Door: Revu Redactie
Artikel
11

Longread | Reconstructie: wie vermoordde Miriam Sharon?

Afgelopen zomer meldde de Haagse politie niet zonder trots een doorbraak in het onderzoek naar de moord op de Israëlisch...

Afgelopen zomer meldde de Haagse politie niet zonder trots een doorbraak in het onderzoek naar de moord op de Israëlische Miriam Sharon (36) in oktober 1990. Dankzij DNA-onderzoek was het coldcaseteam op het spoor gekomen van haar 52-jarige landgenoot Daniël E. De man heeft de schijn behoorlijk tegen, maar zijn advocaat, mr. P. Scholte, ziet de rechtszaak vol vertrouwen tegemoet. ‘Het originele dossier uit 1990 en belangrijke sporen zijn vernietigd, terwijl het wél beschikbare bewijs allesbehalve overtuigend is.’

Fotografie Politie / Privébeelden

Den Haag, maandag 8 oktober 1990. De Regentesselaan ligt er op deze herfstavond rustig bij. Het is een grijze en regenachtige dag geweest, straatlantaarns langs de statige laan weerspiegelen in het natte wegdek. Het is bijna 22.00 uur als de rust wordt verstoord door een politieauto met sirene, die precies voor de deur van nummer 167 tot stilstand komt. Twee agenten stappen uit en haasten zich naar binnen, waar ze in het halletje worden opgewacht door de bewoners van een appartement op de bovenverdieping.

De agenten hoeven niet te vragen wat er aan de hand is. In de hal ligt vlak achter de deur in een plas bloed het lichaam van een dode vrouw. Ze is met messteken om het leven gebracht. De hevig geschrokken bovenburen hadden haar gevonden nadat ze iemand hadden horen gillen. ‘Het was meteen duidelijk dat ze dood was,’ zou een van hen later verklaren. ‘We durfden niet verder te lopen omdat we bang waren dat de dader nog binnen was.’

Behoorlijk gevochten

Als de dienders een kijkje nemen in woonkamer zien ze dat de boel f link overhoop ligt. Een rotan salontafel ligt op z’n kant, de grond is bezaaid met losse spullen. Het geheel wekt de indruk dat er behoorlijk is gevochten. Achter de schuifdeur bevindt zich een slaapkamer. Een van de agenten loopt naar binnen en treft er een tafereel aan dat hij nooit zal vergeten: in een bedje, verscholen onder een dekentje, ligt een jong meisje diep te slapen. Het is de 7-jarige dochter van de omgebrachte vrouw. Ze heeft zich bij alles wat er in het huis is gebeurd stilgehouden, zo zou later blijken, om uiteindelijk in slaap te vallen. Maar wát is er precies voorgevallen? En wie is het slachtoffer? Om op die vragen een antwoord te krijgen, roept de korpsleiding een team van twintig rechercheurs bij elkaar. De vermoorde vrouw wordt al snel geïdentificeerd als de 36-jarige, uit Israël afkomstige Miriam Sharon. Ze was door een relatie met een Nederlandse kunstschilder, die ze eind jaren 70 in Israël had leren kennen, in Den Haag terechtgekomen. Daar waren ze getrouwd en hadden ze het leven geschonken aan een zoon en een dochter. In 1989 was het huwelijk op de klippen gelopen. Miriam bleef met haar dochtertje aan de Regentesselaan wonen, haar ex betrok met hun zoontje een huis elders in Den Haag.

De recente scheiding is voor de recherche onmiddellijk een puntje van aandacht. Het zou immers niet de eerste keer zijn dat een ruzie tussen exen een fatale af loop kent. Zou de scheiding wel helemaal gladjes zijn verlopen? Was de omgangsregeling met betrekking tot de kinderen wel naar beider tevredenheid geregeld? Had Miriam misschien al een ander en was haar ex jaloers geworden? ‘Er ging destijds inderdaad al snel het praatje dat de ex ermee te maken moest hebben,’ zegt Nico van Empel, een Haagse boef in ruste die tegenwoordig in Thailand woont. ‘Ik heb Miriam vrij goed gekend en zelfs nog een heel leuke avond met haar gehad. Ze was een aardige en openhartige meid. Ze leek niet erg gelukkig met haar privésituatie en zocht haar vertier veel buiten de deur. Ze kwam veel in de Peanuts Bar op de hoek Weimarstraat-Beeklaan, in die tijd een ruige kroeg waar vooral criminelen over de vloer kwamen. Dus na de moord had iedereen zoiets van: dat zal haar ex wel zijn, vast jaloers geworden...’

Wilde verhalen

Hoewel de kranten maar magertjes berichten over de moord, is de zaak in de Haagse binnenstad het gesprek van de dag. Veel mensen blijken de donkerharige Israëlische te hebben gekend en over de mogelijke toedracht doen al snel de wildste verhalen de ronde, waarbij steeds weer de naam van de ex valt. Toch stelt de recherche al snel vast dat het motief niet in die hoek moet worden gezocht. Er was geen verontrustende wrijving geweest tussen Miriam en haar ex en bovendien heeft de kunstenaar een sluitend alibi.

Over de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer brengt de politie weinig naar buiten, behalve dat ze een ‘betrekkelijk rustig en geregeld’ leven leidde. Miriam bracht elke ochtend haar dochtertje naar school en haalde haar ’s middags weer op. De uren waarin ze de handen vrij had, benutte ze door te fotograferen, te bellen met haar familie in Israël of op stap te gaan om nieuwe mensen te ontmoeten. ‘Dat laatste klopt zeker,’ zegt Nico van Empel, ‘al waren dat ook mensen uit verkeerde kringen. Mimi werkte volgens mij niet en had altijd geld nodig. Dat maakte haar misschien kwetsbaar voor types met verkeerde bedoelingen. Zeker in een drugshol als de Peanuts Bar.’

In tactisch opzicht wil het die eerste week niet erg vlotten met het onderzoek. Er worden vele mensen gehoord, maar informatie over een mogelijke verdachte blijft uit. Het technisch onderzoek daarentegen heeft wél iets opgeleverd. Zo staat vast dat de dader niet door (in) braak is binnengekomen. De deur was onbeschadigd waardoor het er dus op leek dat Miriam de dader zelf heeft binnengelaten. Kende ze hem of haar? Had ze een afspraak met iemand? Of was ze gewoon goed van vertrouwen geweest?

Een ander meevaller voor de technische recherche is de vondst van een onbekende zwarte jas, die in de woonkamer hangend over een stoelleuning wordt gevonden. In de jas blijkt zich het label te bevinden van een stations-bagagekluis in Brussel. Als de Belgische politie daar op verzoek van de Haagse recherche een kijkje neemt, treffen ze er onder andere het legitimatiebewijs aan van de 26-jarige Israëliër Daniël E. uit Petach Tikva, een plaats iets ten oosten van Tel Aviv.

Een voltreffer, zo lijkt het. Toch is het nog niet genoeg. Want om de man direct en onweerlegbaar in verband te brengen met de moord is meer nodig dan alleen een jas op het plaats delict. Verder wordt aan de hand van de gevonden spullen duidelijk dat Daniël E. een kompaan heeft (in 2014 overleden) met wie hij in Nederland optrekt, maar tot aanhoudingen komt het niet. Het wettelijk vereiste ‘redelijk vermoeden van schuld’ dat nodig is om tot aanhouding over te gaan ontbreekt. Dit tot frustratie van de rechercheurs, want hun gevoel zegt dat ze met E. behoorlijk in de goede richting zitten.

Nadat het lichaam van Miriam Sharon naar Israël is overgevlogen voor de begrafenis, zoeken de rechercheurs onvermoeibaar door naar nieuwe sporen en aanknopingspunten. Tevergeefs. Het onderzoek naar de moord op de Israëlische loopt vast en er zit niets anders op dan het team te ontbinden. De rechercheurs gaan terug naar hun eigen district en de processenverbaal worden verpakt en opgeslagen in een archief kamer.

Losse eindjes

Eigenlijk is de zaak al min of meer in vergetelheid geraakt, als het dossier in 2016 door het coldcaseteam tevoorschijn wordt gehaald. Dat wil zeggen: délen van het dossier. Want tot schrik van de onderzoekers blijken niet alle ordners meer aanwezig te zijn. Waar ze ook zoeken, het ontbrekende deel van het dossier is en blijft onvindbaar. Een andere verklaring dan dat het door interne verhuizingen is kwijtgeraakt is er niet. Desondanks wordt besloten de resterende stukken bijeen te brengen en nog eens grondig tegen het licht te houden. Want in 26 jaar tijd is er op opsporingsgebied veel veranderd en wie weet bieden losse eindjes van toen toch nog mogelijkheden.

De hoop van het team is met name gevestigd op het oude sporenmateriaal, zoals de jas en een sigarettenpeuk die in 1990 blijkbaar is veilig gesteld. De spullen worden naar het Nederlands Forensisch Instituut gestuurd en na enkele weken volgt de uitslag; forensisch specialisten zijn er dankzij de nieuwste technieken inderdaad in geslaagd om vanaf de peuk het DNA-profiel van de mogelijke verdachte te isoleren.

Stap één van het nieuwe onderzoek is gezet.

Stap twee is het opsturen van het DNA-profiel naar nationale en internationale databanken. En opnieuw zit het de recherche mee, want het DNA blijkt voor te komen in een databank in Israël. Het profiel komt overeen met dat van een oude bekende: de inmiddels 52-jarige Daniël E. Hoewel de man officieel nog in Petach Tikva woont, hoeft de recherche weinig moeite te doen om hem te traceren. E. blijkt namelijk in augustus 2015 naar Amsterdam te zijn verhuisd, waar hij inmiddels als een vrome jood, met zwarte kleding en keppeltje, door het leven gaat.

Het is maandag 22 augustus 2016, bijna 26 jaar na de moord, als een arrestatieteam Daniël E. in Amsterdam in de boeien slaat. Het nieuws over de arrestatie en mogelijke doorbraak slaat in als een bom, niet in het minst bij de inmiddels volwassen kinderen van Miriam, van wie er één in Nederland woont en één in Israël. ‘Het is natuurlijk nogal wat als er na 26 jaar een politieman aan de deur staat met nieuws over de moord op je moeder,’ is het enige dat coördinator Leo Simaïs van het coldcaseteam ‘in belang van het onderzoek’ over de zaak kwijt wil.

Verdachte Daniël E., getrouwd en vader van vijf kinderen, blijkt een ander leven te hebben geleid dan zijn religieuze voorkomen doet vermoeden, zo ontdekt Revu op basis van bronnen in Israël. Al in 1982 kwam hij op 17-jarige leeftijd voor het eerst in aanraking met justitie. Een jeugdrechtbank in Petach Tikva veroordeelde hem tot 18 maanden voorwaardelijk wegens drugshandel. Twee jaar later werd E. opnieuw opgepakt, deze keer voor fraude met cheques, het bedreigen van een getuige en diefstal. De rechtbank veroordeelde hem toen tot dertig maanden cel.

Daniël E. was nog maar nauwelijks vrij of in 1985 was het opnieuw raak. Een rechtbank in Tel Aviv veroordeelde hem in dat jaar tot zeven jaar cel wegens wapenhandel, bendevorming en het verkrijgen van onroerend goed door middel van afpersing. Verder zou E. hebben geprobeerd om met explosieven een gebouw op te blazen. Tijdens zijn detentie voor deze zaken legde de rechtbank in Petach Tikva hem nog eens twee jaar extra op wegens enkele mishandelingen en bedreigingen.

In het najaar van 1990 kwam Daniël E. vrij. Hij reisde via Brussel naar Nederland, zo vermoedt de politie, waar hij in oktober dat jaar dus mogelijk betrokken was bij de moord op Miriam Sharon. Uiteindelijk keerde E. terug naar Israël waar hij zijn criminele loopbaan voortzette. Bij zijn arrestatie in Amsterdam was hij net een jaar vrij van een gevangenisstraf van 22 maanden voor drugshandel in Tiberias.

Geen eerlijk proces

En nu zucht draaideurcrimineel E. dus in een Nederlandse cel. Of het coldcaseteam met zijn aanhouding de moordenaar van Miriam Sharon te pakken heeft zal echter nog moeten blijken. Ogenschijnlijk heeft Daniël E. straks voor de rechtbank in Nederland heel wat uit te leggen, onder andere over de sigarettenpeuk met zijn DNA en de herkomst van de jas. Maar volgens E.’s advocaat mr. Pim Scholte is het beslist nog geen gelopen koers.

‘Dit dossier rammelt,’ zegt de strafpleiter. ‘Voor zover je überhaupt kunt spreken van een dossier. Het originele dossier uit 1990 is er niet meer. Er zijn slechts delen in het archief teruggevonden zonder dat we weten waaruit het volledige dossier heeft bestaan. Daarnaast zijn belangrijke sporen uit die tijd vernietigd, zodat er geen onderzoek meer aan kan plaatsvinden. Het originele dossier is in een moordzaak, zoals in elke strafzaak, de basis voor een vervolging. Nu ik geen kennis kan nemen van het onderzoek uit 1990 en dus niet kan toetsen wat dat onderzoek allemaal heeft opgeleverd, kan er volgens mij geen sprake meer zijn van een eerlijk proces.’

Ook op het gewicht dat wordt gegeven aan de DNA-match heeft Scholte kritiek. ‘Een DNAspoor op een verplaatsbaar object, zoals een peuk, bewijst niet dat de DNA-donor iemand heeft omgebracht. Belangrijk is overigens dat niet bekend is of de peuk in de woning of ergens anders is veiliggesteld. In deze zaak is verder nog relevant dat doodslag is verjaard en dat betekent dat de officier van justitie moet bewijzen dat er sprake is geweest van voorbedachte rade, ofwel moord. Los van het feit dat een eerlijk proces niet meer mogelijk is, ontbreekt het bewijs op basis waarvan cliënt als dader van moord kan worden aangemerkt, zo is mijn stellige overtuiging.’

Op 21 februari is er voor de rechtbank in Den Haag een pro forma-zitting. Dan zal blijken hoe het er voor staat met het onderzoek. Kan het coldcaseteam verder bouwen aan een ijzersterke zaak? Of zal mr. Scholte nog meer punten hebben gevonden waarmee de bewijsvoering in twijfel kan worden getrokken? Vragen zijn er in ieder geval genoeg. Zo is het bijvoorbeeld nog volstrekt onduidelijk wat de relatie tussen Miriam Sharon en de verdachte is geweest. Als die er al is geweest, want de recherche heeft de twee tot op heden niet aan elkaar kunnen linken.

Een van de dingen die het toen 7-jarige dochtertje van Miriam op die dramatische avond vanuit de woonkamer had gehoord, was dat de dader zei ‘in opdracht’ te zijn gekomen. Maar ja in opdracht van wie? Was Miriam inderdaad in verkeerde kringen terechtgekomen en had ze zich op een of andere manier hopeloos in de nesten gewerkt? Er is één persoon die op al deze vragen wellicht het antwoord heeft, maar die zwijgt als het graf.

Gerelateerd nieuws