Het buurtcafé rook die ochtend naar koffie. De kastelein poetste glazen en aan de bar zat een zestiger een broodje te eten. Ik had me voorgenomen vandaag nergens iets van te vinden. Dat lukt me tegenwoordig steeds beter, moet ik zeggen. Vroeger had ik overal meteen een mening over. Het leek wel een soort diarree. Tegenwoordig kan ik minutenlang mijmeren zonder dat er een mening in me opkomt. Vooruitgang, denk ik dan maar.
Dat hield ik vol tot kwart over elf. Toen pakte ik toch maar een krant van de leestafel, want je moet toch wat.
Trump, las ik, gaat zijn eigen Truth Social-berichten verkopen. Niet de berichten zelf (die blijven gratis, helaas), maar de snelheid waarmee je ze onder ogen kunt krijgen. Grote beleggers betalen straks 100.000 dollar per maand om zijn geraaskal milliseconden eerder te ontvangen. Dat klinkt belachelijk, tot je bedenkt dat één presidentiële oprisping over Iran de olieprijs alle kanten op kan jagen. En in die milliseconde kunnen algoritmen voor honderden miljoenen dollars olie inkopen of verkopen, voordat u en ik het schermpje van onze smartphone hebben ontgrendeld. Voorkennis in abonnementsvorm; een president die munt slaat uit de milliseconde waarin de rest van de wereld nog van niets weet. De familievergadering aan de gouden tafel zal kort zijn geweest.
‘Op Wall Street was Trumps bericht binnen een milliseconde verzilverd. Bij mij kwam er na een half uur herkauwen precies één woord uit’
Ik wachtte op mijn verontwaardiging. Maar er kwam niks. Vroeger was ik al boos voordat ik het artikel uit had. Dan begon het al halverwege de kop, dat heerlijke schuimbekken. Nu las ik het en ik dacht: tja. Meer niet. Tja, gevolgd door een lichte zucht.
In hetzelfde artikel merkte een hoogleraar op dat een paar jaar geleden de wereld te klein zou zijn geweest. Maar nu halen mensen hun schouders op. Gaan we weer, denken ze dan.
Ik voelde me betrapt. Daar zat ik, met mijn koffie en mijn onverschilligheid. Het rottige is: ik ben columnist. Ik word verondersteld hier iets van te vinden. Elke week een mening, dat is de afspraak. Behalve als je overlijdt, dan krijg je een paar dagen vrij. Maar daarna verwacht de hoofdredacteur weer een mening in zijn mailbox.
Ik heb jaren met plezier aan die verplichting voldaan. Overal had ik woorden voor. Vraag mij iets over daklekkages en ik praat twintig minuten aan één stuk. Maar nu zat ik daar en er kwam niks.
Aan de bar zat nog steeds die zestiger. Enkel hij en zijn broodje. Hij kauwde bedachtzaam, zat daar gewoon, zonder iets te vinden. Ik heb zelden iemand zo intens benijd. Toch pakte ik mijn notitieboekje. Een columnist doet dat nu eenmaal. Het is een reflex, zoals een hond kwispelt. Ik schreef: milliseconde. Eén woord op een verder witte pagina. Op Wall Street was Trumps bericht binnen een milliseconde verzilverd. Bij mij kwam er na een half uur herkauwen precies één woord uit.
Ik rekende af. Ik weet niet wat we moeten doen, ik weet het echt niet. Maar deze column ligt er. Dat is niet veel. Maar het is niet niks.
THANK YOU FOR YOUR ATTENTION TO THIS MATTER.
Graag gedaan, Donald.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct