James Worthy
Column

James Worthy: 'In het voetbal zijn de helden van gisteren de schuldigen van morgen'

'Ik ben overduidelijk anders. Ik zou voor veel kunnen sterven, maar niet voor een sjaal'

James Worthy
3 minuten
Column James Worthy
Liverpool

Volgende week verschijnt mijn nieuwe boek Nooit Alleen. Hier alvast een voorpublicatie.

Een paar weken geleden waren we in Liverpool voor de thuiswedstrijd tegen het Turkse Galatasaray. Ik had je nog nooit zo zenuwachtig gezien voor een wedstrijd. Om je rustiger te maken, kocht ik een sjaal voor je bij een standje. De vrouw die ons het kledingstuk verkocht, had meer vingers dan tanden.

Het was een sjaal met het hoofd van Mohamed Salah erop. De sjaal was in de aanbieding. Dat kwam naar alle waarschijnlijkheid doordat de Egyptenaar dit seizoen niet zo heel goed presteert. Zo gaat dat helaas in het voetbal. De helden van gisteren zijn de schuldigen van morgen. Vorig jaar maakte hij met zijn doelpunten Liverpool kampioen, vandaag ligt de sjaal met zijn hoofd erop in de uitverkoop. 

Opeens werd de sjaal van je nek getrokken en rende een jongetje op grijs-gele gympen ermee vandoor. Ik wist niet goed wat ik moest doen, maar jij twijfelde niet. Ik aarzelde omdat ik al veertig jaar in deze stad kom. Ik ken de schoffies en de hardheid. Ik ken de bloedneuzen en de wanhoop. Mijn sjaal werd vroeger zo vaak gestolen. Dan rende mijn vader erachteraan. 

Ik ben overduidelijk anders. Ik zou voor veel kunnen sterven, maar niet voor een sjaal. Maar het gaat natuurlijk om meer dan een stukje stof dat je nek warm houdt. Het gaat om het beschermen van wat van jou is.

Salah op een sjaal.

Mijn vader rende dan zo’n steeg in en gaf zo’n jongen een draai om de oren. De sjaaldief rende huilend een kroeg in en kwam terug met zijn vader. Ook die maakte geen schijn van kans tegen die van mij.

‘We kopen wel een nieuwe sjaal!’ schreeuwde ik tegen je. Ik bleef staan en hoorde mijn vader nog in mijn hoofd.

Jij keek me aan. Niet boos, niet bang, maar vragend. Alsof je wilde weten in wat voor verhaal je terecht was gekomen. In dat van mij, of in dat van opa?

In de verte zag ik het jongetje verdwijnen, de sjaal achter hem aan als de sleep van een gestolen trouwjurk. Heel even dacht ik nog dat dit mijn moment was. Dat dit het moment was waarop de man in mij zou opstaan, een steeg in zou duiken en recht zou zetten wat krom was.

Maar ik ben mijn vader niet. Mijn vader werd geboren om te vechten. Ik ben geboren om na te denken. Om te leren. Om niet dezelfde fouten te maken als hij.

Achter die dief gaat ook een vader schuil. En daarachter weer een verhaal: dat je niet altijd kunt winnen met een klap.

Mijn vader had die jongen ingehaald. Zonder enige twijfel. En vooral zonder na te denken. Misschien was dat wel zijn grootste kracht. Op dat soort momenten kon hij zijn hoofd uitzetten en vertrouwen op het ram-geheugen in zijn vuisten. Hij had de sjaal teruggebracht en om mijn nek gehangen. Ik was blij geweest, maar ik had ook medelijden gevoeld met de jongen die mijn sjaal misschien harder nodig had gehad dan ik.

We liepen verder. Jij zonder sjaal. Ik met lege handen. Ergens voelde dat stukken lichter dan het zou moeten voelen.

Misschien is dat wel het verschil tussen vroeger en nu. Tussen opa en papa. Hij vocht om dingen vast te houden. Ik weet wanneer ik ze los moet laten.


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Nieuwe Revu 23 NL Beeld / PA Images