Iets meer dan twintig jaar geleden trok de toenmalige Israëlische premier Ariel Sharon zijn land terug uit de Gazastrook. Daar bestonden sinds 1967 Joodse nederzettingen naast de bestaande Palestijnse steden. Maar in 2005 vond Sharon het genoeg geweest waarna hij duizenden bewoners evacueerde uit het gebied. Na de Hamas-aanslag op 7 oktober 2023 dromen oud-bewoners en rechtse politici van een terugkeer naar Gaza.
Begin jaren negentig was hij net getrouwd en verlangde hij naar de zandduinen bij de Middellandse Zee. Dror Vanunu dacht enkel aan één plek: de Gazastrook, ofwel Gush Katif, de voormalig Joodse nederzettingen in het Palestijnse gebied. Het was volgens hem een plek ‘met betekenis’. Een plek waar hij ‘een vinger in de dam wilde steken’, een Nederlands gezegde die de Israëlische Vanunu gebruikt om uit te leggen dat hij zijn land wilde beschermen voor een ramp.
Maar ‘bescherming’ bieden kon niet meer na 2005, toen oud-premier Ariel Sharon alle Joodse nederzettingen uit de Gazastrook ontmantelde, en zowel alle bewoners als het leger evacueerde. Deze zogeheten terugtrekking zien veel rechtse Israëliërs als een van de oorzaken van de Hamas-aanslag op 7 oktober 2023 waarbij meer dan duizend Israëliërs werden gedood. Voor een deel is dat ook reden om nieuwe nederzettingen op te willen bouwen.
‘Als de Palestijnse hoop is dat wij worden vernietigd, dan moeten deze mensen de prijs betalen voor wat ze ons hebben aangedaan’
Ook in de huidige Israëlische regering lopen deze figuren rond. Zo pleiten de extremistische ministers Itamar Ben-Gvir en Bezalel Smotrich meer dan twee jaar voor een terugkeer naar Gaza. Beide heren komen mede door zulke uitspraken Nederland niet meer binnen. Hoewel Israël inmiddels – tijdens een ‘staakt-het-vuren’ – meer dan de helft van de strook bezet houdt, denkt Netanyahu er niet aan om zijn coalitiegenoten dit cadeau te geven. Meerdere keren heeft de Israëlische premier dit plan als onrealistisch beschreven.
Toch dromen oud-bewoners, zoals Vanunu, van een Joodse terugkeer naar Gaza. ‘Het zal niet makkelijk worden, maar alleen nederzettingen brengen veiligheid. Als hun (Palestijnen) hele hoop is dat wij worden vernietigd, dan moeten deze mensen de prijs betalen voor wat ze ons hebben aangedaan.’
Twee kanten
Terug naar de jaren negentig in Gaza. Vanunu was er niet alleen bewoner, maar ook woordvoerder van de gemeenschappen. Als hij over die jaren praat, begint hij bij de buren. ‘De saamhorigheid was geweldig. Ik kan het niet anders beschrijven als een leven met geweldige mensen. Een soort broederschap.’ Maar dat is de ene helft van zijn herinnering.
De andere helft is donkerder. Volgens Vanunu begon het leven in Gush Katif te verslechteren na de Oslo-akkoorden en de overeenkomst met de Palestijnse leider Yasser Arafat, die hij door het hele interview ‘een terrorist’ noemt. ‘Ook vóór de ontruiming in 2005 was er dus geweld vanuit de Palestijnse kant,’ zegt hij. De nederzettingen waren niet het probleem, maar juist de buffer tegen een groter probleem, vindt Vanunu.
‘We wisten hoe belangrijk Gush Katif was voor het land,’ zegt hij. Toch besloot de Israëlische regering onder premier Sharon in 2005 een andere richting in te slaan. Alle Israëlische nederzettingen in de Gazastrook moesten worden ontruimd, 21 gemeenschappen verdwenen van de kaart. Duizenden Israëliërs werden door soldaten en politie uit hun huizen gehaald. De staat die hen na de Zesdaagse Oorlog in 1967 had aangemoedigd daar te wonen, kwam hen nu verwijderen.
Vanunu herinnert zich de zomer van 2005 als de dag van gister. Journalisten uit de hele wereld kwamen naar Gush Katif. Camera’s draaiden, microfoons werden uitgestoken, commentatoren spraken over een historisch vredesgebaar. ‘Er hing,’ zegt hij, ‘een illusie in de lucht: als de Joden Gaza zouden verlaten, zou alles beter worden. Gaza zou veranderen in een tweede Singapore. Het conflict, zo geloofden velen, draaide immers om grondgebied. Haal de nederzettingen weg, en er komt vrede, was de gedachte.’
Vanunu geloofde er niets van. ‘Ze dachten dat er vrede zou komen als de Israëliërs alles zouden achterlaten wat we in 35 jaar hadden opgebouwd,’ vertelt hij. ‘Maar wij wisten dat zodra ze ons uit Gush Katif zouden verdrijven, er veel meer terrorisme zou komen.’
Voor de evacuatie demonstreerden delen van Israël massaal tegen de plannen van Sharon. In juli 2005 probeerden duizenden tegenstanders naar Gush Katif te marcheren om de ontruiming te blokkeren, maar de politie hield hen tegen. Het werd een symbolisch beeld van die hectische zomer. Religieuze jongeren, kolonistenfamilies, rabbijnen en rechtse activisten tegenover Israëlische agenten en soldaten, allemaal Joden, allemaal onder dezelfde vlag, maar met een ander idee van wat trouw aan Israël betekende.
Half augustus 2005 werd Gush Katif een afgesloten wereld. Israëlische burgers mochten er niet meer zomaar in. Soldaten gingen van huis tot huis met ontruimingsbevelen. Sommige gezinnen hadden hun spullen al gepakt en vertrokken met compensatie van de staat. Anderen bleven tot het laatste moment, biddend, huilend, zingend, soms vastgeklampt aan deurposten, omringd door dozen die ze weigerden te vullen.
De ontruiming zelf beschrijft Vanunu in woorden die nog altijd rauw klinken. ‘Israël vernietigde alles,’ zegt hij. ‘Zelfs de begraafplaatsen. Lichamen werden uit de graven gehaald.’ Synagogen die wel bleven staan, werden later alsnog verwoest door de Palestijnen.
Voor de Israëlische staat was het een militaire operatie. Voor Vanunu was het einde van zijn zelf omschreven ‘prachtige leven’. Maar het ergste moest volgens hem toen nog komen. Vrijwel onmiddellijk na de terugtrekking, zegt Vanunu, begonnen raketten neer te komen op Zuid-Israël. In 2006 werd de Israëlische soldaat Gilad Shalit ontvoerd. En in 2007 nam Hamas met geweld de macht in Gaza over. Voor Vanunu vormen die gebeurtenissen geen losse hoofdstukken, maar één rechte lijn.
7 oktober
En toen was het 06.29 uur op zaterdag 7 oktober 2023. Duizenden raketten werden afgevuurd, terwijl gewapende terroristen van Hamas de grens doorbraken en Israëlische dorpen, legerposten en een muziekfestival aanvielen. In kibboetsen rond Gaza werden burgers vermoord, huizen in brand gestoken en families gegijzeld. Ongeveer 1.200 mensen werden gedood en ruim 250 mensen werden als gijzelaar meegenomen naar Gaza. De aanval veroorzaakte een diepe schok in Israël en leidde tot de oorlog tussen Israël en Hamas, met zware gevolgen voor zowel Israëli’s als Palestijnen.
Voor Vanunu was de Hamas-aanval geen onverwachte breuk met het verleden, maar het bewijs van wat hij en anderen al jaren zeiden. Wie Gush Katif zou opgeven, zou volgens hem niet alleen land opgeven, maar ook veiligheid.
Veel bewoners in de kibboetsen rondom Gaza waren destijds juist voor terugtrekking. Sommigen van hen hielpen de Palestijnen voor een beter leven. ‘Veel kibboetsleden demonstreerden tegen ons,’ zegt hij. ‘Ze waren heel links. Helaas zijn juist deze mensen vermoord, ontvoerd en verkracht op 7 oktober.’ Hij vertelt over een gegijzelde die Hamasleider Yahya Sinwar zou hebben gevraagd: waarom wij? Vanunu lacht kort. ‘Dat is verdrietig,’ zegt hij.
De oorlog in Gaza, de massale verwoesting en de Israëlische militaire aanwezigheid geven oud-bewoners alleen maar meer zuurstof om een terugkeer te realiseren. Terwijl de internationale gemeenschap deze oproepen sterk veroordeelt.
Een verkeersbord met daarop ‘Gaza’ in het Engels, Hebreeuws en Arabisch stuurt bezoekers naar de ingang van het Museum Gush Katif in Jeruzalem. De evacuatie wordt namelijk ook actief herdacht. Maar eenmaal binnen lijkt van een stormloop geen sprake, op dat moment zijn er geen bezoekers te bekennen. Een uit Zuid-Afrika komende meneer, die zich voorstelt als Avnir Franklin, zit achter de geïmproviseerde kassa. Hij verwelkomt Nieuwe Revu en start direct na betaling van 40 sjekel (zo’n 10 euro) twee korte films waarin de voormalig Joodse bewoners van Gush Katif te zien zijn.
Een van de films volgt een blond jongetje van nog geen 10 jaar oud die samen met zijn vrienden vreest voor het aangekondigde terugtrekkingsplan van premier Sharon. De tranen van dit kind vertellen genoeg over de boodschap die dit museum wil overbrengen: het slachtofferschap van voormalig Gush Katif-bewoners. ‘Dit jongetje heeft in zijn latere leven ons museum nog bezocht,’ zegt Franklin trots.
Dat het museum sympathie wil opbrengen voor de geëvacueerde bewoners, valt overal in het museum te zien. De kleur oranje, dat symbool stond voor de strijd tegen de terugtrekking, brengt de bezoeker terug in de tijd. Terug naar het begin van de eeuw toen een groot deel van de Israëlische samenleving in oranje T-shirts demonstreerde tegen Sharons plannen. Dezelfde shirts liggen in elke maat opgestapeld voor de museumverkoop.
‘Gaza had het Singapore van het Midden-Oosten kunnen worden, maar Hamas besloot vijfhonderd kilometers aan tunnels te bouwen’
Schilderijen van de evacuatie, brokstukken van Hamas-raketten en een megagrote Joodse kandelaar (of menora) tonen een uniek inkijkje in het leven van deze kolonisten. Maar de focus, niet in positieve zin, richt zich ook op de Israëlische politiek. In het bijzonder op toenmalig premier Sharon die postuum hard op de tak wordt genomen. Een schilderij met zijn betraande gezicht toont de woorden ‘Waarom heeft mijn moeder mij gebaard? Wat een vreselijke ezel ben ik!!!’
Een andere werknemer van het museum, Oded Mizrachi, hoopt de wereld te kunnen laten zien hoe mooi het leven was voor de Joodse bewoners in Gaza. ‘Het was een prachtige plek, maar in 2005 hebben we de Palestijnen alles gegeven. Het had het Singapore van het Midden-Oosten kunnen worden, maar Hamas besloot vijfhonderd kilometers aan tunnels te bouwen. Mensen moeten dat begrijpen. Hamas wil Israel vernietigen. Ik hoop dat we als Joden kunnen terugkeren in de toekomst. Dat zal de beste weg zijn voor ons, en ook voor de Palestijnen.’
Eenzijdige terugtrekking
Ariel Sharon was jarenlang juist de beschermheer van de nederzettingenbeweging. Toch besloot notabene hij dat Israël alle nederzettingen in Gaza moest ontruimen. Voor de één was het een noodzakelijke veiligheidsmaatregel. Voor de ander een historische misdaad. Voor veel Palestijnen was het niet eens een echte beëindiging van de bezetting, omdat Israël de grenzen, het luchtruim en de zee grotendeels onder controle bleef houden. Waardoor Gaza nog steeds wordt beschouwd als bezet gebied.
In 2005 verdedigde Sharon zijn plan als een eenzijdige veiligheidsbeslissing. Israël moest de wrijving met de Palestijnen verminderen, het leger ontlasten en internationaal sterker komen te staan. Een kleine groep kolonisten beschermt te midden van meer dan een miljoen Palestijnen was zwaar voor het Israëlische leger. Door te vertrekken, hoopte Sharon de druk op Israël te verkleinen.
Maar achter die officiële uitleg zat meer. De terugtrekking wordt ook gelezen als een poging om het vredesproces te bevriezen. Door Gaza op te geven, kon Israël laten zien dat het bewoog, zonder zich vast te leggen op pijnlijke onderhandelingen over het andere Palestijnse gebied: de Westelijke Jordaanoever. Sharons adviseur Dov Weisglass zei destijds bijna achteloos waar het volgens critici werkelijk om draaide: het plan bevroor het vredesproces.
Botsende lezingen bleven jarenlang bestaan, maar na 7 oktober 2023 veranderde de toon. De Hamas-aanval op Zuid-Israël gaf het oude debat een nieuwe lading. Wat eerst een discussie was over een besluit uit het verleden, werd plots een gevecht over schuld. Had Israël in 2005 een historische fout gemaakt?
Twintig jaar na dato zijn de Israëlische politieke kampen overduidelijk verdeeld over de terugtrekking. Voor rechts is het antwoord duidelijk. In dat kamp is 2005 uitgegroeid tot bewijsstuk tegen het opgeven van land. Geef land op, zo luidt de les, en je krijgt terreur terug. De vroegere waarschuwingen van Benjamin Netanyahu, die in 2005 ontslag nam uit protest tegen de terugtrekking, worden achteraf gepresenteerd als profetisch. Hij waarschuwde destijds al dat Gaza kon veranderen in een basis voor islamistisch terrorisme.
Huidig partijgenoot van Netanyahu, Likoed-politicus Avihai Boaron, vatte dat samen door de terugtrekking ‘de wortel van alle kwaad’ te noemen. De mensen die het besluit namen, zei hij, dragen de eerste verantwoordelijkheid voor wat er later in Gaza gebeurde. In die politieke logica ligt de oplossing voor de hand: nooit meer land opgeven. Niet in Gaza, niet op de Westelijke Jordaanoever. En voor de hardste vleugel binnen dit rechtse kamp: terug naar Gaza.
Die gedachte is sinds de oorlog niet langer alleen iets voor de uitersten. Op conferenties voor hernieuwde Joodse vestiging in Gaza verschenen ministers, parlementariërs en activisten uit verschillende politieke families. De slogan was even simpel als veelzeggend: ‘Alleen nederzettingen brengen veiligheid’. Itamar Ben-Gvir, Bezalel Smotrich en verschillende Likoed-politici spraken zich uit voor terugkeer, wederopbouw of ten minste blijvende Israëlische controle. Sommigen presenteerden kaarten met daarop nieuwe nederzettingen.
Links Israël trekt een andere les uit 2005. Niet dat elke terugtrekking gevaarlijk is, maar dat een eenzijdige terugtrekking zonder politieke deal gevaarlijk kan zijn. In die lezing faalde Sharon niet omdat hij Gaza verliet, maar omdat hij Gaza verliet zonder Palestijnse partner, zonder duidelijke overdracht van bestuur en zonder perspectief op een bredere oplossing. De les is dan niet: geef nooit land op. De les is: doe het nooit zonder politiek plan.
Trumps Rivièra-plan
Die botsing in herinnering verklaart waarom 2005 zo’n beladen jaartal blijft. Iedereen haalt eruit wat hij nodig heeft. Voor de voormalige bewoners van Gush Katif is het verlies, voor rechts is het bewijs. Voor links is het een mislukte uitvoering van een noodzakelijk principe. Toch kunnen Israëliërs van alles willen, maar uiteindelijk kan alleen de grootste geldschieter van het land bepalen wat er gaat gebeuren met de Gazastrook. De Verenigde Staten onder Donald Trump zijn namelijk ook geïnteresseerd in het gebied.
Begin 2025 presenteerde Netanyahu en Trump gezamenlijk in het Witte Huis een plan om de Gazastrook om te toveren in een Rivièra van het Midden-Oosten. Dit nooit realistisch uitgewerkte plan – alleen in AI-video’s – zorgde voor veel verbaasde reacties in de wereld. Gaza moest een glanzend project van hotels, stranden en vastgoed worden. De Palestijnse bevolking zou, tijdelijk of permanent, elders moeten worden ondergebracht.
Voor veel Palestijnen en Arabische regeringen klonk het niet als wederopbouw, maar als verdrijving met een marketingnaam. Egypte, Jordanië en andere Arabische staten wezen het plan fel af. Niet alleen omdat zij geen miljoenen Gazanen wilden opnemen, maar ook omdat het voorstel raakte aan de diepste Palestijnse angst: een nieuwe Nakba, opnieuw verdreven worden en niet kunnen terugkeren. Diplomaten en juristen waarschuwden bovendien dat gedwongen verplaatsing van een burgerbevolking in strijd is met internationaal recht.
Maar voor Dror Vanunu klinkt Trumps plan niet absurd. Integendeel. ‘Sinds Donald Trump zijn plan aankondigde, kan ik het niet meer uit mijn hoofd zetten, vertelde Vanunu eerder. Maar nu lijkt het plan geen gehoor meer te krijgen, ondanks Trumps oprichting van de zogeheten vredesraad en de presentatie van vastgoedprojecten in Gaza door Trumps schoonzoon Jared Kushner.
Gaza binnenkomen kan nog altijd niet als journalist, maar dichtbij komen en het vanaf een heuvel bekijken wel. Deze heuvel ligt in Sderot, nog geen kilometer van de grens met Gaza. En elke dag verzamelen zich Israëliërs om de verwoesting van de strook met eigen ogen te zien, ook tijdens het staakt-het-vuren, wat nooit op een staakt-het-vuren heeft geleken. Nog altijd vinden er Israëlische beschietingen plaats en vallen er Palestijnse slachtoffers.
Uitkijkpunt Givat Kobi, met uitzicht op de verwoestingen in Gaza, bestaat uit bankjes met een tv-scherm, een ijzeren verrekijker en zelfs twee snackautomaten
Het uitkijkpunt, ook wel bekend als Givat Kobi, bestaat uit bankjes met een tv-scherm, een ijzeren verrekijker en zelfs twee snackautomaten. Twee minuten kijken kost 5 Israëlische sjekels (iets meer dan 1 euro) bij deze toeristische trekpleister in de Israëlische stad Sderot. Israëliërs die slecht ter been zijn, nemen de lift of komen met de auto naar boven gereden.
Men kijkt uit over de woestenij van Gaza, met tal van verwoeste huizen. Ooit liep Laurence Beziz daar rond. Gaza kennen we tegenwoordig vooral als oorlogsgebied, maar voor Beziz was het thuis. Ze werd geboren in Frankrijk, studeerde later in Los Angeles en kwam in 1981 als studente naar Israël. Niet omdat ze ergens een comfortabel leven zocht. Ze wilde als zionist deel uitmaken van de opdracht van de staat Israël, iets doen dat groter was dan zijzelf. ‘We wilden geen gewoon leven,’ zegt ze. ‘We wilden impact. Betekenis.’
Die vond ze in Gadid, een agrarische gemeenschap in Gush Katif. Negentien jaar woonde ze er met haar man. Ze bouwden een succesvol boerenbedrijf op. In de kassen groeiden groenten waar ze haar gemeenschap en de rest van Israël mee kon voorzien.
Beziz beschrijft de ontruiming niet als een verhuizing, maar als een ontworteling. Ze verloor meer dan 10 hectares aan kassen. Jaren werk was in één klap weg. Toch was het verlies van het bedrijf niet het enige, misschien niet eens het ergste. ‘We moesten vanaf nul opnieuw beginnen,’ zegt ze. ‘Het moeilijkste was om opnieuw een betekenisvol plan te vinden.’
Na de evacuatie vestigde ze zich met haar man in Be’er Ganim, bij Ashkelon, waar een deel van de oude Gadid-gemeenschap opnieuw neerstreek. Zelf ziet ze zich niet opnieuw in Gaza wonen. Ze is ouder geworden, zegt ze. Ze wil stabiliteit, geen tweede pioniersleven. Ideologisch steunt ze de gedachte aan een Joodse terugkeer wel.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct