Een jaar geleden strompelde ik laveloos door de straten van Liverpool. Om mijn nek hing een sjaal met het hoofd van kampioenenmaker Mohamed Salah erop. Ik heb mijn liefde voor de Egyptenaar nooit onder stoelen of banken gestoken. Al negen jaar lang is hij mijn held. En het voelt ergens gek om dat te zeggen. Over een maand word ik zesenveertig, maar toch kan ik zonder schaamte zeggen dat Salah mijn held is.
Aankomend weekend speelt hij zijn laatste wedstrijd voor Liverpool. Of misschien ook niet. Misschien heeft hij zijn laatste wedstrijd al gespeeld, aangezien hij deze week zijn mening over de club gaf. Dit doet hij elk jaar. Een soort evaluatiepost. In die post schrijft hij wat vrijwel alle supporters al maanden zeggen. Liverpool speelde als een bosbrand en nu als een waxinelichtje. Alle tegenstanders lopen meer en geven meer. Het team wordt overlopen en weggeblazen. We zijn van landskampioen naar het eerste biggetje gegaan. Anfield lijkt van stro te zijn gemaakt.
Het team mag verliezen, maar het mag nooit minder hard rennen dan de tegenstander. Dat is wat ik van mijn vader heb geleerd.
Laatst zag ik achter Centraal Station een junkie op een gestolen fatbike fietsen. De accu was leeg, maar hij fietste door de regen naar Amsterdam-West. Dat is hoe Liverpool-spelers moeten spelen. Wind tegen is geen obstakel, het is brandstof. Misschien komt het doordat de club afgelopen zomer meer dan 400 miljoen euro heeft uitgegeven, maar het voelt alsof we ons te goed voelen voor wind tegen. Alsof we boven de elementen staan. Ik haat het. Liverpool is met de borst vooruit blijven lopen. Liverpool is met de kin omhoog onder de guillotine gaan liggen.
‘Salah denkt alleen maar aan zichzelf,’ lees ik veel. ‘Hij praat altijd op de verkeerde momenten.’ ‘Hij denkt dat hij groter dan de club is.’
Mohamed Salah heeft zijn mond opengetrokken en zal hierdoor naar alle waarschijnlijkheid zondag niet spelen. Doordat hij dit heeft gepost, zal zijn allerlaatste thuiswedstrijd voor Liverpool aan zijn en onze neus voorbijgaan. Misschien terecht, misschien ook niet. Soms is de waarheid belangrijker dan de hiërarchie. De een ziet egoïsme, de ander ziet zelfopoffering.
Ik ben dankbaar voor de negen jaar.
Het zwembad dat Liverpool heet, is zeker voor de helft gevuld met bloed, zweet en tranen van de onvergetelijke Egyptenaar.
Zondag zullen veel mensen water uit hun ogen lekken. Vergeet H₂O. Zondag zwemmen de inwoners van de havenstad in H₂MO.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct