James Worthy
Column

James Worthy: 'Mijn hart gaat steevast sneller kloppen als ik graffiti zie'

'Beeldschoon of afstotelijk, het maakt mij niet uit. Ik weet wat voor risico’s de kunstenaar in kwestie heeft genomen'

James Worthy
2 minuten
Column James Worthy

Ik rij vandaag terug van vakantie. Door Spanje, via Frankrijk en België. Bijna thuis. Ik zie duizenden kilometers asfalt. Soms grijs, soms ravenzwart, soms spiegelglad, maar meestal pokdalig als de kin van een puber.

En af en toe glijden we door een viaduct. Mijn favoriete bouwwerken, omdat ze vaak vol staan met straatkunst. Graffiti. 

In mijn puberjaren heb ik het zelf ook geprobeerd. Ik schreef Herb en China op muren op school. Samen met Hidde, die goed kon tekenen, vormde ik een crew. Het was de mooiste tijd van mijn leven, totdat Hidde werd gepakt en een boete van 7000 gulden kreeg. Straatkunst is mooi, maar straatarm is een ander verhaal. Een week later kochten we allebei een skateboard en surften we mee op de volgende hype. 

‘Grote ideeën ontstaan zelden in afzondering. Ze ontstaan waar mensen elkaar tegenkomen’

Maar mijn hart gaat steevast sneller kloppen als ik graffiti zie. Beeldschoon of afstotelijk, het maakt mij niet uit. Ik weet wat voor risico’s de kunstenaar in kwestie heeft genomen.

Straatkunst is overal. Zelfs in de dorpjes zonder straten. Dan staat er ineens een verlaten fabriek met kleur op haar wangen. En ineens is de fabriek geen ruïne meer, maar een canvas. Een visitekaartje van een kunstenaar. 

Wat ik altijd enorm intrigerend vind, is dat rond de grote steden de schilderingen vaak beter zijn. Gedurfder en met meerdere technieken. Hoe verder je de provincie in rijdt, hoe vaker het bij voorgekauwde koeienletters blijft. Het is haastig en nagenoeg ongeïnteresseerd. ‘Concurrentie is waardevoller dan rust,’ mompel ik de auto in. Mijn vrouw rijdt en mijn zoon doet alsof hij een sudoku aan het maken is, maar ik zie de mobiele telefoon in het boekje.

‘Wat?’ vraagt mijn vrouw.

Beeld ter illustratie: graffiti spuiten.

‘Als je echt goed in iets wilt worden, heb je andere talenten nodig. Talent groeit door nabijheid. Als het samen kan klonteren. Een graffitikunstenaar leert niet van een leeg viaduct, maar van een betere graffitikunstenaar. Talenten die niet uitgedaagd of geprikkeld worden, shit, misschien zelfs geschoffeerd of voor schut gezet, zullen nooit meer worden dan een hobbyist.’

‘Ik ben aan het rijden, Bart fucking Chabot,’ moppert mijn vrouw.

‘Ik vind dit soort dingen gewoon interessant. Concurrentie is een ander woord voor inspiratie. Daarom ben ik zo blij dat we in de stad wonen. En niet vanwege de gebouwen, maar vanwege de dichtheid van talent. Van Gogh trok niet voor niets naar Parijs. Daar liep hij tegen Signac en Toulouse-Lautrec aan. Begrijp je? En hij ging niet naar Parijs, omdat de lucht daar mooier was, maar omdat excellentie besmettelijk is. Grote ideeën ontstaan zelden in afzondering. Ze ontstaan waar mensen elkaar tegenkomen.’

‘Ik denk dat we zo moeten stoppen. Ik heb honger,’ gaapt de zoon.

Misschien romantiseren we rust net iets te veel. Vakantie. Een hutje op de hei. Geen afleiding. Maar wie beter wil worden, heeft vooral wrijving nodig. Mensen die misschien net iets verder zijn. Die je een ongemakkelijk gevoel geven, omdat ze iets weten wat jij overduidelijk nog niet weet. 

Misschien verklaart dat ook waarom de mooiste graffiti niet op de stilste plekken staat. Niet omdat daar minder talent woont, maar omdat talent elkaar nodig heeft.


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct