In 2007 constateerde prinses Máxima dat ‘de Nederlandse identiteit’ niet bestaat. Toevalliger heeft Nederlands sinds dat jaar altijd een positief migratiesaldo gehad en sinds 2022 komt honderd procent van de netto bevolkingsgroei uit migratie. Terwijl Nederlanders meer dan ooit zoeken naar ‘onze’ identiteit, vragen Nederlanders met een migratieachtergrond zich anno 2026 juist af of ze nog wel bij Nederland mogen horen. Wat is Nederland, en van wie is ons land?
‘Dé Nederlandse identiteit? Nee, die heb ik niet gevonden,’ sprak toen nog prinses Máxima op 25 september 2007 bij de presentatie van een WRR-rapport met de titel Identificatie met Nederland. Ook zei ze: ‘Dé Nederlander bestaat niet.’ Bijna twee decennia later, op zondag 31 mei 2026, vroeg journaliste Fidan Ekiz zich echter vertwijfeld af of ze er nog wel bij hoort. Bij WNL op Zondag zei ze: ‘Er groeien generaties op met de gedachte horen we hier nou wel, of horen we hier niet en ik had nooit gedacht dat ik dit zou moeten uitleggen.’
Eigenlijk kan het niet allebei waar zijn. Er kan niet géén ‘de Nederlander’ zijn, waar je dan vervolgens toch ‘niet bij kan horen’. Als er geen eensluidende Nederlandse (culturele) identiteit zou zijn, kun je daarvan immers ook niet buitengesloten worden. Toch zit er zowel een kern van waarheid in wat Máxima zei, als in wat Fidan Ekiz verwoordde. En allebei hebben ze tevens ongelijk.
De uitspraken van Máxima leidden in 2007 tot behoorlijk wat verontwaardiging. Wie dacht die omhooggevallen Argentijnse junta-dochter niet dat ze was? Nederlanders lézen immers graag de les, maar láten ‘m zich liever niet lezen. In het rumoer bleef vaak achterwege dat Máxima in haar toespraak ook zei: ‘Als troost kan ik u zeggen dat ‘de Argentijn’ ook niet bestaat.’
Waaraan ze toevoegde: ‘Ik vind het daarom heel interessant dat de titel van het rapport van de WRR niet is De Nederlandse Identiteit. Maar: Identificatie met Nederland. Dat laat ruimte voor ontwikkeling. En voor diversiteit.’
In 2007, op de valreep van een maatschappelijke omslag naar de massamigratie die we sindsdien hebben meegemaakt, was diversiteit nog geen de facto beleidsdogma waarmee autochtone Nederlanders achterin de bus worden gezet, en statushouders voorrang krijgen op sociale huurwoningen. Het was een term die paste in de liberale, tolerantietraditie van Nederland.
Fidan Ekiz identificeert zich overduidelijk met Nederland. Wie haar naam niet kent en haar verschijning niet zou zien maar louter haar stem zou horen, hoort een Rotterdamse parelketting-tongval en zou geen moment denken dat haar ouders van Turks-Griekse afkomst zijn. Ze is geboren en getogen in Nederland en heeft een zoon met Wierd Duk, die op zijn beurt bepaald geen onbekende pleitbezorger is voor de Nederlandse cultuur, geschiedenis en identiteit. Fidan ís Nederlands en tegelijkertijd een verpersoonlijking van die voornoemde diversiteit, in de betekenis van 2007.
Giftige term
In 2026 is diversiteit een dogma, een giftige term, en zo ziet de lezer al een beetje waar het heen gaat: het nationale debat over afkomst, cultuur, identiteit en samenleven in het met dijken omzoomde en door poldermolens droog gehouden Rijn-sediment dat zich Nederland noemt, is sinds de observaties van de toen zelf pas net ingeburgerde Máxima niet gezelliger geworden. Een van de sfeerverziekende elementen kwam in de uitspraken van Fidan Ekiz terug, omdat ze in haar verzuchting ook een verwijt aan (autochtoon) Nederland neerlegde. Dat zou bij nieuwkomers en niet-oorspronkelijke Nederlanders het gevoel versterken er ‘niet bij te horen’. Dat kun je in de links-progressieve ruimte van de televisiewereld prima zeggen, want het past in een postmoderne traditie waarin nationale of identitaire zelfhaat tot een moreel verheven concept is uitgegroeid. Presentator Rick Nieman zette zijn meest vrome medelijdenblik op en knielde nog net niet in diepe zonde voor Fidans leed. Het is, zeker onder hogeropgeleiden, bijzonder hip om jezelf te haten. En dan niet letterlijk jezelf natuurlijk, maar het als achterlijk of achterwaarts beschouwde arbeiders- of middenklasse-amalgaam dat zich ‘het volk’ noemt, voelt of zo wordt genoemd. Je zou hen ‘de Nederlander’ kunnen noemen, als die mocht bestaan.
In die progressieve, elitaire ideologie wordt een blanke Europese identiteit negatief gelinkt aan een vermeende superioriteit die is geworteld in een Europese historie waarin ‘wij’ de wereldzeeën over zeilden om andermans gebieden te koloniseren, ons de vruchten en grondstoffen van hun bodem toe te eigenen, soms zelfs om de oorspronkelijke bewoners tot slaaf te maken. Een ‘traditie’ die we reeds lang ontgroeid zijn, te beginnen met het afschaffen van de slavernij (door westerlingen, die zelf tot inkeer kwamen) en eindigend met een totale dekolonisatie waarvan we - kennelijk - nog altijd de zonde met ons mee moeten dragen.
Uit dat erfzonde-denken zijn de dogma’s over ‘diversiteit’ gegroeid. Je kunt makkelijk een boek vullen met citaten van westerse politici, historici, sociale wetenschappers, journalisten en charlatans (of combinaties daarvan), die een bevolkingspolitiek bepleiten van het met zo veel mogelijk vreemdelingen vermengen van wat oorspronkelijk in meerderheid blanke landen en gemeenschappen zijn. Of waren, als je sommige Europese steden ziet. Enerzijds willen de progressieven daarmee dat vermeende blanke superioriteitsgevoel onderdrukken, anderzijds een erfschuld inlossen bij al die verdrukten van kleur, die zo geleden hebben onder onze koloniale driften en nog steeds daaronder zouden zuchten.
Voor veel van dit soort ideologen is er geen bovengrens aan hoeveel vreemdelingen we kunnen of moeten verwelkomen. Daarom slapen asielzoekers nu met regelmaat op het gras in Ter Apel, de chronisch overbelaste nationale intake-balie voor immigranten. Limieten stellen, landsgrenzen bewaken of überhaupt rationeel functionerend migratiebeleid invoeren, lijkt onmogelijk. CDA-leider Henri Bontenbal beweerde zelfs dat er ‘niets meer is dat gedaan kan worden’ aan asielinstroom: alles wat gedaan kan worden, wordt al gedaan – einde discussie. Een schandalige leugen waarmee hij onmacht tracht af te dekken, de onwil van zijn regeringspartij verraadt en iedere verantwoordelijkheid voor de gevolgen ver van zich werpt. Dezelfde mentaliteit heerst bij D66 en alles links daarvan, en ook binnen de VVD en het CDA.
Voor veel ideologen is er geen bovengrens aan hoeveel vreemdelingen we kunnen of moeten verwelkomen. Daarom slapen asielzoekers nu met regelmaat op het gras in Ter Apel
Probeer dan nu die opmerking van Fidan Ekiz eens om te keren: is er niet een (groeiend) deel van de nieuwkomers en niet-oorspronkelijke Nederlanders die zelf uitstralen er niet bij te willen horen? Die etaleren dat ze géén band hebben met Nederland, geen interesse in de rijke historie en culturele waarden tonen en zich niet bekommeren om het behoud van over lange tijd en door grote offers verworven vrijheden, maar enkel de (gratis) vruchten daarvan willen plukken? Stel die vraag op televisie en je hebt de policor poppen aan het dansen. Zeg er als rechts of conservatief politicus wat stelligs over in een plopkap van de pers en je hebt een debatverzoek van de taal- en toonpolitie aan je broek. Maar wie recent bij Opsporing Verzocht de beelden zag waarin een groep Syrische jongeren met extreme agressie iemand in elkaar slaat in een - oh, Nederlands nationaal symbool! - filiaal van Albert Heijn, die mag zich toch deze zaken wel afvragen?
‘Erbij horen’ hoeft niet eens in expliciete dankbaarheid, als het maar niet met geweld, overlast en ontwrichting gepaard gaat. Want dat gaat het vaak, te vaak en steeds vaker wel. De politie was weliswaar naar dit tuig op zoek, maar wie gelooft nog dat er serieuze repercussies volgen? Worden ze opgepakt, dan staat een batterij ‘hulpverleners’ en juristen klaar om met diagnoses over PTSS, cultuurschok of vluchtelingentrauma voor milde behandelingen in lange, dure vervolgtrajecten te pleiten. Het is een verdienmodel dat al begint bij de intake-balie in Ter Apel. Diversiteitsdenken is lucratief maar tergend kortzichtig en toch zo alomtegenwoordig in de hogere progressieve kringen, dat je het een elitaire vorm van populisme kunt noemen. Ook voorheen rechtse of conservatieve partijen als VVD en CDA zijn besmet met deze ideologische uitholling van culturele waarden, betekenis en zelfrespect. Hun verdienmodel is zo mogelijk nog killer, want het drijft op lage lonen uit goedkope arbeidsmigratie.
Minderwaardig
De befaamde tolerantie is eigenlijk altijd al een vorm van onverschilligheid geweest: ‘Val jij mij niet lastig, dan laat ik jou met rust'. Zo kan de een z’n marktkraam bouwen, en de ander de goede zeden prediken. Op zich een prima uitgangspunt, dat je zowel progressief als liberaal kunt uitleggen. Maar wanneer deze ‘tolerantie’ wordt uitgedaagd, uitgelachen en eigenlijk domweg wordt overlopen, kun je ook concluderen dat de onverschilligheid inmiddels is afgegleden tot nalatigheid. Dat vreet aan vreselijk veel mensen, die zich wél aan geschreven wetten en sociale normen houden, zich wel Nederlander voelen maar zich steeds minder thuis voelen op hun eigen geboortegrond. Het mag niemand verbazen dat wanneer je autochtone Nederlanders maar lang genoeg tot minderwaardig bestempelt terwijl je zulke groepen onaangepaste, onverschillige en soms ronduit subversieve groepen vreemdelingen de hand boven het hoofd blijft houden, vrij spel geeft, en hun gedrag verzwijgt of vergoelijkt maar hen wel gratis uitkeringen en woonruimte verstrekt, dat een deel van die autochtonen daartegen in verzet komt.
Wie geen gehoor vindt bij het bevoegd gezag of de democratische vertegenwoordiging, zich door de media miskend voelt en door de (sociale) wetenschap gekleineerd, zal zich als vanzelf richten tot influencers, politici en (identitaire) bewegingen die hun grieven wel begrijpen en verwoorden, en hen vertellen dat ze zich helemaal niet hoeven te schamen voor hun eigen herkomst. En dat de historische verdiensten, verrijkingen en verkenningstochten uit het verleden veel zwaarder wegen dan de zwarte bladzijden – allemaal echt geen onredelijke overtuigingen, integendeel.
De volle potentie van deze politieke krachten is nog lang niet bereikt: uit peilingen blijkt dat kiezers al decennialang een strenger asielbeleid willen. Een citaat uit onverdachte bron, namelijk De Correspondent: ‘In 1994 vond iets meer dan de helft van Nederland dat we meer asielzoekers moeten terugsturen dan toelaten, in 2023 vond 63 procent dat.’ Het stemgedrag van de kiezer is navenant opgeschoven. De in woord migratie-kritische maar in daad volstrekt nalatige VVD zakt weg, ten faveure van eerst de PVV (in 2023 met 37 zetels ruimschoots de grootste partij) en inmiddels ook Forum voor Democratie (naar gelang welke peiling je gelooft tussen de 14 en 18 zetels). Ook het conservatief-liberale JA21 springt in het gapende rechtse gat dat VVD en CDA laten vallen.
De befaamde tolerantie is in Nederland eigenlijk altijd al een vorm van onverschilligheid geweest: val jij mij niet lastig, dan laat ik jou met rust
In het straatbeeld is dankzij de Spreidingswet (die je geen Dwangwet mag noemen, maar dat wel is) onderwijl het verschijnsel ‘azc-protesten’ tot landelijke fenomeen aan het uitgroeien. De onnodig lange latten waarmee de politie in Loosdrecht uithaalde, lieten zien dat het bevoegd gezag handelt uit onmacht, misschien zelfs wel uit angst. Retoriek, actie en reactie vinden elkaar vervolgens op reactionaire, anti-progressieve flanken. Die op zichzelf ook dreigen door te slaan. Een dag voor de verzuchting van Fidan Ekiz bij WNL was Lidewij de Vos namens Forum voor Democratie spreker op een ‘remigratie-top’ in Porto. Daar kwamen zelfverklaarde Europese patriotten bijeen, die geloven dat omvolking bewust beleid is om het blanke ras te verdunnen en te vervangen (theorieën waarvoor voedingsbodem te vinden is bij progressieve politici die zulks letterlijk hebben bepleit), en bij wie de retoriek over ‘remigratie’ in het voorportaal van ‘deportatie’ staat. De Vos weigerde eerder diezelfde week een vraag van Mona Keijzer te beantwoorden of ze vond dat Nederland primair ‘blank’ moet zijn.
Zoals het progressivisme is doorgeslagen in ondermijnende historische en culturele zelfhaat, zo worden extreem-conservatieve flanken gekenmerkt door barokke, renaissancistische lofzangen op Europese klassieke architectuur, iconografie en christelijke tradities die een soort nostalgische fierheid hebben, maar die zijzelf niet per definitie verinnerlijkt hebben. Zeker de jongere aanhang is van ná de ontkerkelijking en lijkt - zoals Eva Vlaardingerbroek - het geloofsargument in te zetten om ‘godvrezend’ gewicht te geven aan toespraken, waarbij de kleurenpracht en bladgoudpraal van de (katholieke) kerk als majestueuze backdrop voor Instagram dient.
In Porto werd aldus vooral gepleit voor het maken van meer blanke baby’s, door mensen die door De Vos in goed Baudettiaans proza omschreven werden als ‘vertegenwoordigers van een nieuwe generatie, van de nieuwe Europese avant-garde’. Waar het op (extreem-)links modieus is om antisemitisme te verhullen onder de noemer ‘antizionisme’, hoef je bij deze zelfverklaarde avant-garde vaak maar lichtjes aan de term ‘patriottisme’ te krabben om het onderliggende racisme bloot te leggen. Als blanke baby-copulatie in een roep om ‘hervolking’ tot doel op zich wordt gehuldigd, lijk je meer belang toe te kennen aan herkomst en huidskleur dan aan (Europese) culturele waarden, architectuur en christelijke zingeving.
Hoewel meneer pastoor vroeger ook vaak kwam vragen of er al voorspoed in de voortplanting zat (en de Nederlandse geboortecijfers dramatisch laag zijn), werd het beschuit-met-muisjescongres in Porto niet bepaald van vroomheid vervuld, dankzij sprekers als Martin Sellner, die zichzelf (!) ooit als ‘neonazi’ betitelde. Of Björn Höcke van Alternative für Deutschland. Volgens meerdere Duitse rechters mag je deze partijprominent uit de deelstaat Thüringen juridisch een ‘fascist’ noemen. Höcke was medeoprichter van Der Flügel, een etno-nationalistische partijvleugel. Het Holocaustmonument in Berlijn is volgens hem een ‘monument van schande’ en hij pleit voor toenadering tot Vladimir Poetin. Dat alles past ook in het FvD-profiel.
Partijleider Thierry Baudet sprak zich uit tegen oikofobie (angst voor het eigene), heeft een flinke kerfstok van antisemitische uitlatingen en prees de Russische inval in Oekraïne als ‘een van de meest optimistische gebeurtenissen in zijn leven’, omdat Poetin ‘tegen de globalisten strijdt’. Hoewel de aanhang voor deze uiterste rechterflank groeit, en Forum klimt in de peilingen: is dit dan de identiteit die ‘dé Nederlander’ zich zou willen aanmeten?
Culturele omslag
Máxima zei in 2007 tijdens de presentatie van het WRR-rapport ook: ‘We denken nog te veel in scheidslijnen. Ook nieuwkomers doen dat. Soort bij soort. Maar Nederland is geen Artis. Juist verscheidenheid en vermenging geven ons kracht.’ Is dat zo? Vermenging op kleine schaal kan voordelen brengen, vooral als er sterke doch deelbare eigen waarden worden uitgedragen (zie, vanuit historisch perspectief, de Verenigde Staten). Maar bij schaalvergroting ontstaan scheidslijnen. Bij onbeheersbare migratie, waarbij ook de sociale eigenwaarde actief wordt ondermijnd zoals het progressivisme al decennialang doet, worden het breuklijnen.
Als de vermenging zoals Máxima hem bedoelde zich op ongecontroleerde wijze voltrekt, waarbij binnen de tijdsspanne van ongeveer één generatie de culturele omslag zo zichtbaar wordt dat het (steeds extremere) tegenbewegingen en vormen van verzet oproept, wordt het een mislukt experiment in humanitaire medemenselijkheid. Het legt een tijdbom onder de sociale cohesie, het sociale contract en de liberale democratie. Volgens Máxima dachten niet alleen Nederlanders in 2007 in scheidslijnen: ze verwees ook expliciet naar ‘nieuwkomers’. Ook dat ligt twee decennia beduidend gevoeliger, maar ze had wel gelijk.
Máxima zei in 2007: ‘We denken nog te veel in scheidslijnen. Ook nieuwkomers doen dat. Soort bij soort. Maar Nederland is geen Artis’
Het is een hard feit dat de islam als ideologie dogmatischer en intoleranter is dan de liberale grondslagen van de Nederlandse democratie en rechtsstaat. Het verwerpt veel vrijheden die burgers kennen die zijn geboren, getogen en opgevoed in de ooit zo vanzelfsprekende waarden van de Nederlandse cultuur. Vrijheden die ook overgebracht zijn op de in Nederland geboren Fidan Ekiz, of Ruud Gullit, net als op een heleboel niet in Nederland geboren Nederlanders die naar ons land kwamen toen de ‘vermenging’ nog mondjesmaat gebeurde, in die paar decennia tussen ruwweg 1970 en 2007, toen die liberale cultuur niet alleen leidend was, maar tevens dominant. Niet op dwingende wijze, maar open en tolerant. ‘Val jij mij niet lastig, dan laat ik jou met rust’.
Destijds zuchtten we van SP’er Jan Marijnissen tot VVD’er Frits Bolkestein en van de rebelse Theo van Gogh tot PvdA’er Rob Oudkerk soms samen over arbeidsmigratie, integratieproblematiek, ’kutmarokkaantjes’, en de negatieve invloeden van de islam. Waar we vervolgens niets tegen deden. Ook niet toen Theo van Gogh met een mes in z’n borst op de Linneausstraat lag, nadat Pim Fortuyn al door het politiek correcte progressivisme was vermoord. Het lijkt soms wel of we vanaf toen alle hoop hebben laten varen, en Nederland aan het toeval hebben overgeleverd dat ons in 2026 zo tegen elkaar aan het keren is.
Nederland is inderdaad geen Artis, zoals Máxima zei. Je kunt ‘dé Nederlander’ niet in een terrarium zetten en als unieke diersoort bekijken. Maar Nederland is als land misschien toch een soort Artis geworden, omdat onze polder-zoo uit steeds meer separate verblijven is gaan bestaan, waarin uiteenlopende zoogdieren hun eigen stukje culturele en identitaire grond bewaken. Soms gemengd met verwante soorten die elkaar goed gezind zijn maar net zo vaak (en, te vrezen: steeds vaker) ver van elkaar verwijderd omdat conflict, confrontatie en wederzijdse agressie op de loer liggen. Ook onderling tussen nieuwkomers, die hun nationale, religieuze of culturele conflicten importeren. Máxima had desalniettemin een punt in 2007. Dé Nederlander bestaat strikt genomen inderdaad niet, want ieder mens is zijn eigen individu en onder het liberale ideaal staat de vrijheid van dat individu in rechte ook nog eens boven het collectief.
En niemand kiest waar z’n wieg staat, of met hoeveel pigment je geboren wordt. Het daaraan verwante debat – nature versus nurture – over aangeboren kenmerken of aangeleerde eigenschappen, is weliswaar een minder beladen onderwerp, maar ook een discussie waar geen voldongen waarheden uit geconcludeerd worden. Je kunt in ieder geval niet van Fidan Ekiz of Ruud Gullit zeggen dat zij geen Nederlanders zijn, zouden zijn of kunnen zijn. Dat zijn ze wel, en ze maken als individuen dus deel uit van wat ‘dé Nederlander’ is, juist niet is, en kan zijn.
Maar als je Nederland als geheel bekijkt, historisch, langs de lijn van de eigen geboortepapieren uit de 16de eeuw, dan zie je wel degelijk de vorming van een culturele identiteit en een politieke entiteit. In de Unie van Utrecht, die in 1579 de voorzet gaf tot de oprichting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in 1588. In het Plakkaat van Verlatinghe, waarmee de Staten Generaal zich in 1581 onafhankelijk verklaarden van de Spaanse koning Filips II, die ze als tiran beschouwden. In die documenten, inspiratiebronnen voor het Verlichtingsdenken, vormen vrijheid (van godsdienst), verdraagzaamheid (ten opzichte van andere overtuigingen) en soevereiniteit (van het volk) belangrijke grondtonen. In de tussenliggende eeuwen gebeurde nogal wat, van de Gouden Eeuw tot de val van de Republiek en het herstel van de monarchie. Vele vormende gebeurtenissen smeedden een land, een gemeenschap, een samenleving en een sociale cultuur. En in de Grondwet van 1848 – toen de Verlichting zich eenmaal voltrokken had - werden de volkssoevereiniteit ten opzichte van de koning, het parlementaire zelfbestuur en de basis voor de democratie in een liberale constitutie geschreven. Veel vrijheden werden verankerd, voor steeds meer mensen. En, in de loop van de twintigste eeuw, uiteindelijk voor iedereen.
Op die historische basis moet je erkennen dat er wel degelijk zoiets bestaat als een set gedeelde waarden en ideeën waarmee al eeuwenlang vorm gegeven wordt aan niet zozeer ‘dé Nederlander’, maar wel aan één Nederland, met een brede, rijke en - ja ook - diverse identiteit van bestuurlijke, culturele, religieuze, liberale, tolerante, vrijzinnige, soevereine, vooruitstrevende, progressieve, conservatieve en ondernemende waarden. Karaktervormende krachten die ons ooit tot ‘gidsland’ maakten - alwéér zo’n term die vandaag de dag eerder met een weerzin tegen ‘het braafste jongetje van de klas’ van de tong rolt, dan met de trots van een zeevarende natie die ooit de zeven zeeën bedwong, en een grootmacht was in de wereld. In deze eeuw zijn, in grotere aantallen dan ooit, nieuwkomers Nederland binnengekomen die (wanneer ze eenmaal een verblijfsstatus en een Nederlands paspoort hebben) ook een pixel zijn gaan vormen in het totaalbeeld van ‘dé Nederlander’. De bevolkingsaanwas van Nederland komt al enkele jaren volledig op conto van migratie, die steeds vaker niet-westers is. In slechts vijftien jaar tijd is bijvoorbeeld één op de honderd ingezetenen van Syrische afkomst.
Banale eigenschappen
Over deze Syriërs, en vele anderen, kun je feitelijk constateren dat zij lang niet allemaal in hun eigen cultuur, geschiedenis of geboortegrond een Verlichting hebben doorgemaakt, een democratisch besef hebben gecultiveerd, of zijn grootgebracht met liberale waarden en het belang van individuele rechten, plichten en vrijheden. En dat zij cultureel en ideologisch dus wezenlijk verschillen van Nederlanders die – zoals Fidan Ekiz en Ruud Gullit – wél in die waarden zijn gewikkeld vanaf hun geboorte.
In kwantiteit maken deze nieuwkomers nu wezenlijke verschillen in Nederland als natiestaat. In de niet zo verre toekomst maken zij mogelijk al het verschil in Nederland als gemeenschap van mensen, die dan misschien niet eens voldoende waarden, wereldbeelden en religieuze overeenstemming meer delen om samen tot vreedzaam, democratisch en rechtsstatelijk zelfbestuur te komen. Natuurlijk zijn etniciteit en huidskleur daarin geen bepalende voorwaarden maar totaal ondergeschikte, banale eigenschappen. En dooddoeners in ieder debat: wie z’n huidskleur boven die van een ander plaatst, etaleert daarmee vooral bekrompenheid.
Wie er politiek op tracht te bedrijven, speelt met vuur. Het maakt daarbij niet uit of het de revisionistische rassenretoriek is van extreemrechts, of juist het ‘witte schuld’ propagerende progressivisme: in beide gevallen roept het vijandsbeelden op, leidt het tot ongelijke behandelingen en drukt het een dogmatische duim op de weegschaal van het (individuele) recht, die daardoor uit balans raakt. Die onbalans drijft mensen naar de flanken, waar aan de ene kant ‘dé Nederlander’ wordt geclaimd en vanaf de andere kant ‘hét volk’ wordt beschimpt. Máxima hoopte in september 2007 ‘dat het rapport van de WRR aanleiding zal zijn tot een open discussie zonder generalisaties over het thema Identificatie met Nederland’.
Niet alleen is dat jammerlijk mislukt, 2007 was ook het laatste jaar met een negatief migratiesaldo. In september 2007 telde Nederland 16,4 miljoen inwoners. In juni 2026 zijn dat er 18,2 miljoen. Het verschil van 1,8 miljoen inwoners netto groei is – volgens CBS-cijfers – bijna volledig toe te schrijven aan directe migratie en het geboortesaldo onder mensen met een (gedeeltelijke) migratieachtergrond, inmiddels drie op de tien Nederlanders.
Diversiteit is er dus wel. Maar hoe zit het met de Nederlandse waarden? In 2026 zijn we niet alleen ‘dé Nederlander’ steeds verder uit het oog verloren, we hebben weldra wellicht geen idee meer wat Nederland zelf precies was, is of hoort te zijn. Omdat het land – niet in de laatste plaats door die migratie – zó snel verandert, dat het mensen onzeker maakt en het vertrouwen in democratie, rechtsstaat, openbaar bestuur én elkaar ondermijnt.
Voordat je je kunt identificeren met Nederland, zullen we eerst Nederland opnieuw moeten identificeren. Liefst bij leven, voordat een historisch patholoog het moet doen en ‘dé Nederlander’ van de vroege 21de eeuw niet langer in Máxima’s Artis leeft maar enkel achter glas te bezichtigen is – opgezet in Naturalis.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct