Beste Wim T. Schippers,
Ik behoor niet tot de vele mensen met herinneringen aan je in de vorm van een persoonlijke ontmoeting. Op werkgebied kruisten onze paden wel: nadat de VPRO besloot met je te stoppen als presentator van de Nationale Wetenschapsquiz, benaderden ze The Spades-zanger Denvis en mij, en waren wij opeens je opvolgers. In al onze interviews benadrukten we hoe hoog we je hadden zitten en hoe vereerd we waren in je voetsporen te mogen treden, maar we vreesden tegelijk jóúw interviews over je afscheid, dat niet vrijwillig was. Dat liet je ook duidelijk merken in die interviews, waarin je dan natuurlijk ook de vraag kreeg hoe je dacht over je opvolgers. Het was een kans voor open doel die weinigen in jouw gemoedstoestand hadden laten liggen, maar jij zei dan iets als dat die twee jongens hun best deden. Ik vond dat chic.
Minder chic vind ik dat je er nu niet meer bent. Ook niet erg chic vond ik dat je het laatste jaar van je leven allemaal interviews moest lezen met Adriaan van Dis, die een affaire had met je vrouw. Hij schreef daar een boek over, en zei in interviews dat hij daar wel mee had willen wachten tot ze er niet meer was. Maar jij was er wel nog, en jij kon overal een vreemd en onsmakelijk soort machismo lezen, maar dan uitgesproken met een geaffecteerd accent. Namelijk de in verschillende bewoordingen herhaalde suggestie dat jouw vrouw eigenlijk meer hield van hem dan van jou, in het boek consequent De Ander genoemd. Affaires zijn van alle tijden en alle standen, maar deze onsmakelijke liefdeswedloop leek wel erg veel op een wedstrijd verpissen in het literair café.
Jijzelf daarentegen liet mij, en ik denk velen met mij, postuum nog een keer grinniken met je overlijdensadvertentie. Tussen die van NPO en VPRO, met vele woorden over je verdiensten en talent, stond er nog een, van je eigen stichting. De tekst: ‘Dood. niks aan te doen.’ De essentie, zonder hoofdletters. Mensen laten lachen om een overlijdensadvertentie: dat is weinigen gegeven. Alleen je mede-absurdist Piet Bouwman kreeg dat een paar jaar geleden voor elkaar, met de tekst op zijn rouwkaart: ‘Volgende keer beter!’.
Een dag later kwam er nóg een prachtige overlijdensadvertentie voor je, van Paul Haenen, die de stem insprak van Bert uit Sesamstraat, waar jij de stem was van Ernie. ‘Lieve Ernie, je blijft bestaan maar je zult nooit meer dezelfde zijn. Wat hadden we het fijn samen. Je vriendje Bert.’ Ten diepste kunnen ontroeren met een tekst van drie regels over twee pratende poppen: lang leve de vrijzinnige absurdisten.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct