Je hoort steeds vaker mensen zeggen dat ze het nieuws mijden. Het gevoel van onmacht dat de overvloed aan ellende in de wereld oproept, drijft mensen richting kattenfilmpjes, spelletjes of zelfs een Echt Boek, maar in ieder geval weg van het nieuws.
Niet alleen de alomtegenwoordigheid van ‘nieuws’ (in al je feeds en op al je schermen) zorgt voor verstikkende overdaad, ook toon en kleur van de berichtgeving spelen een rol. Het is niet gewoon droog of warm deze zomer, nee: het is uitzonderlijk droog en gevaarlijk warm. Het weerbericht bestaat louter in de context van alarmerende klimaatverhalen. ‘Wordt het vandaag strandweer?’ – ‘Ja, maar we gaan wel allemaal dood.’
Nieuws bestaat niet langer als gekaderde feiten zonder oordeel, verslaggeving dient meestal een moraal. Oorlog in Oekraïne is geen treurig feit op veilige afstand, maar een existentiële dreiging voor ons allemaal, en bovendien wordt streng gelet of je wel de Goede Kant kiest in deze strijd. Zo streng, dat voor nuance nauwelijks ruimte is. ‘Maar moeten we bij de rol van NAVO dan geen vragen ste...’ – ‘POETINVRIEND!’
‘Ieder nieuwsbericht is een verwijt dat elk klein welvaartspijntje in andermans existentiële context probeert te zetten’
Vergelding in Gaza is een genocide, de oorlog in Iran een economische apocalyps (schuld van Trump) en zelfs blote homo’s op een bootje in Mokum vieren geen feestjes van liberale vrijzinnigheid meer, maar dansen alsof hun dagelijkse mensenrechten ervan afhangen – mensenrechten die JIJ mogelijk schendt als je niet voor hen juicht, klapt, zingt en danst.
Ook de kleine moraal laat krassen na. Brandstof is duurder, kut voor je portemonnee, maar wel beter voor het klimaat (maar je moet toch naar je werk, vrienden, mantelzorg-adres...). Geen woning voor je kinderen, maar wel in iedere gemeente een gedwongen asielnering (maar je wilt toch geen xenofoob zijn). Boodschappen duurder en toch in steeds kleine verpakkingen (maar zie eens hoeveel arme daklozen het nog slechter hebben, de parken liggen voller en voller).
Ieder nieuwsbericht is een verwijt dat elk klein welvaartspijntje in andermans existentiële context probeert te zetten en daarmee inspeelt op sentimenten van schuld en schaamte die zich lastig laten relativeren omdat ze dagelijks worden gevoed. En we blijven klikken ook, want pijn is fijn en schuld is het voedsel voor de zondige ziel.
Sommige mensen stoppen met klikken. Ik snap die mensen wel. Ik benijd ze zelfs een beetje, want ik zou soms willen stoppen met tikken. Er zijn jaren geweest dat het toetsenbord als een warm mes door boter ging en pagina’s zichzelf besmeerden met letters, woorden, zinnen en soms zelfs een smeuïge clou of een smakelijke pointe.
Dat was toen de actualiteit nog relativerende ironie verdroeg, en niet continu je overgave eiste. Maar ja, en hier komt dan toch die onvermijdelijke moraal (godverdomme): als ik stop met tikken, is de overgave getekend.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct