James Worthy
Column

James Worthy: 'Al mijn hele leven wordt mijn onweerangst weggelachen en gebagatelliseerd'

'Onweer is alsof God Russisch roulette speelt op de plek waar alle discolampen naartoe gaan als ze sterven'

James Worthy
2 minuten
Column James Worthy

Ik sta voor een kroeg te roken als ik de wolken boven de stad hun messen zie slijpen. De vonken vliegen door de lucht als vuurvliegjes. ‘Waarom ben jij toch zo bang voor onweer?’ vraagt een vriendin lachend.

Al mijn hele leven wordt mijn onweerangst weggelachen en gebagatelliseerd. Mannen mogen niet bang zijn voor het weer, maar ik ben bang voor alles wat sterker is dan ik. Ik ben dus bang voor best veel dingen. 

Hoe dan ook, de vriend van mijn vriendin komt naast ons staan met een kliksigaret die hij speciaal uit Tunesië laat overvliegen. Op de filter zitten een blauw en een rood bolletje. Ik steek een sigaret aan, druk op het blauwe bolletje en neem een trekje. Het is alsof mijn longen boven een pot verse muntthee hangen.

‘Ik ken niemand die zo bang is voor onweer. Het is je reinste zelfoverschatting. De kans dat jou iets overkomt is één op een paar miljoen of zo,’ lacht hij.

‘Misschien ben ik wel een soort Harry Potter. Alleen kreeg hij een litteken op zijn voorhoofd en ik een doorgebrande meterkast’

Na iedere flits krimp ik scheldend ineen. Onweer is gewoon te groot om te begrijpen. Onweer is alsof God Russisch roulette speelt op de plek waar alle discolampen naartoe gaan als ze sterven.

Het is twee uur ’s nachts en ik kijk naar het WK als het huis begint te trillen en ik het geluid van een donderslag door de waterleiding hoor kruipen. Opeens hangt er rook in huis en hoor ik de stoppenkast smeulen. Ik maak mijn vrouw wakker, die vrijwel direct de brandweer belt. Daarna ren ik naar de kamer van onze zoon en vraag me af met welke woorden ik hem het snelst wakker kan krijgen. ‘De PlayStation 5 is kapot!’ schreeuw ik.

Hij is onmiddellijk wakker.

Even later zit ik met mijn gezin in de brandweerwagen. Ik voel iets vreemds. Misschien komt het doordat ik met een ontbloot bovenlijf in een brandweerauto zit, maar ik voel geen angst meer. De woorden van die vriend echoën door mijn hoofd. Eén op een paar miljoen of zo.

Ter illustratie: onweer en bliksem.

Dit is precies het soort moment waarop iemand besluit sekteleider te worden. Misschien ben ik wel de uitverkorene, fluister ik in de brandweerauto. Zodra het ondenkbare gebeurt, heb je eindelijk niets meer om bang voor te zijn. Misschien ben ik daarom wel zo bang voor onweer. 

Misschien ben ik wel een soort Harry Potter. Alleen kreeg hij een litteken op zijn voorhoofd en ik een doorgebrande meterkast.

In de wolken rommelt het nog steeds, alsof God zijn sleutels kwijt is.


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct