James Worthy
Column

James Worthy: 'Geen wereld is achterbakser en opportunistischer dan de voetbalwereld'

'Alleen in het voetbal is de loyaliteit aan je voormalige werkgever moreel belangrijker dan de loyaliteit aan je huidige werkgever'

James Worthy
2 minuten
Column James Worthy
Voetbal

Als er iets is waar ik niet tegen kan, is het wanneer een voetballer niet juicht als hij tegen zijn oude club speelt. Als de voetbalwereld nou een wereld zou zijn waarin loyaliteit en ethiek hoogtij vieren, zou ik het begrijpen. Maar geen wereld is achterbakser en opportunistischer dan de voetbalwereld.

Het gebeurde in de lagere regionen van het Engelse voetbal. Een speler die al de hele wedstrijd door zijn oude fans werd uitgefloten, scoorde, rende op het uitvak af en vierde daar zijn feestje. Ik ben in tijden niet zo gelukkig geweest.

Vaak, als een speler tegen zijn oude club scoort, wordt er ingetogen gejuicht. Een orgie van verontschuldigende handgebaren en blikken. Alsof hij zojuist iets verschrikkelijks heeft gedaan. Alsof hij zich moet verantwoorden voor het feit dat hij zijn werk goed heeft gedaan.

‘Soms heb ik medelijden met voetballers. Dat het zo not done is om te juichen als je tegen een oude club scoort’

Het is een ongeschreven regel die volgens mij alleen in het voetbal bestaat. Alleen in het voetbal is de loyaliteit aan je voormalige werkgever moreel belangrijker dan de loyaliteit aan je huidige werkgever. De gevoelens van de voormalige fans zijn belangrijker dan de gevoelens van de huidige fans. Het is gekmakend. In geen enkel ander beroep gaat het zo. Alleen in het voetbal denkt de doelpuntenmaker: ik heb hier drie jaar gespeeld, dus hoewel deze dertigduizend mensen mij nu uitjouwen en uitschelden, zal ik mij na mijn doelpunt publiekelijk verontschuldigen voor het feit dat ik mijn huidige werkgever een dienst bewijs. Nee, hij denkt het niet. Hij moet het denken. Want zo heurt het. 

Als een advocaat van kantoor wisselt en in zijn eerste zaak zijn oude kantoor aftroeft, zal er geen excuusbrief volgen. Sorry dat ik heb gewonnen. Sorry dat ik doe waarvoor ik betaald krijg.

Vorig jaar werd ik aan de kant gezet door een ander tijdschrift. Ik was te oud geworden voor de doelgroep. Als ik volgend jaar een prijs win voor de beste column die ooit is geschreven, dan zal ik mijn shirt uittrekken en een lange neus maken naar iedereen die me heeft tegengewerkt of me heeft beoordeeld op iets anders dan mijn schrijven. Ik zou allesbehalve ingetogen juichen. Ik zou naakt in de gracht springen en een rondvaartboot vol toeristen kapen. Ik zou een tatoeage op de Wallen laten zetten met de tekst: ‘Mijn ballen zijn te oud voor je doelgroep.’

Soms heb ik medelijden met voetballers. Dat het zo not done is om te juichen als je tegen een oude club scoort. Het heeft ook iets neerbuigends in zich. Alsof je met tegenzin hebt gescoord. Maar als het je zoveel had gedaan, had je niet gescoord. En dat begrijpen die fans ook wel. Die hebben helemaal geen zin in een zorgvuldig geregisseerd toneelstukje vol eerbied voor het verleden. In voetbal bestaat alleen de volgende wedstrijd.

Ik wil Bobby-Emmanuel Kamwa bedanken voor zijn eerlijkheid. En voor het doen herleven van een beetje ouderwets voetbal. In het moderne voetbal krijg je een gele kaart voor te uitbundig juichen of voor het uittrekken van je shirt. De voetballer moet zijn vreugde tegenwoordig zorgvuldig doseren, terwijl de voetbalwereld buiten het veld steeds commerciëler, opportunistischer en grotesker wordt.

En ondertussen probeert Gianni Infantino op alle mogelijke manieren te scoren.


Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct