Door: Peter Mertens Fotografie: ANP
Artikel
6

Ex-maffioso: 'Nederland heeft alles wat bij een crimineel leven hoort'

Een voormalig lid van de ’Ndrangheta klapt deze week in Nieuwe Revu uit de school over de aanwezigheid van de Italiaanse maffia in ons land. 'Nederlanders hebben een positieve houding jegens Italianen.'

Toen in mei 2016 de Italiaan Rocco Gasperoni in Scheveningen werd gearresteerd, was dat een eyeopener voor veel van zijn vrienden in de badplaats. De 75-jarige Gasperoni blijkt namelijk lid van de Italiaanse maffiaclan ’Ndrangheta. In 2001 werd hij in Turijn veroordeeld voor grootschalige drugssmokkel, maar tijdens zijn huisarrest vluchtte Gasperoni naar Nederland, waar hij een goedlopende pizzeria opent in de Scheveningse Stevinstraat. Dat hij die na zijn arrestatie niet meer zelf kon uitbaten, leidde tot teleurgestelde reacties uit de buurt. ‘Hij maakte lekkere pizza’s, hij was een geliefde buurtfiguur, we gaan hem missen,’ zo klonk het. Dat hij een maffioso was, leek niemand te deren.

Gasperoni besefte als geen ander hoe belangrijk het is om niet op te vallen. Doe maar gewoon, dan kun je als Italiaanse crimineel een normaal leven in Nederland leiden zonder onder te hoeven duiken, zo was lange tijd het credo. Toch is daar nu verandering in gekomen, want Gasperoni is bepaald niet de enige maffioso die de afgelopen jaren in Nederland achter tralies is beland. Integendeel; ze worden regelmatig opgepakt, zoals vorige week woensdag, toen agenten in Nederland, Italië, Duitsland en België negentig personen oppakten tijdens een grote actie gericht op de ’Ndrangheta. Vijf van hen werden in Nederland gearesteerd.

De actie is het gevolg van een onderzoek uit 2014, toen de opsporingsdienst FIOD links naar het buitenland vond in een witwaszaak in Brabant. Ook vonden er in het kader van operatie Pollino honderden invallen plaats, waarvan acht in Nederland en werden 2 miljoen euro, 140 kilo xtc-pillen en 4000 kilo cocaïne in beslag genomen. Daarmee is Pollino nog succesvoller dan een eerdere operatie tegen de maffia in september 2017, toen meerdere maffiosi werden gearresteerd bij winkelcentrum Galecop in Nieuwegein, nadat eerder op de dag een van de grootste maffiabazen van Italië, Francesco Nirta, in zijn flat werd opgepakt.

Maar het hoogtepunt was waarschijnlijk februari van het afgelopen jaar, toen op één ochtend liefst 27 maffiosi gearresteerd werden. Daaraan voorafgaand werd in januari 2017 in Tilburg een 38-jarige Italiaan opgepakt die leiding gaf aan een criminele organisatie op Sardinië, en in december 2016 werd in Utrecht een 46-jarig lid van de Napolitaanse maffia in de kraag gevat. Beiden mannen waren voortvluchtig en hadden in Italië al een flinke gevangenisstraf boven het hoofd hangen. In Nederland konden ze evenwel ongemerkt hun criminele wandel voortzetten.

Maar niet altijd probeert de Italiaanse maffia in Nederland onder de radar te blijven. Zo wordt in oktober 2017 de 44-jarige maffioso Saverio Tucci – bijgenaamd het Engelengezicht, vanwege zijn felblauwe ogen – dood aangetroffen in een auto in Amsterdam-West. Zijn stoffelijk overschot ligt in de kofferbak van een Renault Clio. Hij is gedood met een vuurwapen, zo blijkt na forensisch onderzoek. Vermoed wordt dat het een vergelding is voor de moord op maffiabaas Mario Romito in de Italiaanse regio Gargano, ook wel de spoor van de laars genoemd. Daar vechten de maffiaclans Li Bergolis en Romito al bijna tien jaar om de macht.

Het is ouderwetse territoriumdrift en daarnaast spelen er belangen in de cocaïnehandel. Doden vallen over en weer, met als voorlopig dieptepunt een viervoudige moord op 9 augustus 2017, uitgevoerd door onder andere Saverio Tucci. Dat Tucci zijn aandeel in de aanslag met de dood moest bekopen, is niet ongebruikelijk in maffiakringen. Dat de Italiaanse maffia conflicten over de grens uitvecht, is wel zeldzaam. In landen als Nederland, die belangrijk zijn voor de doorvoer van drugs, probeert de maffia zich het liefst muisstil te houden.

Het zijn tekenen dat de maffia wel degelijk actief is in Nederland. ‘Wel degelijk’, want onze eigen nationale recherche wil er nog niet echt aan. Volgens haar valt het allemaal wel mee met de inmenging van Italiaanse maffiosi in het Nederlandse criminele circuit. Volgens Wilbert Paulissen, hoofd recherche van de Landelijke Eenheid, gaat het om ‘een klein aantal’ mensen, terwijl Italiaanse rechercheurs bij hoog en laag volhouden dat Nederland absoluut een groot probleem heeft met de Italiaanse maffia.

Dat Nederland en Italië van mening verschillen over de omvang van het probleem komt doordat er bijna geen cijfermateriaal beschikbaar is. Het meest recente onderzoek – genaamd Cerca Trova (wie zoekt, zal vinden) – uitgevoerd in 2017 door politie, Belastingdienst/FIOD en het Openbaar Ministerie, meldt dat tussen 1992 en 2014 55 maffiosi in Nederland zijn aangehouden of dood aangetroffen. Van 38 maffialeden bestaat het vermoeden dat ze zich op enig moment in Nederland bevonden. Het rapport erkent verder dat de maffiafamilies in Nederland gebruikmaken van Italiaanse horecagelegenheden of andere bedrijven als veilige ontmoetingsplaats en dekmantel, bijvoorbeeld voor voortvluchtigen en handelaren in verdovende middelen. Ze worden ook gebruikt als vergaderkantoor, als dekmantel voor drugstransporten, om geld wit te wassen of om faillissementsfraude mee te plegen.

Cerca Trova noemt 22 Italiaanse horecagelegenheden die aan de maffia gelieerd zijn. ‘Het topje van de ijsberg,’ zegt Benito, een voormalig maffialid. Voordat Benito vanwege zijn gezin uit de maffia stapte, vervoerde hij op grote schaal cocaïne naar Nederland. ‘We lieten het uit Colombia komen, rechtstreeks naar de havens van Rotterdam en Amsterdam, en van daaruit werd het verspreid door het hele Europese achterland, vooral naar Italië. We hadden partners in Nederland, handlangers bij de douane die containers ongecontroleerd doorlieten en snelle jongens, met name Albanezen, die de containers ’s nachts op het haventerrein openbraken om de coke eruit te halen. De verdovende middelen gingen dan over de weg naar Italië, soms in personenauto’s, soms met goederentransporten.’

De koeriers zijn doorgaans jonge mannen, met de Italiaanse, Nederlandse of andere nationaliteit. Bij goederentransporten wordt als deklading voor verdovende middelen graag gekozen voor bederfelijke waren, zoals bloemen of fruit. ‘Betalen deden we soms contant, soms in natura. Dan lieten we een paar kilo coke achter in Nederland. De rest werd voor de ’Ndrangheta naar Italië gesmokkeld.’

Nederland is ook een populair toevluchtsoord onder voortvluchtige maffiosi. Cerca Trova wijst Nederland na Spanje als belangrijkste vluchthaven aan. Maffiosi ‘voelen zich volkomen veilig’, valt te lezen in het rapport, dat natuurlijk ook de reputatie van Nederland als doorvoerland van drugs en de goede infrastructuur noemt als redenen waarom maffiosi hier graag verblijven. Maar ook de positieve houding van de bevolking jegens Italianen speelt een rol, net als het feit dat het voor een Italiaan relatief gemakkelijk is om een dekmantel op te zetten; een Italiaans restaurant.

‘Maar daarnaast heeft Nederland ook alles wat bij een crimineel leven hoort,’ zegt Benito. ‘De drugsregels zijn liberaal, de straffen voor drugsdelicten laag, er zijn veel bordelen en het is er relatief makkelijk geld witwassen. Niet voor niets is Nederland al decennialang een grote trekpleister voor de maffia buiten Italië. Ze ontmoeten elkaar hier vaak. Vroeger waren er vaak wilde feesten met veel prostituees. En niemand was bang voor de politie, die had helemaal geen oog voor de Italiaanse maffia.’

Lees het hele artikel op Blendle.

Gerelateerd nieuws