Door: jwevertz
Artikel
5

Rusland-correspondent Olaf Koens: 'Tegen barbarij kun je alleen maar beschaving stellen'

Nieuwe Revu’s vaste columnist Leon Verdonschot schreef vorige week een open brief aan Rusland-correspondent Olaf Koens (...

Nieuwe Revu’s vaste columnist Leon Verdonschot schreef vorige week een open brief aan Rusland-correspondent Olaf Koens (RTL Nieuws en de Volkskrant), die verslag deed vanaf de crash-site van MH17 in Oekraïne. Nu beantwoordt Koens die brief aan Verdonschot. 'Het is mijn werk de woorden te vinden, proberen het allemaal te bevatten, hoe moeilijk dat ook is.' Lees hieronder het hele antwoord van Olaf. Daaronder vind je de brief van Leon.

Foto: Facebook.nl/Olafkoens

Beste Leon Verdonschot,

Dank voor je brief. Het is gek, ik ken eigenlijk alleen je stem. In je open brief vorige week in Nieuwe Revu schreef je over de rampvlucht, de waarde van een mensenleven, morele principes en holle woorden. En zelfs dan hoor ik je zuidelijke tongval en hoopte ik ergens dat we het over muziek zouden hebben.

Toen ik een jaar of zes was nam mijn moeder me mee naar Parijs. Ergens tussen Antwerpen en de lichtstad raakte ik mijn knuffel kwijt, een groene krokodil. De troostprijs bij een kleurwedstrijd van De Boer Supermarkten. Je voelt ‘m aankomen, ik was ontroostbaar. Mijn moeder liep bij alle stations de balies voor gevonden voorwerpen af. Tevergeefs. Bij Gare du Nord stond een grote donkere man achter de balie. Mijn krokodil lag niet in het depot, maar hij beloofde me mee te zullen nemen naar zijn thuisland vol echte krokodillen.

Mijn vader reed in onze 2CV terug naar de supermarkt, naar de distributeur, naar de fabriek in Duitsland. Hij vond een groene krokodil van pluche, maar het was mijn knuffel niet. Daar moest ik aan denken toen ik dat aapje zag liggen tussen de lichamen. En aan de rebel die het zo potsierlijk omhoog hield, al sloeg hij dan vervolgens een kruis. Eerst een vliegtuig neerhalen, dan een kruis slaan. Die aap heeft het allemaal gezien.

Je had het over de lelijke, holle termen die je de afgelopen week hoorde. ‘Niet te bevatten’, ‘geen woorden voor’. Lelijk, maar tegelijk de essentie. Ik zit aan de andere kant van die woorden. Tussen de brokstukken van het vliegtuig. Het is mijn werk de woorden te vinden, proberen het allemaal te bevatten, hoe moeilijk dat ook is. Het is trouwens verbazingwekkend hoe je bij zulke grote gebeurtenissen geen grote gedachten hebt. Alles is klein.

Het is voor mij makkelijk. Ik hoef alleen maar met die woorden aan de slag. Ik sla ze op, archiveer het allemaal en leg ze dan in een bepaalde volgorde. Als marktkoopman. Eenmaal. Andermaal. Verkocht. Wanneer de woorden zijn gedrukt is het voor mij gedaan. Van me af geschreven.

Wanneer je in dit soort gebieden werkt krijg je van allerlei vrienden, bekenden en onbekenden andere lelijke, holle termen naar je toe geslingerd. ‘Pas goed op jezelf!’, ‘Kijk uit!’, ‘Wees voorzichtig!’. Er zit dezelfde spanning in. Het is dezelfde platte essentie. De enige vrouw die ooit tegen me zei: ‘Nou, veel plezier. Je redt je wel’ heb ik ten huwelijk gevraagd.

De meeste lichamen zijn inmiddels terug in Nederland. Het contrast tussen de chaos hier en de sobere, waardige plechtigheid had niet groter kunnen zijn. Op helikopterbeelden zag ik duizenden en duizenden mensen langs de kant van de weg staan tussen Eindhoven en Hilversum. Sommigen vonden dat ramptoerisme, of zelfs een aanstellerige vorm collectieve hysterie. Ik vond het mooi. Tegen barbarij kun je alleen maar beschaving stellen.

Groetjes,

Olaf

Beste Olaf Koens,

Ik ken je niet persoonlijk, maar ik lees al je berichten alsof het appjes van een vriend zijn. Zo gaat dat kennelijk: als nieuws je zo bezighoudt dat je er alles over wilt lezen, en het speelt zich af in een gebied waar alle informatie propaganda kan zijn, dan hoop je vooral op een ‘onze man ter plekke’. En dat ben jij. Jij bent onze man in het rampgebied. Je loopt rond, kijkt, vraagt en schrijft op wat je ziet. En steeds was het erger dan we vreesden. Pijnlijker ook. Alles is pijnlijk.

Een oud-collega bij dit blad, Thomas Erdbrink, schrijft tegenwoordig voor The New York Times. Hij schreef in een analyse dat het compromisgerichte Nederland opeens in de grote wereld van machtspolitiek terecht is gekomen. Vond ik ook pijnlijk om te lezen.

Onze premier, woedend maar tegelijk even machteloos – ook pijnlijk om te zien. Omdat ik dacht: man, doé dan iets – en geen idee had wat dan.

Ik las in een Amerikaanse krant Alexander Pechtold, die zei dat een klein, van export afhankelijk land als Nederland zich niet altijd door alleen maar zijn morele principes kan laten leiden. Ik vond het in dit verband een walgelijke uitspraak, want in kwesties van leven en dood is er gewoon niets belangrijkers dan morele principes. Maar waarschijnlijk is de realiteit dat hij gelijk heeft – ook pijnlijk.

Weet je wat ik ook erg vind? Dat ik soms niet eens weet wat pijnlijker is. Vermoord worden in naam van een intolerante religie of ideologie die iedereen uit de weg wil ruimen die andersdenkend of -levend is. Of per abuis uit de lucht worden geschoten door dronken huurlingen, die totale maling hebben aan het leven in het algemeen – dat van henzelf ook, waarschijnlijk. Ik zou het niet weten. Laten we eerlijk zijn, de enige ware nihilisten die ik en de meeste andere mensen in Nederland kennen, zitten in een film als The Big Lebowski. Ik ken gewoonweg geen mensen die totale minachting hebben voor welk leven dan ook.

Die foto van die langschedelige ‘separatist’ die een babyknuffel omhooghield, daar was veel over te doen. De Telegraaf zette de foto op de voorpagina, en schreef in het onderschrift dat hij zijn trofee ‘triomfantelijk’ in zijn handen hield. Vervolgens bleek uit videobeelden dat dat laatste niet het geval was, dat hij zelfs nog een kruisje sloeg voor hij de knuffel teruglegde.

Sommige mensen vonden dat minder erg. Ik zou het echt niet weten. Een kruisje slaan; hoe gratuit is dat, op zo’n plek, tussen de mensen die jij en de jouwen hebben vermoord, en wiens lichamen je niet eens met rust laat? Ik vond niet zijn triomfantisme het ergst, maar het feit dat iemand die niets geeft om het mensenleven een knuffel omhooghoudt – bij uitstek het symbool van een nieuw mensenleven. De schuld had de onschuld in zijn handen.

‘Niet te bevatten’, ‘geen woorden voor’: het zijn de lelijkste, meest holle termen die ik de afgelopen week heb gehoord, en wat heb ik ze vaak gehoord, want tegelijk zijn ze de essentie. Zo pijnlijk dat je het niet kunt vatten, dus blijf je maar kijken en luisteren naar mensen als jij, die het beschrijven.

Groet,

Leon Verdonschot