James Worthy
Column

James Worthy: 'Mijn afkeer tegen krekels heeft ongetwijfeld ook met Pinokkio te maken'

'Ik wil krekels niet gewetenloos noemen, maar veel rekening met anderen lijken ze ook niet te houden'

James Worthy
2 minuten

Het is vaak het eerste wat ik mezelf afvraag als ik op vakantie ben: waarom hebben krekels nooit vakantie? Sommige mensen vinden hun geluid rustgevend. Voor hen klinken krekels als walvissen of fluitende vogels op een zomerdag. Ik hoor dat anders. Ik zit niet in team krekel.

Mijn afkeer heeft ongetwijfeld ook met Pinokkio te maken. In dat verhaal duikt steeds een krekel op als een optimistische raadgever, precies op het moment dat de houten jongen op het punt staat een verkeerde keuze te maken. Japie is de stem van zijn geweten. Wat mij betreft is dat de grootste leugen uit het hele verhaal. Dat krekels een geweten zouden hebben. Ik wil ze niet gewetenloos noemen, maar veel rekening met anderen lijken ze ook niet te houden.

Ook de Nederlandse taal draagt bij aan mijn afkeer van krekels. Want ‘tsjirpen’ dekt de lading totaal niet. Ik luister nu al twee weken naar krekels en geen enkele krekel tsjirpt. Een kettingzaag of grasmaaier tsjirpt ook niet. En zo klinken krekels wél.

‘Ik weet niet wat er zo teder is aan het honderden keren per minuut produceren van een geluid dat het hele dorp wakker houdt’

Gisteren las ik dat sommige soorten met gemak negentig decibel halen. Negentig decibel. Dat red je niet met tsjirpen.

Er zijn zelfs biologen die het geen tsjirpen noemen, maar zingen. Die maken er bijna iets romantisch van. Wat ook wel klopt, omdat het de mannetjes zijn die je hoort. Ze proberen een vrouwtje te lokken. Lokken klinkt dan weer niet heel erg romantisch, maar ik weet ook niet wat er zo verdomde teder is aan het honderden keren per minuut produceren van een geluid dat het hele dorp wakker houdt. 

Gisteren zijn mijn zoon en ik op krekeljacht gegaan. Niet eens zozeer om ze iets aan te doen, maar om ze gewoon even in de ogen aan te kijken. Om ze te laten zien dat wat voor hen romantiek is, voor ons vooral wallen onder de ogen betekent.

We volgden het geluid en focusten ons op de meest luidruchtige krekel. We liepen een heuvel af en vertrouwden op onze oren. We kwamen in de buurt. Werden steeds warmer, maar toen we op een paar meter afstand waren, stopte het geluid. Alsof dat beest ons had zien aankomen. En toen we weer terug naar ons huisje liepen, begon de desbetreffende krekel weer te zingen. Mijn zoon en ik moesten lachen. En ik, de goede vader die ik ben, probeerde maar een soort levensles uit ons falen te halen. ‘Wat je gek probeert te maken, is vaak niet eens tastbaar. Dus ga er niet naar op zoek en leer maar gewoon te leven met die shit,’ zei ik. Ik had weleens betere levenslessen gegeven.

Toen legde mijn zoon zijn arm op mijn schouder en begon te preken als een oude man. ‘Krekels zijn als het geheim van vakantie. Je gaat op zoek naar iets waarvan je denkt dat je het kunt vastpakken. Rust, tijd, geluk. Een prachtig uitzicht op een baaitje.’

‘Of het te kleine broekje van een vrouwelijke badmeester.’

‘Nee, pap, ik ben serieus. Of een zonsondergang. Laatst zagen we de mooiste zonsondergang ooit en toen ik er pas echt van begon te genieten, was de zon al in de zee gezakt. Begrijp je?’

‘Ik begrijp het, Japie. Sommige geluiden zijn mooier als je niet weet waar ze vandaan komen.’


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct