James Worthy
Column

James Worthy: ‘Zodra het te warm wordt om iets nuttigs te doen, ga ik een beetje op boeken lijken'

'Als je leest doe je niets, maar de mensen die in de bladzijden wonen, leven zich een ongeluk'

James Worthy
2 minuten
Column James Worthy

Op mijn telefoon zie ik dat het momenteel 31 graden is. Mijn telefoon zelf voelt als 83 graden. Ik zou op het beeldscherm kunnen steengrillen.

Ik lig in de schaduw van een parasol waarop het logo van een bekend frisdrankmerk staat. Het zand op het strand voelt als hete kolen en de lucht is blauwer dan de zee die voor me ligt. Op mijn kleedje liggen drie nieuwe boeken.

Ik vind het heerlijk om te lezen als het te warm is om dingen te doen. Als je leest doe je niets, maar de mensen die in de bladzijden wonen, leven zich een ongeluk.

Vroeger stikte het van de lezers op het strand. Hitteratuur noemt mijn moeder het. Als ik vanavond weer thuis ben en de strandtas leegmaak, zitten de boeken onder het zand. Als je heel stil bent, kun je de andere boeken in de kast horen zuchten van jaloezie. Zij zijn vandaag niet naar het strand geweest. Zij hebben geen kinderen gezien die de muren van hun zandkasteel aan het stucen waren met modder. Zij hebben de tractor die een viswagen trekt niet lijnen zien trekken in het kokendhete zand.

Eigenlijk had ik mijn hele boekenkast mee naar het strand moeten nemen. Alle boeken verdienen af en toe een vakantie. Ze staan maar in de kast met een rechte rug naast andere boeken die ze nauwelijks kennen.

Misschien dromen de boeken ’s nachts van elkaar. De reisgids van Noorwegen die stiekem verliefd is op een thriller die zich afspeelt in Napels. De Vlaamse dichtbundel die graag eens zou weten hoe een kookboek vanbinnen ruikt. 

Een stranddag zou ze goed doen. Een beetje zand tussen de pagina’s, een zonnebrandvlek aan het begin van hoofdstuk zeven, een ezelsoor als vakantiesouvenir. Boeken worden tenslotte niet geschreven om rechtop te staan. Ze worden gemaakt om mee te gaan in tassen, om open te waaien in de zeewind en om vergeten te worden op een handdoek terwijl iemand de verkoelende zee in rent.

Als het echt warm wordt, zodra het te warm wordt om iets nuttigs te doen, ga ik een beetje op boeken lijken. Ik verplaats me nauwelijks nog. Ik lig urenlang op deze plek en wacht tot mijn vrouw of zoon me openslaat.

Terwijl mijn zoon en ik naar de zee lopen, moet ik denken aan iets wat vast niet waar is. Vroeger lazen mensen meer en vroeger waren er minder kwallen. Ik denk dat kwallen laaggeletterde dieren zijn en wegblijven van stranden waarop meer dan tien mensen lezen. De golven fluisteren onze namen en zeggen dat er vandaag weinig kwallen zijn. Ik geloof ze niet. Ik draai me om, kijk naar het strand en tel zes lezers. De helft daarvan leest een magazine, maar een kniesoor die daarop let.

Mijn zoon duikt in een grijswitte golf en ik spring hem achterna. Wonderschone verkoeling.

Nu weet ik hoe de reisgids van Noorwegen zich elke dag voelt.


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Nieuwe Revu 27 NL Beeld / Thierry Schut