit van de Mexicaanse narco-staat hardhandig binnendrong en de sfeer in een fractie van een seconde omsloeg.
Uit het niets dook een onbekende man op die koelbloedig foto's van de cameraploeg begon te schieten. In Mexico is dat geen onschuldig kiekje voor het plakboek, maar een potentieel doodvonnis of het startschot voor een ontvoering. Toen de man er vervolgens snel vandoor ging op een ronkende motor, wist de lokale cameraman genoeg: inpakken en wegwezen. De paranoia sloeg toe, want in de achtertuin van het kartel ben je als westerse pottenkijker simpelweg vogelvrij.
Een bloedstollende klopjacht in kartelgebied
De vlucht van de gigantische begraafplaats veranderde al snel in een verstikkend kat-en-muisspel. Toen ze het terrein afreden, stond de mysterieuze motorrijder hen doodleuk op te wachten, waarna hij pontificaal in hun kielzog bleef hangen. Minstens een halfuur lang plakte de ongewenste escorte aan hun bumper. Ghosen voelde zijn hartslag in zijn keel kloppen, in het gruwelijke besef dat ze ieder moment in een dodelijke hinderlaag konden rijden.
De pure paniek was inmiddels hoorbaar in de overslaande stem van hun chauffeur, die de wagen met het zweet in de handen door de straten navigeerde. Uiteindelijk wisten ze hun duistere achtervolger af te schudden, maar de boodschap was glashelder afgeleverd. Dit is de gitzwarte werkelijkheid van een land waar de FIFA straks vrolijk een sportfeestje viert; een plek waar een verkeerde afslag je geen gele kaart, maar een enkeltje richting de eeuwige jachtvelden oplevert.