Door: Jurriaan van Eerten
Artikel
15

Longread - op pad met de milieupolitie in Peru

De illegale handel in exotische dieren is geen prioriteit in Peru, dat kampt met cocaïnesmokkel, straatcriminaliteit en...

De illegale handel in exotische dieren is geen prioriteit in Peru, dat kampt met cocaïnesmokkel, straatcriminaliteit en corruptie. Iedereen die in de weg staat van het geld moet oppassen dat hem niet de keel wordt doorgesneden. Jurriaan van Eerten ging op pad met de Peruaanse milieupolitie. ‘Ook als ik word vermoord, is het ’t allemaal waard geweest.’

De bewaker schrikt op van zijn plastic klapstoel, wanneer hij de pickup met agenten de oprit op ziet rijden. Hij staat op, kijkt nog eens goed en vloekt binnensmonds. Tegen de tijd dat hij via de zijdeur naar de pickup is gekomen, heeft hij een beleefde glimlach op zijn gezicht. Hij zegt dat het interventieteam binnen mag komen. Maar hij wil wel dat die twee blanke journalisten hun paspoorten en camera afgeven. De politieagenten draaien zich naar ons toe en zeggen dat we het maar moeten doen, aangezien de bewakers ons nu vrijwillig binnenlaten. Het hek wordt geopend. We rijden over een laan met palmbomen naar de receptie. Met prijzen die tot honderden euro per nacht oplopen, is dit het meest luxe resort van Tarapoto, een stad aan de rand van de Amazone-jungle in Peru. Voor zulke klanten wil de eigenaar het volledige pakket van een jungle-ervaring aanbieden, waaronder ook exotische dieren vallen. De pick-up stopt bij een metershoge kooi, waar een wolaap en een kapucijnaap in opgesloten zitten. De agenten springen uit de laadbak.

We zijn op pad met het interventieteam van de politie van Tarapoto. Aangestuurd door milieu-autoriteit Luis Mendo Alegria doen zij invallen op markten en bij resorts waar ze handel in exotische dieren vermoeden. Zodra we zijn uitgestapt, legt Mendo Alegria uit aan het personeel van het resort waarom het verboden is om apen te verhandelen. ‘Om één jonge aap te vangen, moeten er tien anderen sterven. De jager schiet de moeder dat het aapje op haar rug draagt dood, zodat die uit de boom valt. Familieleden van de aap schieten te hulp. Die worden ook gedood. Geregeld overlijdt de baby zelf ook door de val of tijdens het transport, waardoor alles opnieuw moet.’

Witheet

Hoewel sommige personeelsleden luisteren, is de eigenaar van het resort witheet. Hij zegt dat toeristen die naar zijn resort komen, apen willen zien. Dus heeft hij apen. Punt. Op de vraag of hij de apen vrijwillig wil afgeven, antwoordt hij niet. Eerst wil hij zijn advocaat bellen.

In 1975 tekende Peru CITES (Convention on International Trade in Endangered Species), waarin staat dat bedreigde dieren beschermd moeten worden. Op overtreding staat een geldboete die kan variëren van tienduizend euro tot een miljoen – vanuit hoofdstad Lima is afgelopen jaar besloten de boetes, die eerder slechts enkele honderden euro’s waren, te verhogen. De nieuwe minimumboete is nu zo hoog, dat Mendo Alegria zich er voor de inval over beklaagde: hij geeft liever helemaal geen boete, omdat je met deze bedragen een onderneming direct failliet laat gaan. Het gaat de milieu-autoriteit erom de mensen bewust te maken, niet om hun leven te verzieken.

Intussen gebaart de eigenaar van het resort naar een van zijn werknemers dat die ons moet filmen en fotograferen. In zijn ogen is het de schuld van de blanken dat het politieteam heeft besloten vandaag een interventie te doen. Met onze gezichten op de foto kan hij ons later terugpakken.

57 moorden

Het is geen loze bedreiging: Peru is een van de gevaarlijkste landen als het gaat om milieubescherming, met 57 moorden tussen 2002 en 2014. Dorpelingen die tegen mijnbouwprojecten demonstreerden, inheemse junglebewoners die illegale boskap tegengaan; iedereen die in de weg staat van het geld moet oppassen dat hem niet ergens achteraf in de jungle de keel wordt doorgesneden.

Terwijl de eigenaar opnieuw met zijn advocaat belt, die hem adviseert de apen af te geven en mee te werken, probeert een van zijn medewerkers onze gezichten op de foto te krijgen. We draaien weg van zijn camera, waarna hij weer aan de andere kant gaat staan. Mendo Alegria zal later vertellen dat dergelijke boze reacties voor hem moeilijk zijn: Tarapoto is een stad van iets meer dan honderdduizend inwoners, dus geregeld ziet hij in een bar of op de markt mensen die hem als agent herkennen. Daarom is hij mild voor de eigenaars van plekken waar ze een inval doen. ‘Noem het corruptie als je wilt, maar ik kan niet wonen in een stad vol mensen die me haten.’

De eigenaar besluit uiteindelijk geen boete te riskeren. De apen schreeuwen moord en brand wanneer Mendo Alegria in de kooi klimt om ze te pakken, waarna hij ze in twee kleine draagkooien stopt die met ijzerdraad en tiewraps zijn gerepareerd. Het politieteam moet dit soort spullen uit eigen zak betalen, net zoals zij bijvoorbeeld zelf betalen voor benzine voor hun pick-up en motoren of voor het voedsel voor dieren die na een inval even op het politiebureau worden ondergebracht voordat ze naar een opvangcentrum kunnen. Een hard gelag – hun salaris is omgerekend 550 euro per maand.

Terwijl de apen in de laadbak van de pick-up gezet worden, blijft het filmen doorgaan. De eigenaar zegt dat hij dit zal gebruiken voor een rechtszaak, wanneer zijn advocaat het politieteam en de gringo’s voor de rechter zal slepen.

Slangen uit een versleten rugzak

Wanneer we bij een rivier op een veerbootje wachten, staan er op het eerste gezicht alleen een paar gammele stalletjes waar bananenchips en blikjes fris worden verkocht aan wachtende Peruaanse toeristen in hun auto’s. Maar zodra de verkopers hebben vastgesteld dat de kust veilig is, verandert alles. Twee slangen worden uit een versleten rugzak getrokken. Drie apen komen uit een kartonnen doos vanonder de toonbank. Een kind loopt met een wolaap langs de auto’s voor foto’s.

De illegale handel en opsluiting van exotische dieren is niet altijd even zichtbaar in Peru. Veel mensen hebben geleerd dat westerlingen het niet waarderen apen en luiaards aan kettingen te zien. Dieren worden daarom niet altijd tevoorschijn gehaald. De rivieroversteek waar dit wel gebeurt, is slechts een van de duizenden toeristische plekken in het land. Wie op een markt naar een bijzondere diersoort vraagt, zal tussen de golfplaten hutjes worden geleid naar iemand die dit dier bezit. Bij een van de invallen gaan we met het team naar een toeristisch meertje. Wanneer we een uur voor de politie aankomen in onze gewone kleding, worden we benaderd door vier kinderen. Twee hebben een aapje bij zich, één een schildpad en de vierde een luiaard. ‘Hola gringo. Kijk eens wat schattig. Aaaah. Foto?’

De kinderen worden door hun ouders eropuit gestuurd om bij te verdienen voor het gezin. Nadat de agenten drie van de vier kinderen in hun kraag hebben gegrepen, doen de andere verkopers gelijk hun beklag. Ze vinden dat de politie die lieve kinderen niet hun dieren moeten afpakken. Intussen huilen de kinderen hun ogen zowat uit hun kassen – oprecht waarschijnlijk, aangezien ze weten dat ze later een pak slaag van hun ouders zullen krijgen voor deze arrestatie.

Opnieuw wordt het verhaal uitgelegd waarom er voor één aapje in gevangenschap gemiddeld tien zijn gestorven, maar de volkswoede bekoelt niet makkelijk. De andere verkopers vinden dat die kinderen ook een inkomen verdienen. Dat zij hiervoor bedreigde diersoorten het laatste zetje richting uitsterven geven, maakt niet uit; de armoede is te groot om aan globale problemen te denken. En dat is precies waarom de ouders hun kinderen inzetten: hen arresteren wordt niet door de gemeenschap gewaardeerd.

Politiecommissaris Erick Reategui Alvarez vertelt dat er twintigduizend mensen in zijn dorpje wonen. Daardoor kampt hij met dezelfde problemen als Mendo Alegria in Tarapoto: geregeld werd hij door dronken dorpelingen die nog boos op hem waren lastiggevallen. Ook Alvarez twijfelt hierdoor soms of hij ergens een inval moet doen.

Ocelotten

Eeuwig zonde, zegt de Israëlische wetenschapper Noga Shanee, die we tijdens de invallen ontmoeten. Volgens een wetenschappelijk artikel dat zij in december 2015 publiceerde in het American Journal of Primatology, worden er jaar- lijks honderdduizenden primaten vermoord en gevangen om als vlees op de markten te eindigen, of om in resorts en andere toeristische plekken terecht te komen. Buiten apen wordt er gejaagd op exotische vogels, luiaards en op ocelotten – katachtige roofdieren. Veel geld om deze handel tegen te gaan is er niet. Dierenhandel is geen prioriteit in het Zuid-Amerikaanse land dat kampt met enorme cocaïnesmokkel, straatcriminaliteit en corruptie.

In een recente zaak rondom een smokkelnetwerk voor illegaal gekapt hout uit de jungle, bleek dat twee politieagenten en twee werknemers van het General Directorate of the Wildlife Flora and Fauna in Ucayali betrokken waren. Er zou voor twintig miljoen dollar verhandeld zijn. Oftewel: in die regio deed het milieuteam zelf het vuile werk.

De kapucijnaap die ingenomen wordt bij het meer, heeft een lam oog en kale plekken; het gevolg van stress, mishandeling en een slecht dieet. Het beestje doet denken aan een drugsverslaafde die een winter lang buiten heeft geslapen. Kapucijnapen zijn veruit de slimste apen van Zuid-Amerika – tijdens onderzoek is gebleken dat ze het concept van geld begrepen en met onderzoekers onderhandelen over pinda’s. Als de aapjes in een kooi zitten, onderzoeken ze constant ieder stukje van de kooi op zwakke plekken in de constructie.

Shanee herinnert zich een inval een jaar geleden waarbij ze een recent gevangen kapucijnaap aantroffen. Het beestje had nog een stralende gezonde vacht. ‘De agenten vroegen welke apensoort het was. Ze herkenden er geen kapucijnaap in, aangezien ze gewend zijn dat die ziek is met kale plekken in de vacht.’

Het gebrek aan middelen van het politieteam is eindeloos. Om terug te komen vanaf het meertje bij Sauce moet er onderhandeld worden voor de prijs van een ritje met een bestuurder van een motorboot. De politie heeft geen eigen boot, wat een van de belangrijkste vervoersmiddelen is in de jungle. Op het politiebureau moet de stront van de luiaard met een oud shirt opgeveegd worden en om de geconfisqueerde apen, luiaard en schildpad verder te vervoeren wordt een roestige taxi gebruikt.

Het is bijna grappig om te zien hoe de rammelende auto met touw bijeen wordt gehouden terwijl de luiaard aan een verbogen stang hangt, ware het niet dat de Amazone het laatste grote stuk aaneengesloten regenwoud ter wereld is, waar diersoorten op hoog tempo verdwijnen. Plaatselijke natuurgidsen beklagen zich dat ze hun klanten te zelden dieren kunnen laten zien. De leegte in de jungle is een wereld van verschil met de jungle zoals die door de Portugese ontdekkingsreiziger Pedro Texeira, die als eerste Europeaan de Amazonerivier afvoer, werd beschreven in de zeventiende eeuw: ‘Nooit zullen mensen hier weten wat honger is,’ schreef hij, vanwege het vele wild overal.

Over je schouder kijken

Die avond lopen we door Tarapoto om met Shanee een biertje te drinken in het centrum, dat bestaat uit een aantal bars rondom een kruispunt. Op de terrasjes zitten backpackers die voor jungletochten zijn gekomen, en jonge Peruanen met hun westerse kleding en kapsels. Naast de schaduweconomie van illegaal hout dat via Tarapoto naar de hoofdstad wordt gebracht is de stad een goede uitvalsbasis voor toerisme. Al lopende valt Shanee stil, waarna ze achterom kijkt. Als we vragen wat er was, zegt ze dat we net voorbij de eigenaar van het resort waar de politie-inval was zijn gelopen. Gelukkig heeft hij ons niet gezien. ‘Je moet leren constant over je schouder te kijken als je hier wilt overleven,’ zegt Shanee.

Waaraan ze toevoegt dat het haar niet zal verbazen als iemand haar op een dag vermoordt. Doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag voor de wetenschapper. In de negen jaar dat ze in Peru met apen en andere bedreigde dieren werkt, kreeg ze honderden berichtjes op haar telefoon in de trant van: we weten waar je woont, we pakken je, etc. Tijdens een inval op een markt is het eens bijna misgegaan, waarna ze door de stad moest rennen met een geconfisqueerd aapje in haar armen, achtervolgd door een meute schreeuwende marktkooplui gewapend met machetes. ‘Als het gebeurt, is het ’t allemaal waard geweest. Ik heb duizenden dieren gered, vaak uit gruwelijke situaties die grenzen aan marteling. Wat is dan de prijs van één mensenleven?’

Dieren confisqueren is één ding, maar wat er daarna met ze moet gebeuren blijft onduidelijk in Peru. Sommige dieren, zoals de luiaards, kunnen direct vrijgelaten worden. Maar bij apen is dit anders: ziektes die zij hebben opgedaan door contact met mensen, zoals hepatitis of griep, kunnen complete koloniën uitroeien als de dieren zomaar het wild in gaan. Daar komt bij dat de meeste apen opnieuw moeten leren in het wild te leven en hun krachten moeten hervinden. Als ze te veel gewend zijn geraakt aan mensen, zullen ze die gelijk opzoeken in de jungle en opnieuw gevangen worden. Een aap alleen overleeft sowieso niet: apen moeten een groep vormen en zo de wildernis intrekken. Een oplossing hiervoor is Orlando, in Tarapoto beter bekend als ‘de gek op de berg’. Op twee uur lopen door de vochtige jungle van de stad heeft hij een stuk land waar hij apen langzaam laat verwilderen.

Scherpe tanden

Dus vertrekken we op een vroege ochtend om de dieren naar hem toe te brengen. Vlak voordat we bij Orlando aankomen, krijgen we instructies: kijk de apen niet in de ogen. Geen onverwachte bewegingen of geluiden, ook niet als ze bijten. Schreeuw niet. Nooit. Na een stuk of zeven beten houden ze vanzelf op. Als je schreeuwt of slaat, valt de rest van de groep ook aan. Vanuit de struiken kijken jungle-ogen onze kant uit. Verderop staat een grote kapucijnaap bij het pad, zijn scherpe tanden zichtbaar zodra hij zijn bek opent. Achter ons klinkt geruis van een aap die van tak naar tak slingert.

We treffen Orlando in boxershort en een vies T-shirt, omgeven door apen. Zijn armen en benen zitten vol littekens van de momenten waarop apen zijn mannelijke dominantie in twijfel trokken – het schijnt dat Orlando terug bijt, aangezien de beesten hem als alfamannetje moeten zien. Want apen die bij Orlando worden achtergelaten gaan een proces in dat ze voorbereidt op het leven in het wild, waardoor ze zich ook wild gedragen.

Ondanks zijn liefde voor apen heeft Orlando, die in het verleden werkte als milieu-autoriteit, moeite zijn opvangcentrum draaiende te houden. In tegenstelling tot Brazilië, is er in Peru geen overheidsgeld beschikbaar voor opvangcentra. Zonder overheidssubsidie kan hij zijn apen niet altijd de juiste medicijnen en goed eten geven, laat staan voor zichzelf zorgen. Desondanks is dit een van de weinige plekken waar de ingenomen dieren naartoe gebracht kunnen worden – dus laten we de apen bij hem achter.

Vier dagen varen met de stroom mee vanaf Tarapoto ligt de stad Iquitos, een jungle-stad van een half miljoen inwoners die alleen bereikbaar is via de Amazonerivier of per vliegtuig. De stad f loreerde in de tijd van de rubbertappers, maar de koloniale gebouwen uit die tijd zijn veelal vervallen en weggerot door de constant oprukkende schimmels van het vochtige klimaat. De economie draait tegenwoordig net als in Tarapoto voornamelijk op toerisme en smokkel. Volgens geruchten loopt de route van cocaïne via Iquitos naar Brazilië, waar de economische ontwikkeling van de afgelopen decennia vraag heeft gecreëerd.

Hier ligt een van de andere opvangcentra voor wilde dieren. De eigenaresse, de Oostenrijkse Gudrun Sperrer, probeert in tegenstelling tot Orlando alles via de officiële weg te doen. Het papierwerk voor de Peruaanse overheid is een ramp voor haar, waardoor het soms bijna onmogelijk is een aap weer in het wild te krijgen. ‘Soms, als ik gefrustreerd raak, ga ik naar de kooi met wolapen,’ vertelt Sperrer. ‘Wolapen komen je knuffelen. Dan vergeet je even alles.’

Rode oeakari

In het verleden heeft Sperrer mensen over de vloer gehad die haar grof geld boden voor apen die zij in haar opvangcentrum heeft. ‘De dierentuin in Dallas wilde mijn vliegticket en een appartement voor zo lang ik wilde betalen, in ruil voor een rode oeakari. Die apensoort staat op uitsterven, dus zoeken dierentuinen actief naar de laatste exemplaren voordat ze verdwijnen, waarmee ze de situatie juist verergeren.’

Aan de rand van Iquitos ligt de beruchte Belénmarkt, waar langs de kant van de rivier van alles wordt verhandeld. Voor toeristen is de markt een bezienswaardigheid: verkopers bieden er gerookt vlees van tapirs, op bananenbladen liggen in stukken gehakte Braziliaanse reuzenschildpadden en eieren van de Terekayschildpad – beide bedreigde rivierschildpadden.

Hoewel er dus veel gehandeld wordt in bedreigde diersoorten, wordt daar in Iquitos weinig tegen gedaan. De plaatselijke milieu-autoriteit is gevestigd in een houten gebouwtje dat met een rammelende ventilator koel gehouden wordt. Twee vrouwen zitten hun nagels te lakken en zeggen dat die smokkel in exotische dieren wel meevalt. In het afgelopen half jaar hebben ze naar eigen zeggen geen enkele zaak gehad. Ze waren druk met de verhuizing naar een nieuw pand.

De wet in Peru staat de inheemse bevolking toe hun traditionele leefgewoontes te behouden. Daaronder valt ook het eten van bushmeat zoals apen en tapirs. Als een inheemse Peruaan een aap vangt om voor te schotelen aan zijn familie, is dat dus legaal. Pas wanneer hij hetzelfde vlees naar de markt van een stad brengt om het daar te verkopen, overtreedt hij de wet. Maar als een ambtenaar hem komt vertellen dat iets niet mag, ziet de bewoner het als bemoeienis; hoofdstedelingen worden in de rest van Peru beschouwd als een overblijfsel van de vroegere koloniale macht.

Voor de junglebewoners is het onderscheid onduidelijk. In hun dorpen in de jungle leven zij samen met dieren, daar houdt men van apen zoals Nederlanders katten houden. De beesten komen naar de huizen omdat er eten voor hen is. Wanneer junglebewoners naar een stad als Iquitos verhuizen, nemen de Peruanen hun gewoontes uit de jungle mee. Maar in een huis met airconditioning en met een pick-up voor de deur, is het moeilijk vol te houden dat ze nog steeds een traditioneel leven leiden.

Zelfs ambtenaren uit junglesteden hebben moeite met het onderscheid. Zo vertelt een vrouw uit het milieuteam van Alvarez dat zij zelf ook af en toe een spies met apenvlees eet. ‘Dan zijn de apen toch al dood,’ zegt ze, waarna ze even aan haar eigen woorden twijfelt. ‘We moeten er toch alleen voor zorgen dat er geen levende apen verhandeld worden? Apenvlees is hier traditie. Mijn oma at het ook. Mijn familie verwacht dat ik het soms voor ze klaarmaak. Zo zijn wij gewoon.’

Gerelateerd nieuws