Rob: Hij moet het in de kringen waarin hij vertoeft ongetwijfeld vaak uitleggen, maar vermoedelijk is ‘m dat een rotzorg: ik ben bevriend met Martin Koolhoven, op dit moment Neerlands meest toonaangevende filmmaker (klopt, er is natuurlijk altijd nog de inmiddels 87-jarige Paul Verhoeven, die zomaar weer een ophef veroorakende miljoenenproductie uit zijn Hollywoodse hoed kan toveren, maar ik beperk mij even tot het polderlandse cinematografische gedoe).
Ik ben zelfs weleens samen met Kool, zoals ik hem noem, voor een zaterdagbijlage van De Volkskrant geïnterviewd, mijnheer Van Amerongen. Het geschiedde in het kader van een serie over onwaarschijnlijke vriendschappen. Een vooraanstaand lid van de linkserige, schrikbarend wokistische Nederlandse filmscene die kameraadschappelijk omgaat met zo’n fascistische, domrechtse Telegraaf-nazi, dat kón natuurlijk helemaal niet in de ogen van die krant, dus daar wilden ze wel het fijne van weten.
De Volkskrant stuurde sterverslaggeefster Esma Linnemann op ons af, een bepaald niet onaantrekkelijke verschijning, al paste ik er uiteraard voor om in haar directe nabijheid verbaal uiting te geven aan die constatering: het was een en al MeToo destijds, dus ik sprak slechts met mijn ogen. Hoe dan ook duurde het driegesprek op een Amsterdams terras een uur of vijf en dronken Kool en ik de interviewster onder tafel. De diverse glazen dadellikeur waarmee wij de bijbehorende maaltijd op kosten van De Volkskrant afsloten – als geste bood ik namens De Telegraaf ook nog twee flessen wijn aan – deden juffrouw Linnemann de das om. Ik beschouw het nog altijd als een wonder dat zij er daarna in slaagde om een samenhangend verhaal van 4000 woorden te produceren.
Kent u de Nederlandse filmwereld een beetje, collega? Ik moet eerlijk zeggen dat het onderwerp niet vaak ter sprake komt als de heer Koolhoven en ik weer eens zitten te teuten. Wij hebben het meestal over Ajax. Als Eddy Terstall zich bij ons heeft gevoegd – óók filmmaker en bovendien een wederzijdse vriend die eveneens een passie voor de voetbalsport heeft – passeren ook wel andere onderwerpen de revue, zoals de Gaza-kwestie, waarover in zoverre onderlinge overeenstemming bestaat dat wij in gezamenlijkheid de mening zijn toegedaan dat propaganda er een te grote rol bij speelt.
De heer Terstall, die alles weet, scheidde onlangs de heerlijke film Land van Johan af, waarvan hij nóg twee delen wil maken. Daar hebben wij het vanzelfsprekend eveneens over, en vervolgens wordt dan meestal een thema aangeroerd dat de Nederlandse filmwereld in mijn ogen typeert: het is bepaald geen vetpot.
Eddy leeft beneden modaal, maar Kool is vermoedelijk de uitzondering die de regel bevestigt. Hij maakt echter weinig films: het is alweer tien jaar geleden dat hij de zwarte western Brimstone afleverde en het lukt hem maar niet om zijn nieuwe productie Emerald Butterfly van de grond te krijgen, dat een broeierige film noir thriller moet worden die zich afspeelt in het Jakarta (toen nog Batavia) van de late jaren 40, vlak na de Tweede Wereldoorlog tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog.
Het blijft een beetje behelpen in onze filmscene, mijnheer Van Amerongen.
Waarom lukt het de Scandinaviërs bijvoorbeeld beter?
Weet u het antwoord?
Arthur: Het toeval wil, Robbie, dat ik op het feestje ter ere van jouw vijftig dienstjaren bij De Telegraaf was, en dat Eddy en Kool daar ook waren. Een en ander vond plaats in de brousse rond Egmond en ik zat in de lommerrijke tuin van de uitspanning naar Ajax te kijken met die twee fuifnummers, die het merkwaardig vonden dat jij een feestje had gepland op de laatste speeldag van de eredivisie. Heiligschennis!
Eddy en Kool waren bloednerveus omdat Ajax zich direct kon plaatsen voor de Jaarbeursstedenbeker, of hoe dat verliezersbal tegenwoordig ook genoemd wordt. Af en toe kwam iemand de tuin in wandelen – ik noem een Mona Keijzer, een Ronald Plasterk, een Stan Huygens, een Keyvan Shabazi, een Roderick Veelo – en die vonden het maar wat vreemd en ongepast dat de twee gerenommeerde cineasten voetbal zaten te kijken – in Ajax-shirts – op een mobiel telefoontje, en dan ook nog naar dat zielige clubje uit Amsterdam.
Ajax redde het niet, zoals ik verwacht had, en ik dacht meteen aan karma. Karma komt natuurlijk uit het oude India en geldt alleen voor figuren die reïncarneren, maar voor deze ene keer maakte ik mij vol vreugde schuldig aan culturele toe-eigening. Instant karma's gonna get you, going to knock you on the head, zongen John Lennon, the Plastic Ono Band en Yoko Ono, al kan het psychotische gekrijs van mevrouw Lennon bepaald geen zingen worden genoemd. Ik neem aan dat haar bescheiden hit Walking on Thin Ice niet tussen jouw singletjes staat - tussen Trea Dobbs, Eddy Christiani en Bob Scholte – maar als je daar naar luistert, waan je je op de gesloten afdeling van een ouderwets gekkenhuis, waar de brandslang op vrouwen wordt gezet als die zich aanstellen.
Ajax redde het niet, zoals ik verwacht had, en ik dacht meteen aan karma
Overigens is mijn favoriete Nederlandse filmregisseur Adriaan van Ditvoorst, het grootste talent ooit, en die werd zo tegengewerkt door het establisment, dat hij zelfmoord pleegde (hij verdronk zich in de Schelde nabij zijn geboorteplaats Bergen op Zoom). Op YouTube staat zijn epische De Mantel der Liefde, en je moet even doorspoelen naar het krankzinnige taartgevecht tussen een naakt bakkersechtpaar. Mimi Kok helemaal naakt, onder de slagroom! Ze was natuurlijk al bloot onder de douche te bewonderen als Gé Braadslee in het tv-programma Het is weer zo laat! van Wim T. Schippers, maar in De Mantel der Liefde speelt zij in de meest opwindende naaktscène uit de Nederlandse filmgeschiedenis. Daar kunnen Paul Verhoeven, Eddy en Kool – die het non-functioneel bloot bepaald niet schuwen in hun rolprenten – een puntje aan zuigen.
Je vroeg mij wat er aan de hand is met de Nederlandse film, en waarom die twee Ajax-hooligans zo worden tegengewerkt. Welnu, omdat ze zich met jou encanailleren, vriend. Ik stond ‘s anderendaags na jouw fuif in het Stan Huygens Journaal, innig verstrengeld met Mona Keijzer, de Nederlandse Jane Fonda, en prompt werd ik geroyeerd bij De Kring, de Amsterdamse kunstenaarssociëteit waar ik al 50 jaar lid van was. Het is jouw schuld dat ik nu tot dom-rechts word gerekend door Sander Schimmelpenninck!
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct