Mens & Maatschappij

Gevangengezet door de jeugdzorg: horror in Harreveld

In een gesloten jeugdzorginrichting in Harreveld werden kinderen jarenlang opgesloten en geestelijk en lichamelijk mishandeld. Pas toen een van hen de publiciteit zocht, kwam de inspectie in actie. Vijf voormalige bewoners van de zogenoemde ZIKOS-afdeling hebben ondertussen een einde aan hun leven gemaakt. Anderen hebben traumatische ervaringen opgedaan. ‘De eerste nacht moest ik meteen in de isoleercel.’

Joost van der Wegen
18 minuten
Jason Bhugwandass.
Jason Bhugwandass.

Gevangen gezet, getreiterd, mishandeld, en misbruikt. Tientallen kinderen die in de loop der jaren in de gesloten jeugdzorginrichting ’t Anker werden opgevangen, bleken jarenlang te zijn opgesloten in omstandigheden die meer weghadden van een gevangenis dan van een zorginstituut.

Het ging daarbij om jongeren die zichzelf wat zouden kunnen aandoen vanwege hun geestelijke toestand.

Maar pas nadat een van hen alarm sloeg in de media en zelfs een rapport opstelde, ontdekte de inspectie hoe erg zij hadden geleden onder het regime van ‘Harreveld’.

Onveilig

Magalie is 24 jaar en zat twee keer een aantal maanden vast in ’t Anker. Ze was nog maar 12 jaar toen ze voor het eerst naar de zogenaamde Zikos-afdeling van de instelling werd gestuurd, wat staat voor Zeer Intensieve Kortdurende Observatie en Stabilisatie. Dat was na een heel kinderleven vol met onveiligheid. 

Magalie woont nu in een appartement in Amsterdam. Ze is welbespraakt en heeft geen moeite haar verhaal te vertellen. Er zijn wel momenten dat ze geëmotioneerd raakt en even op het balkon moet gaan staan. Maar ze heeft ook gevoel voor humor (‘ik praat als brugman’), dat ze gebruikt om wat lucht te geven aan haar pijnlijke verhaal. Dat al begon toen ze nog heel jong was. ‘Al op mijn derde woonde ik een tijd in een blijf-van-mijn-lijfhuis, omdat mijn vader mijn moeder mishandelde en alcoholist was. Een paar jaar later scheidden ze definitief en kwam mijn moeder in de schulden terecht, met vier kinderen. Ook zij sloeg ons destijds. We moesten in die tijd naar de voedselbank, en op een gegeven moment waren het gas, water en licht afgesloten.’

Slachtoffer Jason Bhugwandass zocht als eerste de publiciteit.

Magalie wordt in die jaren verwaarloosd. ‘Op mijn elfde werd ik uit huis geplaatst. Ik was toen zo in de war, dat ik met spullen ben gaan gooien. Dat was ook, omdat mijn moeder me een week lang had genegeerd en niet tegen me sprak. Het was een schreeuw om aandacht. Toen ik later bij mijn vader ging wonen in de Bijlmer, kwam ik erachter dat je daar moest vechten om je te kunnen handhaven als kind. Dat was ik helemaal niet gewend, terwijl ik wel al een hele historie met mishandeling achter de rug had.’

Uiteindelijk komt Magalie in de gesloten jeugdzorg terecht. Voor de eerste keer. Ze was 12 jaar oud. Ze herinnert zich nog goed haar aankomst in Harreveld. ‘Ik kwam met een busje aan en zag het gebouw. Ik vroeg toen of ik naar de gevangenis werd gebracht, omdat het er zo uit zag. Bij binnenkomst moest ik me helemaal uitkleden en naakt voor de vrouwelijke groepsleiding gaan staan. Ik werd toen gefouilleerd en moest ook bukken voor onderzoek.’

'Ik moest een keer overgeven en werd toen in mijn eigen braaksel geduwd. Als dat soort dingen je vaker overkomt, ga je tegenwerken'

De eerste nacht werd ze meteen in de isoleercel geplaatst. ‘Niet omdat ik vervelend was of zo, het was gewoon protocol.’ De volgende dag werd Magalie naar haar kamer gebracht. ‘Mijn deur ging toen dicht. Er stond een toilet van ijzer en een bed met een harde matras. Het was eigenlijk nog een gewone cel, omdat de hele infrastructuur van de voormalige jeugdgevangenis nog aanwezig was. Je zat ook voor een groot deel op je kamer. Ik was per dag 22 uur binnen. Er waren maar twee uurtjes met luchtmomenten en twee groepsmomenten. Dat was het. Ik zag mijn vriendjes niet meer, ik mocht niet eens op mijn telefoon. Het was vreselijk, ook omdat ik op een leeftijd was dat ik het leven een beetje begon te verkennen.’

Magalie vertelt dat ze via een psychiater tegen haar zin werd gedwongen om medicijnen te nemen. ‘Ik had in een gesprek duidelijk aangegeven dat ik die medicatie niet wilde, omdat ik geen psychiatrische stoornis had. Toen ik dat weigerde, moest ik twee dagen lang op mijn kamer blijven zitten. Ik werd in feite gedwongen ermee in te stemmen. Pas toen mijn vader er bezwaar tegen maakte, mocht ik er weer mee stoppen.’

Vogelnest 

Ook van het personeel in Harreveld moesten de jongeren het niet hebben. Magalie werd er op verschillende manieren zowel fysiek als mentaal mishandeld door de groepsleiding. Dat ging deels om personeel dat er al werkte toen het nog een jeugdgevangenis was, en voor een deel om nieuwe medewerkers. ‘De meesten gingen vreselijk met je om. Ik kreeg bijvoorbeeld regelmatig racistische opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd. Ze lieten op hun telefoon bijvoorbeeld foto’s zien van Afrikaanse mensen in een stam, of die in armoede leefden. Dan zeiden ze: “Kijk, dat is je familie.” Toen ik mijn afro nog droeg, riepen ze dat ik een vogelnest op mijn hoofd had.’ 

Het was niet alleen Magalie die zo werd benaderd. ‘Een ander meisje was wat gezet, en die scholden ze uit voor dik en lelijk, en vertelden ze dat ze moest afvallen. Ze zou later volgens hen bij de McDonald’s eindigen, om daar de hele tijd hamburgers te eten.’

‘Ik werd er vaak voor niets vastgepakt en op de grond gegooid. Ik moest een keer overgeven en werd toen in mijn eigen braaksel geduwd. Als dat soort dingen je vaker overkomt, ga je tegenwerken. Je hebt het gevoel dat je wordt aangevallen, en tegen hen vecht, maar je probeert je in feite gewoon los te maken. Vanwege mijn geschiedenis kwam ik ook uit een gevoel van noodweer voor mezelf op.’

Beschadigd

Kenysha Bos (22) bracht in februari 2019 een maand door in de gesloten jeugdzorginrichting in Harreveld. Ook de reden voor haar opname kent een oorsprong in haar jeugd. ‘Ik ben als klein meisje beschadigd geraakt, omdat ik in de steek werd gelaten door mijn vader. Hij had veel schulden opgebouwd en raakte daardoor dakloos. Hij besloot toen afstand van ons te nemen, omdat hij ons niets te bieden had. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik enorme hechtingsproblemen en verlatingsangst kreeg. Ik voelde mezelf ook minderwaardig. Op latere leeftijd werd ik veel gepest op school, waardoor ik niet meer om kon gaan met het verdriet dat ik voelde. Dat uitte zich in automutilatie; ik ging mijzelf snijden. Mijn moeder wist niet goed hoe ze hiermee om moest gaan, hoewel ze alles heeft geprobeerd. Ook de hulpverlening had geen oplossing meer. Daardoor ben ik in de gesloten jeugdzorg terechtgekomen.’

Op haar veertiende doet Kenysha een zelfmoordpoging. Ze belandt met een zogenaamde spoedplaatsing bij de GGZ. Maar omdat ze met meervoudige psychische problemen kampt, weten ze niet wat ze met haar aan moeten. ‘Ik heb me toen op vrijwillige basis in de gesloten jeugdzorg laten opnemen. Omdat er nergens anders meer plek was, werd ik naar Harreveld gestuurd. Daar had ik achteraf gezien nooit terecht mogen komen.’

Kenysha weet nog dat ze daar midden in de nacht aankwam. ‘Op dat moment was er geen arts om mij te beoordelen. Om die reden moest ik meteen de separeer in.’ 

Luchtopname van het Gelderse Harreveld.

Kenysha raakt aangedaan bij het terughalen van die herinnering. ‘Ik moest, nadat ik door een detectiepoort was gelopen, al mijn kleding uitdoen en voor een mannelijke beveiliger bukken voor controle. Ik ben toen midden in de winter met een deken de isoleercel in geschopt.’

De eerste dag in Harreveld raakte Kenysha in paniek. ‘Ik miste mama, wilde met haar praten. Nadat ik op de noodbel had gedrukt, hebben ze me alleen medicatie in mijn mik geduwd en zijn ze weer weggegaan. De dag erna mocht ik bij mijn persoonlijk begeleider mijn verhaal doen. Maar vanaf dat moment heb ik helemaal niets meer gezegd. Ik dacht toen: als jullie niet naar mij willen luisteren als ik dat nodig heb, waarom moet ik dan wel gaan praten als jullie dat willen?’ 

Kenysha’s gevoel van veiligheid werd haar afgenomen. ‘Het gevoel dat de mensen waarbij je op dat moment bent ondergebracht niet voor je willen zorgen, op het moment dat je dit het hardste nodig hebt.’

Ze werd ook verbaal mishandeld. ‘Ik heb weleens te horen gekregen van een medewerker: “Met het gedrag dat je nu vertoont, snap ik wel dat je vader uit je leven is verdwenen.”’ 

'In plaats van dat ik hier geholpen ben, raakte ik alleen maar meer beschadigd'

Ook de groep moest eraan geloven. ‘Op het moment dat je te gezellig was met elkaar deed je het fout, op het moment dat je niet met elkaar omging, was het niet oké. Je deed het nooit goed. Ze hadden de macht over ons, we waren poppetjes in hun handen. Ze stookten elkaar ook tegen ons op. Het leek wel alsof we onderdeel waren van een groot adrenalinespelletje.’ Ook nu moet Kenysha een brok in haar keel wegslikken. 

Kenysha kon uiteindelijk wegkomen uit Harreveld omdat ze de rechter die over haar situatie besliste, vertelde hoe de omstandigheden er waren. ‘Ik ben toen open geweest en heb haar verteld hoeveel tijd ik op mijn kamer doorbracht, en dat ik geen behandeling kreeg. Toen ben ik binnen een maand overgebracht naar een andere jeugdzorginstelling. De rechter zei dat geen enkel kind in Harreveld terecht zou mogen komen, maar dat ze voor mij in ieder geval kon bepalen dat ik er per direct weg moest.’

Regime

Ook Corstiaan (27) belandt in Harreveld na lastige jeugdjaren. Hij wordt op zijn vijftiende uit huis geplaatst, nadat hij een vechtpartij met zijn broer heeft gekregen waar de politie aan te pas moet komen. Daar is al een hele geschiedenis aan voorafgegaan, met mishandeling in een streng religieus gezin en medicijnen die verkeerd aanslaan. Een crisisteam besluit dat hij opgenomen moet worden. 

Op zijn achttiende komt hij in Harreveld terecht. Daar krijgt ook Corstiaan te maken met de overblijfselen van de oude inrichting, in een gebouw met hoge hekken en tralies voor de ramen. ‘Het was gewoon nog een gevangenis. Er was nog een justitieel regime, werd me later ook verteld. Dat betekende bijvoorbeeld dat je werd gevisiteerd bij binnenkomst, als een gedetineerde. Je moest je helemaal uitkleden, en drie keer bukken. Terwijl je onder jeugdzorg viel. Maar er bleek ook helemaal geen therapie te zijn. Er was geen behandeling.’

Corstiaan durfde er niets van te zeggen, of over te praten. ‘Want je zit in een omgeving waar je als gestoord kunt worden weggezet. Dat is de naarste omstandigheid: als het apparaat zich tegen je kan keren, met alle macht die daarbij hoort. Er is toen bij mij iets geknapt, waardoor ik me later aan strafbare feiten schuldig heb gemaakt. Als anderen over je grens gaan, word je zelf ook grenzeloos.’

Corstiaan geeft aan dat er bij Harreveld geen gehoor werd gegeven aan de behoeftes van een kind. ‘Ik had liefde, warmte en geborgenheid nodig, ergens waar ik erachter kon komen wie ik was. Maar ik werd niet begrepen. De zorgprofessionals snapten niet dat ik probeerde te vertellen wat er vanbinnen bij me leefde. In plaats van dat ik hier geholpen ben, raakte ik alleen maar meer beschadigd.’

Macht 

De jongeren in de ZIKOS-afdeling geven aan dat ze ook seksueel werden mishandeld, of dat hun lichamelijke integriteit werd aangetast. Kynesha vertelt dat dit gebeurde op de momenten dat ze van kleding moest verwisselen, van haar eigen kleding, naar speciale ‘scheurkleding’. ‘Daar hadden we een minuut voor, en als je het in die minuut niet lukte, dan kwamen ze je wel helpen. Dan trokken ze je broek van je benen af, en daarbij raakten ze nog weleens je dij of heup aan, en gingen soms nog weleens verder dan dat. Als je nog een beha aan had, dan werd die van je lijf afgerukt, met aanraking. Dat gebeurde door zowel mannen als vrouwen, maar vanuit beiden voelde het als enorm vernederend. Vanuit een man voelde het eng en vies, van een vrouw voelde het echt als vernedering. Daar kwam nog eens bij dat ik al eerder misbruikt was, en dat in mijn dossier stond dat ik daarom een slechte seksuele ontwikkeling had gehad. Daar wezen ze me soms weleens op.’

Magalie vertelt dat ze in Harreveld werd aangerand door een andere bewoner, een jongen. Vervolgens werd ze daarover bespot door begeleiders in de ZIKOS. ‘Ik werd gevictimblamed. Ze vroegen me juist of het niet mijn vriendje was, waarmee ik moest trouwen. Ik herhaalde toen aan de groepsleiding dat ik dat niet leuk vond. Maar zij antwoorden dat ze dit zeiden, zodat ik goed in mijn hoofd had dat ik mijn lichaam niet aan een ander moest geven, en dat ik niet zo goedkoop moest zijn. Terwijl ik helemaal niet wilde dat die persoon aan mij zat, en ik juist beschermd moest worden tegen de persoon die dit me aandeed.’

Marjon Verkerk treurt om dochter Simone, waarvan ze onlangs definitief afscheid moest nemen.

Ook Corstiaan maakt kennis met seksueel misbruik, geeft hij aan. ‘De begeleider zat tijdens late of nachtdiensten vaker aan me. Ik ben door hem meerdere malen verkracht.’ Op den duur stribbelde Corstiaan niet meer tegen, zegt hij, omdat hij dan de isoleercel in moest. ‘Dus liet ik het maar gebeuren, dan was ik er sneller vanaf. Die begeleider zei dingen als: “Ik zie dat je overstuur bent, rust maar uit op mijn schouder.” Toen hij zijn hand op mijn been legde, duwde ik hem hard weg. Daarna sloeg hij alarm en werd ik door zijn collega’s overmeesterd, en kwam ik weer in de isoleer terecht. Daar kreeg ik een spuit die me verlamde. Ik weet nog goed wat ik voelde, maar kon me niet meer verzetten.’

Corstiaan dacht eraan aangifte te gaan doen van het seksuele misbruik. Hij is daarvoor al een keer naar de politie gegaan, maar heeft er geen vervolg aan gegeven. ‘Ik kon het wel doen, maar al het bewijs was al weg. Daarom zou ik op zoek moeten gaan naar meerdere slachtoffers. Dat zou ik wel willen, maar dat wordt een heel proces. Ik krijg daar weer nachten nachtmerries van. Daar zie ik te veel tegenop.’ 

Misstanden

In de loop der jaren kwamen alle feiten over misbruik bij Harreveld naar buiten, nadat voormalig bewoner Jason Bhugwandass de publiciteit zocht op sociale media en later een rapport opstelde op basis van verhalen van 51 jongeren over de misstanden bij de gesloten jeugdzorg. Jason hield zelf blijvende klachten over aan zijn periode in de ZIKOS. ‘Mijn leven voor Harreveld was echt heel anders dan dat erna. Ik kan nog steeds niet tegen prikkels, vanwege het extreme isolement in de inrichting. Normaal naar school gaan of werken, dat kan ik nu niet meer. Ik heb ook herbelevingen van wat ik meemaakte, door de PTSS die ik opliep.’

Het lukte Jason met heel veel moeite om de problemen bij ’t Anker aan te kaarten. ‘Dat duurde tien jaar. In 2016 en ’17 heb ik de problemen gemeld. Toen kwam ik erachter dat je hele ernstige dingen kunt aangeven, maar dat jeugdzorg, de inspectie en zelfs de politiek er niets mee doet. Tot mijn rapport over ZIKOS uitkwam, waarbij ik de hulp kreeg van twee hoogleraren. Hoewel ook dit door de inspectie maar slecht werd opgepikt. Het was uiteindelijk de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) die de inrichting sloot.’

Jason geeft aan dat hij gelooft dat de jongeren de waarheid vertellen over hun ervaringen, omdat ze collectief hetzelfde verhaal vertellen. ‘Ik ga ervan uit dat de jongeren eerlijk zijn. Ook omdat het wat mij betreft onmogelijk is dat ze samen allemaal dezelfde leugen zouden vertellen.’

Marjon Verkerk.

Jason legt uit waarom er geen aangifte is gedaan van seksueel misbruik door de jongeren. ‘Dat lijkt me logisch: omdat er geen bewijs is. De jongeren zijn namelijk opgesloten zonder telefoon of laptop om dit te kunnen verzamelen. Ze hadden ook geen toegang tot de camerabeelden van de instelling. Als zij er in de ZIKOS zelf melding van hadden gedaan, dan had dit tot een onveilige situatie voor ze geleid. Ze konden vanuit een gesloten instelling ook niet naar de politie. Daar hadden ze verlof voor nodig, en dat ging niet. Achteraf aangifte doen in een zedenzaak is ook lastig, hoewel er wel pogingen zijn gedaan. Het is voor jongeren in een gesloten inrichting dus onmogelijk om dit te doen.’

De organisatie waar ’t Anker onder viel, iHUB, laat in juli 2025 op haar site weten dat ze door gebrek aan aangiftes niks kan met het mogelijke seksuele misbruik. ‘Uit onderzoek is vooralsnog niets naar boven gekomen dat het vermeende seksueel overschrijdend gedrag bevestigt. En omdat er geen namen van mogelijke daders bekend zijn, noch aangifte is gedaan, kan de directie onvoldoende met dat punt.’

Jason vindt het kwalijk dat de mensen die in Harreveld werkten, nu nog actief zijn in de jeugdzorg. ‘Dat vind ik nog het meest problematische. Ik vind dat je die medewerkers ook uit de jeugdzorg zou moeten kunnen weren, ook al zijn ze niet strafrechtelijk te vervolgen. De bewijslast in het strafrecht is terecht hoog, maar ik denk dat het ook belangrijk is dat we die jongeren tegen hen kunnen beschermen.’  

Jason stelt dat zowel een groepsleider als een lid van de raad van bestuur van Harreveld nog steeds werkzaam is in de jeugdzorg, en bij de organisatie waar Harreveld onder viel. ‘Ik heb ze destijds verteld over de misstanden. Daar hebben zij niets mee gedaan.’

Als we onderzoeken of er medewerkers nog steeds werkzaam zijn in de jeugdzorg stuiten we inderdaad op profielen van deze medewerkers van Harreveld, die nog steeds werkzaam zijn bij of voor de instelling.

Lastig

Magalie geeft aan dat ze het lastig vindt dat wat ze in Harreveld heeft meegemaakt voor anderen moeilijk is te snappen. ‘Een scheiding van je ouders of huiselijk geweld is misschien voor mensen om me heen nog wel voor te stellen, maar wat ik in Harreveld aan traumatische dingen heb meegemaakt, zal niet iedereen begrijpen. Zelfs mijn beste vrienden hebben daar moeite mee, waardoor ik me soms afsluit voor ze.’

Magalie is er ook van geschrokken dat de omstandigheden in Harreveld pas aan het licht kwamen toen Jason Bhugwandass er de publiciteit mee zocht en een rapport over schreef, in maart 2024. ‘Dat is een jongen die er zelf heeft gezeten, en zijn eigen trauma’s nog steeds moet verwerken. Pas na al zijn inspanningen werd besloten om de ZIKOS-afdeling te sluiten, en daarna pas gekeken hoe men er te werk ging. Hoelang was de situatie anders nog zo gebleven?’

Kenysha vond het achteraf vooral surrealistisch dat ze in de ZIKOS terecht was gekomen. ‘Het voelt alsof je in die momenten verandert van iemand die hulp nodig heeft, in een crimineel. Zo werd je daar behandeld. Het personeel zei ook dat er sinds de transitie van jeugdgevangenis tot gesloten jeugdzorginrichting in feite niets was veranderd.’

Een kaarsje brandt voor de foto van Simone, een ex-bewoner van jeugdzorginrichting ’t Anker in Harreveld. In april van dit jaar koos ze voor euthanasie.

Ze hoort weleens van haar huidige partner dat de reden waarom ze soms moeite heeft om erover te praten is: ‘Omdat ik niet wil geloven dat dit mij is overkomen.’ 

Nog wel het meest pijnlijk vindt ze dat ze het nog lang haar moeder heeft kwalijk genomen dat ze in Harreveld terecht was gekomen. ‘Omdat ik niet bij een voogd was ondergebracht, hield mijn moeder de verantwoordelijkheid over mij. Maar die bleek achteraf ook niets meer te hebben kunnen veranderen aan plaatsing in de ZIKOS.’

Eind maart 2024 werd Harreveld na het rapport van Jason onder verscherpt toezicht gesteld door de inspectie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dit was vanwege grensoverschrijdend gedrag door het personeel en de te langdurige opsluiting van de jongeren die er waren geplaatst. 

Eind december 2025 werd de ZIKOS-afdeling van Harreveld gesloten, op voorspraak van de Tweede Kamer, waar het geluid inmiddels ook was doorgedrongen. De inspectie meldt dan dat het team van zorgverleners dat er werkt op non-actief is gesteld. Inmiddels heeft jeugdzorgorganisatie iHUB die verantwoordelijk was voor ’t Anker excuses gemaakt aan de hele groep van jongeren die in Harreveld verbleven. Dat deed het via een persconferentie en een brief aan de jongeren. ‘Het spijt ons dat wij jou op ZIKOS niet hebben gegeven wat je nodig had. Dat wij jou niet genoeg veiligheid, nabijheid, behandeling en perspectief hebben gegeven. En dat we te ver zijn doorgeschoten in regels en het beperken van jouw vrijheid. We vinden het verschrikkelijk dat jij tijdens je verblijf bang bent geweest, dat je je eenzaam en in de steek gelaten voelde. Dat je je onveilig voelde. En dat je daar nu nog steeds veel last van hebt in je werk, studie en sociale leven.’

Moeder Marjon: 'Simone ging er al niet goed heen, maar na Harreveld had ik een meisje dat de hele wereld niet meer aankon'

Magalie wil zich daar graag over uitspreken, ook al voelt ze zich daar kwetsbaar in, geeft ze aan. ‘Ik ga het gewoon zeggen. Ik vind sowieso dat al die begeleiders uit die tijd een stempel achter hun naam moeten krijgen die uitdrukt dat ze niet meer in de jeugdzorg moeten kunnen werken. Want god mag weten hoeveel slachtoffers er nog meer gaan vallen. Ze lieten pestgedrag zien, tegenover kinderen die niet eens meer wilden leven.’ 

Magalie twijfelt eraan of de excuses die zijn gemaakt wel echt zijn. ‘Er is ons nog aangeboden om terug naar Harreveld te gaan, om met medewerkers te praten die achteraf hebben verklaard dat ze spijt hebben van hoe ze met de jongeren zijn omgegaan. Maar ik zeg je eerlijk dat ik dit niet oprecht over vind komen. Zeker niet nu dit pas na het uitkomen van zelfs een tweede rapport gebeurt. Waarom hebben zij destijds dan niet hun mond opengetrokken en aan welke instantie dan ook verteld hoe het eraan toeging?’

Magalie wijst erop dat bijna niemand die in de ZIKOS-afdeling heeft gezeten, er goed uit is gekomen. ‘Er hebben al vijf jongeren een einde aan hun leven gemaakt.’

Afscheid

Een van die jongeren is Simone. Aan haar leven kwam in april van dit jaar een einde. Ze koos samen met haar ouders voor euthanasie. Dat was een uitvloeisel van het jarenlang lijden dat zij in haar leven onderging door een moeilijk te verklaren ernstige vorm van depressiviteit. 

Dat vertelt haar moeder, Marjon Verkerk, die nog maar pas afscheid van haar 26-jarige dochter moest nemen. Ze is er verdrietig om, maar ook dankbaar dat Simone op deze manier, met haar familie om haar heen, uit het leven kon stappen. Marjon legt dit uit. ‘Het was niet makkelijk als ouders, maar het lijden wat ze had, dat gun je je kind ook niet. Simone zei rond haar achtste jaar al dat ze liever niet meer wilde leven. Daarna ontwikkelde ze een eetstoornis, waar we pas heel laat achter kwamen. Ze deed op haar zestiende jaar een eerste poging tot suïcide.’

Daarna volgde een lange reis rond veel GGZ- en jeugdzorginstellingen – omdat een diagnose van haar probleem steeds niet duidelijk kon worden gesteld – waaronder een eerste keer op een gesloten psychiatrische afdeling. ‘Ze is toen boos uit een gesprek gelopen, waarna ze ten onrechte als een zwaar agressief kind werd gezien. Terwijl ze in feite een slimme, prima meid was. Ze wist precies waarom behandelingen goed voor anderen waren, maar niet voor zichzelf.’

Uiteindelijk belandde Simone op haar zeventiende op de ZIKOS-afdeling van ’t Anker, omdat ze geen vorderingen maakte in haar therapie. ‘Dat zou de oplossing zijn. Maar het eerste wat we zagen toen we haar zelf brachten, was een celdeur met een luikje. Te bizar voor woorden. Omdat ze bekendstond als suïcidaal, mocht ze er niets. Ze mocht maar twee keer tien minuten per week met ons bellen, verder met niemand, en we mochten twee uur in de week op bezoek. Als we haar bezochten, waren alle andere kinderen opgesloten. Dat vonden we meteen raar. Ook had ze geen enkel contact met een psychiater daar.’

Pas twee dagen voor haar dood kreeg Marjon te horen dat Simone na elk bezoek van haar ouders werd uitgekleed en gevisiteerd. ‘Zodat wij haar kennelijk niets mee konden geven. Als ik dat toen had geweten, dan was ik daar ter plekke door het lint gegaan.’ Marjons stem breekt nu even, terwijl ze tot nu toe nuchter het verhaal van haar dochter vertelt.

Harreveld deed Simone om al deze redenen volgens Marjon meer kwaad dan goed. ‘Ze is daar zo vervreemd geraakt van het normale leven, waardoor ze daarna veel struggles had om dat weer aan te kunnen. Terwijl ze er juist al moeite mee had. Ze kreeg achteraf allerlei angsten. Voor alarmgeluiden, voor kleine ruimtes. Vanwege het feit dat alle kinderen daar in bedwang werden gehouden, met een soort machtsvertoon. Dat maakte dat zij daarna heel bang naar andere vormen van hulpverlening is gaan kijken, wat haar in alles heel erg heeft belemmerd. Ze ging er al niet goed heen, maar na Harreveld had ik een meisje dat de hele wereld niet meer aankon.’

Denk jij aan zelfdoding? Bel 24/7 gratis en anoniem met 113 of chat op 113.nl. 


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Nieuwe Revu 31 ANP, Joost van der Wegen