Artikel
3

Recensie: Bonnie ‘Prince’ Billy & Broeder Dieleman

De excentrieke Amerikaan en de relaxte Nederlander bewijzen hoe rekbaar écht goede muziek is. Samenwerkingen in de po...

De excentrieke Amerikaan en de relaxte Nederlander bewijzen hoe rekbaar écht goede muziek is.

Samenwerkingen in de popmuziek. Je kunt er boeken, artikelen, websites over volschrijven. En je raadt het al – dat is natuurlijk ook in grote mate gedaan. Er zijn vele soorten samenwerkingen. Allereerst natuurlijk de gestructureerde, de permanente. Stel je voor dat Lennon & McCartney, Jagger & Richards of Davies & Davies elkaar nooit hadden gevonden. Goed, in dat laatste geval hadden ze buiten dezelfde familie geboren moeten worden, maar dan nog. De popmuziek was anders geweest.

Andere samenwerkingen zijn van bovenaf opgelegd. Dit gaat op voor de meeste o zo ‘geinspireerde’ gastoptredens op platen van huidige toppers als Drake, Kanye en Rihanna. De gedachte hierachter is zo oud als de weg naar Rome: als wielrenners van elkaars snelheid gebruik maken om zo nog rapper naar de finish (lees: rijker dan Croesus worden) te geraken. Andere categorie, zelfde doel: oudjes die nog een keer middels nostalgie langs de kassa willen. Zie Sting en Paul Simon laatst. Veel topsongs, weinig bezieling, nul chemie.

Nee, doe ons maar de soort samenwerking die wél altijd meer dan de som der delen oplevert – die van de spontane ingeving, van de onverwachte combine. In dat licht bracht het kleine Utrechtse Snowstar Records speciaal voor Record Store Day een bijzondere splitsingle uit. Het gaat om een samenwerking tussen Bonnie ‘Prince’ Billy en Broeder Dieleman. Louisville, Kentucky en Zeeuws-Vlaanderen. Excentrieke Amerikaan en relaxte Nederlander.

Op het plaatje coveren ze elk een song van elkaar. Daarbij zijn de teksten in beide gevallen naar de andere zijde van de oceaan gesprongen. Tonnie Dieleman zette Bonnies Three Questions om in Drie Vragen. Bonnie deed Tonnies Gloria, als, ehm, Gloria. Maar dan in gedragen Engels en niet in het landelijke Zeeuws-Vlaams van het origineel. Het aardige is dat deze 7-inch vooral bewijst hoe rekbaar écht goede muziek is. De heren ontmoeten elkaar vorig jaar toen ze een tourtje door Nederland deden. Acht onversterkte optredens. Ze vonden elkaar op meer vlakken dan de affiche. Zo werd het idee voor dit project geboren. Bonnie ‘Prince’ Billy is een excentrieke Amerikaan, echte naam Will Oldham en van goede komaf. Hij blinkt ook uit als acteur in moeilijke indiefilms. Zijn eigen platen zijn al twee decennia de top in de Amerikaanse folk. Vertellingen vol moeizaam godsbesef, onmogelijke relaties en macabere bespiegelingen op de dood. Eerst deed hij dat onder de naam Palace, nu alweer heel lang als zijn huidige pseudoniem.

Wat hij met Dielemans Gloria doet is het nummer intact laten, maar het toch van kleur laten verschieten. Bij de Zeeuws-Vlaming klonk het nummer weelderiger, en meer houtje-touwtje, zoals veel van Broeders liedjes. Alsof het direct vanaf het land op plaat is gezet. Bij Bonnie gaat het meer intern. Ook hij zingt over de natuur en in de heer zijn, maar bij hem staat zijn eigen welzijn op het spel. Kale gitaar en stemmen – dat is wat hij van de song overhoudt. Het geeft een extra dimensie.

Zoals ook Broeder Dieleman de andere song naar zijn eigen grammatica vertaalt. Het maniëristische van Oldham vijlt hij weg, hij zet de ramen open. ‘Op dat ik weer zingen kan,’ herhaalt hij in harmonie met een vrouwenstem. Een mondharmonica laat de luisteraar de ruimte om zijn eigen gevoel op de song te projecteren. Bij Oldham staat het mes toch altijd meer op de keel van die luisteraar. Het is buigen of barsten. In Dielemans versie is de song ruimer geworden, luchtiger, maar daardoor niet minder sterk. Als je er een wedstrijdje van wilt maken, zou ik zeggen: Dieleman wint hier. Maar het belangrijkste is een spontaan idee dat perfect heeft uitgepakt. Twee unieke songwriters die elkaars werk met respect aanpakken, maar wel durven verbouwen waar nodig.  VINCENT CARDINAAL 

Foto: Mechteld Jansen