Door: Revu Redactie
Artikel
3

Femke, je was geen goede leider

Beste Femke Halsema, Vorige week zaterdag kocht ik je boek Pluche, zondagnacht had ik het uit. Best knap, want je had...

Beste Femke Halsema,

Vorige week zaterdag kocht ik je boek Pluche, zondagnacht had ik het uit. Best knap, want je had duchtige concurrentie van House of Cards. In je boek beschrijf je een paar politieke gevechten waarbij je het onderspit delfde, maar van Frank Underwood heb je toch maar mooi gewonnen.

Ik vind het per definitie een goed idee als politici na hun vertrek uit de politiek hun ervaringen opschrijven. Sommige mensen vinden dat ijdel. Tja. Ik schrijf elke week mijn mening in dit blad, met naam en foto erbij, dus ik ben de laatste om de ijdelheid van anderen te bekritiseren. Politieke memoires zijn in het beste geval (de boeken van Ed van Thijn, bijvoorbeeld) een vorm van geschiedschrijving door de mákers van die geschiedenis. En in het slechtste geval (geef een primaat een pen en hij schrijft nog een beter boek dan de memoires van Rita Verdonk) prijs je je als lezer gelukkig met het vertrek van de schrijver uit de politiek.

Je boek diende soms als geheugenopfrisser. Verrek ja, types als Ferry Hoogendijk, die waren inderdaad even aan de macht in dit land. Je beschrijft hoe hij in de Tweede Kamer vanuit de bankjes van de LPF naar je sist en zegt: ‘Wegwezen, jij!’ En verdomd ja, zo begon Balkenende inderdaad iedere zin: ‘Als het gaat om… dan…’

Ik betrapte me al lezend geregeld op verlangen naar een tijdperk waarin politieke meningsverschillen niet leidden tot scheldpartijen en doodsbedreigingen, en waarin De Mening van De Man In De Straat niet heilig was, maar ook gewoon maar een mening van een man in een straat.

GroenLinks heeft met jou als lijsttrekker vaker de verkiezingen verloren dan gewonnen en ondanks de ambitie daartoe nooit in een kabinet gezeten. Je boek is dus ook een boek over je verlies nemen en hoe je dat dan doet in de politiek. Met een zak snoep in de bios naar James Bond, zo blijkt, en maar lachen wanneer de kroegeigenaar je een rondje geeft, ‘want wij houden hier van losers’.

Was je een goede partijleider? Ik vroeg het me af. Jij jezelf zo te lezen ook tijdens het schrijven. Je hebt mensen die zo ongeveer samenvallen met hun groep, of dat nou een studentenvereniging, motorbende of politieke partij is. En je hebt mensen die vinden dat ze uiteindelijk altijd vooral zichzélf vertegenwoordigen. Ik heb zelf altijd een voorkeur voor die laatste mensen, maar als verenigingslid zou ik voor de eerste kiezen als leider. Jij was de tweede. Je hebt een paar keer domme pech gehad. Dat je iemand in je fractie hebt die deed alsof ze kanker had: ieder mens met medeleven zou daar in zijn getuind. Maar dat je het aan de liegende inbreker Wijnand Duyvendak zélf hebt overgelaten of hij in je fractie wilde blijven, vind ik dan weer kwalijk soft: een leider weet ook wanneer hij zijn zwakste schakels moet elimineren. Zie ook Frank Underwood.

In die 390 pagina’s vol herinneringen aan politiek komen behoorlijk wat desillusies langs en weinig van wat ik onder levensvreugde en vriendschap versta. Ja, van je geliefde komt beide. Maar die is dan ook geen politicus, maar een documentairemaker. Ik weet niet of het helemaal je bedoeling was, maar mijn conclusie uit je boek was dat een mens precies dat pluche beter kan mijden.

Lees hier meer columns van Leon Verdonschot

Gerelateerd nieuws