Vorige week keek ik de Netflix-serie over de vliegramp boven het Schotse plaatsje Lockerbie. Zes afleveringen. Een Schotse rechercheur reed in het donker naar een verwoest dorp. Wrakstukken op de weg, brandende weilanden.
Het was 21 december 1988 en Lockerbie leek bedolven onder uit de lucht gevallen spullen. In de tuin van Josephine Donaldson lag, behalve kleding en een koffer, ook een handtas met daarin verjaardagskaarten, gericht aan Nicole Boulanger. Zij was net 21 toen ze in Londen aan boord stapte van PanAm-vlucht 103. Nog geen uur later explodeerde het vliegtuig. Alle 259 inzittenden kwamen om het leven. Op de grond in Lockerbie vielen elf doden.
Niet veel later zag Josephine op televisie de moeder van Nicole, duizenden kilometers verderop, wachtend op een dochter die nooit meer thuis zou komen. Ze móést iets doen, vond ze. Dus begon Josephine in de dagen na de ramp, samen met andere vrouwen uit Lockerbie, spullen van slachtoffers te verzamelen. Duizenden voorwerpen, voornamelijk kledingstukken. Ze lagen in tuinen, op daken of hingen aan takken, met bloed en kerosine besmeurd.
‘En zo sleept de zoektocht naar recht zich nu al decennia voort, terwijl de was niet meer dan vier maanden in beslag nam’
De vrouwen wasten, herstelden, streken en vouwden in totaal meer dan elfduizend kledingstukken. Daarna stuurden ze alles zorgvuldig verpakt terug naar de rouwende families. Per post kwamen overal ter wereld pakketten aan met daarin een spijkerbroek van een geliefde, een teddybeer of een overhemd met initialen erin.
Vier maanden lang werkten de wasvrouwen in ploegendienst. Geen detail ontging hen. Zo lieten ze een filmrolletje uit een koffer ontwikkelen om te achterhalen van wie een rood jack was. Op de foto’s werd het gedragen door een breed lachende jongen. Het jack werd gewassen, gestreken en naar zijn ouders opgestuurd. Later zou Josephine daarover zeggen: ‘Was het omgekeerd geweest en ik had mijn zoon verloren, dan zou ik hopen dat iemand hetzelfde voor mij deed.’
In 2001 werd eindelijk iemand veroordeeld voor de aanslag. Een Libiër die acht jaar later weer op vrije voeten kwam. Hij had kanker en nog maar drie maanden te leven. De Schotse minister van Justitie noemde het compassie. De media hadden er andere woorden voor.
Nu zijn we 38 jaar verder. In Washington zou het volgende Lockerbie-proces beginnen, tegen een inmiddels bejaarde Libiër, de vermoedelijke bouwer van de bom. Op 24 augustus werd het voor de zoveelste keer uitgesteld.
En zo sleept de zoektocht naar recht zich nu al decennia voort, terwijl de was niet meer dan vier maanden in beslag nam. Het zijn twee reacties op dezelfde ramp, maar met tegengestelde blik. Het recht kijkt enkel achteruit en vraagt: wie heeft het gedaan, wie kunnen we straffen? Mededogen kijkt naar wie er achterblijft en vraagt: wat kan er nog gedaan worden? De eerste vraag is nog steeds niet volledig beantwoord. De tweede wel, door vrouwen met wasmanden en strijkplanken. Als enigen gaven zij iets terug dat een rouwende nabestaande aan de andere kant van de wereld kon vasthouden.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct