Beste premier Jetten,
Kees van Kooten en Wim de Bie hadden ooit een typetje dat Sjors heette, een supporter van een ‘klein cluppie’, met een mat en een paars trainingspak. Als Sjors zijn beklag deed over alle aandacht voor groepen vandalen van grote clubs deed hij dat terwijl hij aan het bagagerek van een trein hing, en uit het raam ‘Hé, hondelul!’ schreeuwde. Sjors was een eenzame vandaal, en ook eenzame vandalen hadden volgens Sjors aandacht nodig, want ‘daar kijkt niemand naar om’. Decennia later hebben de alleenstaande vandalen nu de verdiende aandacht gekregen van de premier van ons land. U stuurde een bericht de wereld in met de tekst: ‘Wat een lelijk vandalisme in Engelen.’
Ik stel me iemand voor die net die dag terugkwam van vakantie, en even het nieuws had gemist. Die zal hebben gedacht: lelijk vandalisme, wat is er gebeurd? Bushokjes gesloopt? Lantaarnpaalverlichting kapotgegooid? Prullenbakken omvergeworpen?
Nee, zal iemand ze dan hebben uitgelegd: in enkele dorpen van de gemeente Den Bosch, waar Geert Wilders zijn ‘PVV Verzetstournee 2026’ begon, zijn niet alleen acties gevoerd tegen de opvang van asielzoekers. Inmiddels worden daar niet alleen bestuurders geïntimideerd en bedreigd die wél voor opvang zijn, maar ook bewoners. Die lazen opeens teksten als ‘hoer’ en ‘teef’ op hun huis, of vonden hun auto terug in het water. Omdat ze een ander standpunt hebben over asielbeleid. Ik ken werkelijk niemand die zulk gedrag ‘lelijk vandalisme’ zou noemen. Dat is geen understatement meer, het is een ontkenning.
‘Waar zou je dit gedrag mee kunnen vergelijken? Ik zou zeggen: met de aanval op het partijbureau van een politieke partij’
Waar zou je dit gedrag mee kunnen vergelijken? Ik zou zeggen: met de aanval op het partijbureau van een politieke partij. Politiek geweld, met de uitdrukkelijke bedoeling andersdenkenden het zwijgen op te leggen. U weet precies hoe dat is: in september 2025 werd het partijkantoor van D66 aangevallen. Toen schreef u: ‘Tuig. Je blijft van politieke partijen af. Als je denkt dat je ons kan intimideren, dikke vette pech. Wij laten ons mooie land nooit afpakken door extremistische relschoppers.’
Het is dus niet dat u niet de woorden hééft voor dit soort gedrag. Het is dat u er voor koos ze niet te gebruiken. De PVV en FvD weigerden als enige twee politieke partijen in Den Bosch het bekladden van de huizen te veroordelen. Zover is het al: de aanval op de democratie krijgt ook steun vanuit de politiek – niet veroordelen is in situaties als deze immers: steunen. Dat maakt het des te dringender dat u zich uitspreekt, zoals u dat vorig jaar wel nog deed. Ja, maar is dan het tegenargument dat ik vaak hoor, ‘toen was Jetten nog geen premier. Nu heeft hij een andere rol.’
Laat dat nou precies de reden zijn dat ‘lelijk vandalisme’ en een oproep tot gesprek (‘Waarom schreef u stinkteef op mijn huis, en niet gewoon teef?’) volstrekt onvoldoende zijn. Het terechte verwijt aan premiers Rutte en Schoof was vaak dat ze niet aan normering deden. De hoop van velen, ook van mij, was dat dat onder uw premierschap zou veranderen. Maar misschien hebben we in dit opzicht dikke, vette pech.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct