Geen idee of het de MAGA-invloeden uit Amerika zijn, maar ik hoor het steeds vaker: ‘Geloven is ook een manier van zeker weten.’ Immers, zo luidt de redenering, de één haalt zijn zekerheden uit de wetenschap en de ander uit de Bijbel. Dat komt op hetzelfde neer, betoogt menig gelovige, want je neemt iets aan op gezag van anderen. Geloof als alternatieve route naar absolute zekerheid. Niet als in meten-is-weten, maar weten vanuit overtuiging.
Hoe merkwaardig is dat? Stel, je buurman zegt dat het zijn diepste overtuiging is dat onder zijn schuurtje een elfenrijk schuilgaat. ‘Hoe weet jij dat?’ vraag je.
‘Dat stond in het dagboek van mijn betovergrootvader.’
Niemand zou genoegen nemen met zo’n antwoord. We pakken een schep en gaan graven. Misschien vinden we iets, misschien ook niet. Juist dát maakt onderzoek zinvol, want zo maak je een einde aan de twijfel.
‘Geen enkele gelovige kan met droge ogen beweren dat hij de absolute waarheid in pacht heeft. Toch richt hij er zijn complete leven op in’
Maar de buurman wil helemaal niet graven, want dat zou een vorm van twijfel zijn. En elfen, zo stond in dat dagboek, openbaren zich enkel aan ware gelovigen. Dus dat jij niets vindt, bevestigt alleen maar hun bestaan.
Dat is hoe een geloofsovertuiging werkt. Het is een aanname waar je aan vasthoudt, ongeacht wat er gebeurt. Wetenschap werkt precies andersom: wie iets zeker wil weten, die moet het kunnen aantonen. Twijfel is daar geen teken van zwakte, maar juist het startpunt voor onderzoek. Wetenschap gaat altijd uit van de mogelijkheid dat ze ongelijk heeft.
Kennen gelovigen eigenlijk ‘gerede twijfel’? Het bestaan van een opperwezen is niets meer dan een aanname. Geen enkele gelovige kan met droge ogen beweren dat hij de absolute waarheid in pacht heeft. Toch richt hij er zijn complete leven op in.
Wat géén aanname is: door de eeuwen heen hebben mensen meer dan tienduizend verschillende goden aanbeden. Dat geeft elke gelovige (áls er überhaupt al een god bestaat) een kans van 0,01 procent dat hij de ware heeft getroffen. Gelovigen noemen dat dus ‘zeker weten’. Statistici niet.
Daar komt bij: wie in Nederland wordt geboren, heeft een redelijke kans christen te worden. In India is de kans veel groter dat je hindoe bent, in Saoedi-Arabië moslim en in Thailand boeddhist. Blijkbaar bepaalt dus vooral de plek waar je wieg staat welke absolute waarheid je later mogelijk zult aanhangen.
Waar de wetenschap vragen stelt, onderzoek doet en zichzelf voortdurend bijstelt, daar geeft religie al tweeduizend jaar hetzelfde antwoord. Ferm met de hakken in het zand, want geloof laat zich niet bevragen. Daarom verwerpt vrijwel iedere gelovige het overgrote deel van alle andere geloven als bijgeloof.
Maar wie zijn eigen religieuze overtuiging presenteert als een vorm van kennis, die moet ook accepteren dat het als zodanig wordt behandeld. Neem homeopathie. Miljoenen mensen zijn heilig overtuigd van de werking van verdund water, maar zolang die werking niet is aangetoond, moeten we uitgaan van het tegendeel. Iets wat we ook doen met de yeti, aliens, Atlantis, elfen en geestverschijningen. Dus waarom zouden we dan voor religie een uitzondering maken?
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct