Door: Julie Enthoven
Artikel
13

Longread | Reportage: op vakantie in het Medellín van Pablo Escobar

Met de populariteit van Netflix-serie Narcos lijkt de fascinatie voor Pablo Escobar groter dan ooit. De toeristenindustr...

Met de populariteit van Netflix-serie Narcos lijkt de fascinatie voor Pablo Escobar groter dan ooit. De toeristenindustrie in zijn thuisstad Medellín speelt hier handig op in: tegen betaling zit je op de bank bij broer Roberto, maak je ritjes met zijn voormalige chauffeur en kun je zelfs paintballen in een van de huizen van El Patrón. Niet alle Colombianen zijn daar blij mee. Op zoek naar Pablo in een verdeelde stad.

Fotografie Paul Smith

Locatie 1: op familiebezoek

Op het dashboard prijkt een sticker van de beroemde mugshot van Pablo Emilio Escobar Gaviria. De uitdagende lach van de maffiabaas reflecteert in de ruit waarachter de parken, kantoren en graffitimuren van Medellín voorbij schieten. Plotseling verdwijnt de norse blik van het gezicht van de chauffeur. Hij grijnst jongensachtig en trapt abrupt het gas in. Het witte minibusje schiet in volle vaart de heuvel af. ‘Oh my god, the full experience!’ joelen de acht toeristen achterin jolig terwijl ze elkaar vastgrijpen om niet om te vallen. ‘Zo reed ik ook als ik moest vluchten met Escobar’, lacht de bestuurder.

We zitten in de auto bij iemand die zich Jaime noemt. We krijgen geen achternaam en mogen geen foto´s maken. Jaime beweert de voormalige chauffeur te zijn van Pablo Escobar, een van de grootste criminelen uit de geschiedenis. Op het middenconsole van de minibus ligt een korrelige zwart-wit-foto die zijn identiteit aan toeristen moet bewijzen. Links op de afbeelding zien we Gustavo Gaviria, de rechterhand van Escobar en het financiële brein achter het Medellín-kartel. Aan de overkant van de tafel zit Escobar, ontbloot bovenlijf, leunend met zijn ellebogen op zijn knieën. Op de achtergrond van de foto zien we een jongen met een petje, die inderdaad heel goed de jonge versie van onze chauffeur zou kunnen zijn. De acht toeristen zitten in het busje bij Jaime omdat ze bij hun hotel The Pablo Escobar Tour hebben geboekt. Voor ongeveer dertig euro per persoon bezoeken ze locaties die verbonden zijn met Escobar. Het is een van de vele tours die in Medellín worden aangeboden rondom het thema. Met het toenemende toerisme in de stad en de populariteit van Narcos lijkt de interesse in de drugsbaas een hoogtepunt te beleven. Bij deze tour profiteert zijn familie daarvan: de toeristen betalen voor een bezoek aan Pablo’s broer Roberto. Roberto Escobar was de accountant van zijn broers drugskartel. Hij belandde hiervoor in het gevang, waar hij een aanslag met een bombrief overleefde. De aanval beschadigde zijn zicht en gehoor, en met zijn leeftijd van 69 jaar ontvangt hij de toeristen in zijn huis dan ook enigszins warrig. ‘Welkom, dank voor je komst, waar wil je op de foto?’ vraagt hij als we zonder fotograaf zijn terrein bezoeken. ‘Bij mijn chauffeur kun je boeken en stickers kopen.’ Vragen beantwoordt Roberto niet of vaagjes. Als we nog een keer met fotograaf komen, blijkt Roberto ziek en niet beschikbaar om toeristen te ontvangen. Tourgids Cristian Lopéz toont de trucjes van het huis. Wie het houtwerk aan de voorkant van een stevig bureau wegschuift, ziet dat de poten hol zijn en precies breed genoeg voor een bankbiljet. ‘Hierin lag 1 miljoen dollar verstopt,’ roept hij enthousiast. Hij loopt naar een inbouwkast in de hoek en duwt zachtjes tegen de zijkant. Het gevaarte schuift open en erachter wordt een kleine ruimte zichtbaar. ‘Schuilplaats.

Mét zuurstofflessen. Je weet nooit hoe lang je je moet verstoppen.’ ‘Hé, dit is dat huis van de serie!’ roept een Dominicaans-Amerikaanse bezoeker met een baseballpetje. Ze houdt haar selfiestick voor een grote afbeelding aan de muur. Daarop zien we Hacienda Nápolis, een uitgestrekt landhuis met een zwembad waarin een helikopterplatform is aangelegd. De toeristen klikken tevreden met hun camera’s. Dit was dertig euro waard: Narcos is echt.

Locatie 2: El Patrón beschermen

Sergio Oimos, een Amerikaanse backpacker van Mexicaanse komaf, schuift de mouw van zijn T-shirt omhoog.

‘Look!’ wenkt hij met grote ogen. Hij wrijft zachtjes over de grote rode punt op zijn linkerarm, waaromheen zich een flinke blauwe cirkel heeft gevormd. ‘Battle-scar,’ concludeert hij droog. Sergio komt net terug van een paintballtour in Villa La Manuela, een van de honderden huizen die Pablo Escobar in Colombia bezat. Op de ranch, die op een uurtje buiten Medellín aan het meer van Guatapé ligt, staat de ruïne van een van die huizen. Het pand werd in 1993 uiteengereten door een bom van het Cali-kartel, de grootste concurrent van het Medellín-conglomeraat. In de overgebleven ruïne zie je de dubbele muren waarin Escobars kartel dertig jaar geleden geld en cocaïne verstopte. Tegenwoordig herbergt het landgoed de natte droom van iedere Narcos-kijker: je kunt je vrienden met verf beschieten op het landgoed van een van de meest gewelddadige criminelen in de geschiedenis. Voor zo’n dertig euro speel je er de jacht op Escobar na. Een van de paintballteams krijgt een ‘Pablo’ om te beschermen, het andere team jaagt op hem als Colombiaanse politie. Met de attractie lijken de uitbaters de ideale manier te hebben gevonden om geld te verdienen aan het Escobarverleden.

Dat blijkt wel als we vragen of we de mansion mogen bezoeken voor deze reportage: gratis publiciteit doet er niet toe, we zijn alleen welkom als we vijfhonderd dollar meenemen. ‘You are going to make money with this story, right?’

Altijd maar die drugs

De paintballtour en het bezoek aan Roberto zijn slechts enkele manieren waarop de Colombiaanse toeristenindustrie geld verdient aan het Escobar-verleden. Deze uitbating kan niet op de waardering rekenen van alle inwoners van Medellín. Wie boven de 35 is, herinnert zich levendig het geweld dat de stad jarenlang teisterde dankzij de aanwezigheid van het kartel. Het begon eind jaren zeventig met moorden in de onderwereld, die zich als een cluster bacteriën vermenigvuldigde in de wijken van Medellín. Nadat de minister van Justitie, Rodigro Lara, Escobar in 1983 ontmaskerde als drugsdealer, begon een klopjacht op het kartel. El Patrón antwoordde met geweld: hij liet politici vermoorden, het Paleis van Justitie aanvallen, reikte beloningen uit voor het vermoorden van politieagenten, blies een vliegtuig op en liet bommen in de hele stad ontploffen. Tegelijkertijd vocht hij een bloedige oorlog uit met het concurrerende kartel uit de zuidelijke stad Cali, en dan waren er ook nog zijn vijanden Los Pepes, die niet schuwden om geweld te gebruiken. Toen Escobar uiteindelijk gedood werd op 2 december 1993, sloeg een nieuwe kogelregen neer op Medellín omdat de onderwereld begon te vechten om zijn erfgoed. Wie zich een jeugd tussen dit geweld herinnert, kan het uitbaten van het Escobar-verleden wellicht niet waarderen. ‘Je wist nooit waar de volgende bom af zou gaan,’ herinnert gids Andrès Munera zich levendig van zijn tienerjaren in Medellín. Zijn organisatie Landventure Travel is een van de weinige tourbureaus uit Medellín die geen Escobar-producten aanbiedt. Munera weet dat er een hoop geld te verdienen valt met Pablotoerisme. ‘Niet alles draait om geld. Principes en waardigheid moeten belangrijker zijn. Het is niet fijn om in Parque Lleras te lopen, een veelbezocht park in een van de beste wijken van Medellín, en daar te zien dat iemand schilderijen staat te verkopen van het gezicht van Pablo Escobar. Ik weet dat zo’n persoon probeert om rond te komen, maar het voelt niet erg waardig.’ Manuel Garces, gids voor Medellín City Services, rijdt toeristen met zijn grijze Mitsubishi naar verschillende Escobar-plekken in de stad. Af en toe wijst hij uit het raampje: ‘Kijk eens wat een mooie bibliotheek, daar kan iedereen uit de wijk heen!’ ‘Zie je hier links dit mooie park? Als je nu je telefoon pakt, zie je dat er zelfs wifiis!’ Garces begrijpt de kritiek op Escobartours, maar weet ook dat toeristen hier simpelweg erg in geïnteresseerd zijn. ‘Ik kan het geld gebruiken en doe de Escobartour. Maar ik laat ondertussen ook zien hoeveel Medellín veranderd is sinds die tijd en vertel over de mooie kanten van Colombia: Shakira, Juanes, Sofîa Vergara... Daar hoor je nooit iemand over, het gaat altijd alleen maar over drugs. Puta madre, that’s not good!’

Locatie 3: Don Pablo’s laatste schuilplaats

Na een korte rit langs kantoren, hotels en winkelcentra in de luxe wijk Poblado, stopt de auto van Garces voor een robuust maar nietszeggend flatgebouw. We staan voor Edificio Monaco, een van de bekendste panden van Escobar dat in 1988 werd zonder succes werd gebombardeerd door het Cali-kartel. De bruinige gevel is duidelijk ooit witter geweest, over het balkon van de vierde etage loopt een brede streep groene algaanslag en tegen een stevig hek hangt een kreukelig bedrukt doek met ‘Ministerio De Defensa Nacional’. De auto stopt opnieuw voor een onopvallende woning. Het blijkt de laatste schuilplaats van Escobar. Door een telefoontje met zijn zoon af te tappen, ontdekten de autoriteiten op welke locatie de drugsbaas was ondergedoken. Op 2 december 1993 drongen ze deze woning binnen, doodden zijn bodyguard en ten slotte ook Escobar zelf, die probeerde te vluchten via het dak van het pand erachter. Garces geeft zijn toeristen de tijd om foto’s te nemen bij de panden, maar meer dan steen is er niet meer te zien.

Afrekenen met het verleden

‘Het dak van de dood’, de schuilplaats en Edificio Monaco hebben de afgelopen jaren nieuwe bestemmingen gekregen. Onder het dak waarop Escobar zijn laatste adem uitblies, bevindt zich een juridisch kantoortje en de schuilplaats is een tijd een stripclub geweest, ironische functies voor het erfgoed van een drugslord. De meest symbolische bestemming is er echter voor Monaco. Het pand dat gebouwd werd door de man die alleen al in januari 1990 ruim vierhonderd politiemensen liet vermoorden, wordt op dit moment omgebouwd tot kantoor van de plaatselijke politie. Dat uitgerekend de politie een plek bezet die zo prominent was voor iemand die zorgde voor geweld in de stad, is symbolisch voor de fanatieke manier waarop Medellín probeert af te rekenen met zijn verleden. Rond 1990 kraakte de stad onder het lood van de kogelregen en gold het als de gevaarlijkste stad ter wereld. Inmiddels is de criminaliteit in de stad drastisch afgenomen en in 2013 werd Medellín zelfs uitgeroepen tot de meest innovatieve stad op aarde.

Het leven is dan ook in rap tempo verbeterd onder het motto ‘sociale urbanisatie’. Dit komt erop neer dat de gemeente een groot deel van zijn budget uitgeeft aan infrastructuur en sociale projecten in arme wijken. Zo vind je overal in de stad bibliotheken en buurtcentra, parkjes, speeltuinen en gratis fitnessgelegenheden. Absolute eyecatcher in de ontwikkeling is het openbaar vervoer. Afgelopen jaar werd een trambaan geopend, en Medellín is sinds 1995 de enige Colombiaanse stad met een metronetwerk. Het openbaar vervoer houdt niet op in het centrum van de stad. Inwoners van de armere wijken, die tegen de bergen rond Medellín zijn geplakt, kunnen via een kabelbaan naar beneden. Zo kan de arme bevolking de stad sneller bereiken, en dit moet de verbinding tussen mensen verbeteren. In de voorheen gewelddadige wijk Comuna 13 zijn roltrappen aangelegd met datzelfde doel.

Locatie 4: Begraven onder bloemen

Er staat een aangenaam briesje op Cemetario Jardins Montesacro, de begraafplaats die het lichaam van Pablo Escobar herbergt. In stilte kijkt de heuvel neer op de golvende zee van rode bakstenen die samen Medellín vormen. Aan de rand van de heuvel, waar de begraafplaats plotseling ruimte maakt voor een afgrond, ligt een een breed familiegraf met zeven stenen. In het donkergroene marmer van de buitenste steen zijn met gouden sierletters vier namen aangebracht: Pablo Emilio Escobar Gaviria. De toeristen, die gretig met hun camera’s aan de slag gaan, zijn voorbereid door de gids. ‘Op sommige dagen worden we uitgescholden door voorbijgangers, op andere dagen zit er iemand bij het graf te bidden.’ Escobargidsen worden soms uitgescholden omdat voorbijgangers toerisme rond Escobar schandalig vinden. Maar er zijn ook nog altijd mensen voor wie Escobar een held is, en vandaag zijn zij in de meerderheid. Bij het graf liggen wel acht boeketten met verse bloemen. Plotseling rennen twee honden met truitjes aan het graf op. Ze worden gevolgd door Omaira Ramirez en haar zoontje. Ramirez draagt roze lippenstift, een mouwloos shirtje en een bezem.

Ze herschikt de kleurige compositie flora achter de steen van Escobar. Na een tevreden knikje begint ze met haar bezem de randen van het graf te bewerken. ‘Ik kom hier elke dag om het graf te onderhouden,’ vertelt Ramirez. Hoewel ze er niet voor betaald wordt, wil de 28-jarige zeker weten dat de rustplaats van haar held er iedere dag mooi bij ligt. ‘Hij is de president die het land nooit heeft gehad,’ zegt ze schouderophalend. ‘Hij heeft zoveel voor de armen gedaan. Mijn hele familie, moeder, broers: iedereen houdt van hem. En ik draag op deze manier mijn steentje bij.’

Locatie 5: Dit is Pablo’s buurt

Dat Ramirez niet de enige is die de grootste drugsdealer van Colombia verheerlijkt, wordt duidelijk als gids Manuel Garces ons de heuvels aan de rand van Medellín oprijdt. Hoe hoger het huis tegen de bergwand is aangedrukt, hoe armer de bewoner. En sommigen van deze bewoners hebben een huis dankzij Pablo Escobar. In 1982 probeerde El Patrón verkozen te worden in het congres. Hij presenteerde zich als man van het volk en om dit imago kracht bij te zetten, doneerde hij geld, sportveldjes en kerken aan de arme gemeenschappen van Medellín. Toppunt van zijn generositeit waren de honderden huizen voor de armen die hij liet bouwen, waaronder deze wijk. Dit is nu bekend als Barrio Pablo Escobar (de Pablo Escobarbuurt), hoewel het stadsbestuur die naam liever niet gebruikt. ‘Welkom in de Pablo Escobar-buurt, hier ademt men de vrede,’ meldt de tekst op de muur bij de ingang van de wijk. Ernaast is een gestileerd portret van Escobar aangebracht, boven de muur staat een klein kapelletje. Drie jonge toeristen stappen uit een auto, maken foto’s van de muur en stappen dan weer snel in.

Door haar raam groet Margerita Zapata de mensen die de wijk wél betreden via de steile trap naast haar huis. Ze woont al veertig jaar in dit huis, ‘vanaf het begin’. Voordat ze de woning betrok, woonde ze in een hutje bij een vuilnisbelt. Als alleenstaande moeder voedde ze haar vier kinderen met het geld dat ze verdiende met het recyclen van afval. Als dat niet genoeg was, aten ze het voedsel dat een nabije vleesverwerkingsfabriek op de afvalhoop stortte. ‘Ik wist precies hoe ik de worstjes en kip toch nog kon klaarmaken’, herinnert ze zich. Op een dag veranderde haar leven drastisch. ‘Op de vuilnisbelt werden briefjes uitgedeeld met huisnummers. Het waren de huizen in de nieuwe buurt van Pablo Escobar. Ik ging naar deze nieuwe buurt, zocht het nummer op het kaartje, en het huis was van mij’, glundert Zapata. Daarmee was ze overigens niet direct uit de problemen, want het huis bestond alleen uit vier muren en had geen gas, licht of water. ‘Ik moest koken op een houtvuur.’ Zapata bleef werken op de vuilnisbelt en toen dat niet meer ging, werd ze huishoudster. Met dat geld heeft ze haar huis ondertussen kunnen inrichten. Voor de armen in wijken als Communa 13 en Santo Domingo bracht Escobars drugsimperium dood en onveiligheid. Datzelfde gold voor bewoners van vele rijkere buurten in de stad. Maar voor sommige groepen armen, zoals de werkers op de vuilnisbelt, veranderde Escobars drugsgeld het leven op een positieve manier. De vraag naar zijn gewelddadige erfgoed ketst Zapata af met ‘Ik weet daar niet zoveel van, ik ben niet opgeleid.’ Ze blijft naar haar handen kijken terwijl ze spreekt. ‘Maar ik ben dankbaar voor het huis van Pablito.’