Al vijf jaar lang woedt er in Myanmar een hevige burgeroorlog. Vergeten door de buitenwereld heeft het gewapend verzet geleerd om op eigen benen te staan in de strijd tegen de militaire dictatuur. Nieuwe Revu bezocht hun bolwerk in het noorden van de deelstaat Sagaing. Een regio waar nog geen enkele internationale pers sinds het begin van de oorlog is geweest.
‘Dit is bij mijn oude school,’ zegt Mak La Pae terwijl hij een foto op zijn smartphone laat zien. De foto toont een loopgraaf waarin tientallen kleine kinderen hurkend bij elkaar zitten, sommigen kijken angstig omhoog de lucht in. Er zijn op het moment dat de foto was genomen oorlogsvliegtuigen in de lucht, en de loopgraaf, een geul in de grond van enkel anderhalve meter diep, is het enige wat deze kinderen hebben als beschermende schuilplaats voor als de bommen vallen.
Mak La Pae, of Mike zoals hij zelf voorstelde, komt uit het dorp Myaung, in het zuidelijkste puntje van de deelstaat Sagaing. Het is een gebied waar al jarenlang hevig om wordt gevochten tussen regeringsleger en het verzet. Mikes eigen jongere broer is al bij een eerder bombardement op Myaung om het leven gekomen. De 19-jarige Mike sloot zich na diens dood aan bij het verzet. Hij is met ons meegereisd vanaf de Indiase grens.
De avond begint te vallen wanneer onze truck het hoogste punt van de bergrug bereikt. Voor ons ligt in het schemerende avondlicht een uitgestrekte vallei, achter ons honderden kilometers aan oerwoud. De reis zit er bijna op. Achter en voor de truck rijdt de rest van onze groep op een drietal motoren, afgeladen met bagage, medicijnen en voedselrantsoenen. Maar nu we afdaling hebben ingezet, zijn we bijna bij onze eindbestemming: het verzetsbolwerk Pinlebu.
Lange reis
Het heeft ons twee dagen gekost om hier te komen. Vanaf het dorp Rikhawdar aan de grens met India begonnen we met een gezelschap van negen aan de lange reis. Sommigen zijn strijders in het verzet zoals Mike, anderen ambtenaren in de NUG (National Unity Government), maar allemaal verbonden aan de gewapende strijd tegen het militaire bewind.
We staan onder leiding van commandant Zin, een soldaat van rond de veertig die uit Mandalay komt, de tweede stad van het land. Zin houdt van muziek en tijdens de reis barst hij geregeld opeens uit in het zingen van de strijdliederen van de revolutie. Maar Zin draagt een zware last met zich mee: hij heeft zijn gezin al vier jaar niet gezien. Zin laat tijdens de reis een foto zien van zijn vrouw en kinderen, twee jongens. ‘Het is zwaar om zo lang van ze gescheiden te zijn,’ legt Zin uit. ‘Mandalay is nog altijd in handen van de junta, dus terugkeren kan ik niet, en het is ook te gevaarlijk voor hen om naar mij toe te komen hier aan het front.’
Maar zelfs in Mandalay maakt Zin zich zorgen om de veiligheid van zijn gezin. Het regime is er namelijk op uit om ook de familieleden van verzetsstrijders te straffen. Zin doet er daarom alles aan om zijn rol als commandant van het verzet verborgen te houden. ‘Drie jaar geleden hebben ze mijn vrouw al een keer gevangengezet, omdat ze demonstreerde tegen de coup. Mijn kinderen moesten zich toen wekenlang zonder ons zien te redden. Inmiddels is ze weer vrij, maar de dreiging nog een keer in de gevangenis te verdwijnen is altijd aanwezig.’
Het is inmiddels alweer vijf jaar geleden dat het leger in Myanmar de burgerregering van Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi afzette en zelf de macht greep. Wat in de eerste dagen begon als een vredig burgerprotest tegen de militaire dictatuur werd door het leger hard neergeslagen. Honderden veelal jonge demonstranten vonden de dood. Wie de repressie wist te ontkomen, vluchtte de bossen in en pakte daar de wapens op, vreedzaam verzet had volgens velen geen zin meer. Tientallen verzetsgroepen sprongen als paddenstoelen uit de grond. In een paar maanden tijd was het land in oorlog.
De internationale gemeenschap had weinig aandacht voor het escalerende geweld in Myanmar. In de eerste maanden was de wereld nog volop bezig met de coronapandemie en stonden vaccins internationaal hoger op de agenda. Daarna braken er andere conflicten uit elders in de wereld die als urgenter werden gezien: Oekraïne, Soedan, Gaza, en nu ook Iran. Myanmar kwam altijd als laatste op de agenda, serieuze pogingen om het conflict te beëindigen, bleven uit. In dit isolement leerde het verzet al snel om de eigen boontjes te doppen. Samengebracht in verschillende coalities wisten talloze groeperingen stukje bij beetje gebieden te veroveren en zo het regime te verzwakken. Inmiddels is meer dan de helft van Myanmar in handen van het verzet. Het leger behield de controle over grote steden, vliegvelden, strategische wegen en stukken platteland, maar op de kaart begon het deel van Myanmar dat in handen is van de junta steeds meer op een geraamte te lijken.
Schuilkelder
Wanneer het al lang donker is komen we aan bij een guesthouse aan de andere kant van Pinlebu. Commandant Zin en de anderen reizen nog verder die nacht. Zij moeten zich bij hun kampement melden met de proviand die we vanaf India hebben meegenomen. Zin laat nog snel de schuilkelder achter het gebouw zien. Ook deze schuilplaats stelt niet veel voor en is duidelijk met de hand gegraven. Het is een ruimte anderhalve meter onder de grond, omgeven door houten muren aan de binnenkant en een laag zandzakken aan de buitenkant. De bovenkant is afgedekt met tinnen platen met ook daarop een stapel zandzakken. Het is meer dan de geul die Mike liet zien op zijn telefoon, maar ook hier valt te betwijfelen of je veilig bent wanneer er een bom recht op het dak belandt. De slaapkamer van het guesthouse, die op de begane grond ligt, kijkt uit op de schuilkelder. ‘Als er ’s nachts een vliegtuig komt, spring uit het raam en ga zo snel mogelijk de kelder in.’ Met die woorden neemt Zin afscheid.
De volgende dag worden we door ambtenaren opgehaald die met ons rondreizen en helpen bij het organiseren van interviews met inwoners en strijders. Het zijn drie jonge dertigers die allemaal werken voor dokter Zaw Wai Soe, een minister in de NUG. De National Unity Government werd vrij snel na de coup in ballingschap opgericht door politieke vertrouwelingen van Aung San Suu Kyi. De NUG zou functioneren als regering van het verzet. Het ballingschap was ook tijdelijk. In 2025 keerden de ministers van de NUG terug naar Myanmar om het bevrijde deel van het land actief te gaan besturen. Hun hoofdkwartier werd gevestigd in het noorden van Sagaing. Dokter Zaw, van origine een chirurg, begon in de NUG als minister van Gezondheid. Al snel klom hij op in de regering en is hij nu de minister van wat officieel het ‘ministerie van het Premierschap’ heet. Dr Zaw is in wezen de premier van de NUG zonder officieel die titel te dragen.
We ontmoeten dokter Zaw op een geheime locatie buiten Pinlebu. Dit omdat de NUG-ministers heel voorzichtig manoeuvreren. Als het leger weet waar ze zitten, kunnen ze elk moment een vliegtuig of drone verwachten. ‘We besturen nu ongeveer de helft van het land,’ aldus dokter Zaw. ‘Het is een gebied zo groot als heel Maleisië, met naar mijn schatting 15 tot 18 miljoen mensen nu onder onze hoede.’
Ondanks het succes van het verzet wordt de NUG nog door geen enkel land erkend of gesteund. ‘We hebben contact met sommige partijen in Europa, maar van erkenning is nog altijd geen sprake.’ Met name buurlanden als China, India en Thailand onderhouden nog altijd banden met de junta, dit maakt de situatie erg lastig voor de NUG. ‘Ons volk lijdt veel onder deze oorlog, maar ze zijn standvastig.’
‘Zodra een dorp of stad zich weet los te rukken van de militaire dictatuur wordt hij in de as gelegd. Dit om een voorbeeld te stellen aan andere steden’
We rijden door het centrum van Pinlebu. Wat vroeger een levendig dorp was, is veranderd in een spookstad. We passeren het ene na het andere platgebombardeerde gebouw. De straten zijn leeg, de ruïnes langzaam veroverd door oprukkend onkruid. ‘Nadat het verzet Pinlebu bevrijdde, werd de stad meermaals gebombardeerd door de junta,’ legt de tolk mij uit. ‘Het is een bekende tactiek van het leger. Zodra een dorp of stad zich weet los te rukken van de militaire dictatuur wordt hij in de as gelegd. Dit om een voorbeeld te stellen aan andere steden.’ De inwoners van Pinlebu zijn allemaal het platteland of de bossen ingevlucht, daar bouwen ze nu een nieuw leven op. De afgelopen jaren zijn er al honderden dorpen door heel Sagaing en omstreken in de as gelegd.
De inwoners die vaak al vluchten voordat soldaten van de junta hun dorp bereiken, kunnen als ze geluk hebben in een ander dorp een veilig heenkomen zoeken. Maar zo niet, dan trekken ze het oerwoud in, en bouwen ze daar midden in de wildernis een nieuw onderkomen van bamboe en hout. De voorgaande dagen kwamen we al talloze van dit soort vluchtelingenhutjes tegen, langs de junglepaden onderweg naar Pinlebu. Verscholen onder een bladerdeken zijn er zo in de bossen van Myanmar hele vluchtelingenkampen ontstaan. Een verborgen crisis in een vergeten oorlog.
Platgebrand
Ook May Thu (61) moest haar huis verlaten. May Thu komt uit Pin Kyaing, een klein dorpje van vijfhonderd huizen net buiten Pinlebu. ‘Een paar jaar geleden toen het leger nog in Pinlebu aanwezig was, kwamen de soldaten naar Pin Kyaing om het dorp aan te vallen. We wisten te ontkomen, maar het leger richtte grote schade aan. Meerdere huizen werden platgebrand.’
May Thu vluchtte naar een ander dorp in de omgeving waar ze nu een klein winkeltje is begonnen om zichzelf te onderhouden. Haar dorp Pin Kyaing is inmiddels bevrijd door het verzet, maar ze durft niet meer terug te gaan. ‘Ik mis mijn oude thuis heel erg, met name mijn moeder. Zij is 81 jaar oud en wil Pin Kyaing niet verlaten. Zij woont daar nog in ons oude huis, ondanks het feit dat er gaten in de muren en het dak zitten door granaatscherven. Ze weigert simpelweg op deze leeftijd nog te vertrekken.’
May Thu heeft een portret van haar prominent in haar winkeltje hangen. ‘Als ik genoeg geld heb verdiend, dan keer ik terug naar haar, en bouwen we samen ons huis weer op,’ vertelt ze vastberaden.
We bezoeken een school op het platteland. Een geheime school welteverstaan, want als het leger weet waar deze school zit, kan het ook tot doelwit worden gemaakt van een bombardement. We rijden het terrein van een boeddhistisch klooster op, hier worden kinderen dagelijks opgevangen om hun onderwijs voort te zetten. Binnen in een klaslokaal zitten tientallen leerlingen voor een groot krijtbord, ze zijn net met wiskunde bezig. Een van de tienerjongens die we kort te spreken krijgen, vertelt dat hij blij is weer naar school te kunnen, dat was niet altijd het geval. ‘Ik wil later dokter worden en andere mensen kunnen helpen,’ zo vertelt hij. ‘Mijn ouders zijn blij dat ik nog verder kan leren, maar ze maken zich ook zorgen. Ze zijn bang dat de locatie van de school uitlekt en we gebombardeerd worden.’ Zelf maakt de jongen zich daar niet heel veel zorgen om. ‘Alles kan gebeuren op elk moment, zo zie ik het. Er te veel bij stilstaan of bang te zijn, heeft weinig zin.’
‘Mijn ouders zijn blij dat ik nog verder kan leren, maar ze maken zich ook zorgen. Ze zijn bang dat de locatie van de school uitlekt en we gebombardeerd worden’
Het schoolhoofd geeft ons een rondleiding over het terrein en laat ons de veiligheidsmaatregelen zien die de school en het klooster hebben genomen. Ook hier zijn loopgraven aangelegd zoals te zien waren op de foto’s van Mike. Lange, maar vrij ondiepe geulen van enkele tientallen meters lang. Het uiteinde van de geulen begint vaak bij een springdeur van het klaslokaal. Als het alarm gaat, springen de leerlingen door deze deur naar buiten en moeten ze voorover gebukt in de geul gaan zitten. Het alarmsysteem is een boeddhistische bel, midden op het terrein. ‘Wanneer bij ons het early warning system afgaat, slaan we op de bel en weet iedereen wat ze moeten doen,’ zo meldt het schoolhoofd. Aan zijn riem zit een walkietalkie waarop geregeld berichten te horen zijn van een man die updates geeft over vliegtuigen in de omgeving.
Het early warning system is een netwerk van spotters die dichtbij militaire vliegbasissen zitten en zo via radio of de app Telegram de bewegingen van oorlogsvliegtuigen registreren en doorgeven. Iedereen in het noorden van Sagaing maakt gebruik van het systeem, een walkietalkie of telefoon met Telegram erop is haast onmisbaar voor elk huishouden. Ook wij houden de informatie onderweg constant in de gaten. ‘Er is een vliegtuig onderweg hiernaartoe,’ zegt de vertaler wanneer we de school weer hebben verlaten. Hij laat een push-upbericht op Telegram zien: ‘Vliegtuig opgestegen vanaf luchtbasis Homalin, vliegt in zuidoostelijke richting naar Pinlebu-township.’ Het vliegtuig bleek uiteindelijk alleen over Pinlebu heen te vliegen, het doelwit was Paungbyin, het township ernaast.
Aan stukken geschoten
De volgende stop is het lokale ziekenhuis, maar we bezoeken eerst het voormalige ziekenhuis in het centrum van Pinlebu. Dit was de plek waar mensen voor de oorlog vanuit de hele omgeving naar toe kwamen voor medische zorg. Maar ook dit gebouw is compleet aan stukken geschoten. Buiten het ziekenhuis komen we langs een graafmachine. ‘Dit is een van onze tanks,’ grapt een van de ambtenaren. Hij blijkt echter serieus. Op de graafmachine zijn allemaal autobanden gesoldeerd en de letters PDF zijn er een paar keer opgeschilderd. PDF staat voor People’s Defense Force, de verzamelnaam voor de talloze verzetsgroeperingen die in Myanmar actief zijn. Bij afwezigheid van pantservoertuigen zoals tanks voor hun offensief, waren de PDF-strijders in Pinlebu genoodzaakt om een graafmachine te gebruiken als schild voor hun oprukkende strijders.
Het ziekenhuis zelf is aan stukken geschoten. Ramen zijn gesprongen, zonlicht komt binnen door de talloze kogelgaten in het dak, en in meerdere muren zit een gapend gat van een ingeslagen explosief. Ook hier heeft het onkruid zich heer en meester gemaakt van het gebouw. Op de grond liggen tussen de vele brokstukken en glasscherven nog hier en daar lege potjes van pillen of bladzijdes van medische documenten. Het nieuwe ziekenhuis, het veldhospitaal zoals de mensen het nu noemen, is verspreid over meerdere plekken buiten de stad, ook deze locaties zijn geheim om luchtaanvallen van het regime te voorkomen.
We komen aan in een van de afdelingen van het veldhospitaal. ‘Voorheen was dit een boerderij. Nu gebruiken we de stallen als patiëntenkamers,’ vertelt Khin Mar Suu, het hoofd van deze afdeling. ‘Hier in dit veldhospitaal behandelen we veelal zwangere vrouwen of patiënten die langdurige zorg nodig hebben.’ Sinds de oorlog uitbrak en Pinlebu in handen van het verzet viel, droogde de medicijnenvoorraad snel op. ‘We hebben een tekort aan alles, medicijnen voor aidspatiënten, insuline voor diabetespatiënten, pijnstillers, alcohol. Zelfs onze doekjes en mondkapjes raken op. De NUG levert wat ze kunnen, maar het is nog altijd niet genoeg.’
Door het tekort moeten ze hier vaak patiënten doorverwijzen naar ziekenhuizen verder weg, soms uren hiervandaan. Alleen in noodgevallen bieden ze altijd zorg. ‘Er kwam hier laatst een man met meerdere schotwonden, die hebben we geholpen, anders had hij het niet gered,’ zo vertelt Khin Mar Suu. De man bleek een ontsnapte gevangene te zijn, een informant van de junta die uit een cellenblok van het verzet was geglipt. Hij werd op het laatste moment gespot en de strijders openden het vuur. Daarna brachten ze hem hier.
Dit is een groot veiligheidsrisico waar ook wij rekening mee houden: informanten. Want hoewel veel mensen hier in Pinlebu het verzet lijken te steunen, zijn er altijd individuen die trouw blijven aan het militaire regime. Zij hebben meermaals gevoelige informatie doorgespeeld aan de junta, zoals de checkpoints van het verzet. Het is vanwege de informanten dat scholen en ziekenhuizen hier naar geheime locaties zijn verplaatst.
Slepende strijd
We verlaten Pinlebu weer en reizen door naar een volgend dorp, dichter bij het front: het dorp Indaw, dat vorig jaar door het verzet werd ingenomen na een slepende strijd die maanden duurde. Soldaten van de junta hadden zich verschanst in oude bunkers die de Japanners tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden aangelegd als verdedigingslinie tegen de geallieerden. Tachtig jaar na die oorlog waren de bunkers weer onderdeel van een nieuw slagveld.
Zaw Lin, een lokale commandant van het verzet, laat ons de bunkers zien. Het is een smalle gang de grond in, achteraan de gang is een zitruimte met wat stoelen en een slaapruimte met een paar bedden. ‘Acht maanden lang hielden de soldaten van de junta zich hier schuil. Met maar één doorgang in en uit schoten ze constant op iedereen die de bunker benaderde. We hadden de rest van Indaw allang bevrijd, alleen deze ene bunker konden we maar niet schoonvegen.’ Zaw Lin en zijn mannen besloten de bunkers te belegeren en de soldaten te laten zitten waar ze zaten. ‘Uiteindelijk kwamen ze zelf naar buiten. Het tekort aan voedsel, medicijnen en uiteindelijk ook zonlicht dreef hen tot een breekpunt. Ze gaven zich zonder slag of stoot over.’
Het verzet had met de overname van de bunkers van Indaw een overwinning behaald, maar het tij is sindsdien weer langzaam gekeerd. Dankzij een groeiende toestroom van nieuw wapentuig vanuit China wist de junta op steeds meer frontlinies terrein terug te winnen. Hightech Chinese drones deden hun intrede op het slagveld en maken momenteel veel slachtoffers onder het verzet. De oppositie heeft veel moeite om deze nieuwe dreiging vanuit de lucht het hoofd te bieden.
We bezoeken het Katha Battallion, een lokale verzetsgroep dat grotendeels bestaat uit inwoners van Katha, een dorp naast Indaw wat nog altijd in handen is van de junta. De leiders van dit bataljon, een man die zich commandant ‘Kameraad’ noemt, heeft zijn manschappen recent moeten terugtrekken uit Katha vanwege de Chinese drones. ‘Deze drones zijn veel geavanceerder dan we gewend zijn. Ze zijn bestand tegen onze antidronesystemen. Ze zijn snel en hebben zelfs infrarood- en nachtzichtcamera’s. Voorheen voerden we vaak ’s nachts operaties uit, in het donker, maar sinds het leger over deze drones beschikt, is dat veel moeilijker geworden. We worden constant gespot en onder vuur genomen.’ Toch zijn Kameraad en zijn manschappen nog niet verslagen. ‘We zullen terugkeren en Katha bevrijden. We hebben te veel strijders verloren om op te geven.’
We verlaten Indaw weer en keren terug naar Pinlebu, niet wetende dat velen ons zouden volgen. In de weken na ons bezoek slaagde de junta erin een nieuw offensief te lanceren vanuit het nabijgelegen Katha. Het dorp Indaw werd na een paar dagen tijd ingenomen, de gehele bevolking vluchtte naar het westen. De zoveelste vluchtelingenstroom in het noorden van Myanmar.
‘We hebben geaccepteerd dat de wereld ons niet komt helpen en we op onszelf zijn aangewezen. Maar we weten dat we het leger kunnen verslaan’
Terug in Pinlebu erkent dokter Zaw dat het verzet het momenteel zwaar heeft. De Chinese steun aan de junta en internationale desinteresse voor het leed van de bevolking zetten extra druk op het verzet. Een verzet wat er jarenlang in slaagde terrein te winnen, maar het nu moeilijk heeft om deze gebieden ook te behouden. ‘We hebben geaccepteerd dat de wereld ons niet komt helpen en we op onszelf zijn aangewezen. Maar we weten dat we het leger kunnen verslaan. Kijk naar Syrië, daar kostte het de oppositie meer dan twaalf jaar om de dictator te verdrijven. Al duurt de strijd voor ons ook nog eens vijf of zelfs acht jaar, uiteindelijk zullen we overwinnen. Daar zijn we heilig van overtuigd.’
De namen van iedereen in dit stuk, met uitzondering van dokter Zaw, zijn aangepast om hun anonimiteit en veiligheid te waarborgen.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct