Door: Vincent Hoberg
Artikel
5

Top 3: deze films móet je zien op het IFFR

Rotterdam staat weer in het teken van de film. Welke films mag je niet missen op het International Film Festival Rotterdam?

The Villainess
The Villainess kreeg een staande ovatie op het filmfestival van Cannes en die eer is volkomen terecht. Dat er al geruime tijd goede dingen uit Zuid-Korea komen, zal iedereen beamen die films als Oldboy, Train to Busan of The Wailing heeft gezien. The Villainess sluit naadloos bij dat rijtje aan, want ook hier wordt een flinke originele draai gegeven aan een type film waarvan je denkt alles al gezien te hebben.

Zelden vloog een actiefilm zo bliksemsnel uit de startblokken als hier, tijdens een minutenlange montage waarin hoofdpersonage, moordenares Yeon-soo, in first person shooter-stijl tientallen kerels om zeep helpt met zowat elk wapen dat je maar kan verzinnen. Je moet de ballen maar hebben om een film te starten met het soort actiescène die je in de regel bewaart tot het einde, maar het tekent wel meteen de zelfverzekerdheid van regisseur Jung Byung-gil.

Via een nogal ingewikkelde vertelstructuur met veel flashbacks komen we er langzaamaan achter wie deze vrouwelijke sloopmachine – geweldig neergezet door Kim Ok-bin – is en wat aan de basis ligt van haar bloederige wraakactie. Dat er meerdere cruciale plotpunten vrijwel letterlijk zijn overgenomen uit Kill Bill zien we voor het gemak maar even over het hoofd. Tarantino zelf heeft tijdens zijn carrière immers ook vrijwel alles bij elkaar gejat uit eerdere films.

Zeker in de tweede helft van de film moet er flink bij de les gebleven worden bij dit knap in elkaar gezette verhaal waarin iedereen elkaar belazert en niemand is wie hij of zij zegt te zijn. En mocht je de draad kwijtraken: geen enkel probleem, want fluitende moordenaars, zwaardgevechten op motoren, liters bloed en een tikje melodrama, zorgen zelfs zonder volledig begrip van de plot voor een volstrekt unieke actiefilm in de stijl van John Wick.

Dat laatste is trouwens niet heel vreemd, want net als de makers van die film begon regisseur Jung zijn carrière als stuntman. En die kennis benut hij tot in het extreme: The Villainess is twee uur lang één groot feest voor actiefans en het wachten is op de onvermijdelijke (en onvermijdelijk mindere) Amerikaanse remake.

A Prayer Before Dawn
Hele andere koek is A Prayer Before Dawn van Jean-Stéphane Sauvaire. In dit rauwe drama, gebaseerd op een waargebeurd verhaal, maken we kennis met de Britse bokser Billy Moore die wegens drugshandel in een Thaise gevangenis terecht is gekomen waar groepsverkrachting, (zelf)moord en geweld dagelijkse kost is. Onder mensonterende omstandigheden en zonder (financiële) steun van familie of vrienden moet hij zien te overleven.

Door zijn heroïneverslaving zit hij al gauw in de zak van de drugsdealende bewakers tot hij het dankzij zijn vechtskills voor elkaar krijgt om deel te nemen aan het Muay Thai-toernooi binnen de gevangenis waarin hij zijn zelfrespect weet terug te krijgen. Het klinkt op het eerste gezicht precies als het scenario van het soort film waar Jean-Claude van Damme ooit mee is doorgebroken, maar vergeleken hiermee is Bloodsport een kinderfilm.

Toegegeven, A Prayer Before Dawn is in de kern een klassieke boksfilm waarin een eenling zich via allerlei tegenslag letterlijk een weg naar de top moet vechten, maar regisseur Sauvaire omzeilt met gemak de clichés die op de loer liggen. De onvermijdelijke trainingsmontage wordt bijvoorbeeld begeleid door stiltes en hypnotiserende muziek in plaats van Rocky-bombast waarmee onderstreept wordt dat Billy zijn redding aan het vinden is in het boksen.

De camera registreert zijn helletocht op een afstandelijke bijna documentaire-achtige manier, in korte shots, met weinig tot geen dialoog. De vechtscènes worden met handcamera van dichtbij gefilmd, zodat je steeds op de huid van de boksers zit. En de Thaise dialoog is vrijwel niet ondertiteld, zodat wij als kijkers net zo vervreemd zijn van Billy’s nieuwe wereld als hijzelf. Dat vrijwel alle acteurs die zijn celgenoten spelen, vertolkt worden door (voormalige) gevangenen versterkt het brute realisme van de film nog eens extra.

Het enige echte minpuntje is het romantische subplot met een ladyboy, dat begrijpelijkerwijs is toegevoegd als rustpunt in alle ellende en narigheid, maar niet echt ontzettend veel toevoegt aan het geheel. We vergeven het Sauvaire, want de rest van zijn film is een prima toevoeging aan de inmiddels behoorlijk lange reeks gevangenis- en boksfilms. En dat we van hoofdrolspeler Joe Cole (bekend van Peaky Blinders) veel meer gaan horen is op slag duidelijk, indrukwekkend als hij is in de hoofdrol van agressieve loser die zijn leven betert.

The Death of Stalin
De slotfilm van het festival is een stripverfilming en verandert een raadselachtig moment in de geschiedenis van Rusland in een bij vlagen hilarische zwarte comedy. In The Death of Stalin draait alles – uiteraard – om de dood van de gevreesde dictator Stalin en de complete chaos binnen de communistische partij die daarop volgde.

Wat er destijds in werkelijkheid precies is gebeurd, is voor alle historici nog altijd een raadsel, zodat de filmmakers alle vrijheid hebben om het verhaal te vullen met over-the-top grappen en grollen. Gehannes met de verlamde, in zijn eigen pis gedrenkte dictator, de zoektocht naar een dokter (‘Dokters? Alle goede dokters zitten in de Goelag!’), de bijna slapstick-achtige manier waarop getuigen uit de weg worden geruimd...

De eerste helft van de film zit vol met dit soort taferelen en dialogen die zo uit Fawlty Towers of Blackadder lijken te komen. Niet raar, want de Schotse schrijver/regisseur Armando Iannucci heeft zijn sporen ruimschoots verdiend in de Britse tv-comedywereld bij series als The Alan Partridge Show en ook de aanwezigheid van Monty Pythons Michael Palin helpt enorm mee aan die herkenbaarheid.

Toch weet Iannucci halverwege bijna onopge- merkt over te schakelen naar een serieuzere toon als de twee fracties die elkaar bestrijden om de macht meer en meer beginnen te lijken op de maffiakopstukken uit The Godfather en The Sopranos. Gefluister in achterkamertjes, geplande moordaanslagen, overlopen naar de andere partij...

Van een knotsgekke comedy verandert The Death of Stalin opeens in een – net zo knappe – politieke thriller waarin het nog maar de vraag is wie er uiteindelijk aan het langste eind gaat trekken: de gematigde Nikita Chroesjtsjov of de geslepen partijhavik Lavrenti Beria.

Het maakt The Death of Stalin weliswaar een nogal merkwaardige mix van filmstijlen, maar Iannucci komt er verrassend goed mee weg. En niet in de laatste plaats door het geweldige acteerwerk van Steve Buscemi die geweldig gestalte geeft aan Chroesjtsjov, de latere leider van de Sovjet-Unie, die hier langzaam transformeert van een beminnelijke kerel in een ijskoude en keiharde politicus. Michael Corleone zou trots op hem zijn.

Lees meer IFFR-tips op Blendle.

Gerelateerd nieuws