Beste oud-minister Mariëlle Paul,
Wat doet u eigenlijk tegenwoordig? Elke dag de koninklijke onderscheiding oppoetsen, die u in maart van dit jaar ontving voor uw uitzonderlijke verdiensten voor het land? Misschien heeft u als oud-minister nu tijd voor stedentrips. Dan valt u wellicht iets op, of u nu door Venlo of door Den Haag wandelt. En dat is het schrikbarend hoge daklozen met een Oost-Europees uiterlijk. Wellicht kunt u ze even de zonnige zijde van hun bestaan laten zien: uw lintje.
U bent immers de minister die een plan ter bescherming van arbeidsmigranten introk. Het plan moest per 1 januari van dit jaar onder meer een einde maken aan de situatie waarin uitzendbureaus tot een kwart op hun loon (het minimumloon, en het woord ‘minimum’ is hier natuurlijk geen toeval, het betekent niet: kan nog wel een kwartje vanaf) konden inhouden, in ruil voor huisvesting, waarvan we allemaal weten wat die inhoudt (vlekmatrasjes op de grond in een met mannen gevuld stinkkamertje).
Maar u trok het plan terug. De Tweede Kamer werd er op 30 oktober over geïnformeerd. Dat was één dag na de verkiezingen. In de verkiezingscampagne speelde dit besluit dan ook geen enkele rol, want niemand wist dat u hiermee zou komen. De leider van de VVD, Dilan Yesilgöz, kreeg er tijdens de verkiezingsdebatten dan ook geen vragen over. De ironie is dat bij de verkiezingen ervóór dezelfde Yesilgöz tijdens het SBS 6-verkiezingsdebat wél een vraag mocht krijgen en beantwoorden van miljonair Frank van Gool, die net een ton aan de VVD had gedoneerd. Van Gool was de eigenaar van uitzendbureau Otto Work Force, het grootste uitzendbureau voor migranten.
‘U noemde in een Kamerdebat de timing ‘onhandig’. De timing was het tegenovergestelde van dat. Het was handigheid, van de ranzigste soort’
Kan het nog dubieuzer, nog bananenrepublikeinser, nog bevestigender voor elk wantrouwen in de politiek, nog meer House of Cards? Ja, dat kan, blijkt nu. Want het verhaal, úw verhaal, was altijd dat het toeval was dat de dag na de verkiezingen de Tweede Kamer kreeg te horen dat u het plan voor de bescherming van arbeidsmigranten introk. Dat kon niet anders, omdat de definitieve tekst nog niet klaar was.
NRC-journalist Stefan Vermeulen vroeg met een beroep op de Wet openheid overheid (Woo) de stukken op. En wat blijkt? Het was een bewust besluit. Van u. U noemde in een Kamerdebat de timing ‘onhandig’. De timing was het tegenovergestelde van dat. Het was handigheid, van de ranzigste soort.
In het NRC-artikel gaat het trouwens ook over een ‘extern communicatiebureau dat nieuwsberichten voor het ministerie verzorgt’. Wauw. En ik maar denken dat in dat enorme ministerie ook wel wat mensen werken die een persbericht kunnen tikken. Maar met ministers als u hebben ze inderdaad wel wat anders te doen.
In het nu.nl-artikel over uw leugen stond ook deze memorabele zin: ‘Hoewel de Kamer zich ergerde aan de gang van zaken, floot zij de minister niet terug.’ In die zin krijgt ieder parlement de minister die het verdient.
Dat is vast een troostende gedachte, voor iedere arbeidsmigrant die met een flesje huismerkbier onder een brug ligt, dankzij uw uitzonderlijke verdiensten.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct