Ik kijk naar de kist van een goede vriend. Een paar weken geleden zei hij nog dat hij gecremeerd wilde worden, maar een paar dagen voor zijn dood switchte hij toch nog. ‘Ik wil geen wolk worden. Straks blokkeer ik de zon op de dag van mijn crematie. Ik wil geen bewolking worden. Zo heb ik toch ook niet geleefd?’
‘Nee, dat zeker niet.’ Ik wilde nog tegen hem zeggen dat zijn manier van leven ook niet echt overeenkwam met begraven worden en opgegeten worden door insecten, maar als de dood in de buurt is, moet je de waarheid uit de buurt houden.
Daarom ben ik ook zo gek op de dood. Niet dat ik blij ben dat mijn vriend van 48 is gestorven, maar ik vind het heerlijk om de waarheid kapot te negeren. Om de feiten dood te zwijgen.
‘Hoe zie ik eruit?’ vroeg mijn vriend diezelfde dag. Hij was zo dun als een satéprikker en zijn wangen hadden de kleur van bedorven varkensvlees, maar dat zei ik niet.
‘Dit is de vierde vriend die ik in vijf jaar begraaf. Ik haat het. Als een vriend sterft, sterft niet alleen een mens, maar ook een getuige van onze verhalen’
‘Je bent aantrekkelijker dan ooit tevoren, man. Ze moeten een kalender van je maken.’
Mijn vriend spande zijn armspieren en er verschenen twee gekrompen Kindersurprise-eieren onder zijn bleke huid.
Ik kijk naar de kist van een goede vriend. Als hij een kroeg binnenliep, kwam er iemand binnen. Zijn persoonlijkheid kon een vliegtuighangar vullen, maar nu ligt hij in een soort tandem van hondenhokken. Ik heb nooit begrepen waarom doodskisten zo bescheiden zijn qua lengte en breedte. Een doodskist moet wat mij betreft op de schoenen van een clown lijken. Iedereen weet dat de tenen van Bassie niet het einde van de schoen raken, maar daar gaat het niet om. Het gaat om het idee.
Dit is de vierde vriend die ik in vijf jaar begraaf. Ik haat het. Als een vriend sterft, sterft niet alleen een mens, maar ook een getuige van onze verhalen. Nu hij er niet meer is, veranderen de verhalen die echt hebben plaatsgevonden in ‘sterke’ verhalen.
Zo eindigden wij ooit op een afterparty van een optreden van de Spice Girls eind jaren negentig. Hij kon dat. Hij kon dingen regelen. Hoe dan ook, op dat feestje heeft hij met een Spice Girl gezoend en ik ook. En het was niet dezelfde. Nu hij er niet meer is, is dit waargebeurde verhaal een sterk verhaal geworden.
Een paar jaar eerder zagen we de beste Nederlandse voetballer ooit door het Vondelpark fietsen. Wij waren aan het voetballen en vroegen of hij even met ons wilde voetballen. ‘Ik tegen jullie twee,’ zei Johan. ‘Wie het eerst bij de vier is, wint,’ vervolgde hij. Ik moet nog steeds lachen. Iedereen speelt tot de drie, vijf of tien. Johan speelde tot de vier. Maar wij wonnen dus van hem. 4-3. Ik maakte de winnende.
Bijna iedereen die op dat veldje stond, is inmiddels dood. Als vrienden sterven, sterven de verhalen. Met mijn vriend verdwijnt niet alleen een mens, maar ook het bewijs dat we ooit samen jong zijn geweest.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct