Het wereldkampioenschap voetbal in 2026, georganiseerd door de Verenigde Staten, Mexico en Canada, is in meerdere opzichten historisch te noemen. Het toernooi kent een recordaantal deelnemers en speelsteden, wat direct resulteert in aanzienlijke reisafstanden. Tussen uitersten als Miami en Vancouver ligt een afstand van maar liefst 4.500 kilometer, wat enorme logistieke uitdagingen met zich meebrengt, aldus Sporza.
Desondanks heeft FIFA-voorzitter Gianni Infantino zich ten doel gesteld om een uiterst strak schema te volgen. Hij is voornemens om waar mogelijk dagelijks bij minimaal twee wedstrijden op de tribune aanwezig te zijn. Dit besluit past in het streven van de bond om bestuurlijke betrokkenheid bij dit grote toernooi nadrukkelijk zichtbaar te maken.
Om dit te realiseren, hanteert de Zwitser een complexe route. In de eerste vijf toernooidagen vloog hij van Mexico-Stad naar Los Angeles, bezocht hij Vancouver, om vervolgens via Miami en Seattle weer terug te keren naar Californië. Binnen een tijdsbestek van nog geen week werd zo een indrukwekkende afstand van nagenoeg 15.000 kilometer overbrugd.
De ecologische kosten van het toernooi
Deze intensieve manier van reizen, die wordt gefaciliteerd door een privévliegtuig, leidt echter tot toenemende maatschappelijke discussie. Hoewel de FIFA de keuze rechtvaardigt als een noodzakelijke representatieve verplichting, wijzen rapporten uit dat dit met een geschatte uitstoot van 9 miljoen ton CO2 veruit het meest vervuilende WK uit de geschiedenis wordt.
Dit leidt tot scherpe kritiek vanuit milieuorganisaties zoals Greenpeace. Zij wijzen op de sterke tegenstelling van het toernooi: terwijl spelers en fans op de speellocaties direct te maken hebben met extreme hitte als gevolg van klimaatverandering, maakt de voetbaltop structureel gebruik van zeer milieubelastend luchtverkeer. Volgens deze critici neemt de FIFA haar maatschappelijke verantwoordelijkheid hiermee onvoldoende serieus.