Artikel
11

Archief: Zwarte prins op oorlogspad

// Deze week beschrijft Lars Meijer voor Nieuwe Revu de comebank van D’Angelo. Na een stilte van twaalf jaar maakt de 37...

Deze week beschrijft Lars Meijer voor Nieuwe Revu de comebank van D’Angelo. Na een stilte van twaalf jaar maakt de 37-jarige soulzanger zijn wereldwijde rentree. Volgende week staat hij twee keer in een uitverkocht Paradiso in Amsterdam. In 2000 sprak Saul van Stapele met deze Zwarte Prins. Lees nu het volledige artikel "Zwarte Prins op oorlogspad".

 

 

Zwarte prins op oorlogspad

Door Saul van Stapele

Hij werd direct na et verschijnen van zijn debuut-cd Brown Sugar op een voetstuk gezet als de man die de steeds gladder wordende hiphop-soul weer kloten en ziel kon geven. En verdween vervolgens vijf lanqejarefl uit de schijpwerpers. D’Angelo laat zich r3let opjagen.”Ik doe het op mijn eigen manier: koppig en gepassioneerd.’

D’Angelo loopt druk pratend en met zijn handen zwaaiend door de hotelkamer. De zanger die bekend werd met de warme, soulvolle liedjes van zijn debuut Brown Sugar in 1995, ziet eruit als een militante strijder. Hij is van zijn Nikes tot zijn hoofddoek in het zwart gekleed en praat met vlammende retoriek over zijn rol in de hedendaagse muziekindustrie. “Het is oorlog. De materiële muzikanten staan lijnrecht tegenover de spirituele muzikanten. Op dit moment is de materiële bullshit het meest succesvol. Maar dat kan niet lang meer duren. Kijk om je heen: platen van artiesten als Lauryn Hill en The Roots worden met gejuich ontvangen. In het nieuwe millennium rekenen we af met de materiële shit en zullen de spirituele muzikanten weer in de schijnwerpers staan.’ Het lijken grote woorden voor een 25-jarige zanger die nog maar één compleet studio-album op zijn naam heeft staan. Maar de impact die deze jonge artiest tot nu toe al heeft gehad, staat niet in verhouding tol zijn geringe repertoire. Vorig jaar —vier lange jaren na zijn debuut-cd poseerde hij samen met Lauryn Hill als Marvin Gaye en Diana Ross voor de cover van het zwarte muziekblad Trace Magazine. Twee relatief prille muzikanten die werden gepresenteerd als dé iconen van hun generatie. Het binnenkort te verschijnen album Voodoo werd de afgelopen jaren door in r&b gespecialiseerde journalisten onafgebroken genoemd als hét r&b-album waar het meest naar werd uitgezien. D’Angelo is de mannelijke versie van Lauryn Hill; de bedachtzame zoon van een priester van wie verwacht wordt dat hij de steeds gladder wordende hiphop-soul weer kloten en ziel kan geven. De mensen rond D’Angelo werden de laatste jaren steeds zenuwachtiger. Het is dan ook redelijk uniek: een artiest die na zijn succesvolle debuut vijf jaar lang de studio induikt en nog maar sporadisch van zich laat horen. “You are hot, D”, zeiden ze tegen hem, “we moeten nu profiteren van je succes.” D’Angelo ziet het als een klassiek dilemma. “Ik heb mijn hele leven over mijn eerste album gedaan. Die tijd had ik nodig om mijn muziek te kunnen maken. Als je dan succesvol bent, wil de platenmaatschappij meteen een opvolger. Maar ze vergeten dat je die muziek niet zomaar uit je mouw schudt. Ik ben geen zakenman, maar muzikant. Daarom ben ik praktisch in de studio gaan wonen en heb ik cle rest van de wereld buitengesloten. Ik wil als muzikant mijn prioriteiten duidelijk stellen. Verkoopcijfers zeggen me niet zoveel, ik wil goeie shit maken waarvan mensen uit hun dak gaan.” Het klinkt simpel genoeg: een muzikant legt zijn prioriteit bij de muziek en niet bij de economische belangen van zijn platenmaatschappij. Maar het is onder hedendaagse artiesten een steeds zeldzamer standpunt. In een tijd dat rappers en zangers elkaar liever aftroeven met aantallen verkochte exemplaren dan met creatieve vondsten, lijkt commercieel succes verworden tot het hoogste doel van iedere muzikant. Is geld verdienen voor D’Angelo werkelijk zo onbelangrijk? “Natuurlijk is muziek mijn werk en moet ik ervan leven. Maar het is niet in de eerste plaats werk, ik heb een hoger doel. Ik wil voor mezelf een plaats veroveren in de galerij van muzikanten voor wie ik waardering heb, van Marvin Gaye tot Sly Stone en van James Brown tot Prince. Dat zijn mensen voor wie ik diep respect heb, Ik ben het aan hen, aan de muziekliefhebbers en aan mezelf verschuldigd om mijn muziek met dezelfde soort respect te benaderen. Dat betekent dat ik moet experimenteren en dat is iets waar in het huidige klimaat steeds minder ruimte voor is. Artiesten krijgen de tijd niet om artiest te worden, ze moeten meteen drie platen opnemen en de wereld rondtoeren om zoveel mogelijk geld te verdienen voor de platenmaatschappij.” Maar met name de zwarte muzikanten zijn toch altijd door de grote labels geëxploiteerd? En de muzikale voorbeelden die D’Angelo opnoemt, werd: de soul van de sixties, de funk van de vroege jaren zeventig en de hiphop van de late jaren tachtig. Periodes waarin de muziek als kunst’ vorm serieus genomen werd. Dat zie ik nu bijna nergens.”

Om terug te grijpen naar de periode dat hij de muziek nog wél spannend” vond, zocht D’Angelo de magie van het verleden op. Zoals Lauryn Hill grote delen van haar album Miseducation opnam in de legendarisch Tuff Gong-studio van Bob Marley, zo sloot D’Angelo zich op in de Electric Ladyland-studio waar Jimi Hendrix vroeger huisde. Samen met zijfl technicus Ross en geestverwant Ahmir 7uestlove’, cle drummer van de muzikaal minstens even bevlogen hiphopformatie The Roots. “Het voelde alsof we een tijdmachine binnenstapten. We zaten in lie huis van Hendrix! We hebben daar urenlang alleen maar zitten prater’ over de muziekgeschiedenis en naar oude funkplaten geluisterd. MiJ’1 tweede plaat is veel meer funk-gericht dan mijn eerste. Die progressie van soul naar funk is een natuurlijke en daarom hebben we intensief geluisterd naar platen uit de periode dat soul in funk overging. Ahmir is de beste drummer die ik ken; de funk stroomt uit zijn poriën. Maar hij is veel meer dan alleen een drummer en bemoeit zich ook met het geluid, met de microfoon, met het zoeken naar grooves op platen. Hij is een wandelende bibliotheek als het gaat om de geschiedenis van zwarte muziek. Samen hebben we alle tijd genomen om de perfecte atmosfeer te creëren voor de plaat. In een andere studio en met een andere muzikant zou ik veel minder gegroeid zijn.”

De ruime tijd die D’Angelo voor zijn tweede plaat heeft uitgetrokken, betekent niet dat hij verschrikkelijk lang met elk detail van elk nummer op Voodoo is bezig geweest. ‘integendeel! Bij mijn eerste plaat had ik alles thuis al op demo opgenomen, zodat we het in de studio nog eens dunnetjes over moesten doen. Daarmee verdween het rauwe geluid van de demo en was het eindresultaat in mijn ogen te ver doorgeproduceerd. Ditmaal hebben we het met een groepje muzikanten op de jazz- manier gedaan: lekker live jammen en alles in één keer op tape knallen. We hebben fouten gewoon op de band laten staan als de vibe van een nummer klopte, Ik doe het op mijn eigen manier: koppig en gepassioneerd. Niemand kan mij vertellen dat ik geen nummers van zeven minuten mag maken, en geloof me dat ze dat geprobeerd hebben! Daarom was het goed om in die studio te zitten, ver weg van de telefoons en de platenmaatschappij. Gewoon: jij en je muziek.”

D’Angelo ziet zichzelf als een zuiderling die verdwaald is in de hectiek van New York. Hij komt uit het rustige Virginia, een staat die in hoog tempo een belangrijke spil in de zwarte muziekwereld aan het worden is. Vernieuwers van de r&b als Missy Elliot en Timbaland wonen er. Een van de belangrijkste grondleggers van hiphop-soul —Teddy Riley— heeft er net een huis gekocht. En —jawel- de familie van Lauryn Hill komt er vandaan. Is er een band tussen deze artiesten? “Ik denk dat voor elke artiest in het zuiden van de VS de kerk en de familie de belangrijkste inspiratiebronnen zijn. Dat heeft invloed op je als artiest. Hier in New York zie je dat jongeren constant aan het hosselen zijn, maar in virginia is alles rustiger, wordt er meer belang gehecht aan je innerlijk, aan spirituele zaken. Het is moeilijk om hier tussen de wolkenkrabbers die geest vast te houden. Ik bel vaak naar huis. Maar eigenlijk is de muziek de beste manier om die levensstijl voor me te halen. Sommige muziek brengt me in één klap weer terug in het zuiden.” Het zuiden van de VS is hot. Twee onafhankelijke labels uit New Orleans — No Limit met onder andere Master P en Snoop Dogg en Cash Money Records met onder andere Juvenile en Hot Boys— verkochten de laatste jaren meer platen dan hun concurrenten uit hiphop-bakermat New York. Maar het is een zuidelijke renaissance waar D’Angelo niet op zat te wachter,. Deze twee labels staan voor alles waar D’Angelo zijn buik van vol heeft. De artiesten van No Limit en Cash Money Lrengen om de week een plaat uit en gooien over haastig in elkaar 4raai beats stuitend slecht gerapte clichéteksten over drugs, sex en geweld.

In het conflict tussen materialisme en spiritualiteit zijn zij degenen die zieligste boodschap Er is meer op de wereld dan boos kijken een Camera en laten zien hoeveel goud je hebt. Je mag dan nog zoveel geld hebben, het punt is wat je dan gaat doen. Wat is je plan? Motherfuckers praten over het handelen in coke, maar ze vertellen je niet het hele verhaal. Shit, er zijn zoveel kanten aan die levensstijl en ze laten je alleen de glitter en glamour zien. Jongeren willen die glamour, maar weten niet wat voor problemen de drugshandel met zich meebrengt. Onder de zwarten in de VS heerst veel jaloezie, iedereen is voor zichzelf bezig. Maar we moeten ons realiseren dat alle zwarten —arm en rijk— uiteindelijk in hetzelfde schuitje zitten. We kunnen het alleen samen.”

D’Angelo mag de zoon van een priester zijn, zelf wil hij niet al te prekerig overkomen. “Het gaat er niet om dat ik vind dat elke muzikant een boodschap moet hebben. Ik kom uit de kerk en ik werd er soms doodziek van als iemand maar tegen me aan stond te preken. Maar ik vond het fantastisch als een priester mij het middelpunt van zijn verhaal kon maken. Als hij vertelde dat hij dezelfde dingen had meegemaakt en er bovenop was gekomen. Hetzelfde geldt voor zwarte leiders als Malcolm X en Martin Luther King. Wie hebben we nu? Een stel populaire zwarten dat niets positiefs heeft te melden en leugens verkoopt over de werkelijke problemen waar zwarten mee wo’elen. D5 geen vooruitgang.” Het misverstand zou kunnen ontstaan dat D’Angelo een vervelend politiek correct mannetje is. Niet dat vervelend politiek correcte mannetjes geen goede muziek kunnen maken ook al maken de Beastie Boys zich hard voor de rechten van herintredende, impotente kamelen in Zuidwest-Oezbekistan;- hun muziek zal er geen grammetje minder funky van worden. Maar het zou D’Angelo geen eer aan doen. Hij is een muzikant met een missie en hij neemt die uiterst serieus. Hij mag er uitzien als de zoveelste homeboy, de ene joint na de andere roken en een plaat gemaakt hebben waar je lekkerder op kunt neuken dan op het hele repertoire van Barry White; uiteindelijk heeft hij maar één doel en dat is een nieuw, werkelijk boeiend hoofdstuk toevoegen aan het heilige boek van de zwarte muziekgeschiedenis.

“Mijn eerste plaat was een soort kennismaking. Damn, deze plaat is zelfs nog een soort kennismaking. Ik ben net begonnen met mijn carrière. Ik voel dat er een gouden tijdperk voor de muziek zal aanbreken. Het is vergelijkbaar met de jaren zestig, toen de soul van Motown steeds gladder en commerciëler werd. Toen had je een sterke ondergrondse stroming van onder andere James Brown en Stax Records, die zulke goede kwaliteit leverden dat zij de prominente stroming werden. Nu eten de mensen, maar hun magen raken niet vol. In de underground zijn een heleboel artiesten bezig die zich afzetten tegen de heersende leegte. Dat zijn mijn kameraden, de underdogs, die zelf de initiatieven nemen In plaats van zich te laten leiden door mensen die voor de verkoop zorgen. Mensen die niet alleen maar nummers maken over sex en geweld om zoveel mogelijk platen te verkopen. Natuurlijk bereik je dan veel mensen, maar als je niets te melden hebt, wat heb je daar dan aan? Met een nummer over sex of geweld kun je de aandacht van de kids krijgen, maar de werkelijke vraag is wat je met die aandacht doet. De platenbonzen onderschatten het publiek. Ik voel dat mensen doodmoe worden van die lege shit en klaar zijn om mentaal geprikkeld te worden. Dan moeten de platenmaatschappijen dat maar eens aandurven.”