Door: Martijn Neggers
Artikel
8

Onze man op het luchtballonnenfeest in Barneveld

Luchtballonnen spreken tot de verbeelding. Van alles en iedereen. Er hoeft er maar één over te vliegen, en niet alleen k...

Luchtballonnen spreken tot de verbeelding. Van alles en iedereen. Er hoeft er maar één over te vliegen, en niet alleen kinderen, maar ook volwassenen beginnen zich als kleuters te gedragen en naar boven te zwaaien. Maar het kan nog altijd gekker. Elk jaar is er in ­Barneveld een luchtballonnenfeest onder toeziend oog van een groot publiek. Tenminste, als het niet gaat regenen. Onze man zocht ze op.

Fotografie Clemens Rikken

Er hangen donkere wolken boven het Barneveldse ballonnenfeest, maar het mag de pret niet drukken. Aan een nog net ietwat onprettig buitenrandje van de Biblebelt hebben zich allerlei mensen verzameld die de grote spektakelshow willen gaan aanschouwen. Op een groot veld is een terrein afgezet waar een grote hoeveelheid luchtballonnen opgetuigd gaat worden. Daaromheen is veel ruimte voor het enthousiaste publiek dat in behoorlijk groten getale is op komen dagen. Sommigen hebben wat meer betaald voor een viptafel op het ereterras, anderen hebben bespaard op de miseen-scène en zitten naast elkaar gepropt op de gewonemensentribune. Weer andere mensen blijven liever staan, of wandelen om het ballonnenterrein heen.

Hoewel ze allemaal dolenthousiast lijken te zijn, kijken de mensen op het terrein allemaal een beetje angstig naar de hemel. Zo God het wil, zal het evenement doorgaan, maar als het regent, stijgt er geen enkele ballon op. Aan een van de tafels op het vipterras staat burgemeester Bolsius van Amersfoort, die dan misschien geen tijd had zich hard te maken om uitzetting van een Armeense moeder van twee kinderen te voorkomen, maar gelukkig nog wel een gaatje in zijn agenda kon vinden voor het spectaculaire ballonnenfeest in Barneveld. Een mens moet nou eenmaal prioriteiten stellen in het leven. Bolsius lacht een gulle lach en steekt zijn hand op, als ik Lifestyle hem roep. Ik glimlach maar, en zwaai een keer terug. De liefde voor de ballon gaat diep, blijkbaar.

Groot spektakel

Als ik om het hek van het vipterrein loop, in de richting van de plek waar de luchtballonnen in busjes het veld op worden gereden, word ik begroet door twee enthousiaste vrijwilligsters in fluorescerende hesjes. Een mevrouw van achterin de 50, en een vrouw van een jaar of 30. Enthousiast vertellen ze over de ballonnen.

‘Ja, dit is toch gewoon geweldig?’ verzucht de oudere mevrouw, met een gelukzalige glimlach.

‘Dit is zo geweldig. Dit zie je nergens. Ner-re-gens.’ Wat niet? Luchtballonnen?

‘Nou, gewoon, zo’n spektakel als dit. Zó veel ballonnen. En we doen dit al járen, hè?’

Oh, oké. Ik had er nog nooit van gehoord.

‘Pardon? Nog nooit!’ De mevrouw lijkt oprecht verbaasd te zijn. ‘Waar kom jíj vandaan dan?’ Tilburg.

‘Oh…’ Maar, oké, dit is dus een feest van de aviatie? Een grote orgie van heteluchtballonnen?

‘Nou, er zijn wel veel mensen op af gekomen, ja, als je dat bedoelt. Gisteren ook. Gisteren was zo mooi. Toen was er een hele grote luchtballon met een buitenboordmotor.’

‘Ja, geweldig, was dat,’ vult de jongere vrouw haar collega-vrijwilliger aan.

Wauw, en waar vloog die helemaal naartoe dan?

‘Nou ja,’ antwoordt de oudere vrouw, ‘uiteindelijk niet zo heel ver. Want er ging iets mis in de techniek, dus hij kwam niet veel verderop in de bomen terecht.’

Maar dat mocht de pret niet drukken?

‘Och ja, het was wel jammer natuurlijk. Maar, och, jongen, vandaag. Vandaag wordt het wat. Dat hele veld staat straks vol met luchtballonnen. Zó veel. En zó bijzonder. Op een eerdere editie was er zelfs een luchtballon in de vorm van Vincent van Gogh, hoe vind je die?’

Oh?

‘Ja, en er schijnt er nu een te zijn in de vorm van een motorfiets.’

Als ze maar niet neerstorten.

‘Ja. Maar, zoiets groots, zoiets feestelijks, en al jaren, hè? Dat zie je eigenlijk nergens. Alleen hier in Barneveld.’

Oké.

Ballonnendingetjes

Een paar meter verderop wordt mijn blik getroffen door een partytentje met daarin twee vrouwen die een tafel met luchtballonnenspulletjes hebben uitgestald. Een van de vrouwen, de wat oudere mevrouw Van de Beek, zit onder een dekentje, en bekijkt de hele handel van een afstandje. Een mevrouw van een jaar of 65 staat enthousiast achter haar tafel met ballonnenmerchandise. U verkoopt allemaal ballongerelateerde artikelen? Bent u zo’n ballonliefhebber?

‘Ja, ja. Allemaal ballongerelateerd. Maar die mensen hier, die verzamelen dat. En die piloten komen altijd naar mij. Ik doe dit al 35 jaar.’ 35 jaar ballonnendingetjes verkopen. Toe maar. En wat is uw lievelingsballonnendingetje?

‘Oh, ja, maar dat is elk jaar anders, joh, kijk. Nu is daar, dit hè, kijk.’ Paulien wijst naar een speldje met een luchtballon erop. ‘Deze lopen het hardst, dit jaar.’

Waarom?

‘Omdat die hier is dit jaar. Die is gisteren opgestegen. En ik heb natuurlijk ook nog ballonnenmokken!’ roept ze er vrolijk achteraan, wijzend naar haar koffiemok. Op haar mok, en ook op die van mevrouw Van de Beek, staan ballonnen. Trots houden ze allebei hun ballonnenmok omhoog. Dan wijst ze naar een ballon in de vorm van Van Gogh. ‘Oh, ja, en deze natuurlijk.’

Ah, de beroemde Van Gogh-ballon. Hij zou het zelf eens moeten zien.

‘Ja, maar die is ter hemele.’

Ik weet niet of Van Gogh nou iemand was, met al zijn maniertjes, die in de hemel binnengelaten zou worden.

‘Nou, je weet maar nooit. Iedereen komt er tegenwoordig maar in. Oh, en hier, kijk, een gezellig ballonnentheedoekje. Of een vrolijk ballonnenplankje.’

Ja. Precies. ‘Ja, nou! Maar mijn man is hier vanavond ook ergens aanwezig. Die is ook ballonvaarder. We gaan ook vaak met de ballon op vakantie.’

Met de ballon op vakantie? Dat is nog eens wat anders dan met de auto en de caravan.

‘Ja, nee, de ballon nemen we mee in de achterbak. Maar we vliegen niet veel meer, hoor. Af en toe nog. Het is ook wel veel gedoe natuurlijk. Ja, je weet natuurlijk maar nooit. Het moet wel lekker weer zijn.’

Net zoals vanavond?

‘Nee, vanavond is het niet best.’

Zondebok

Aan de andere kant van het veld, in de buurt van de gewonemensentribune, staat Dennis, een jonge vrijwilliger die mensen in een luchtballonnenmand op de foto zet. Hij legt uit dat een deel van de opbrengst dit jaar naar de eierboeren gaan.

Ah, vanwege het fipronil-gebeuren.

‘Ja, nou, ik zal jou zeggen, de eierboeren zijn gewoon weer het haasje, hoor. Er was allemaal helemaal niet zoveel aan de hand, joh. Maar ja, de mensen hebben een zondebok nodig hè, nou zo lust ik er nog wel één.’

Het klinkt wel alsof jij verstand hebt van eieren.

‘Nog net niet.’

Maar wel een beetje?

‘Nou ik doe niet heel veel met eieren, hoor. Maar het leeft wel, hier in het dorp.’ Wat is de algemene opinie, als het gaat over het ei, an sich?

‘De meesten zullen er geen ei minder om eten. Ik eet bijvoorbeeld zelf al behoorlijk veel eieren.’ Echt? Hoeveel, per dag?

‘Nou, nou, laten we er per week van maken, dan komen we op twee per week.’

Oh, joh, dat is toch helemaal niet veel?

‘Nou ja, maakt niet uit, toch? Het gaat nu om de ballonnen.’

Ja. Dat is waar. En het is lief dat de ballonnenmensen solidair zijn met de eiermensen. Dat staat voorop.

‘Precies. Al hoop ik wel dat het doorgaat. Als ik zo de wolken zie, kan het ook zijn dat het hele feest afgelast wordt.’

Huh? Afgelast?

‘Nou ja, als het gaat regenen, dan houdt het op, hè?’ Terwijl hij dat zegt, wordt Dennis op zijn schouders getikt. Er is een gezinnetje dat graag op de foto wil in het mandje. Hij knikt nog een keer begripvol. Ik knik terug. Dan gaat hij weer aan het werk.

Natte zakken

Op het ballonnenveld zelf verzamelen zich langzaam maar zeker steeds meer wagentjes met luchtballonnen. De viptafels beginnen vol te lopen, en de gewonemensentribune zit in blijde afwachting klaar voor het luchtballonnenspektakel. Hoewel er hier en daar al wat mandjes en ballonnen uitgepakt worden, staan de gezichten van de piloten op standje onweer. De ballonvaarders kijken met de minuut chagrijniger en angstiger naar de donkere wolken die zich letterlijk boven het terrein samenpakken. Ik raak aan de praat met Henk, die het ballonnenfeest mee organiseert. De mensen zijn in gespannen afwachting, Henk. Iedereen is bang dat het niet doorgaat, vanwege de regen.

‘Ja, ja, ja. Ik acht de kans zeer klein dat er ballonnen gaan opstijgen. Maar normaal gesproken hebben we dan altijd nog een tussenprogramma voor de mensen. Van militaire voertuigen, historische voertuigen, moderne voertuigen. Tanks enzo.’

Oh, gelukkig, dan hebben de mensen nog wel iets om te zien.

‘Nou, ja, dat gaat dus ook niet door. Want door het weer is het terrein te zompig.’

Dus gisteren stortte de motorballon neer, in de bomen, vandaag kunnen de ballonnen niet omhoog. En de legervoertuigen komen ook niet?

‘Nee, nee, nee.’

Gaat er nog wel íets door?

‘De kleurplatenwedstrijd, daar is net de prijsuitreiking voor geweest.’

Ah, en was het een terechte winnaar?

‘Ik weet het niet. Ik heb het nog niet gezien.’ Maar begrijp ik dus dat er eigenlijk helemaal niets gaat gebeuren?

‘Nou, als het gaat regenen, dan kunnen die ballonnen niet opstijgen. Zo simpel is het. Dan zitten ze allemaal met natte zakken.’

Natte zakken?

‘Van de ballonnen.’

Ach, natuurlijk. 5 minuten later begint het te stortregenen, alsof Onze Lieve Heer een tweede zondvloed over ons uitstort. De tribunes en de vipterrassen lopen leeg. Binnen bestellen de mensen nog maar een wijntje. Al het toegestroomde publiek ten spijt: ballongevaren wordt er vandaag niet. En gisteren was het natuurlijk ook al geen pretje.

Gerelateerd nieuws