Door: Colin en Kevin Kraan
Artikel
10

All That She Wanted: de razendsnelle opkomst (en ondergang) van Ace of Base

Ineens was Ace of Base daar, begin jaren 90. Happy Nation, met daarop de wereldwijde nummer 1-hit All That She Wants, werd het succesvolste debuutalbum en het populairste niet-Amerikaanse album aller tijden.

Een hoofdstuk uit het boek No Limit van Colin en Kevin Kraan:

Disclaimer: dit artikel bevat geen vragen en/of opmerkingen over ABBA. In een interview met de LA Times verzuchtte Jonas Berggren – de lead producer, tekstschrijver en een van de vier performers van Ace of Base – al: ‘Ik wou dat ik een dollar kreeg voor elke keer dat me gevraagd wordt naar de overeenkomsten tussen ons en ABBA.’

Jonas groeit met zijn zusjes op in de Zweedse stad Göteborg. Het familiehuis doet sterk denken aan dat van de Von Trapps, het muzikale gezin uit de zoetsappige familiefilm The Sound of Music. Zowel bij de Berggrens als bij de Von Trapps ben je als kind omringd door muziek, spelen je vader en moeder op gitaar, piano en andere instrumenten en begeleid je hen al zingend. Jonas lacht enigszins gegeneerd bij de vergelijking. ‘We zongen in de kerk, of op verjaardagsfeestjes. Sing your song heette dat. Ja, dat was niet bepaald the coolest thing in the world. Dat je daar dan met je zusjes een beetje doet alsof. Het was me gewoon net iets te merry.’

Die zusjes zijn Linn (officieel: Malin), de blonde, het meer verlegen, dromerige type, en Jenny, met het donkere haar, de meer excentrieke van de twee. Met zijn zusjes en een paar schoolvrienden speelt Jonas in de jaren 80 in wat minder merry klinkende punkbandjes als G Konrad, Kalinin Prospekt, Computer Aided Disco (afgekort tot CAD) en Tech Noir.

Bij dat laatste bandje wordt het interessant. Ten eerste – in de categorie trivia – omdat Jonas graag vertelt waar de naam Tech Noir vandaan komt: van een nachtclub uit de film The Terminator. Ten tweede, omdat Ulf Ekberg zich bij de zusjes en Jonas voegt. De drie leren Ulf kennen in een repetitieruimte. Het Ace of Base-kwartet is daarmee compleet. En ten derde, omdat Ace of Base eigenlijk Tech Noir had moeten heten.

Tech Noir moet van naam veranderen omdat er al een band met die naam bestaat. Ulf komt vervolgens met de naam Ace of Base; hij is fan van de Engelse heavymetalband Motörhead en hun signature song Ace of Spades. Een lokale producer regelt een plekje in een studio dat het kwartet moet delen met een team reggaeproducers uit Jamaica. Daar komt de offbeat reggae-invloed vandaan, het handelsmerk van Ace of Base.

Toch is er – naast Jonas – maar één die echt een stempel op de Ace of Base-sound drukt en de band tot een wereldwijd begrip omtovert: Denniz Pop. Denniz leeft het liefst in de anonimiteit. Zo heeft hij nooit interviews gegeven. Bij wie je ook naar deze mysterieuze man vraagt; allen prijzen hem als een ‘master of sound’. Jonas Berggren voorop.

Jonas: ‘Denniz was een meester in de eenvoud – hij was van het weglaten, zo min mogelijk akkoorden. Hij was ook een meester in de toepassing van zowel majeur- als mineurakkoorden in één lied – zo kreeg de muziek een melancholieke twist. En Denniz was iemand met een bijzonder gehoor. Hij veranderde een geluidje dat zo-zo klonk in iets fantastisch. Truly gifted. Een hoop mensen zeiden na zijn dood dat ze hem kenden, maar ik kan zeggen dat ik hem echt kende. We vierden samen vakantie, maakten boottochten, hadden veel plezier. We waren erg goed bevriend. Ik sliep in zijn huis. Ik denk dat er weinig zijn die dat kunnen beweren, zeker niemand uit de muziekindustrie.’

De vriendschap tussen Denniz en Jonas ontstaat bij de productie van All That She Wants. Jonas wil wat anders, is liefhebber van Denniz’ werk met Dr. Alban en stuurt hem een catchy demo op; een liedje over een onverzadigbare mannenverslinder, geschreven door Jonas Berggren en geënt op Another Mother van de Zweedse zangeres Kayo. De werktitel: Mr. Ace.

Dat hij een demo ontving, heeft Denniz geweten: ‘De demo kwam vast te zitten in zijn autoradio. Toen ik zijn auto later leende, zat hij er nog steeds in. Hij kwam er niet meer uit,’ lacht Jonas. Denniz past de demo van Jonas grondig aan. Hij schrapt de raps, voegt een nieuw (tweede) couplet toe en wijzigt de titel Mr. Ace in All That She Wants.

De nacht die volgt op de opname van All That She Wants wordt er één van pure magie. ‘Ik reed met Ulf en Linn weg uit de studio. We hebben het nummer wel honderd keer gedraaid, stonden uren op een parkeerplaats. Midden in de nacht. We hadden het gevoel dat we iets magisch hadden gedaan en waren zo gelukkig. Zo’n gevoel had ik later ook na de opname van The Sign. Ik had het cassettebandje in mijn walkman gedaan en wandelde uren door Stockholm. Wow. Alleen maar luisteren. Ik was zo gelukkig. Dat waren gouden momenten voor me. Iedereen heeft zo’n moment in zijn leven, dit was het mijne.’

Voor Nederlanders mag No Limit van 2Unlimited ultiem 90’s zijn, voor Amerikanen is The Sign dat. Er worden in de VS negen miljoen exemplaren van verkocht. Dat Amerika aan de zegekar wordt gebonden, is niet alledaags voor een act uit Zweden. Ja, we hebben ABBA, maar daar zouden we het niet over hebben. Het is het iconische Aristalabel dat de groep voor de Amerikaanse markt tekent. Amerika krijgt zijn eigen Ace of Basealbum. Heet het eerste album bij ons Happy Nation, in Amerika heet het Happy Nation/The Sign.

Op 2 april 1994 voeren zowel album als single The Sign de Amerikaanse hitparade aan, de Billboard Top 100. Over de tekst van The Sign bestaat onduidelijkheid. Gaat het over een stelletje dat uit elkaar gaat? Jonas: ‘Het kan voor iedereen wat anders betekenen. Het gaat niet over mezelf, dit lied. Toen ik het schreef, was het meer een creatief dingetje.’

The Sign staat in de Amerikaanse lijst van meest verkochte singles van de 90’s op plaats drie, achter Whitney Houstons I Will Always Love You en Boyz II Men’s End of the Road. Het album staat in het lijstje van meest verkochte albums van de 20ste eeuw in de top tien, waarmee het nog altijd het populairste niet-Amerikaanse album aller tijden is.

Ace of Base belandt op podia met popiconen als Michael Jackson, Prince, The Bee Gees (Jonas: ‘Toen iedereen nog leefde’). Daarmee is Ace of Base zelf popicoon geworden. Het geheim? Melancholie verdomd verleidelijk laten klinken. Jonas bestempelt zelf zijn muziek als ‘pre-party music’, muziek die je in de juiste stemming brengt voordat je gaat dansen.

Tik op Google Afbeeldingen ‘ace of base’ in en je treft vrijwel geen foto waarop de leden van Ace of Base lachen. Jonas schiet in de verdediging: ‘Die fotografen roepen altijd “just look casual”, maar hoe kijk je “gewoon”? Je moet wat verder zoeken, echt ze zijn er, foto’s waarop we lachen.’ Het beeld dat Jonas schetst van Ace of Base midden jaren 90 is er echter wel één van ernst. Jonas:  ‘Na de release van Happy Nation tourden we 23 maanden. 23 maanden! Ik kan je zeggen: daarna ben je helemaal klaar met reizen, mensen ontmoeten, optredens. Helemaal klaar.’

Eén bandlid gaat er bijzonder onder gebukt: Linn (de blonde zus). Vooral door de slopende tour – Linn is een huismus – maar zeker niet alleen dat. Op 27 april 1994 bivakkeert een ‘fan’ rond het huis van de Berggrens. Ze vraagt naar Linn. Die is niet thuis, maar Linns moeder geeft haar wat te eten, waarvoor het vreemde meisje nog netjes ‘dankjewel’ zegt. De volgende nacht gaat het mis. Het meisje dringt huize Berggren binnen. Ze maakt Linn wakker en zet een mes op haar keel. Ook Linns moeder wordt bedreigd, maar die slaagt er uiteindelijk in haar het mes te ontfutselen. Vader Berggren houdt het meisje in bedwang tot de politie komt.

‘Mijn zusje ging er aan onderdoor,’ verzucht Jonas. ‘Ze is er nooit van hersteld, was al haar energie kwijt.’ Linn probeert haar trauma te verwerken in het lied Ravine: Then one night, someone came / Took a knife and ripped me up by my roots / Tossed astray, far away / In the darkest night, I started to pray. Ze trekt zich na de gebeurtenis grotendeels terug. Op de hoes van het album Flowers wordt ze geblurred afgebeeld. Linns zus Jenny neemt de leadzang op zich. Iets wat ze dolgraag wilde, meer in het middelpunt staan.

Niet alleen Linn heeft het moeilijk, ook Jonas zit in zwaar weer. Op hem rust de verantwoordelijk- heid voor een nieuw album. Dat moet snel komen. Bovendien betekent een release in honderd landen gelijktijdig dealen met honderd CEO’s, honderd A&R-managers en honderd promotors – met elk een eigen mening. Jonas wordt horendol van het manoeuvreren tussen de ego’s van de verschillende producers en platenbonzen en de oeverloze discussies met platenmaatschappijen.

‘Vinden ze het in Europa te gek, dan willen ze in Amerika toch nog een kleine verandering. Zo heet Life Is a Flower in de VS Whenever You’re Near Me. Een aantal tekstregels hebben we moeten veranderen. Weer een ander wilde nog een nieuwe mix. Je moet continu compromissen sluiten, met een heleboel mensen rekening houden. Het was gewoon te veel. Door alle toestanden hadden we geen zin meer op tournee te gaan. We waren moe. Ace of Base was een tired band. Dan gaat de magie verloren. Zelfs toen we hoorden dat we op nummer 1 stonden in de VS, waren we zo moe... Ja, ik dronk er eentje op, maar toen viel ik in slaap. Euforisch kun je het niet noemen.’

Ace of Base mag dan oververmoeid zijn, er mag dan geen nieuwe wereldtournee meer komen, de bandleden mogen dan op elk hun eigen wijze worstelen met de roem; met The Bridge (1995) en Flowers (1998) levert Ace of Base na de uitput- tende tour wel twee albums af die volgens kenners verfijnder en gevarieerder zijn dan voor- ganger Happy Nation. Toch zijn de albums commercieel minder succesvol. Van The Bridge worden vijf miljoen exemplaren verkocht. Het is een getal waar menig artiest van droomt, voor Ace of Base is het – afgezet tegen de verkoopcijfers van het eerste album Happy Nation – een teleurstellend aantal.

Jonas kan ermee leven: ‘We hadden een niveau bereikt dat oké voor ons was.’ Jenny formuleert het op haar eigen website zo: ‘We bewezen dat we een popband zijn, geen industrie.’ Dat woordje ‘industrie’ is veelzeggend. Het zegt iets over de magie die verloren is gegaan. De magie van de avond van All That She Wants. Van uren op een parkeerplaats staan. Het magische gevoel van een beginnend artiest. Van die eerste keer dat je – na jaren ploeteren – met Wheel of Fortune op nummer 7 komt in de hitlijst van Denemarken.

Het succes van de hitmachine duurt in thuisland Zweden nog tot het nieuwe millennium voort, maar ook daar is het sindsdien stil. Een reünie ligt niet in het verschiet. Jonas: ‘Zoals gezegd, Linn wil niet meer en Jenny lijkt ook niet meer zo geïnteresseerd.’ Jenny sluit een reünie bij News Limited (juli 2016) inderdaad uit: ‘We zijn klaar. Dat betekent overigens niet dat we klaar zijn als familie. We hebben veel leuke plannen, maar geen muzikale plannen.’

Dit is een voorpublicatie uit het boek No Limit van schrijvers Kevin en Colin Kraan.