Artikel
14

Hoe Henk en Ingrid Aziz doodsloegen

Een zestal Turkse organisaties organiseert vanavond in Almelo een stille tocht voor Aziz Kara. De 64-jarige Aziz werd op...

Een zestal Turkse organisaties organiseert vanavond in Almelo een stille tocht voor Aziz Kara. De 64-jarige Aziz werd op 23 juni jl. door zijn buren dood geslagen. Saillant detail is dat die buren de namen Henk en Ingrid dragen. Dezelfde namen als de fictieve doorsnee-Nederlanders waarop Geert Wilders veel van zijn partijpunten op stoelt. In de Nieuwe Revu van vorige week was een schokkende reconstructie te lezen van de moord op Aziz Kara. Dit verhaal, geschreven door Zvezdana Vukojevic, is nu volledig terug te lezen op Revu.nl.

Klik hier om het volledige artikel te lezen.

Reconstructie van de fatale burenruzie in Almelo

Hoe Henk en Ingrid Aziz doodsloegen

Door Zvezdana Vukojevic Foto door Hollandse Hoogte

Na elf dagen in coma overlijdt de 64-jarige Aziz Kara vorige week aan zijn verwondingen na een geëscaleerde burenruzie. De verdachten heten ironisch genoeg Henk en Ingrid. Zoon Deniz Kara over de dodelijke vechtpartij: ‘Of het een racistische daad was weet ik niet. Wat ik wel weet is dat zij het op mijn ouders hadden gemunt puur vanwege hun Turkse afkomst.’

‘Mijn vader had geen enkele kans. Als beesten bleven ze op zijn hoofd inslaan, tot hij op de grond kieperde. Bewusteloos. Toen ik dat zag, ben ik op hem gaan liggen, om hem te beschermen tegen de klappen. Ik schreeuwde met alles wat ik in me had: ‘Stop! Stop!’ Toen pas hieleden ze op. De buurvrouw schold toen nog: ‘Ik hoop dat jullie branden in de hel! Vuile teringkankerturken!’ De 64-jarige Aziz Kara wordt vervolgens bewusteloos naar het ziekenhuis afgevoerd en ligt tien dagen in coma. Op woensdag 4 juli overlijdt hij aan zijn verwondingen: een schedelbasisfractuur, een hersenkneuzing en een hersenbloeding. Sindsdien is het een komen en gaan van vrienden, buren, bekenden en collega’s in het familiehuis aan de Violierstraat in Almelo. In de voortuin staan de rozen in de bloei, in de betegelde achtertuin staat een partytent die verkoeling biedt tegen de zondagmiddagzon. Er staan hapjes en Fanta op tafel en er wordt Turkse thee geschonken. Er komen servetjes zodra iemand het te kwaad krijgt. Zoon Deniz (36) slaapt amper en is bijna 10 kilo afgevallen in een kleine twee weken. Desondanks ‘voelt het een beetje alsof we zo gaan barbecueën en mijn vader elk moment met zijn fiets kan thuiskomen.’ Maar dat is niet zo. Het lichaam van Aziz Kara is afgelopen zondagavond naar Turkije gevlogen om te worden begraven. ‘We hebben onze familie daar verteld dat hij op zijn hoofd is gevallen. Hoe leg je over de telefoon uit dat hij is doodgeslagen omdat hij Turks is?’ De media duiken bovenop de zaak, want de betrokken buren heten Henk (61) en Ingrid (59) van W. evenals het fictieve doorsnee Nederlandse stel dat Geert Wilders te pas en te onpas aanhaalt (’Henk en Ingrid betalen voor Ali en Fatima’). Programmamaker Jelle Brandt Corstius tweet: ‘Henk en Ingrid bestaan echt en hebben zojuist een Turk doodgeslagen.’ De Telegraaf heeft het over ‘een etnisch conflict’, alsof Almelo vergelijkbaar is met de etnische brandhaarden van de jaren negentig in Rwanda en Bosnië. Zij laten de namen Henk en Ingrid weg. Verder wordt melding gemaakt van één rake klap die Henk van W. zou hebben uitgedeeld, waarna Kara ongelukkig ten val zou zijn gekomen. Volgens de familie Kara klopt deze lezing niet: ‘De chirurg zei dat het letsel dat mijn vader heeft niet overeen komt met dat verhaal. Hij had aan en voor- en achterkant van zijn hoofd zeer ernstige breuken. De chirurg vroeg me zelfs of ze een wapen hadden gebruikt. Maar dat heb ik niet gezien.’

Alles goed geregeld Aziz Kara komt in 1974 vanuit Adana, Turkije, naar Nederland voor een beter bestaan. Vanaf de eerste dag werkt hij als productiemedewerker in de Philips fabriek in Almelo en binnenkort zou hij met pensioen gaan. Zijn vrouw Kamer, dochter Nalan en zoon Deniz laat hij in 1978 over komen. Ook al wisselt de fabriek een paar keer van eigenaar en vallen er ontslagen, Kara mag steeds blijven. Zoon Deniz neemt hij vanaf zijn 6de neemt mee naar voetbalclub Heracles. Het gezin verhuist diverse keren binnen Almelo en hun derde kind, dochter Eylem wordt in 1982 in Nederland geboren. Als hardwerkende arbeider voelt Kara zich verwant met de PvdA. De politiek volgt hij op de voet en hij is actief als bestuurslid bij de lokale Turkse vereniging. Hij fietst, schildert, rommelt wat in zijn moestuin en wordt boos als mensen daar een konijnenval zetten: ‘Konijntjes moeten ook eten. Dat is de natuur,’ zei hij dan.‘ Hij kon volgens zijn familie en buren met iedereen overweg. ‘Er kwamen Koerden, Molukkers, Armeniërs en Nederlanders bij ons over de vloer.’ Dochter Nalan is ambtenaar en getrouwd met een Nederlandse man, zoon Deniz heeft sinds een jaar of vier een eigen sportschool en dochter Eylem is manager bij een telecombedrijf. Het Nederland waar Aziz Kara vroeger in Turkije altijd over opschepte - ‘daar is alles goed geregeld. Ze geven echt om al hun mensen - verandert na de aanslagen van 9/11. De tolerantie blijkt voor een deel schijn. Alles wordt maar gezegd over moslims zoals Wilders’ voorstel om een ‘kopvoddentax’ te gaan heffen. Hij ziet met lede ogen aan hoe sommige Turkse jongeren in Almelo het gevoel hebben te worden uitgekotst door de maatschappij en het verkeerde pad opgaan. Toch heeft Kara tot op zekere hoogte begrip voor gefrustreerde Nederlanders die zich niet serieus genomen voelen door de bestaande politieke partijen en hierdoor op de PVV stemmen.

De pesterijen Zoon Deniz Kara koopt in 2000 een eengezinswoning in de Almelose Violierstraat, maar hij verhuist twee jaar later vanwege werk naar de Randstad. Zijn ouders nemen de ruime vijf kamerwoning met voor- en achtertuin van hem over. Problemen met achterburen Henk en Ingrid van W. heeft Deniz Kara toen hij er woonde nooit gehad. Niet lang nadat zijn ouders er gaan wonen, beginnen de pesterijen. ‘Zij hebben dat voor mij geheim gehouden.’ Naar eigen zeggen omdat hij een andere persoonlijkheid heeft dan zijn vader. ‘In mijn jonge jaren was ik nogal moeilijk. Ik hou van voetbal en was een fanatieke voetbalsupporter. Hoewel ik op mijn pootjes terecht ben gekomen, word ik sneller kwaad om onrecht dan mijn vader. Hij zei altijd: ‘Niet doen, negeren, laat het maar.’ Hij heeft nog nooit in zijn leven gevochten.’ De problemen met de buren beginnen wanneer een vriendin van dochter Eylem ruim vijf jaar geleden een sigaret rookt in de slaapkamer en toevallig Ingrid van W. aankijkt. Deze vraagt haar bits wat ‘ze zit te kijken.’ Niet lang hierna staart Van W. ook Kamer Kara aan als zij de was op het balkon ophangt. ‘Mijn moeder vond dat vreemd. Ingrid van W. bleef net zolang kijken tot je wegkeek en ze zei altijd: ‘Wat kijk je? Kijk voor je!’ Alsof mijn moeder haar bewust aan het begluren was.’ Aziz Kara besluit buurman Van W. te vragen of er misschien iets tussen hen is voorgevallen. Deniz: ‘De buurman zei nogal bot: ‘Mijn vrouw houdt niet van Turken. Ze woonde eerst in Kerkelanden, Schelfhorst (een achterstandswijk in Almelo waar bijna de helft van de bewoners Turks is, red.) en daar had zij veel problemen met Turken.’ Mijn vader probeerde hem duidelijk te maken dat niet alle Turken hetzelfde zijn en dat hij geen problemen wilde. Maar dat was gericht tegen dovemansoren. Mijn ouders vonden dat een beetje racistisch klinken en besloten hen voortaan te negeren.’ Ondertussen hebben andere buren gedurende de jaren ook aanvaringen met het stel Van W., maar niemand onderneemt actie of stapt naar de politie. Nog steeds wil geen van de buren wil met naam en toenaam genoemd worden. Omdat het in de buurt om koopwoningen gaat, is het praktisch onmogelijk de familie Van W. weg te krijgen, zo redeneert men. Een buurvrouw hangt een jaar de was niet buiten uit angst voor de scheldpartijen en intimidaties van Ingrid van W.. Mensen durven hun auto niet meer voor hun deur te parkeren, want dat komt ze te staan op boze blikken of een scheldkanonnade. De verhalen hebben veel overeenkomsten. Ingrid van W. is lichtelijk paranoïde en denkt steeds dat haar buren haar begluren. Henk van W. plant daarom coniferen, zet tuinhekken neer en hangt lappen op om alle inkijk te voorkomen. Verder zijn ze uitgesproken anti-Turks worden omschreven als asociaal. Ze zeggen last te hebben van Turkse muziek en draaien dan als tegenactie Nederlandse smartlappen. Een buurman: ‘Ze vroegen weleens of wij ook zo’n last hadden van die Turkse maffia. Ik zei dat ik niet wist waar ze het over had.’ Een andere buurman praat al zeven jaar niet meer met het paar. Hun zoon sloeg het hek eens te hard dicht waarna er ruzie ontstond: ‘Ik liet me niet meer door hem verleiden om een potje te gaan schreeuwen op straat. Negeren stak hen meer dan dat je op hun provocaties ingaat.’ Het gedrag van de buren naar de familie Kara toe wordt extremer. De ‘staarwedstrijden’ nemen toe en de racistische opmerkingen ook. Kamer Kara staat eens in de supermarkt als Ingrid van W. een boodschappenkarretje keihard in haar buik duwt: ‘Daar schrok mijn moeder enorm van. De caissière en andere mensen zeiden haar aangifte te doen bij de politie en dat ze best voor haar wilden getuigen.’ Voor de tweede keer belt Aziz Kara bij zijn achterbuurman aan. Deze komt weer met een verhaal over Turken uit de oude buurt op de proppen die hen zouden stalken en dat zij daarom een hekel hadden aan Turken. Deniz: ‘Hij zei: ‘We mogen jullie ras niet. We zien hoe jullie hier in Nederland zijn.’ ‘Prima’ zei mijn vader, ‘maar dit gaat te ver. Je mag mij haten, maar je moet niet aan ons komen.’ Aziz Kara besluit in overleg met zijn dochter Nalan en schoonzoon om geen aangifte te doen. Zolang de familie van W. hen fysiek niets aandoet, kan de politie weinig doe4n. Hij vreest dat een bezoekje van de wijkagent de situatie zelfs zou kunnen verergeren. De familie besluit de buren voortaan straal te negeren. Ondertussen gaan de treiterijen door. Moeder Kara durft zelfs amper meer in de achtertuin te komen. Een half jaar geleden vangt zoon Deniz tijdens een barbecue op dat zijn moeder door de buurvrouw is aangevallen in de supermarkt. Hij wordt razend. ‘Ik wilde er meteen naartoe om hen te zeggen dat ze met hun poten van mijn ouders af moesten afblijven, maar mijn zus wist me ervan te overtuigen dat mijn ouders precies wisten hoe met deze mensen om te gaan en dat dit alleen maar olie op het vuur zou gooien.’

Jullie teringturken! Drie weken geleden komt Deniz naar Almelo om zijn nieuwe Audi TT te laten zien. Hij loopt even terug om een tas uit de auto te pakken als hij ineens oog in oog staat met buurvrouw Van W.. ‘Ze stond er met haar honden en deed hetzelfde wat ze al tijden met mijn ouders en zus deed, me vuil aanstaren.’ Na een woordenwisseling - ‘wat kijk je?’ ‘wat kijk jij?’ - zegt Kara: ‘Jij moet lekker je bek dichthouden.’ Ik sloeg met een klap de achterbak dicht en dacht nog: ze mag ons niet omdat we Turks zijn.‘ Dan hoort Deniz ineens schreeuw. Haar echtgenoot Henk van W. komt op hem afrennen. Hij neemt zich voor de 60-jarige man niets te doen. Hij verwacht alleen niet dat Van W. hem direct bij zijn lurven grijpt en begint te slaan. Dan verliest ook hij zijn beheersing en wordt er over en weer gemept. Ook Ingrid van W. mengt zich in het gevecht en slaat Kara van achteren. Deniz: ‘Ik weet wat ik moet doen om iemand van me af te houden en te laten stoppen met slaan. Op een gegeven moment zakte Van W. iets in elkaar. Toen stopten ik en zijn vrouw ook.’ Deniz Kara’s arm is uit de kom en hij weet die terug te duwen. Henk van W. heeft een gezwollen rechteroog en een snee waar bloed uitkomt. Deniz roept: ‘Ik ga nu de politie bellen dan mag je aan hen uitleggen waarom je me hebt aangevallen.’ Op dat moment valt Van W. Kara nog eens aan (‘jullie teringturken! vuile vieze kankerturken!’) en raakt arm opnieuw uit de kom. Hij hoort plotseling van achteren voetstappen, terwijl de buurvrouw gilt: ‘Nee, niet doen!’ Hij ziet een onbekende jongen op zich afrennen. Deniz: ‘Ik had alleen mijn linkerarm nog.’ Hij weet de jongen, zoon Wiebe van de Van W.’s, een beetje van zich af te houden tot zijn vader en moeder ook bovenop hem springen.’ Deniz wordt duizelig: ‘Jezelf omdraaien is nooit goed, maar ik moest wegkomen. Ze sloegen me op mijn hoofd en ik dacht: als ik nu flauwval, trappen ze me dood.’ Hij probeert zijn ouderlijk huis een paar meter verderop te bereiken. Op een gegeven moment kan hij niet meer en zakt in elkaar. ‘Alles deed pijn. Ik werd geschopt en geslagen.’ Deniz’ vader Aziz die naar buiten is gekomen om de Audi te bewonderen, ziet wat er gebeurt en rent in paniek op hen af met zijn handen omhoog om het geweld te stoppen. ‘Hij zei twee keer mijn naam, dat staat me nog heel duidelijk voor de geest. Mijn vader had geen enkele kans en hij keek naar me. De buurman en zijn zoon beukten meteen volop met hun vuisten op zijn hoofd. Hij deed niets, verstijfde en stond aan de grond genageld. Als beesten bleven ze op hem inslaan, tot hij op de grond kieperde.’ Deniz valt af en toe weg en zit half op zijn knieën. Als hij zijn vader ziet vallen, krabbelt hij op met het idee om op zijn vader te gaan liggen. ‘Om hem te beschermen tegen de klappen en ik schreeuwde met alles wat ik in me had: ‘Stop! Stop!’ Toen pas hielden ze op.’ Inmiddels is ook moeder Kamer op het geschreeuw afgekomen. Aziz Kara ligt bewegingloos op de stoep vlakbij zijn huis met zijn bloedende zoon bovenop hem en de buren erbij. ‘De buurman en zijn zoon waren stil. Ik ga niet liegen, de buurjongen kwam zelfs naast me zitten, terwijl we mijn vaders hoofd ondersteunden. We zwegen allemaal. Plotseling begon de buurvrouw weer tegen mijn moeder te schelden: ‘Ik hoop dat jullie branden in de hel! Vuile teringkankerturken!’ Dat deed me het meeste pijn.’

Bont en blauw Als de ambulance en de politie arriveert, zegt Ingrid van W.: ‘Hij is uitgegleden, gevallen.’ Deniz Kara hoort een agent zeggen: ‘Dit kan niet van een val zijn. Zijn hoofd is bont en blauw.’ Ingrid van W. en haar 23-jarige zoon Wiebe van W. zeggen volgens Kara: ‘We zeggen niks. Helemaal niks. We houden onze mond dicht.’ Alle betrokkenen worden in hechtenis genomen en na vier dagen worden Ingrid van W. en Deniz Kara vrijgelaten. Na acht dagen belt het ziekenhuis de familie om te komen. De artsen willen de behandeling staken, want de kans dat Aziz Kara uit coma komt is verwaarloosbaar. Pas als hij na elf dagen hersendood blijkt, gaat de familie akkoord. Dan blijkt dat Aziz Kara een donorcodicil had ingevuld. ‘Hij had mensen op de Turkse vereniging ook aangespoord dit te doen. Dat wist ik niet. Het voelde fijn toen we hoorden dat zijn nieren en lever bruikbaar waren en er een match gevonden was.’ Ondertussen voelt Deniz zich schuldig en stelt hij zichzelf steeds de vraag of hij het misschien anders had moeten doen. Gewoon weg had moeten lopen, zoals zijn vader altijd deed, of bij de eerste aanval door had moeten slaan? ‘Ik had spijt en voelde me schuldig. Nu vraag ik me af waarom ik ben gestopt met slaan. Als ik dat niet had gedaan, leefde mijn vader misschien nog...’ Mijn zwager zei: ‘Deniz, als het niet deze manier was gebeurd, was het op een andere manier gebeurd. Zij wilden ons hier niet hebben en grepen elke aanleiding aan. Jij hebt een geweten, jij bent gestopt met slaan. Zij hebben geen geweten.’ Of het een racistische daad danwel moord betreft durft Deniz Kara niet te zeggen, want hij wil niet dat mensen eigen rechter gaan spelen, want dat had zijn vader niet gewild: ‘Maar ik weet wel dat zij het op mijn ouders hadden gemunt puur vanwege hun Turkse afkomst, niet vanwege een ruzie om een schuurtje of een muurtje.’ Aanvankelijk verdenkt het OM Henk van W. en zijn zoon Wiebe van W. van poging tot doodslag, maar na het overlijden van het slachtoffer moet deze verdenking worden herzien. De aanklacht zou lopende het onderzoek nog gewijzigd kunnen worden in doodslag of ernstige mishandeling de dood tot gevolg hebbende. Of er sprake is van een racistisch motief zal worden meegenomen in het onderzoek. Ingrid van W. zit momenteel bij familie in het westen. Kara bezweert dat niemand een steen door haar ruit zal gooien of haar lastig zal vallen als zij terugkeert. Hij heeft zijn moeder namelijk moeten beloven niet met woede en haat in zijn hart voor de familie Van W. te leven: ‘Ik zou het anders oplossen, ik zeg je het eerlijk. Maar geen wraak in de geest van mijn vader, dat heb ik beloofd. Op mijn erewoord.’ Moeder Kamer Kara komt ook even in de tuin zitten en de tranen biggelen geruisloos over haar wangen: ‘Ik Wil hier weg. We kunnen hier niet blijven wonen. Vanuit de tuin zie ik steeds mijn mans benen op de stoep liggen.’

Gerelateerd nieuws