Door: Paul Andersson Toussaint
Artikel
19

Longread | Oost-Europese zakkenrollers roven festivals leeg

Met een evenementenkalender in de hand stropen Oost- Europese bendes festivals af om zakken te rollen. Niet alleen het f...

Met een evenementenkalender in de hand stropen Oost- Europese bendes festivals af om zakken te rollen. Niet alleen het festivalterrein, ook de Nederlandse winkelstraten en parkeerplaatsen worden geterroriseerd door Oostblok-rovers die alles jatten wat enige waarde heeft. ‘De diefstallen zijn zo goed georganiseerd, het is alsof ze gewoon naar kantoor gaan.’

Fotografie ANP

Op een koude donderdagmiddag, vorig jaar december, ontmoet ik Frank Buis voor de V&D in de Amsterdamse Kalverstraat. Buis is een befaamde videojournalist met nogal uitzonderlijke interesses: koningin Máxima en de koninklijke familie, showbizznieuws en zware criminelen, vooral de categorie bij wie het leven voortijdig uit het lijf wordt geschoten bij gewelddadige liquidaties.

Op 8 december 2003 was Buis bijvoorbeeld als eerste ter plekke toen de Bulgaarse drugsbaron Konstatin Dimitrov werd doodgeschoten op de Dam. Hij maakte ook de fameuze beelden van Willem Holleeder op zijn scooter. Maar één van zijn voornaamste liefhebberijen is toch wel het jagen op Roemeense zakkenrollers. Al jaren struint hij gemiddeld twee maal per week het gebied af op en rond De Dam, de Nieuwendijk, de Kalverstraat en de Bloemenmarkt, op zoek naar zakkenrollers om video-opnames van te maken. ‘Het zijn bijna altijd Roemenen. Je ziet verdacht gedrag. Je gaat er achteraan. Een flink deel van die koppen ken ik. Ik bel het zakkenrollerteam. Zij sluiten binnen een paar minuten het gebied af. We gaan er net zo lang achteraan, tot we zien dat ze iemand beroven.’

Buis schat dat er door de jaren heen door zijn observaties inmiddels zo’n tweeduizend zakkenrollers zijn aangehouden. Hij heeft namelijk goede contacten met Jacco Lochtenberg, de diender die al vijfentwintig jaar het succesvolle Amsterdamse zakkenrollerteam leidt. Maar vandaag hebben we geen geluk. Geen zakkenroller te bekennen, althans niet in de Kalverstraat. Voor V&D, dat op dat moment nog niet aan een deconfiture ten onder is gegaan, zitten alleen twee oude gerimpelde bedelaressen op straat. Waarschijnlijk Roma.

‘Zie je die man?’ Een tiental meters verder staat een jongeman met een raar Peruaans petje op. ‘Straks moeten ze hun geld aan hem geven. Hij is eigenlijk een bedelpooier.’ We lopen naar De Dam. Daar leunt een rechercheur, een stille, nonchalant tegen zijn fiets.

Na een kort praatje pot, belt Buis met Lochtenberg. Bij het Centraal Station is het wel raak; daar heeft het zakkenrollerteam zojuist een tasjesrover ingerekend. Als we arriveren, zien we nog net hoe de dief in een boevenwagen wordt afgevoerd. Een eind verder staat het team. Ze dragen onopvallende vrijetijdskleding en hebben gewone degelijke stadsfietsen. Sommige dagen houdt het team wel zes, zeven of meer zakkenrollers per dag aan. Vandaag zit het werk er weer op. De stillen fietsen traag trappend door de mensenmassa, de argeloze toeristen, dagjesmensen en winkelaars, die geen benul hebben van het criminele ondergeborchte in de stad.

Mobiele criminelen

Volgens de Bulgaarse en Roemeense politie wordt zakkenrollerij in negentig procent van de gevallen gepleegd door Roma-groepen, zoals de Karderashi. In sommige Roma-families worden de meisjes van jongs af aan opgeleid in het vak. De familie van de man betaalt een flinke bruidsprijs aan de familie van de vrouw, die zij moet terugverdienen met zakkenrollen. Veel zakkenrollers zijn in het bezit van meerdere valse identiteitsbewijzen. Sommige vrouwelijke zakkenrollers hebben meer dan vijf verschillende identiteiten.

Uit een masterscriptie criminologie van Lieke Schepers uit 2013 blijkt dat er in 2011 en 2012 respectievelijk 34.870 en 37.468 keer aangifte van zakkenrollerij is gedaan in Nederland. Van die aangiftes werd slechts 2,8 procent opgelost. Bijna de helft van de aangehouden zakkenrollers bestond uit Roemenen of Bulgaren. Tussen de 68 en zeventig procent was van buitenlandse afkomst. De delicten die de mobiele bandieten plegen, betreffen bepaald niet alleen zakkenrollerij maar ook prostitutie, mensenhandel en vooral de grootschalige seriële winkeldiefstal, die ook voornamelijk door Roemeense bendes worden gepleegd. Daarnaast gaat het om diefstal van auto’s en auto-onderdelen, die uitsluitend door hecht georganiseerde Litouwse maffiabendes worden gepleegd, woninginbraken (Polen), skimmen, oplichting, uitkeringsfraude (Bulgaren) en drugshandel.

De mobiele bandieten uit Roemenië, Bulgarije, Litouwen en Polen vormen de grootste groep, maar er zijn in Nederland ook criminele Russen, Joegoslaven, Hongaren, Esten en Letten actief.

We staan bij de broodjes

Grote zakkenrollerbendes slaan steeds vaker toe op grote muziekfestivals. Op zaterdag 15 juni 2013 bezochten bijna twintigduizend mensen het Indian Summer Festival in Broek op Langedijk, waar – zo bleek al snel – een grote Roemeense bende actief was. Rond half twee ’s nachts had de politie acht verdachten aangehouden, die in totaal 144 gestolen telefoons in bezit hadden. Op het festivalterrein werden daarnaast nog tassen met meer dan honderd telefoons gevonden.

Cock Jansen, brigadier bij de politie Noord-Holland Noord, was vanaf het begin betrokken bij het politieonderzoek naar de negen Roemeense verdachten die uiteindelijk zijn aangehouden. ‘Wij gaan er vanuit dat er meer zakkenrollers actief waren dan die negen,’ vertelt Jansen. ‘In totaal waren er 142 aangiftes, terwijl we ruim 240 telefoons gevonden hebben. Bovendien zijn zo’n honderd gestolen telefoons nooit gevonden, waarvan wel aangifte was gedaan. Ik schat dat er die avond waarschijnlijk vijftien tot twintig man actief is geweest.’

Alle gestolen telefoons zijn gefotografeerd, de serienummers en andere gegevens vastgelegd. Ze werden herleid naar een eigenaar, gekoppeld aan een aangifte en vervolgens aan een verdachte. Eén verdachte werd al onmiddellijk op vrije voeten gesteld, omdat er bij hem niets werd gevonden. Alle verdachten hadden de Roemeense nationaliteit en kwamen uit dezelfde streek in Roemenië: Galati. Een flink deel van de gestolen telefoons die niet waren gevonden, bleek later actief in deze streek.

De rechtbank oordeelde later tijdens het strafproces dat aan sms-berichten tussen de verdachten berichten geen andere uitleg kon worden gegeven dan dat er sprake was van communicatie over ‘gemeenschappelijke activiteiten die kennelijk het daglicht niet konden verdragen’.

De tien politiemensen op het Indian Summer Festival zijn ruim twee maanden met het onderzoek bezig geweest. Het strafonderzoek richtte zich in eerste instantie op het koppelen van gestolen telefoons aan verdachten, wegens eenvoudige diefstal, om de verdachten in voorlopige hechtenis te kunnen houden. Vervolgens werden de telefoongegevens uitgelezen en de antecedenten van de verdachten in het buitenland opgevraagd. ‘Dat kost veel tijd,’ vertelt Jansen. ‘We wilden hard maken dat er een samenwerkingsverband was en bovendien dat er sprake was van een criminele organisatie.’

Uit het onderzoek bleek dat een deel van de verdachten inderdaad in contact met elkaar stond, maar de politie kreeg het bewijs dat de bende een criminele organisatie vormde niet rond. ‘Daarvoor moet je kunnen bewijzen dat er iemand leiding heeft gegeven en ook dat er meerdere contacten en berichten zijn met één persoon, de leider, die ook nog eens gekoppeld kunnen worden aan specifieke misdrijven. Dat is heel lastig. Met berichten als We staan bij de broodjes of Je moet daar niet gaan staan, want daar staan flikken kun je bewijsrechtelijk niet zo veel.’

Diefstal in vereniging werd wel bewezen, en daar werd de groep rovers uiteindelijk voor veroordeeld. Alle daders werden tot vijf maanden gevangenisstraf veroordeeld, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Als het bewijs van de diefstal in vereniging niet was rondgekomen, hadden de zakkenrollers volgens brigadier Jansen waarschijnlijk alleen een geldboete gekregen.

‘Veel bendeleden gaan er vanuit dat ze na de aanhouding als first offender met een boete het politiebureau mogen verlaten,’ vertelt Petra Willemse, advocaat-generaal bij het OM en speciaal belast met de aanpak van het mobiele banditisme in ons land. ‘We zien dat veel winkeldieven 140 euro – de boete voor winkeldiefstal door first offenders – gewoon op zak hebben. Ze kennen het Nederlandse systeem blijkbaar. Wordt een winkeldief voor de tweede maal aangehouden, dan loopt dat meestal op een taakstraf uit. Pas bij de derde of vierde keer gaat iemand de bak in.’

Zwarte markt

Tijdens het onderzoek van het Noord-Hollandse politieteam bleken grote Roemeense zakkenrollerbendes op meerdere festivals toegeslagen te hebben. ‘We denken dat er per festival steeds wisselende roverteams worden samengesteld,’ zegt Cock Jansen. ‘Alle verdachten waren individueel al eerder aangehouden in Spanje, Duitsland en België. Hun werkgebied is heel Europa.’

‘De zakkenrollerbendes hier zijn zeer goed georganiseerd,’ vertelt Dina Siegel, die als hoogleraar criminologie aan de Universiteit Utrecht werkt. ‘Het gaat hier echt om georganiseerde misdaad. Ook als je het hebt over de Roma-families, al blijft het bij hen binnen de familie, waarin ieder lid zijn eigen taak heeft.’

De gestolen mobieltjes gaan naar Polen en Roemenië of worden verkocht op de Zwarte Markt in Beverwijk. ‘In Beverwijk worden echt de meeste gestolen gsm’s verkocht,’ vertelt Siegel. ‘Het verdiende geld wordt via ondergrondse bankierssystemen naar Roemenië of Polen getransporteerd.’

Siegel en haar medewerkers onderzochten de Zwarte Markt in Beverwijk uitgebreid. ‘Het is niet makkelijk om die helers aan te pakken. Als je op markt gaat rondlopen, zie je gewoon niets van wat er allemaal op dit vlak gebeurt. De overdracht gebeurt vaak op andere plekken, maar ik heb ook gezien dat ze met een gesloten tas met spullen naar Beverwijk kwamen die ongeopend afgerekend werd. Soms gaan de dieven naar vrienden of familie van de heler om de gestolen waar te verkopen. Ik hoorde dit allemaal van de handelaren zelf, veelal Turken of Afghanen. Het was enorm moeilijk om met ze in contact te komen, maar via een contactpersoon is het ons uiteindelijk gelukt. Zij hebben ons alles laten zien en zij vertelden ook alles.’

Volgens advocaat-generaal Petra Willemse, die ik op het parket in Den Haag spreek, is het totale aantal verdachten van vermogensdelicten uit Polen, Roemenië, Bulgarije en Litouwen toegenomen van 4.700 in 2010 naar 6.400 in 2014. Dit betroffen allemaal verdachten waarbij het OM daadwerkelijk was overgegaan tot strafvervolging. In 2015 was de totale instroom van het aantal verdachten van vermogensmisdrijven uit deze landen dat door het OM werd vervolgd iets lager: 5.464. De schade die door de rondtrekkende winkelcriminelen wordt veroorzaakt, is niet gering. ‘Als we het over winkelcriminaliteit hebben, dan gaat het over een bedrag van in totaal zo’n 250 miljoen euro per jaar,’ vertelt Willemse. Tijdens een uitzending van Brandpunt was ze te zien in een opslagplaats van justitie, waar alleen al voor vierhonderdduizend euro aan geroofde goederen lag opgeslagen.

Handboek

Hoogleraar Dina Siegel deed met haar vier medewerkers ruim een jaar onderzoek en hield honderden interviews met politiemensen, officieren, helers en (gedetineerde) criminelen in Nederland, Litouwen, Bulgarije, Polen en Roemenië. In 2013 publiceerde zij het rapport Mobiel Banditisme dat binnen het OM en bij de politie inmiddels de status van handboek heeft gekregen.

‘We hebben één-op-één-interviews gedaan en in die landen veel geobserveerd,’ vertelt Siegel in het Willem Pompe Instituut in Utrecht. ‘In Litouwen, Polen en Bulgarije konden we makkelijk contact leggen met de politie, maar het contact met de Roemeense politie was aanvankelijk heel moeizaam. Uiteindelijk hebben we toch politiemensen in Baia Mare gevonden die informeel wilden praten. We hebben daar enorm veel tijd in moeten investeren. Ik voerde vaak gesprekken van wel acht uur, over het kleinkind van zo’n man en allerlei zaken die mij absoluut niet interesseerden. Ik maakte wandelingen met ze door het park en deed alles om maar een vertrouwensrelatie te kweken. Toen dat gelukt was, lieten ze zelfs de plaatsen zien waar ze de gestolen auto’s bewaarden.’

Maar Siegel vindt het noemen van criminaliteitscijfers problematisch. ‘Ik hou me bezig met kwalitatief onderzoek en wil echte informatie verzamelen. Bij een kleine populatie van bijvoorbeeld twintig mensen kun je nog cijfers noemen omdat je die via politiedossiers kunt checken. Maar bij veel misdrijven heb je te maken met een enorm kleine pakkans en zijn de statistieken gebaseerd op aangiftes en andere registraties bij de politie, dus de meeste cijfers zijn gewoon onbetrouwbaar. Je kunt daarom eigenlijk geen zinvolle beweringen doen over die stijgende of dalende criminaliteit en de omvang ervan.’

Protserige villa’s

Naast de georganiseerde criminaliteit van Litouwers, Polen, Roemenen en Bulgaren, onderzocht Siegels team nog een vijfde groep: de Roma. Die groep komt voornamelijk uit Roemenië, Bulgarije, Hongarije en een paar landen in Centraal Europa en bestaat uit enorm veel verschillende clans. Deze bendes zijn gespecialiseerd in zakkenrollerij, prostitutie, bedelarij, inbraak, winkeldiefstal, straatroof, wisseltrucs en de verkoop van nepgoud. De Roma zijn volledig georganiseerd langs de clanlijnen, waarbij er bijna altijd directe verbindingen bestaan met de Romadorpen in de landen van herkomst.

‘De criminele opbrengsten worden ook geïnvesteerd in die dorpen, waar ik de meest prachtige villa’s en paleizen heb gezien. Ik kan absoluut niet hard maken welk percentage van de mobiele bandieten uit Roma bestaat, maar het is wel duidelijk dat er erg veel Roma actief zijn in deze vorm van criminaliteit.’ Via een Roemeense student-assistent wist Siegel door te dringen in het criminele Roma-milieu. In de zomer van 2012 interviewden ze Roma in Boekarest, Cluj, Baia Mare en Iasi. ‘In Baia Mare hebben we de Roma-wijk bezocht, waar we veel gesprekken hebben gevoerd met criminele Roma. We konden alles vragen en alles zien. In Baia Mare heb je protserige villa’s met Mercedes-sterren op het dak. Er komt daar heel erg veel geld binnen, waarmee ze belachelijk dure auto’s kopen. Ik heb nog nooit zo veel Rolls-Royce’s gezien als in Cluj, vlakbij Baia Mare. Maar ik ben ook in een paar van die villa’s geweest en merkte dat ze in een tent in de tuin wonen. In hun paleis hebben ze geen verwarming, elektriciteit en stromend water, want de gemeente levert dat niet aan de Roma. Toen we daar waren, zagen we de kippen in hun paleizen rondlopen. Zo’n villa wordt gebouwd om te imponeren, om hun rijkdom te laten zien.’

Maar er bestaat in Baia Mare ook schrijnende armoede onder de rest van de Roma, zag Siegel. ‘Je kunt je niet voorstellen hoe arm deze Roma zijn. De kinderen hebben zelfs geen schoenen, gaan niet naar school, zitten thuis en doen niets. Veel NGO’s komen daar langs, maar doen verder helemaal niks.

Ze gaan dus bedelen of stelen. De rijke en geslaagde Roma in de villa’s, de opdrachtgevers van dezelfde clan, rekruteren de arme Roma en geven ze een training in het dievenvak. Deze arme Roma zien het echt als een kans om de criminaliteit in te gaan en spreken heel open over hun criminele activiteiten.

Maar het is in feite echte uitbuiting en een vorm van mensenhandel. Als een Roma niet genoeg steelt in West-Europa, wordt hij zonder pardon en beloning teruggestuurd naar Roemenië.’

‘We werken intensief samen met de politie in Roemenië, Bulgarije, Polen en Litouwen,’ vertelt Frank van den Heuvel, inspecteur bij de nationale politie en landelijk coördinator Mobiel Banditisme. ‘We hebben het meeste last van bendes uit deze landen, maar de criminele netwerken werken heel verschillend. De Litouwers worden strak aangestuurd door bazen vanuit het herkomstland, bij de Roemenen zien we meer een celstructuur met leiders die het lokaal organiseren of coördineren, zonder strakke hiërarchische organisatie.’

De mobiele bandieten werken altijd in groepsverband met een duidelijke taakverdeling: ‘spotters’ die de ‘markten,’ objecten en slachtoffers lokaliseren en er informatie over verzamelen, dieven en inbrekers zelf, koeriers, documentenvervalsers, brokers of helers en natuurlijk opdrachtgevers en financiers. ‘Daarnaast heb je mensen die nieuwe krachten ronselen, coördinators en bijvoorbeeld mensen die voor de huisvesting zorgen,’ vertelt Van den Heuvel. ‘Ze zijn maar een paar weken of maanden actief en gaan dan weer door naar een ander Europees doelland. Je ziet die werkwijze vooral bij de zakkenrollerbendes. Ze hebben een Europese evenementenkalender met alle festivals die ze afwerken.’

Rondje Nederland

Een ander langlopend onderzoek is het Lepelaar-onderzoek, naar bijna driehonderd criminelen die vooral worden verdacht van grootschalige winkeldiefstallen. ‘De overgrote meerderheid van deze groep bestaat ook weer uit Roemenen,’ vertelt Mobiel Banditisme-chef Van den Heuvel. ‘Ze zijn gespecialiseerd in de diefstal van heel verschillende producten. Er zijn groepen die zich toeleggen op babyvoeding voor de Chinese markt, waar een blik melkpoeder zo dertig euro oplevert. Er zijn groepen die zich op kleding richten, op bestelling voor de Roemeense markt. Daarnaast heb je dadergroepen die zich richten op cosmetica; vooral parfums, die vaak worden verhandeld op de zwarte markten zoals die van Beverwijk.’ En dan is er natuurlijk nog allerlei elektronica zoals telefoons, notebooks en dure apparaten uit bouwmarkten.

‘Het probleem bij ons onderzoek is dat je de onderlinge verbanden in kaart moet zien te krijgen’, vervolgt Van den Heuvel. Daarvoor moeten we met de herkomstlanden samenwerken en dat gaat niet altijd even makkelijk.

De meeste verdachten die we aanhouden zijn natuurlijk uitvoerders. We onderzoeken of er nog onopgeloste zaken zijn en wat de verachte in het buitenland allemaal heeft uitgespookt. We vragen die informatie bij justitie in bijvoorbeeld Roemenië op, maar heel veel Roemeense bandieten wonen al tien, twintig jaar niet meer in hun eigen land. Dan gaan we bij Europol informeren of ze bekend zijn en deel uitmaken van een netwerk. Dat is wel eens lastig, maar tegenwoordige gaat dat steeds beter en hebben we die informatie binnen een dag of twee. Vervolgens gaan we zaken stapelen en bundelen om zwaardere straffen te kunnen eisen. Mensen denken vaak dat winkeldiefstal klein bier is, maar soms gaat het wel om een buit van twintigduizend euro. Dit soort dadergroepen zijn echt de hele dag aan de slag.’

Een bende van elf Roemeense winkeldieven die februari 2016 voor de Haagse rechtbank moest verschijnen, roofde per maand bijvoorbeeld gemiddeld 25 duizend euro aan spullen bij elkaar. Dat is drie ton per jaar. Van den Heuvel: ‘Ze doen gewoon een rondje Nederland en slaan hun slag bij Kruidvat of Gamma. We zoeken ook vooral naar de criminelen die de groepen aansturen. Maar we kijken daarnaast naar de panden waar ze verblijven en onderzoeken of we die samen met de gemeente kunnen sluiten.’

Bij de winkeldievenbendes bestaan veel verschillende modi operandi, afleidingstechnieken en trucs. ‘Maar meestal gaat een groep van drie man een hele reeks bouwmarkten af,’ vertelt officier Willemse. ‘De methode is heel eenvoudig: één man leidt de kassamedewerker af, de anderen vullen rugzakken met spullen en lopen langs de kassa weer naar buiten naar de auto. Dat doen ze per bouwmarkt dan vier keer. Ze gaan er vervolgens vandoor voordat het in de smiezen loopt. Op één dag bezoeken ze wel zes bouwmarkten en stelen voor duizenden en duizenden euro’s.’

De politie heeft voor het Lepelaar-onderzoek observatieteams ingezet. Af en toe en toe werd op aanwijzing van een observatieteam door collega’s gekeken of de buit in de auto lag. Dan werd die eruit gehaald om ervoor te zorgen dat er niets verdween, ten bate van de bewijsvoering. De politie deed dan alsof er was ingebroken, zodat de verdachten geen argwaan kregen. ‘De verdachten werden ook voortdurend getapt,’ vertelt Willemse. ‘Vervolgens hoorde de politie de daders dan over de telefoon tegen elkaar klagen. Zo van: Hé man, er is weer eens ingebroken in de auto.

We kunnen weer overnieuw beginnen! Er zijn ook tapgesprekken opgenomen van Roemeense criminelen die elkaar belden en dan zeiden: Je weet toch wat wij Roemenen doen? Gratis winkelen. Wij betalen nooit voor iets. Dat is hun houding. Ze beschouwen winkeldiefstal niet als stelen. Het ligt toch gewoon in de winkels? Ze vinden dat we het min of meer weggeven. Ze snappen überhaupt niet dat we die spullen zo slecht bewaken. De diefstallen zijn zo goed georganiseerd, het is alsof ze gewoon naar kantoor gaan.’

Maffiabendes

De politie weet dat veel gestolen goederen worden vervoerd met reguliere bustransporten van Nederland naar Oost-Europa. ‘Op die lijnen zijn we dan ook actief,’ vertelt Van den Heuvel. ‘Of we volgen bepaalde chauffeurs die heel Nederland doorrijden om dieven af te zetten. Dan pakken we de chauffeur en nemen zijn auto in beslag. Daarnaast volgen we specifieke dadergroepen, fysiek of via peilapparatuur en telefoons. We zien ze dan toeslaan terwijl de winkelier het vaak dan nog niet weet. Het mooiste is als je ze kunt pakken met een auto vol gestolen waar op weg naar hun woonadres. Het merendeel van de driehonderd criminelen uit het Lepelaar-onderzoek is al voor de rechter verschenen. We zijn nu vooral op zoek naar de facilliteerders, de coördinators en ook naar andere strafbare feiten die ze wellicht gepleegd hebben.’

Hoogleraar Siegel sprak met Oost-Europese criminelen die hier in de bajes zaten. ‘Ik heb gesproken met een Litouwer die vastzat voor diefstal, maar tijdens mijn gesprek bleek dat hij echt een grote vis was. Hij vertelde over zijn organisatie en op gegeven moment trok hij zijn shirt naar boven. Ik schrok want ik herkende zijn tatoeages, die worden gebruikt om je loyaliteit aan een bepaalde maffiabende te markeren. Maar hij was niet veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie. De politie zou dat wel moeten weten. Er schort dus nogal wat aan de informatie-uitwisseling.’

In Litouwen was Siegel getuige van het stelen van auto’s en de handel in gestolen auto’s, in de stad Kaunas waar een grote automarkt voor gestolen auto’s floreert. ‘Bulgaarse en Poolse criminelen waren een aantal jaren geleden heel actief op het gebied van autodiefstallen, maar zij hadden op gegeven moment zó veel gestolen auto’s naar het oosten gebracht, dat de markt daar verzadigd was geraakt. De Litouwers zijn in dat gat gesprongen. De Bulgaren en Polen zijn zich vervolgens gaan specialiseren in auto-onderdelen. Je ziet dan dat hier bijvoorbeeld plotseling veel airbags of wielen worden gestolen. Dat gaat allemaal op bestelling en in opdracht van bazen in Oost-Europa. De onderdelen worden vooral verkocht in de Aziatische republieken van de voormalige Sovjetunie.’

Opel Kadett

De Litouwers zijn volgens Siegel het best georganiseerd. ‘Ze worden naar Nederland gestuurd met adressen en routeplanners. Werkelijk alles is tot in detail voorbereid. Binnen de bendes bestaat ook een duidelijke taakverdeling: de één doet de voorbereiding, de ander steelt de auto en weer een ander rijdt hem naar het Oosten.’

In Litouwen bestaan bovendien een paar grote machtige maffiabendes die alles bepalen. ‘Als gewone Litouwer kun je echt niet zelf besluiten om auto’s in Nederland te gaan stelen, want dan ben je een rivaal en word je meteen uitgeschakeld. De volledige autodiefstalbranche is in handen van goed georganiseerde maffiaorganisaties. In Duitsland was ik bij een trainingskamp op een bungalowpark van de Litouwse autodievenbendes. Daar leerden ze de dieven hoe ze moesten omgaan met computerprogramma’s om een autoalarm op afstand uit te schakelen. Dat heb ik zelf allemaal gezien. Ergens was dat wel mooi: van een afstand een alarm uitzetten, de auto openen, starten en wegrijden. Het is echt een wonder. Tegenwoordig richten ze zich veel meer op Range Rovers en andere vierwiel-aangedreven auto’s zoals Audi’s, Porsches en BMW’s. Veel daarvan gaan naar Oezbekistan en Turkmenistan. Bij de personenauto’s wisselt de vraag voortdurend.

‘Deze bandieten gebruiken hele geavanceerde methodes’, vult Van den Heuvel aan. ‘De keyless entry bijvoorbeeld. Met speciale software en laptops omzeilen ze de beveiliging. Ze vangen de signalen op van de elektronische sleutels, slaan die op en zetten deze op een eigen sleutel. Daarmee openen ze de auto en starten hem. Dat is wel even wat anders dan het slot van een Opel Kadett met een schroevendraaier openbreken, twee draden verbinden en starten.’

Word nu abonnee van Revu!

JA, IK WORD NU ABONNEE!

Gerelateerd nieuws