Tijdens de openingsavond van het documentairefestival in Carré in 2024 ontstond grote consternatie. Een pro-Palestijnse demonstrant gooide pamfletten, waarna Frits Barend zich luidkeels liet horen. De activist beschuldigde Barend later van een stomp in de maag, iets wat de journalist stellig ontkent. Het IDFA liet direct een officieel onderzoek instellen naar de toedracht.
De conclusies van het externe rapport bleken echter boterzacht. De onderzoekers spraken van ‘uiteenlopende percepties’ en weigerden een eenzijdige schuldige aan te wijzen. Voor Barend, die het een 'onbeduidend akkefietje' noemde, was de kous niet af. Hij ontving slechts een gecensureerde samenvatting van de organisatie en verwijt de festivaldirectie totalitaire trekjes omdat ze doodsbang zouden zijn voor imagoschade.
Voor de oud-presentator staat de Carré-rel niet op zichzelf, maar is het onlosmakelijk verbonden met de traumatische gebeurtenissen van 7 oktober. In zijn interview in Nieuwe Revu 25 bekent Barend dat zijn ontspannen, vrolijke levenshouding sindsdien compleet is verdwenen. De brute terreur, het oplaaiende antisemitisme en de voortdurende onrust hebben hem ertoe gezet een dagboek te starten. 'Ik zag dat veel Joden bang werden.'
Onderduiken bij een gluiperd
In datzelfde vraaggesprek trekt Barend genadeloos van leer tegen de hypocrisie van het festival. Hij benadrukt dat videobeelden zijn onschuld allang aantonen en dat het IDFA zelf een mediadrama regisseerde. Zijn woede bereikt een kookpunt als het gaat om festivaldirecteur Cees van ’t Hullenaar, die een snoeiharde en historisch beladen diskwalificatie incasseert. 'Bij een gluiperd als die directeur had ik niet kunnen onderduiken. Dat weet ik in elk geval zeker,' oordeelt Barend.
Deze opgekropte frustratie weerspiegelt zijn diepe onbegrip over de razendsnel gekantelde publieke opinie rondom het Midden-Oosten. Barend memoreert hoe Israël in 2005 Gaza eenzijdig ontruimde in een poging tot vrede, wat vrijwel direct werd beantwoord met raketvuur. Dat de feiten er volgens hem niet meer toe doen, zowel in de internationale berichtgeving als bij een Amsterdams filmfestival, bevestigt zijn bittere conclusie: de wereld is definitief veranderd.