Door: Redactie
Artikel
3

“Ik kan geen pleidooi houden voor de ongelukkige jeugd”

Vanaf zaterdag 7 maart tot en met 15 maart alweer de 80ste editie van de Boekenweek. Natuurlijk is er traditiegetrouw we...

Vanaf zaterdag 7 maart tot en met 15 maart alweer de 80ste editie van de Boekenweek. Natuurlijk is er traditiegetrouw weer een Boekenweekgeschenk. Op verzoek van Stichting CPNB schreef de Belgische schrijver Dimitri Verhulst de novelle ‘De zomer hou je ook niet tegen.’

Verhulst is de vijfde Belgische auteur die het Boekenweekgeschenk schrijft. Hoewel hij op dit moment goed en gelukkig in het leven staat heeft hij ook mindere periodes gehad. Zijn jeugd bijvoorbeeld.

Je schrijft in je boek: 'Vrouwen zijn moeders, mannen zijn zonen. Het had gewoon immens lang geduurd voor Pierre zijn eigen zoonschap van zich had afgeschud.'

'Dat is zo een zinnetje dat ik getest heb op vrienden. Tot hier toe heeft iédereen gezegd: ''ja, dat klopt.'' Ik vond het wel plezant om dat te toetsen. Ligt dat nu aan mij of hebben we deze rotzooi nu echt in ons mannelijke gen?        Ik leef al veel langer zonder vader dan ik ooit met hem heb geleefd en nog áltijd voel ik mij zoon. Ik heb wel het gevoel dat die periode nu voorbij aan het geraken is, dat ik eindelijk opgehouden ben zoon te zijn. Waarbij er altijd iemand op je schouder zit waar je verantwoording aan hebt af te leggen. Waar tegenover je je hebt te bewijzen. Dat soort overbodige gevoelens die het leven er niet bepaald gezelliger op maken. Het zoon zijn is voor mij sowieso altijd gelinkt aan de vaderfiguur. Ik heb mij nooit een zoon van mijn moeder gevoeld. Ik heb natuurlijk ook niet lang een moeder gehad. Ik heb mijn moeder maar gekend tot mijn twaalfde (daarna kreeg zij een nieuwe partner en wees haar zoon de deur, red.). Mijn moeder is in het psychologische plaatje volledig afwezig.'

Hoe komt het dat je je de misstappen van je vader makkelijker kunt vergeven dan die van je moeder?

'Ik heb mijn vader enorm lang en intens gehaat. Mijn vader was een boeman. Hij was een monster als hij gedronken had en hij had meestal gedronken. Mijn vader heeft mij ontzettend ongelukkig gemaakt in mijn kindertijd. Hij heeft de gruwelijkste dingen gedaan. Hij heeft mijn moeder bont en blauw geslagen, het meubilair aan flarden geklopt, hij heeft mij meer dan eens doodsangsten bezorgd. Ik was ook zeer gelukkig toen mijn ouders uit elkaar gingen. Want het was onleefbaar. Maar mijn vader heeft daarvan een soort klop in zijn gezicht gekregen. Die heeft daarna allerlei pogingen ondernomen om van de drank af te geraken. Ziekenhuis in, ziekenhuis uit, afkickprogramma's, zelfmoordpoging na zelfmoordpoging. Maar híj was wel degene die voor mij zorgde. Ook al kon hij het niet. En mijn moeder niet. En ik ben niet in staat om dat detail te vergeten. Mijn vader was een treurige hoop mens met al die rotzakkerij. Ik heb immense angst gehad voor mijn vader. Ik zou bereid geweest zijn om al mijn Playmobil-ventjes te schenken aan degene die hem dood reed. Maar het is anders uitgedraaid. Ik heb mijn vader leren kennen de laatste jaren van zijn leven. Toen hebben we een aantal openhartige gesprekken gehad en dat heeft mij geholpen om die man met veel meer mededogen te bekijken.’

 

Deze week lees je in Nieuwe Revu het complete,

openhartige interview met Dimitri Verhulst

Last van een papierallergie?

Je kan het artikel ook los lezen via onze vrienden van Blendle