Luuk Koelman
Column

Luuk Koelman: 'Moeten we jongeren nu echt het leger in dwingen? Ik zeg nee'

'Een fatsoenlijk land regelt zijn zaken zó dat mensen zich uit vrije wil melden'

Luuk Koelman
2 minuten
Oorlog

In het Franse dorpje waar ik mijn vakantie doorbreng, staat aan de rand van het kerkhof een gedenkmuur. Ik wandel er elke dag langs, onderweg naar de bakker. Een lange rij namen, de letters zijn verweerd. Honderden jongemannen, gesneuveld in La Grande Guerre, de Grote Oorlog. Niemand weet meer wie zij waren. Maar ze hadden geen keus, die jongens. Ze werden opgeroepen, kregen een uniform en een geweer, en gingen.

En nu, ruim honderd jaar later, klinkt dezelfde roep opnieuw. Afgelopen voorjaar stuurde het Duitse ministerie van Defensie een enquête aan 150.000 jonge Duitse mannen. ‘Bent u bereid vrijwillig te dienen in het leger?’ luidde een van de vragen. Antwoorden was verplicht. De oogst voor de Bundeswehr: één op de vijfhonderd respondenten wilde wel. Oftewel 0,2 procent. Een datingapp met zo’n score was allang failliet geweest.

Maar de Duitse overheid had alle onwil al voorzien. Wordt de jaarlijkse groei van 30.000 militairen tot 2035 niet gehaald, dan treedt de Bedarfswehrpflicht in werking. Dan wordt via loting bepaald wie verplicht onder de wapenen moet. Nederland neigt tot iets soortgelijks. Hier valt bij elke 17-jarige een brief op de deurmat: zijn dienstplicht is weliswaar ‘opgeschort’, maar allerminst afgeschaft.

‘Een overheid die haar burgers moet dwingen, heeft in stilte al verloren. Dwang illustreert niet de kracht van de staat, maar juist het falen’

Blijft de vraag: moeten we jongeren nu echt het leger in dwingen? Ik zeg nee. Niet uit pacifisme, maar omdat de staat de lichamen van zijn zonen niet behoort op te eisen. Een fatsoenlijk land regelt zijn zaken zó dat mensen zich uit vrije wil melden. Die bereidheid om te dienen én desnoods te sneuvelen, meet beter dan welke peiling ook of een land het offer nog waard is. Een overheid die haar burgers moet dwingen, heeft in stilte al verloren. Dwang illustreert niet de kracht van de staat, maar juist het falen – iets wat die vlag over de kist alleen maar schrijnender maakt.

Wie wil weten hoe dwang eruitziet, hoeft maar naar het oosten te kijken. In Oekraïne plukt de overheid de mannen bij bosjes van de straat. Ronselaars sleuren hen geblindeerde busjes in, want het front is onverzadigbaar. Een praktijk die Oekraïners kennen als ‘busificatie’.

3000 militairen vertrekken voor oefening naar Duitsland.

Intussen verbiedt Brussel, dat deze eindeloze oorlog financiert uit naam van de vrijheid, vluchtende Oekraïense mannen de toegang tot de EU. Zij moeten terug om te vechten. En desnoods te sterven – of ze nu willen of niet. Zij mogen de vrijheid verdedigen waar zij zelf geen recht op hebben. Want dat is wat dienstplicht is.

Toch lopen westerse leiders weer helemaal warm voor het woord. We moeten weer kriegstüchtig worden. Ze oreren alsof ze straks zelf de vijandelijke linies gaan bestormen. Maar nee hoor. Hun namen zul je nooit op een gedenkmuur aantreffen. Degenen die de oorlog verklaren en degenen die mogen sneuvelen, zijn zelden dezelfden.

En dus stellen de jongemannen van nu diezelfde eeuwenoude vraag: waarom? En niemand heeft een antwoord. Dat was er ook nooit. Liever bouwen we er gewoon een nieuwe gedenkmuur bij.


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Nieuwe Revu 31 NL Beeld / DCI Media