Buzz Fuzz in actie
Buzz Fuzz in actie
Interview

DJ Mark 'Buzz Fuzz' Vos: 'Ik draai puur uit liefde voor de fans'

Waar sommige pioniers van de hardcorescene in een diep dal donderden of noodgedwongen een reguliere baan zochten, staat Mark Vos (57) – beter bekend als DJ Buzz Fuzz – nog altijd wekelijks achter de draaitafels. Als spil van het legendarische Dreamteam, oprichter van BZRK Records en medegrondlegger van de wereldwijde subcultuur, heeft hij alles gezien. ‘Ik was er heilig van overtuigd dat de rage na drie jaar wel weer voorbij zou zijn. Mooi niet dus.’

Boris van Zonneveld
13 minuten
Muziek
Als we door je enorme hardcore-discografie spitten, valt één ding direct op: de naam Mark Vos staat overal bij de credits, maar op de hoes prijken de meest uiteenlopende, gekke aliassen.

‘Dat klopt. Ik werkte in die tijd veel onder pseudoniemen om een overkill te voorkomen. Als je aan de lopende band tracks uitbrengt als Buzz Fuzz, raken mensen er misschien op uitgekeken, dacht ik tenminste. Door te spreiden, bleef het fris en dat pakte heel goed uit.’

Hoe kwam je in hemelsnaam op namen als Tony Salmonelli of Bertocucci Feranzano?

‘Vergeet Nina Feranzano en Pino D’Ambini niet! Waar ik die precies vandaan haalde, weet ik eigenlijk niet eens meer. Toen ik net begon met produceren, was ik groot fan van de Italiaanse hardcore. Ik dacht: dan moet ik ook een Italiaanse naam hebben, toch? Klinkt logisch. Na een stuk of vijf van dat soort aliassen vond ik het wel weer mooi geweest, maar het gaf me de ruimte om mijn enorme stroom aan producties lekker uit te smeren.’

Binnen ID&T’s Dreamteam werd jij door velen gezien als de beste producer. Je werd zelfs twee jaar op rij door collega’s en de lezers van Thunder Magazine uitgeroepen tot Beste Producer van de hardcorescene. En toen lanceerde je jouw eigen label: BZRK.

‘Of ik de beste was, laat ik aan anderen. Maar wat betreft BZRK: ik voelde na 1995 dat er iets moest veranderen. Happy hardcore sloeg in mijn ogen te ver door, het werd simpelweg té happy. Er moest iets stevigers komen dat de rauwe randjes opzocht, zonder direct de happy-fans af te schrikken. Dat gat vulde ik, en zo werd BZRK geboren.’

Met die iconische graphics, die duivel met de uitpuilende ogen in een vuilnisbak. Zelf bedacht?

‘Het logo was oorspronkelijk een oude graffititekening die mijn toenmalige vriendin in een boek vond. We hebben hem overgenomen en wat aangepast. Dat is eigenlijk precies hetzelfde gegaan als hoe ID&T de bekende Wizard heeft gecreëerd. En verrek: het werkte. Nu, decennia later, gebruiken we het nog steeds.’

‘Je verdiende geld en je smeet het net zo hard weer over de balk. Maar die échte cowboyverhalen zijn in de loop der jaren wel erg mythisch gemaakt’

In de hoogtijdagen van Thunderdome, hoeveel tracks leverde jij toen per cd aan?

‘Toen de allereerste Thunderdomes uitkwamen, maakte ik zelf nog niet eens muziek. Dat begon pas na Thunderdome 3 en 4. Op een gegeven moment stonden er gerust vijf tracks van mij op een dubbel-cd. Het ging bizar hard.’

Je mixte ook de befaamde Houseparty-cd’s deel VI en 8?

‘Ik deed de volledige mix, inclusief de intro’s. Voor die cd’s hebben Ferry (DJ Gizmo, red.) en ik speciaal een paar platen gemaakt om de boel op te vullen; we draaiden razendsnel wat trackjes van drie minuten in elkaar. Dat was goed voor het imago, en natuurlijk voor het geld.’

Over geld gesproken: het verhaal gaat dat je in die tijd voor vier tracks op een Thunderdome-cd zomaar een ton in guldens opstreek.

‘Dat klopt wel, ja. Als zo’n cd 600.000 keer over de toonbank ging, tikte dat aan. Het was in ieder geval absurd lucratief.’

Dacht je toen dat de bomen tot in de hemel zouden blijven groeien?

‘Totaal niet. Toen ik begon met draaien, dacht ik oprecht dat het een tijdelijke hype was. Toen ze me om een dj-naam vroegen, dacht ik: doe maar wat, dit duurt hooguit een jaartje. Er was destijds een plaat van King Bee waar iets met ‘Buzz’ in zat. Ik zei: maak er maar Buzz Fuzz van, dat bekt ook lekker in het buitenland. Ik was er heilig van overtuigd dat de rage na drie jaar wel weer voorbij zou zijn. Mooi niet dus.’

Een van je bekendste tracks als Tony Salmonelli is Hey!, die bevat de befaamde Left, Right-sample, afkomstig uit Feeling So Real van Moby. Dat leidde jaren later tot de gigantische links-rechts-gekte op Defqon.1.

.‘Klopt helemaal! Ik kocht destijds de Amerikaanse single-cd van Moby. Meestal hield ik mijn verzamel-cd’s geseald, maar deze maakte ik toevallig open. Tot mijn verbazing stond er een volledige a capella-versie op. Ik wist direct: daar moet ik iets mee. En dat is verdomd goed uitgepakt.’

Die trend is inmiddels door iedereen gekopieerd, tot Snollebollekes aan toe. Maar daar ben je niks wijzer van geworden, is het wel?

‘Die hebben me indirect wel eens benaderd, maar ik heb er niks meer van gehoord. Ja, ik moest zijn manager bellen, maar dat heb ik niet gedaan. Ik weet het helemaal niet meer, maar lekker belangrijk, toch?’

En de plaat die de totale menigte tot waanzin drijft tijdens het Power Hour op Defqon.1 is ook niet jouw versie, maar het nagemaakte Left To Right van Crowd Control.

‘Ze hebben het idee gepakt en er hun eigen ding van gemaakt. Ik heb er als eerste mee gepiekt, en later hebben zij het geclaimd. Ik kan in ieder geval bewijzen dat ik de eerste was, dat scheelt. Ze mogen jatten wat ze willen, zolang ik er maar geen last van heb.’

Zelf heb je door de jaren heen vast ook het nodige gejat en gesampled.

‘Natuurlijk! Iedereen in de muziekindustrie deed dat. De dj’s van het eerste uur sampleden oude rock-’n-roll-platen, en zo draait het door. Zonder dat leentjebuur zou er nooit nieuwe muziek zijn ontstaan. Maar áls je een sample pakt, moet je er wel echt iets nieuws en creatiefs van maken.’

Hoe heb je de scene in die 35 jaar zien veranderen?

‘Eerlijk gezegd is het voor mij natuurlijk niet echt vernieuwend meer; ik heb alles inmiddels wel gezien. Het grote verschil is dat vroeger alles nog ontdekt moest worden. Je liep rond met een constant ‘wauw’-gevoel. Nu is het een enorme, strak geregisseerde en commerciële machine geworden. Maar ik vind het nog steeds prachtig om te zien dat nieuwe generaties instappen en nú datzelfde grootse gevoel ervaren.’

Hoe bereid je je voor op zo’n megafestival? Bedenk je de set vooraf, of is het improviseren?

‘Ik draai gewoon wat er in mijn hoofd opkomt. Vroeger stond ik live in de platenbakken te graaien, afhankelijk van de sfeer in de zaal. Zo werk ik eigenlijk nog steeds. Op een groot festival als Defqon.1 kies ik wel vaker voor herkenbare tracks, dat werkt gewoon het beste. Een set voorbereiden doe ik niet meer. In 1992 oefende ik de eerste twee overgangen nog wel even, maar ik sta wekelijks op het podium. Dat gaat inmiddels op de automatische piloot.’

Hoe vaak treed je nog op?

‘Gemiddeld zo’n twee keer per week, pakweg honderd keer per jaar. Dat is precies de juiste balans. Niet zo veel dat het je volledig uitput, maar genoeg om lekker bezig te blijven. Anders verpieter ik ook maar thuis.’

Collega’s als Ferry Salee – DJ Gizmo – werken inmiddels in de bouw, maar jij hebt nooit een andere baan gehad, is het wel? Kon je altijd van de muziek leven?

‘Ja, ik heb gelukkig altijd goed kunnen leven van het draaien en produceren, niet in de laatste plaats dankzij de inkomsten via BumaStemra. Ik zou eerlijk gezegd ook niet weten wat ik anders zou moeten doen.’

Buzz Fuzz.
Hoe komt het dat jij dat vangnet wél had, terwijl anderen financieel in de knel kwamen te zitten? Leefde je spaarzamer?

‘Spaarzaam? Absoluut niet! Voor een sjaal wil je niet sterven en heb vroeger enorm genoten van het geld. Soms waren er dingen waar ik achteraf onnodig veel geld aan uitgaf, en van de gigantische bedragen van toen is niets meer over, maar ik heb mijn leven wel perfect op de rit. Een fijn huis, een prachtige vrouw, twee mooie dochters, twee katten en een auto voor de deur. De tuin heeft nog een flinke opknapbeurt nodig, maar daar is het geld nu even niet voor. Verder voel ik me heerlijk.’

Toch kennen we de wilde verhalen uit de jaren negentig. Uitbetalingen in pure cocaïne of speed...

‘Laten we wel wezen: dat is door Ferry allemaal wat aangedikt. Het wás een wilde tijd. Je verdiende geld en je smeet het net zo hard weer over de balk. Maar die échte cowboyverhalen zijn in de loop der jaren wel erg mythisch gemaakt.’

Er was ook nog de gevreesde Belastingdienst. Gizmo, Darkraver, Paul Elstak en Dano liepen compleet leeg toen de fiscus de gabber ontdekte.

‘Die heren van de fiscus heb ik destijds ook een paar keer mogen ontmoeten. In het begin was iedereen in de gabberscene daar enorm laks in. Niemand dacht na over de gevolgen, tot de fiscus ineens doorhad dat er in onze scene serieus geld rondging. Toen kwamen ze ook bij ons.’

Bij sommige dj’s nam de fiscus de hele inboedel in beslag, bij Darkraver tot aan de magnetron toe. Gebeurde dat bij jou ook?

‘Nee, de magnetron had ik goed verstopt, haha! Zonder gekheid: ik kreeg een onopvallend envelopje op de mat. Ik opende het achteloos en las ineens: “U moet binnen twee weken 101.000 gulden betalen.” Dat had ik natuurlijk niet ergens in een ouwe sok zitten.’

Hoe heb je dat destijds opgelost zonder failliet te gaan?

‘Ik heb direct een steengoede boekhouder in de arm genomen en een deal gesloten met BumaStemra via een akte van cessie. Zij schoten de schuld voor met de afspraak dat ze mijn royalty’s zouden inhouden tot het hele bedrag was afgelost. Omdat ik zoveel produceerde, wist ik dat dat wel goed zou komen. Het is mijn absolute redding geweest.’

Waarom wisten jongens als Darkraver of Gizmo dat niet?

‘Ik kreeg de tip toevallig van Dov (The Prophet, red.). Hij zag hoeveel tracks ik uitbracht en adviseerde me deze route. Gasten als Ferry waren in eerste instantie vooral dj’s; zij produceerden stukken minder en misten dus die constante stroom aan BumaStemra-inkomsten om als onderpand in te zetten.’

Over The Prophet gesproken: het Dreamteam viel uit elkaar toen hij opstapte. Hoe verliep die breuk?

‘Dov gaf op een gegeven moment aan dat hij zich niet meer kon en wilde associëren met de hardcore. Toen dacht ik: prima, dan niet. Doei. We zijn met z’n drieën verdergegaan. Nu draaien we af en toe nog wel samen zonder Dov, maar The Dreamteam staat momenteel op een laag pitje. Wie mijn beste maat is? Dat is toch nog steeds Gizmo. Dano drinkt niet meer, die zie ik zelden.’

Er wordt weleens gezegd dat hij in die tijd boos op jullie was vanwege jullie overmatige drugsgebruik.

‘Mij vergaf hij het wel, omdat ik een van de weinigen was die er goed mee om kon gaan. Sterker nog, ik werd er juist scherp en hypergeconcentreerd van. De anderen kwamen veel te laat, of simpelweg helemaal niet opdagen, omdat ze volledig van de kaart waren. Maar goed, we waren jonge honden in de bloei van ons leven.’

Gebruik je tegenwoordig nog weleens?

'Je wordt ouder en het is gewoon een gevaarlijke aanslag op je hart en lichaam. De drang is volledig weg. Vroeger wilde ik na elk feest door naar de volgende after, net zolang tot ik als laatste nog overeind stond. Nu trekt mijn lijf dat niet meer en ik heb er simpelweg geen behoefte meer aan. Ik geniet tegenwoordig van een goed glas. Een drankje voor een optreden is lekker tegen de zenuwen, maar strak van de pillen of coke achter de draaitafels staan? Nee, daar word je alleen maar paranoïde van en muzikaal gezien bak je er dan helemaal niets meer van.’

‘Een drankje voor een optreden is lekker tegen de zenuwen, maar strak van de pillen of coke achter de draaitafels staan? Nee, daar word je alleen maar paranoïde van’

De scene heeft recent zware klappen te verduren gekregen, met het verlies van pioniers als Bass D en Chosen Few. Hakt zoiets erin?

‘Enorm. Het was een onvoorstelbare klap. In de weken voor de dood van Bass-D (Eugenio Dorwart, red.) draaiden we nog samen. En ineens hoor je dat hij is overleden aan de gevolgen van een herseninfarct. Je belandt in een complete shock. Matthijs Hazeleger (King Matthew, red.) had de uitvaart prachtig geregeld, maar het blijft intens verdrietig.’

Kort daarvoor overleed Chosen Few (François Prijt) van de iconische gabberplaat Name Of The DJ...

‘Ja, aan de gevolgen van kanker. Hij was al langer ziek, maar dat wisten maar weinig mensen. Hij hield het heel privé. Toen de harde realiteit naar buiten kwam, kwam de klap des te harder aan. Het drukt je met je neus op de feiten: hoe onsterfelijk de scene soms ook lijkt, we zijn allemaal kwetsbaar.’

Ondanks het verdriet ben je muzikaal gezien weer productief. We horen geruchten over nieuwe projecten?

‘Zeker weten! Ik heb het produceren weer helemaal omarmd. Onlangs heb ik een fantastische deal getekend met Be Yourself Music. Al mijn originele BZRK-klassiekers worden opnieuw op vinyl geperst, compleet in de originele hoezen. Fans en verzamelaars snakken ernaar om de gaten in hun platencollectie op te vullen.’

Komt er ook nog vers materiaal uit?

‘Binnenkort verschijnt de dubbel-12 inch Vinyl Destination, vol met nieuwe tracks. De inspiratie stroomt, mijn tweede album is eigenlijk ook al bijna klaar. Daarop komt ook een track die ik met Bass-D heb gemaakt in de jaren 90, en die in 2017 is geremixed door Nytro. Die móést er gewoon op.’

Er zijn inmiddels talloze biografieën verschenen, over Dano, The Prophet, Gizmo, Paul Elstak, Charly Lownoise, Mental Theo... Waar blijft de biografie van Buzz Fuzz?

‘Alles wat in die andere boeken over de chaos en drugs staat, klopt woord voor woord. Wat betreft mijn eigen verhaal: ik denk er steeds vaker over na, maar ik ben er nog niet klaar voor. Zolang het einde van de rit nog niet in zicht is, kun je het boek nog niet sluiten. Ik breng liever één dikke, complete pil uit dan een reeks vervolgdelen. Mijn geheugen laat me wel eens in de steek, maar geef me een willekeurige foto uit 1993 en ik vertel je direct het bijbehorende verhaal. Gelukkig hebben we de foto’s nog, haha!’

Wat is je allerbeste herinnering uit die vroege pioniersjaren?

‘Dat is zonder twijfel The Final Exam, het allereerste ID&T-feest in 1992 in de Jaarbeurs in Utrecht. Er was iets misgegaan bij de organisatie: ze waren vergeten de ramen en daken van de hal goed af te dekken. Ik moest ‘s ochtends vroeg draaien. Terwijl ik bezig was, brak de zon door. Opeens zag ik de gezichten van duizenden mensen baden in het daglicht. Heel confronterend, want als dj sta ik liever in de veilige anonimiteit van het donker en de lasers. Maar ik draaide goed. Achteraf gezien was het absoluut een magisch moment.’

De eeuwige discussie in de Nederlandse hardcore: wie is de onbetwiste godfather? Het publiek roept vaak meteen Paul Elstak. Terecht?

‘Nee, daar ben ik het totaal niet mee eens. Als je het over de échte godfathers hebt, wijs ik direct naar de Amerikaan Lenny Dee en de Duitser Marc Acardipane. Zij hebben het rauwe fundament gelegd. En – met alle bescheidenheid – ikzelf natuurlijk. Wij stonden aan de wieg. Dat het grote publiek direct aan Paul denkt, komt puur doordat hij destijds de meeste commerciële top 40-hitjes heeft gescoord.’

Maar je hebt zelf ook wel eens geflirt met die commercie, bijvoorbeeld met de plaat XTC Love als Bertocucci Feranzano.

‘Ik heb het inderdaad één keer geprobeerd met een versie in een soort clubby jasje, maar eerlijk gezegd vond ik het voor geen meter klinken. Het bleef steken in de tipparade, dus een doorslaand succes was het niet. Ik dacht altijd: dat commerciële hits scoren, dat kan Elstak, dus dat kan ik ook wel. Maar het is echt niet zo makkelijk. Je moet feeling hebben voor hits. Ik ben simpelweg niet zo van de vrolijke, ‘mellow’ liedjes.’

Hoe kijk je naar de enorme financiële kloof in de huidige scene? Iemand als Paul Elstak vangt rustig 10.000 euro per boeking, terwijl jullie het vaak met 750 euro moeten doen.

‘Dat is de realiteit en we zitten gemiddeld inderdaad aan die kant van het spectrum. Maar weet je, wij gedragen ons niet ‘high and mighty’; we zijn er altijd geweest uit pure liefde voor de hardcore en de fans. Natuurlijk zou het leuk zijn als we allemaal hetzelfde geld kregen voor een uurtje zweten, maar er bestaat geen vakbond in deze business. Jongens als Afrojack, Tiësto of Armin van Buuren zijn multimiljonair en vangen bedragen met vijf nullen.’

Steekt dat nooit?

‘Geen seconde. Ik heb er nog nooit wakker van gelegen. Ik gun het ze van harte, maar het is niet mijn wereld en niet mijn muziek. Ik ben stiekem heel blij dat ik me niet in die gladde, supercommerciële scene begeef. Dat bespaart me een hoop hoofdpijn.’

Mark, na 35 jaar in de industrie, langs extreme pieken en dalen... Wat is jouw belangrijkste levensles?

‘Heel simpel: blijf altijd jezelf. Doe wat jij denkt dat goed is en trek je niets aan van de rest. Live your life, go BZRK.’


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Nieuwe Revu 23 Megarave/Danny Rossen, Megarave/Maarten de Bruin