Wanneer ik nu in Nederland ben, neem ik vaker de trein. Toen ik er nog woonde, meed ik die liever. Ik ben nou eenmaal een verstokte automobilist, die liever in z’n eentje in een file staat dan in een treincoupé zonder eigen stuur moet zitten, met mensen die je niet zelf uit kunt kiezen.
Wie je in Nederland maar zelden meer ziet in die coupé, is de conducteur. Laatste bezoek aan Nederland: Rotterdam-Roosendaal, geen controle tijdens drie kwartier in een nagenoeg lege trein. Een paar dagen later Roosendaal-Amsterdam, een rit van twee uur zonder overstap: geen conducteur. Keurig iedere stop omgeroepen, geen stap buiten z’n hokje gezet.
De afgelopen tien, vijftien jaar hoor je met steeds kortere tussenpozen over overlast, geweld en mishandelingen in de trein. Van schelle bluetoothspeakers en agressieve asielzoekers tot zwoel kijkende treinrukkers, en natuurlijk – helaas – de regelmatige mishandeling van NS-personeel door zwartrijders, dronken tuig of ‘groepen jongeren’: Dumpert is een soort sociale petrischaal vol perfide spoorfilmpjes.
‘NS’ers zijn de ene dag vuilnisman, de volgende dag welzijnswerker en, op de kwaaiste dagen, een vleesgeworden bokszak voor agressieve poortjesspringers’
Het is een beetje een kip/ei-verhaal, maar zie je minder conducteurs omdat sommige treinen een rijdend veiligheidsrisicogebied zijn, of is de treinveiligheid afgenomen omdat je geen conducteurs meer ziet? Dit is geen sneer naar het spoorpersoneel – ik ken voldoende NS’ers, en ook hun verhalen. Ze zijn de ene dag vuilnisman, de volgende dag welzijnswerker en, op de kwaaiste dagen, een vleesgeworden bokszak voor agressieve poortjesspringers.
Een veilige zitplek waar (buiten de spits althans) nog een schijn van sociale controle heerst, is de stiltecoupé – hoewel de passieve agressie van doorgewinterd ssssht!’ende trajectkaarthouders met vouwfiets penetranter is dan de geur van verschaald bier en Smullersfriet in een Randstedelijke nachttrein.
De stiltecoupésticker werkt echter wel. Dus komt er nog een sticker. Die maant treinreizigers om voortaan hun tas op schoot te houden, ook als het rustig is. Omdat (erkent NS zelf) passagiers steeds minder vaak aan anderen durven vragen of ze op de plek van die tas mogen zitten, en mensen ook uit zichzelf de plek niet vrij maken. Te veel reizigers zijn asociale of agressieve eikels geworden.
Zal de sticker helpen?
New York, flink verpauperd eind jaren tachtig, werd in de nineties weer toonbaar en veiliger gemaakt dankzij de broken window theory: als een kapot raampje in een steeg een eerste teken van verloedering is, dat vuilnis en verslaafden aantrekt, dan is het repareren ervan de omkering. Burgemeester Rudy Giuliani veegde NYC van onderaf schoon met kleine verbeteringen aan de ‘quality of life’. Beroemd is de schoonmaak van de subway, inclusief harde aanpak van zwartrijden.
NS heeft veel materieel opgeknapt, en gloednieuwe Wespen. En binnenkort dus stickers met nieuwe regels. Maar achter het succes van New York zat nog een belangrijke stimulans: handhaving. Asociale eikels corrigeren immers doorgaans zichzelf niet.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct