Column

Luuk Koelman: 'IJsland is zo’n buurtgenoot waarover iedereen zich zorgen maakt'

'Vier eeuwen vrede. En nu blijkt die vrede ineens geen prestatie meer, maar een tekortkoming'

Luuk Koelman
2 minuten
Column Luuk Koelman
Beeld ter illustratie.
Beeld ter illustratie.

Stel, je woont in de Verenigde Staten en je hebt geen wapen in huis. De buurman heeft een Glock. De overbuurman heeft drie Colts. De vrouw op de hoek draagt een lekker compacte Smith & Wesson in haar handtas. En jij hebt niets. Er is politie, natuurlijk, maar wie kan daar nu op vertrouwen? Op buurtfeestjes valt een stilte als jouw gebrek aan wapentuig ter sprake komt. Men kijkt je aan. Niet met afkeuring, dat niet eens. Eerder met zorg, want hoe kun je zónder leven?

IJsland is zo’n buurtgenoot waarover iedereen zich zorgen maakt. Het enige NAVO-lid zonder leger. Een eiland met vierhonderdduizend inwoners en een defensiebudget van 0,2 procent van het bbp, terwijl de rest van het bondgenootschap net 5 procent heeft afgesproken.

Negentien keer op rij is IJsland uitgeroepen tot vreedzaamste land ter wereld. Negentien van de twintig keer; de allereerste keer was het Nieuw-Zeeland. Het laatste echte geweld op IJsland dateert van 1627, toen zeerovers onder Nederlandse leiding Reykjavik plunderden en eilandbewoners ontvoerden om ze op Noord-Afrikaanse slavenmarkten te verkopen. Daarna: vier eeuwen vrede. En nu blijkt die vrede ineens geen prestatie meer, maar een tekortkoming. Zo wordt er inmiddels ook op het eiland zelf over gesproken. ‘We delen het Europese trauma niet,’ zegt een IJslander in NRC. ‘Dat heeft ons naïef gemaakt.’

‘IJsland is de enige deelnemer die niets heeft meegemaakt en zich daarvoor, voorafgaand aan het kringgesprek, excuseert’

Ik moest even gaan liggen toen ik dat las. De diagnose is dus een gebrek aan trauma. Alsof Europa één grote praatgroep is waarin iedereen om de beurt zijn oorlogs-PTSS mag inbrengen. Geen wonder dat Duitsland dan het hoogste woord heeft. En IJsland is de enige deelnemer die niets heeft meegemaakt en zich daarvoor, voorafgaand aan het kringgesprek, excuseert.

Naïef. Ik ken dat woord. Het is wat een jonge vrouw te horen krijgt die zich sexy kleedt en ’s avonds laat wordt aangerand. Ze had moeten weten hoe de wereld werkt, zich moeten aanpassen. De rok had langer gekund. En minder decolleté. Maar voortaan zal ze rekening houden met de wereld om haar heen. En het goede nieuws is: ze kan nu haar trauma delen met al die andere vrouwen. Ze hoort er weer bij.

Maar IJsland nog niet. Hoofdschuddend kijken we naar het eiland. Deze zomer lag wekenlang een Russisch spionageschip voor de IJslandse kust. De Noren kwamen langs en demonstreerden hoe je spionagedrones uit de lucht haalt. Daarna pakten ze hun spullen in en vertrokken weer. Zoals de buurman die even voordoet hoe je een Glock doorlaadt en hem dan weer mee naar huis neemt. Het eiland bleef achter zoals het was: open en onbewaakt. Ergerlijk ongedeerd.

En wij, NAVO-landen, wachten. Als het daar een keer misgaat – een nacht waarin alle zeekabels rondom IJsland worden doorgesneden – zullen we knikken. Niet van schrik, maar juist van opluchting. Zie je wel.

Daarna mag IJsland aanschuiven. Er staat al een stoel klaar in de kring. Niet voor een land dat vier eeuwen vrede heeft gekend, maar voor een land dat eindelijk iets heeft meegemaakt.


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct